zondag 2 mei 2010

Kiesstelsel

Aan de andere kant van de Noordzee gaan ze nog wat eerder dan wij naar de stembus. De 'issues' daar zijn niet veel anders dan hier: waarop gaan we bezuinigen en hoeveel en hoe beperken we de immigratie? Alleen de uitslag - in parlementszetels - is (nog) wat minder voorspelbaar dan bij ons vanwege het districtenstelsel. In Trouw las ik dat Labour op zijn grootste verlies sinds 1918 afstevent. Dankzij het districtenstelsel kan dat verlies nog meevallen. In de tabel hieronder zie je in de linkerkolom hoe het Lagerhuis momenteel is samengesteld. In de rechterkolom zie je hoe het eruit zou zien als er bij de de verkiezingen in 2005 sprake was geweest van een evenredige vertegenwoordiging.
Labour had dan geen absolute meerderheid en er zou een coalitieregering zijn gekomen van óf Labour óf de Conservatieven met de Liberal Democrats. Juist die laatste partij wordt door het districtenstelsel sterk onderbedeeld. In de peilingen krijgen de Liberal Democrats momenteel zelfs meer stemmen dan Labour, volgens sommige peilingen zouden ze zelfs, in aantal stemmen, de grootste worden. Het is dan ook niet uit te sluiten dat deze keer noch Labour, noch de Conservatieven een absolute meerderheid in het Lagerhuis behalen en de Liberal Democrats op de, voor hen comfortabele, politieke wip komen te zitten: ze kunnen hun huid duur gaan verkopen.

Van tijd tot tijd wordt er in Nederland ook wel eens gepleit voor een districtenstelsel. Je bent dan af van al die kleine partijen en dat maakt ons land dan 'regeerbaarder'. Ik moet er niet aan denken, want het resultaat zou zijn dat pakweg 130 van de 170 zetels in de Tweede Kamer bezet zouden zijn door CDA, PvdA en VVD. We zouden dan voortdurend door een coalitie van twee van deze drie partijen geregeerd worden, want ik zie geen van deze, zelfs bij een districtenstelsel, een absolute meerderheid behalen. Het betekent wel dat de verschillen tussen twee opeenvolgende regeringen alleen onder een vergrootglas merkbaar zullen zijn en de belangstelling voor het politieke gebeuren nog verder afneemt.

Ik heb eens uitgerekend hoe de gemeenteraad van Amsterdam (45 zetels) eruit gezien zou hebben als die afgelopen maart volgens het districtenstelsel zou zijn gekozen: 41 zetels voor de PvdA en vier voor de VVD. De PvdA had nog net geen 30% van het aantal stemmen. Ik denk niet dat de nog al divers samengestelde Amsterdamse bevolking zich in zo'n gemeenteraad 'herkend' had.

PS
Er zijn ook weer nieuwe 'Prognoses' voor de Tweede-Kamerverkiezingen. 
x

zaterdag 1 mei 2010

Straffen

Wat zou in maart 2003 de beslissing in de zaak Lucia de (toen nog) B. geweest zijn als het Openbaar Ministerie vóór het bepalen van de strafeis eerst de 'de burgers' (of brancheverenigingen en maatschappelijke organisaties) geraadpleegd had over de hoogte van de gevraagde straf? Het OM is namelijk van plan dat te gaan doen, want 'wij' vinden dat er te lage straffen worden geëist en uitgesproken.

Door mensen die daarvoor doorgeleerd hebben - rechercheurs, forensisch deskundigen, officieren van justitie en rechters - werd na langdurige bestudering van de feiten geconcludeerd dat Lucia schuldig was aan een reeks moorden. Tot welke conclusie zouden 'wij' gekomen zijn? Gaan 'wij' (zonder specifieke kennis) ook alle dossiers doorspitten of baseren 'wij' ons op de summiere samenvattingen in de media en de commentaren die daarop worden gegeven?

Stel: je relatie bevindt zich op een hellend vlak. Dat heeft zijn negatieve weerslag op je werk. Je moet bij de baas komen: die heeft alle begrip voor jouw situatie, maar als je zo doorgaat kan je naar een andere baan uitkijken. Je hebt de pest in en gaat uit je werk naar de kroeg en drinkt een paar pilsjes. Wat je anders nooit doet, doe je nu: je gaat toch in je auto naar huis. Je rijdt een kind aan dat plotseling oversteekt en voor het leven gehandicapt raakt. Je alcoholpromillage was te hoog. 'Wij' hebben er niets mee te maken dat jij een altijd brave burger bent die eigenlijk door de omstandigheden een beetje 'zielig' is. Dat verhaal kennen 'wij' zo langzamerhand wel. Er moet nu maar eens opgetreden worden! Dat vond jij trouwens zelf ook altijd. Hoe voelt het als die eerste steen een keer in jouw richting wordt geworpen?

