woensdag 24 maart 2010

Jan

Ik zit aan de rand van een zwembad op een Grieks eiland en ik geniet van het boek waar ik mee bezig ben. In mijn ooghoek zie ik iets bewegen. Ik kijk op uit mijn boek en zie twee nieuwe gasten aan komen lopen. De man heeft de arm van zijn vrouw beet en in zijn andere hand heeft hij een witte stok. Ze begeleidt hem naar twee vrije ligstoelen en op de tast organiseert hij zijn plek. Ik heb snel door dat het Nederlanders zijn. Mijn eerste gedachte is: blind en dan op vakantie naar een Grieks eiland? Wat is daar nou aan? Ik pak mijn boek weer maar ik kan mijn gedachten niet bij het verhaal houden. Ik kijk naar het stel en zie dat ze eigenlijk niets anders doen dan alle andere gasten. Hij smeert zich in met zonnebrand, zet een pet op en stopt de oortelefoontjes van zijn IPod in zijn oren. Zij heeft tijdschriften meegenomen en begint daarin te bladeren. Na een uurtje staan ze op en lopen ze naar de trap die het zwembad in gaat. Ik hoor haar zeggen dat ze aan de korte kant van het bad staan en dat het ongeveer 15 meter naar de overkant is. Ook zij schrikken even van de temperatuur van het water, maar hij laat zich snel zakken en zwemt naar de overkant. Als hij weer terug is gezwommen is zij ook "door" en samen maken ze waterpret. Hij springt zelfs van de kant het bad in. Dat lijkt mij echt doodeng. Ik merk dat ik er met een glimlach op mijn gezicht naar kijk.
Om een uur of één gaan Carla en ik lunchen. We lopen naar het terras en bestellen wat te drinken en een grote salade met feta. Ook de twee nieuwe gasten komen richting terras gelopen. Alle tafeltjes zijn bezet, aan de onze zijn twee stoelen vrij. Zij vraagt aan ons of wij er bezwaar tegen hebben als zij er bij komen zitten. Dat hebben we natuurlijk niet en we stellen ons voor. Ze heten Jan en Sylvia. Er ontstaat meteen een leuk gesprek. De lunches worden gebracht en ik zie dat Jan even met zijn handen "kijkt" wat er op tafel staat. Zijn hamburger is snel opgegeten en we kletsen nog wat. We zeggen gedag en lopen terug naar onze stoelen. Leuk stel, zeggen we tegen elkaar.
Twee dagen later ontmoeten we elkaar weer bij het zwembad. Ze zitten nu wat dichterbij en ik raak meteen aan de praat. Ik vraag hem op een gegeven moment of hij zijn hele leven al blind is. Dan vertelt hij zijn verhaal. Hoe hij, mede dankzij een fotografisch geheugen, een succesvol zakenman was geworden en hoe hij, achter in de veertig, van de ene op de andere dag door complicaties tijdens een operatie aan een cyste in zijn hersenen blind werd. Het licht ging uit en het gaat nooit meer aan. Hij moest zijn zaak verkopen en na een uitgebreide revalidatie en met onvoorwaardelijke steun van Sylvia heeft hij zijn leven weer vorm gegeven. Mijn respect groeide met de minuut. Wat een sterke man, wat een persoonlijkheid. Hij straalde levensvreugde uit en ik genoot ervan om te horen hoe hij nog steeds in staat is om computers te bouwen. Daar komt zijn bijzondere geheugen van pas, want op die manier kan hij nog steeds "zien". Ze hadden ook een auto gehuurd. Tijdens trips vertelt zij hoe het er allemaal uitziet en aan de hand daarvan bouwt hij zijn beelden op. Toen ik hem vertelde dat ik mij op de dag van zijn aankomst had verbaasd dat je als blinde man op vakantie naar een Grieks eiland gaat, schoot hij in de lach. Hij kon zich dat goed voorstellen. Ziende mensen zien lang niet altijd alles. Mijn ogen had hij geopend. Ook in constante duisternis is er verlichting.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten