zondag 28 maart 2010

Openlijk

Het is al weer 17 jaar geleden dat Bill Clinton president van de Verenigde Staten werd. Tijdens de campagnes voor die verkiezingen maakte hij veel werk van een van zijn beleidsvoornemens: mensen die openlijk homo/lesbo waren konden gewoon in dienst treden bij de krijgsmacht. Clintons voornemen riep een storm van protest op en het is nooit verder gekomen dan "Don't ask, don't tell." (DADT): aan iemand die zich aanmeldt voor de krijgsmacht zal niet gevraagd worden of zhij misschien homo/lesbo is en die homo/lesbo zal niet openlijk verklaren dat zhij dat is.

Ook president Obama wil openlijke homoseksualiteit in de Amerikaanse krijgsmacht toestaan, maar voorlopig ziet het er niet naar uit dat het al gauw zo ver zal komen. Vrij recent was er al die Amerikaanse generaal die verklaarde dat de val van Srebrenica mede te wijten was aan het feit dat in de Nederlandse krijgsmacht homoseksualiteit een geaccepteerd feit is. In de Volkskrant van gisteren las ik dat de commandant van het 'Marine Corps' vindt dat als openlijke homoseksualiteit wordt toegestaan, heteromariniers het recht moeten hebben het delen van een kamer met een homo/lesbo te weigeren. Op een Amerikaanse website las ik dat luitenant-generaal Benjamin Mixon (bevelhebber van de Amerikaanse troepen in de Pacific) een openlijke oproep heeft gedaan leden van het Congres te vragen zich te verzetten tegen het intrekken van DADT. 51% van de thans dienende Amerikaanse militairen is tegen het intrekken van DADT. Sinds het aantreden van Obama zijn al meer dan 260 militairen ontslagen wegens overtreding van DADT. In totaal zijn al meer dan 13.000 militairen om die reden ontslagen. Per jaar verlaten 4.000 militairen om dezelfde reden vrijwillig de krijgsmacht. Intussen melden te weinig Amerikanen zich aan bij de krijgsmacht en dus worden andere eisen bijgesteld. Vroeger kon je met een strafblad geen militair worden, nu wel. Je kunt nog altijd beter een kamer delen met een ex-bajesklant dan met een homo, toch?

Een belangrijk deel van de Amerikanen - en echt niet alleen christenfundamentalisten - schijnt nog altijd te denken dat homo's en lesbo's, als het er echt op aan komt, slechtere militairen zijn dan hun heterocollega's: niet zo dapper, niet zo volhoudend en waarschijnlijk ook niet zo vaderlandslievend. Ze schijnen ook te denken dat homo's en lesbo's 'vallen' voor iedere man/vrouw met wie ze een kamer delen en dus die collega voortdurend zullen lastigvallen.

Veel Amerikanen zien hun land als het lichtend voorbeeld voor de hele wereld, zeker als het om democratie en mensenrechten gaat.  Ze slagen er steeds weer opnieuw in aan te tonen dat het nog wel eens tegenvalt.
x

zaterdag 27 maart 2010

Recht

Hebben mensen met een (lichte) verstandelijke handicap recht op een (eigen) kind? Daarover gaat het vanavond in 'Rondom 10' (Nederland 2, 21.10 uur). Moeten deze mensen gedwongen worden anticonceptiemiddelen te gebruiken, omdat hun kinderen volgens werkers in de zorg schade ondervinden van het opgroeien bij ouders met een beperking? Dat las ik in Trouw.

Ik zou zeggen: ga eens met de Jeugdzorg of de Raad voor Kinderbescherming praten. Die zien nogal eens kinderen van ouders zonder verstandelijke handicap, die vonden dat ze recht hadden op een kind, maar van opvoeden nog geen grammetje kaas hadden gegeten, waardoor hun bloedeigen kinderen aardig wat schade opliepen.

Er zijn allerlei beperkingen bij ouders die ertoe kunnen leiden dat een kind tijdens het opgroeien schade ondervindt. Een verstandelijke beperking is redelijk makkelijk vast te stellen, dus laten we die er maar uitpikken. Voor de rest zegene God de greep. We zien wel wat ervan komt en betalen mee aan al die gezinsvoogden, maatschappelijk werkers, orthopedagogen en wie weet nog meer mensen die de ontspoorde kindertjes weer op de rails moeten zetten. Want we mogen niemand het van God of van de natuur gegeven recht op een kind ontzeggen. Alleen de verstandelijk gehandicapten moeten zo verstandig zijn te begrijpen dat zij de enige mensensoort zijn die dit recht niet hebben. Ik zou ze direct na het intreden van de puberteit laten steriliseren. Zijn we meteen van een hoop toekomstig gelazer af. We hoeven toch niet in alles een beschaafd land te zijn?
x

Beleggen

Eerder deze week schreef de Volkskrant dat staatsrechtgeleerden en een groot deel van de Kamer wel degelijk vinden dat het publieke belang geraakt wordt als de aanstaande koning van Nederland belegt in Argentijnse grond. Dat stond in de Volkskrant van gisteren.

Een van de nadelen van een staatshoofd dat die functie uitsluitend vanwege geboorte krijgt is dat regering en parlement  zich (moeten) bezighouden met zaken die volmaakt onbelangrijk zijn. Balkenende had in een kort briefje geschreven dat beleggingen van Willem-Alexander een privézaak zijn. Daar denkt de vaste Kamercommissie Binnenlandse Zaken anders over. Die gaat dus nieuwe vragen stellen waarop Balkenende uitgebreid moet antwoorden. En daar kan weer uren over doorgezaagd worden.

Mensen die na het uitgeven van geld aan het dagelijks brood, andere vaste lasten en leuke dingen nog steeds geld over hebben, zetten dat op een spaarrekening. Als die spaarrekening steeds groter wordt, gaan ze dat geld stallen op plekken waar het nog meer rendement opbrengt. Beleggen in aandelen, obligaties, vastgoed, goud en/of nog veel meer is daar een methode voor. Willem-Alexander en zijn moeder houden van hun riante salarissen ook wat over en die brengen dat ook niet naar een simpele spaarrekening, vermoed ik.

Er zijn Nederlanders die nog meer geld over hebben dan Willem-Alexander en zijn moeder. We hebben geen idee of ze dat 'goed' of 'fout' beleggen. Er zal hier of daar wel een bewindspersoon of kamerlid zijn dat wat belegt. Daar weten we ook niets van. Dat zijn, denk ik, privézaken. Ik heb daar, als ze 'fout' beleggen, wel een oordeel over, maar dat vindt niemand interessant.

Ergens las ik dat het koninklijk huis al het gespeculeer over vermogens en beleggingen "beu" is. Dat kan ik me nog wel voorstellen en daar heb ik een goede oplossing voor: "If you can't stand the heat, get out of the kitchen." Dat scheelt een hoop onnodig parlementair gezeur.
x

vrijdag 26 maart 2010

Florence (2)

Je brengt vier dagen door in een stad met een zeer rijke historie. Het weer is aangenaam: er kan zonder jas rondgewandeld worden. Er kan lekker gegeten en gedronken worden op terrasjes en dat allemaal in gezelschap van een drietal vrienden die je al zo'n vijftig jaar kent en met wie je voor het achtste achtereenvolgende jaar een stad in het buitenland voor een aantal dagen bezoekt. Het 'patroon' is elk jaar hetzelfde: er worden cultureel/historisch interessante plaatsen bezocht, zoals musea en kerken; er wordt een ruim aantal horecagelegenheden bezocht. Tijdens de laatste lunch in Florence, voor we naar het vliegveld vertrekken, komen we tot een conclusie die we al eens eerder getrokken hebben: het aardigste aspect van al die bezoeken is dat er nooit één kwaad woord gevallen is, hoewel er veel gepraat en gediscussieerd wordt over van alles en nog wat en er keuzes gemaakt moeten worden over wat wel en niet bezocht en bekeken/bewonderd moet worden en waar en wat er gegeten en gedronken zal worden. Alles gaat vanzelf en plezierig.

Een vliegreis maken is in dit tijdsgewricht nog vervelender dan het altijd al was. Ik heb al talloze malen een grens overschreden, maar moest bijna 71 zijn voordat voor het eerst mijn koffertje geopend moest worden en de inhoud bekeken werd. Ik moest mijn schoenen uittrekken. Shampoo en tandpasta moeten in een doorzichtig zakje apart getoond worden. De vliegreis zelf duurt gelukkig maar anderhalf uur. Het uitchecken in Florence gaat sneller en rond één uur zijn we al bij het hotel dat aan de kade langs de Arno ligt. Het bevindt zich op loopafstand van diverse 'highlights' van Florence: de Duomo, de Santa Croce, de Ponte Veccchio, het Palazo Vecchio en, last but not least, de Galleria degli Uffizi. Die zondagmiddag nog bezoeken we de Duomo en de Santa Croce waar beroemde Italianen als Gallilei, Michelangelo en Macchiavelli begraven zijn. Na afloop strijken we neer op een terras op de Piazza Santa Croce. Beide kerken zijn, in tegenstelling tot veel kathedralen, bijna sober ingericht. Het heeft misschien ook met de bouwstijl, laat romaans of vroeg gothisch, te maken, dat ze me zeer bevallen. Ik houd van eenvoudig. Gebouwen en andere kunstvormen in Barokstijl of, nog erger: Roccoco, loop ik het liefst snel voorbij. Ik voel me zeer thuis in deze stad, zeker als er ook nog een pilsje voor me staat.

In tegenstelling tot voorgaande jaren hebben we in Florence verhoudingsgewijs zeer weinig bier genuttigd. Daar staat tegenover dat wij op dinsdag vijf flessen wijn soldaat hebben gemaakt. Dat krijg je als de eerste fles al bij de lunch wordt opengetrokken. Daarna moesten we nog wat meer bijkomen van het bezoek aan de Uffizi. Het merendeel van de daar te beschouwen kunst is afkomstig uit de zestiende eeuw of eerder en ook dat beviel me zeer. En het is aardig 'De geboorte van Venus' van Botticelli nu eens in het echt te zien. De wijn dronken we weer op de Piazza Santa Croce. Toen ons terras in de schaduw kwam te liggen, verhuisden we naar de overkant en de volgende fles. Daar heb ik voor het eerste vers geplukte olijven gegeten. Die zijn nog veel lekkerder dan olijven uit een potje. Die avond zouden we aan de andere kant van de Arno gaan eten. Een van ons had van een vriend, die vaak in Florence is geweest, twee restaurants aanbevolen gekregen. Het ene was gesloten, het andere zou binnenkort opnieuw geopend worden, maar dan als Japans restaurant. Bij een simpele trattoria heb ik een uitstekende risotto met groene asperges gegeten. Mijn reisgenoten hadden wat anders, maar ook daar hadden ze na ons vertrek twee flessen wijn minder in voorraad.

De maandag was 'Vecchiodag': eerst de Ponte, daarna het Palazo. De Ponte wordt ontsierd door de juwelenwinkels aan beide zijden over bijna de gehele lengte, waar overduidelijk wordt aangetoond dat je van goud en mooie stenen bijzonder veel kitscherige sieraden kunt maken. Het Palazo toont aan dat het allemaal veel mooier kan. Ook hier vooral veel 'oude' kunst en net als in de Uffizi is er geen plafond onbeschilderd.

Hoewel het hoogseizoen nog niet is aangebroken, was het druk. Er liepen vooral grote kuddes schoolkinderen rond, die kennelijk door de leerkrachten een kunstzinnig schoolreisje kregen voorgeschoteld. Ik had niet de indruk dat ze allemaal diep onder de indruk waren van wat Florence hun te bieden heeft. De aandacht was nogal eens gericht op medeleerlingen van het andere geslacht. Ook diverse roedels Japanners vielen op.

Over de inwendige mens, het versterken daarvan, heb ik het al gehad. Wij dronken niet uitsluitend alcoholische dranken. Een slechte kop koffie hebben wij nergens gedronken. Als liefhebber van de Italiaanse keuken, meer nog dan van de Franse, kwam ik uiteraard voldoende aan mijn trekken. De komende dagen moet ik 'afkicken'. Het begon al met het ontbijt, waar ik thuis nooit aan toekom. De lunch was diverse malen spaghetti, waaronder een keer mijn lievelingssoort: de spaghetti alla carbonara, heel simpel en dus heel lekker. Aan een Italiaans ijsje zijn we ook een keer toegekomen.

Bijkomend effect van het mooie weer en het daaruit volgend terrasbezoek was dat ik vrij veel tegemoet kon komen aan mijn nicotineverslaving. Het hotel had een dakterras waar ik ook mijn gang kon gaan. Daar zat ik dus 's morgens rond een uur of acht. Rond half negen joeg ik, geheel volgens traditie, de anderen uit hun bed.

De plannen voor volgend jaar zijn al ruwweg besproken. Het is al vrijwel zeker dat er niet gevlogen wordt. Er zijn diverse opties: Londen en Parijs, waar we al jaren niet geweest zijn, maar ook Lyon en Luik werden genoemd. Maar als het wat anders mocht lopen zullen we ons ook in Dokkumer Nieuwe Zijlen weten te vermaken, misschien zelfs in Doodstil.

X

woensdag 24 maart 2010

Levensgeluk

Zo, mijn ochtendvierdaagse zit erop. Evert is weer terug uit Italie, nog gefeliciteerd met je verjaardag overigens, en morgen is Beggartalk weer zijn spreekbuis. Ik sluit af met een persoonlijke bespiegeling. Ik vond het leuk om te doen.

Ik mag graag kijken naar het televisieprogramma "De Reünie". Waarom? Omdat het o.a. laat zien wat mensen met hun leven hebben gedaan, hoe ze "terecht zijn gekomen". Ik zie dan aansprekende voorbeelden van nagejaagde en gerealiseerde idealen, maar ook van teleurstellingen en mislukkingen. Waar ik vooral geïnteresseerd in ben, zijn de dingen waar mensen hun geluk in hebben gezocht en gevonden, wat ze daarvoor hebben gedaan. Een prachtig voorbeeld is de man die na vele omzwervingen beheerder is geworden van een grote begraafplaats. Hij zorgt er met hart en ziel voor dat alles (en iedereen…) er pico bello bij ligt. Als hij de voorbereidingen heeft getroffen voor een begrafenis, dan weten de nabestaanden dat hij daar alle aandacht aan heeft besteed. Wat hem motiveert? Je laatste rustplaats moet helemaal in orde zijn; je bent per slot van rekening langer dood dan je leeft. Grafhumor? Misschien, maar de boodschap die daar wat mij betreft achter zit is: haal uit je leven wat er in zit en wacht daar niet te lang mee. Voor je het weet is het voorbij. Dat leven, dat doe je nu, vandaag. Niet gisteren, niet morgen, maar vandaag! Piekeren over iets van gisteren? Waarom deed je dat toen niet? Piekeren over morgen? Moet je morgen doen. Let wel: ik zeg niet dat je je nergens op moet voorbereiden, maar doe dat dan vandaag. Nog iets: wie nergens in gelooft, zal ook nooit iets veranderen. Dat geloven begint bij (lees: in) jezelf. Ik geniet nu volop van het leven (en geloof me, dat is ook anders geweest). Simpelweg stoppen met die dingen die je leven ingewikkeld maken. Mijn verleden staat niet meer aan het roer, ik vaar geen ramkoersen meer.

Zo geeft het (vrijwilligers)werk dat ik nu bij Slachtofferhulp doe mij ongelofelijke voldoening. De paar vrienden die ik heb, zijn ware vrienden. De mensen waar ik van houd zeggen dat ze dat ook van mij doen. Over 10 weken wordt mijn eerste kleinkind geboren. Ik heb het hout al in huis; straks bouw ik mijn eerste "HobbelHarley".













Ik heb mijn levensgeluk gevonden. Daar is, pak 'm beet, een dikke veertig jaar in gaan zitten. Dat is mooi, toch?

Jan

Ik zit aan de rand van een zwembad op een Grieks eiland en ik geniet van het boek waar ik mee bezig ben. In mijn ooghoek zie ik iets bewegen. Ik kijk op uit mijn boek en zie twee nieuwe gasten aan komen lopen. De man heeft de arm van zijn vrouw beet en in zijn andere hand heeft hij een witte stok. Ze begeleidt hem naar twee vrije ligstoelen en op de tast organiseert hij zijn plek. Ik heb snel door dat het Nederlanders zijn. Mijn eerste gedachte is: blind en dan op vakantie naar een Grieks eiland? Wat is daar nou aan? Ik pak mijn boek weer maar ik kan mijn gedachten niet bij het verhaal houden. Ik kijk naar het stel en zie dat ze eigenlijk niets anders doen dan alle andere gasten. Hij smeert zich in met zonnebrand, zet een pet op en stopt de oortelefoontjes van zijn IPod in zijn oren. Zij heeft tijdschriften meegenomen en begint daarin te bladeren. Na een uurtje staan ze op en lopen ze naar de trap die het zwembad in gaat. Ik hoor haar zeggen dat ze aan de korte kant van het bad staan en dat het ongeveer 15 meter naar de overkant is. Ook zij schrikken even van de temperatuur van het water, maar hij laat zich snel zakken en zwemt naar de overkant. Als hij weer terug is gezwommen is zij ook "door" en samen maken ze waterpret. Hij springt zelfs van de kant het bad in. Dat lijkt mij echt doodeng. Ik merk dat ik er met een glimlach op mijn gezicht naar kijk.
Om een uur of één gaan Carla en ik lunchen. We lopen naar het terras en bestellen wat te drinken en een grote salade met feta. Ook de twee nieuwe gasten komen richting terras gelopen. Alle tafeltjes zijn bezet, aan de onze zijn twee stoelen vrij. Zij vraagt aan ons of wij er bezwaar tegen hebben als zij er bij komen zitten. Dat hebben we natuurlijk niet en we stellen ons voor. Ze heten Jan en Sylvia. Er ontstaat meteen een leuk gesprek. De lunches worden gebracht en ik zie dat Jan even met zijn handen "kijkt" wat er op tafel staat. Zijn hamburger is snel opgegeten en we kletsen nog wat. We zeggen gedag en lopen terug naar onze stoelen. Leuk stel, zeggen we tegen elkaar.
Twee dagen later ontmoeten we elkaar weer bij het zwembad. Ze zitten nu wat dichterbij en ik raak meteen aan de praat. Ik vraag hem op een gegeven moment of hij zijn hele leven al blind is. Dan vertelt hij zijn verhaal. Hoe hij, mede dankzij een fotografisch geheugen, een succesvol zakenman was geworden en hoe hij, achter in de veertig, van de ene op de andere dag door complicaties tijdens een operatie aan een cyste in zijn hersenen blind werd. Het licht ging uit en het gaat nooit meer aan. Hij moest zijn zaak verkopen en na een uitgebreide revalidatie en met onvoorwaardelijke steun van Sylvia heeft hij zijn leven weer vorm gegeven. Mijn respect groeide met de minuut. Wat een sterke man, wat een persoonlijkheid. Hij straalde levensvreugde uit en ik genoot ervan om te horen hoe hij nog steeds in staat is om computers te bouwen. Daar komt zijn bijzondere geheugen van pas, want op die manier kan hij nog steeds "zien". Ze hadden ook een auto gehuurd. Tijdens trips vertelt zij hoe het er allemaal uitziet en aan de hand daarvan bouwt hij zijn beelden op. Toen ik hem vertelde dat ik mij op de dag van zijn aankomst had verbaasd dat je als blinde man op vakantie naar een Grieks eiland gaat, schoot hij in de lach. Hij kon zich dat goed voorstellen. Ziende mensen zien lang niet altijd alles. Mijn ogen had hij geopend. Ook in constante duisternis is er verlichting.

dinsdag 23 maart 2010

Peter

Peter

Elke dag kom ik langs Peter. Peter runt een boekingskantoortje voor excursies en hij is tussenpersoon voor de verhuur van auto’s en scooters. Zijn winkeltje, Manfredas Tours, is gelegen aan het begin van de oprijlaan naar het hotel en hij is een geboren aandachttrekker. Hij ziet er uit als een hoogst onbetrouwbare autoverkoper, maar de schijn bedriegt. Hij ontpopt zich als een ware charmeur (da’s handig als je excursies aan de toerist moet brengen) en we worden snel vrienden. Hij spreekt Grieks, Arabisch, Engels, Frans, Duits en Italiaans, is geboren in Egypte, heeft de hele wereld over gezworven, is een hotel aan de Rode Zee kwijt geraakt na een bomaanslag, heeft zijn dochter naar Frankrijk gestuurd waar zij in veiligheid in Parijs aan de Sorbonne geologie heeft gestudeerd en hij boekt nu dus gedurende zeven maanden per jaar bus- en boottrips op Zakynthos. Elke ochtend kletsen we een kwartiertje en vertelt hij over het leven op een Grieks eiland. Hoe je in een seizoen dat duurt van eind april tot begin oktober in een moordende concurrentie je jaarinkomen moet vergaren want je kunt op Zakynthos op elke straathoek een busreis, een boottocht, een duikcursus, een scooter of een auto boeken. Wat zijn geheim is: netwerken, persoonlijke contacten met alle bus- en booteigenaren en alle verhuurders van motorvoertuigen, zorgen dat iedereen je kent en vice versa. En aftersales: zorgen dat tevreden klanten over je kletsen en nieuwe klanten de weg wijzen. Daarnaast: improvisatievermogen (om altijd 'ja' te kunnen verkopen), eindeloos geduld (toeristen stellen alleen maar vragen; zelf denken doen ze thuis wel weer) en incasseringsvermogen (want God helpe je de brug over als de bus twee minuten te laat komt of de boot een kwartier te laat afvaart).
Er loopt een Zweeds stel binnen dat de Blauwe grotten wil zien. Binnen 5 minuten zijn de vouchers ingevuld en is het excursiegeld betaald. “Morgenochtend om tien voor negen op de stoep staan, want de bus vertrekt om negen uur precies!” is de opdracht. Ze zullen er zijn. Dan komen er vier Nederlanders binnen die gisteren om vijf over negen aan kwamen kakken: of ze morgenochtend alsnog het rondje om het eiland mee kunnen maken. Met een streng gezicht haalt Peter de hand over het hart en hij schrijft vier nieuwe tickets uit. Hij bezweert de vier om op tijd te komen; dit doet hij maar één keer! Als de vier vertrokken zijn legt hij met een glimlach uit dat de boten elke dag zo stampvol zitten dat een paar meer of minder nooit een probleem is. Zo heeft hij weer vier doorslagen waar hij wat andere inkomsten op kwijt kan. Hij zegt dat hij gelukkig is en ik geloof hem.

Ik wil een auto huren en dan heb ik het liefst een Suzuki Jimny met weinig kilometers op de teller. Gaat helemaal voor elkaar komen en inderdaad staat er de volgende ochtend een zo goed als nieuwe zilvergrijze Soes klaar.
Dak er af, pet op en het avontuur kan beginnen. Niks zo leuk als in een 4x4 de Griekse gravelpaden op en lanen in. Zakynthos kent een bergrug en daar kan je binnendoor overheen. Niet voor niets wil ik een jonge auto. In de binnenlanden doet je telefoon het niet en van uren teruglopen op je gympies word je ook niet vrolijk. Dan gebeurt er iets onverwachts. Halverwege het bergpad komen mij drie scooters tegemoet met daarop zes jongelui, gekleed in hemdjes, korte broeken en slippers. Het kan niet anders: dat moeten Nederlanders zijn. En ja hoor, in onvervalst Haags krijg ik de vraag of er aan het eind van dit pad weer een asfaltweg komt. Die vraag kan ik bevestigend beantwoorden (elk gravelpad komt op enig moment weer uit op een asfaltweg) en na een 'succes en doe voorzichtig' hobbelen ze verder in de stofwolk die ik heb opgeworpen.
Na een geweldige dag lever ik de auto weer in en stel meteen de vraag of ik ook een dag een cabriolet kan huren. Peter trekt een bedenkelijk gezicht. Alles is te huur, maar voor cabrio’s worden, als je ze maar één dag wil, absurd hoge tarieven gevraagd. Ik ben teleurgesteld. Ik zie hem denken en dan zegt hij dat hij nog iets van iemand tegoed heeft. Hij pakt de telefoon, toetst een nummer in en begint een gesprek met iemand. Ik kan er geen woord van verstaan maar het voelt aan als: 'Kan jij je herinneren dat ik, toen jij … '. Na een minuut of tien beëindigt Peter het gesprek. Met half dichtgeknepen ogen zegt hij dat ik de volgende ochtend om negen uur moet komen en dat er dan waarschijnlijk iets moois staat te gebeuren. In het slechtste geval wordt het weer een Jimny.

Het is negen uur en ik stap Peters kantoortje binnen. Hij werkt de laatste excursiegangers de bussen in en gaat achter zijn bureau zitten. “If they do what I think they will do, I am a man with power”, roept hij veelbetekenend uit. Vol verwachting klopt mijn hart. Na een tiental minuten loopt hij naar buiten en kijkt ongeduldig op zijn horloge. Dan schalt het over de straat: "I am a man with power!" Ik loop naar voren en zie een gloednieuwe, ivoorkleurige Peugeot 207 CC de straat indraaien. De bloeddruk stijgt. Ga ik daar de hele dag in rondtoeren? De auto stopt voor de deur en er stapt een figuur uit die zo uit The Godfather lijkt te komen: fout haar, foute zonnebril, foute ketting om zijn nek, fout horloge, foute schoenen, foute … OK, even voorstellen en dan krijg ik in half Grieks en half Engels uitleg over de bediening van het elektrische dak. Een rondje om de auto laat zien dat er geen spatje en krasje op zit en dat moet vooral zo blijven, want anders: duur, duur, duur. “Be careful, success and have fun”, zijn de laatste woorden en weg is de mafiafiguur. Peter geeft een knipoog, de huurprijs is dezelfde als voor de Soes, en zwaait me weg.

Die dag vormt het hoogtepunt van de vakantie. Wat is het toch leuk om zonder dak rond te rijden. Als ik de auto ’s avonds heb teruggebracht en we nog even nakletsen, blijkt dat hij om inlossing van een oude belofte heeft gevraagd en dat hij daar bijna net zo veel plezier aan heeft beleefd als ik. We spreken af dat ik een mooie foto van de auto op zal sturen. Peter wil ook een foto van mij en Carla. In zijn kantoor heeft hij een 'Wall of Fame' en daar voegt hij ons graag aan toe. Ik heb er weer een vakantievriendje bij.