Het is een wat makkelijk voorbeeld, dat weet ik. Maar laten we nou niet doen of we te maken hebben met een politie, OM en rechterlijke macht die volkomen buiten de maatschappij staan.  Die mensen lezen ook wel eens een krant en kijken ook wel eens naar de tv. Die praten of feestjes of andere bijeenkomsten met mensen buiten hun werk. Die hebben echt wel enig idee van wat er bij 'ons' leeft. Het is echter hun taak om zo objectief mogelijk te werk gaan. Ze hebben ook hun emoties, net als 'wij', maar die moeten ze juist opzij zetten om hun werk goed te doen. Wanneer een officier van justitie mij zou vragen wat ik als straf zou willen eisen, zou mijn antwoord zijn: "Als ik straffen zou willen eisen was ik wel officier van justitie geworden. Doe het werk waarvoor ik je heb ingehuurd."
X

vrijdag 30 april 2010

Ideologie

"Partijideologen zijn vaak de mensen die kritisch kunnen nadenken, maar niet altijd serieus genomen werden. Het zijn de mensen die heel veel verstand van zaken hebben, maar weinig invloed. En wat ben je dan? Dan ben je partijideoloog." Dat zegt Arjan Vliegenthart, lid van de Eerste Kamer voor de SP, in een artikel in Trouw van politiek verslaggeefster Cyntha van Gorp.

Het is altijd aardig je eigen ideeën in redelijke mate terug te vinden bij anderen. (Waarmee ik niet wil zeggen dat ze dus juist zijn.) Het artikel gaat over partij-ideologie, die steeds meer op de achtergrond raakte. Al jaren beweer ik regelmatig dat er in de praktische politiek niet echt grote verschillen meer zijn tussen CDA, PvdA en VVD. Er zijn wat verschillen in de mate waarin en waaraan men geld wil uitgeven of waarop men juist wil bezuinigen. Maar bij alle drie is het uitgangspunt: hoe houden we een zo groot mogelijk deel van de middengroepen te vriend? Historicus en filosoof Adriaan van Veldhuizen, één van de 'nieuwe denkers' van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckman Stichting, zegt o.a.: "Bovendien waren de middenpartijen het telkens wel met elkaar eens, of deden ze water bij de wijn." Gevolg is dat het bij de komende verkiezingen om nog maar twee vragen lijkt te gaan: wat gaat het mij kosten en wie kan er dus het beste premier worden?

Bernard Wientjes, voorzitter van de werkgeversorganisatie, mist in de partijprogramma's de visie, het grote verhaal. (...) "In de programma’s gaan partijen meteen over naar de boodschappenlijstjes." Van mij hoeven de partij-ideologen niet terug te keren. Ik ben al redelijk tevreden als kiezers hun stem niet laten bepalen door de (verwachte) fluctuaties van hun bankrekening, maar door een ideologie, welke dan ook.

Onlangs zag ik op tv dat bij de PvdA steeds meer geaarzeld wordt met het zingen van de 'Internationale' ter afsluiting van een congres. De meesten zullen de tekst niet eens meer kennen, als ze zich de melodie ten minste nog herinneren. Zeker, de tekst is wat archaïsch, maar 'verworpenen der aarde' zijn er nog in ruime mate. Daar was het de socialisten ooit om begonnen.
x

donderdag 29 april 2010

Kampioen

Nederland wordt dit jaar WERELDKAMPIOEN bij het voetballen in Zuid-Afrika. Deze stelling durf ik nu aan na het lezen van een buitengewoon transparant artikel in Trouw. Dat 'transparant' gebruik ik hier niet voor niks. 'Onze jongens' immers gaan spelen in kleding die vervaardigd is van gerecyclede petflessen. Alleen al in een shirt zijn acht van die flessen verwerkt.

Dat recyclen van petflessen is natuurlijk prachtig, goed voor het milieu en zo, maar daar word je geen kampioen mee, althans geen voetbalkampioen. Nee, het gaat om de 'succesvolle' kleurstelling van die sportkleertjes. Bijvoorbeeld: Over de borst van de voetballers loopt een rood-blauwe V, een eerbetoon aan het traditionele tenue dat Nederland tijdens de eerste interland in 1905 droeg. Ik bedoel maar: er is over die kleding heel goed nagedacht. Er is onderzoek gedaan tot in de diepste krochten van ons nationale voetbalarchief.

Ga nu niet denken dat ze bij de KNVB hebben nagedacht. Die heeft dat, in ruil voor een som gelds, overgelaten aan Nike. Oranje voetbalde de afgelopen jaren in een witte broek en werd het wat? Nee, het werd helemaal niks, noppes, nada, zip. Dus voor het komende WK grijpt Nike terug op zwart. (...) Volgens de kledingsponsor van het Nederlands elftal vertoont het tenue veel gelijkenissen met de voor Oranje succesvolle toernooien van 1974 (WK), 1978 (WK) en 2000 (EK). Voor degenen die voetballen maar niks vinden vermeld ik nog maar even dat we in die jaren resp. tweede, tweede en eerste(!) werden. En het meest subtiele komt nog: Aan de zijkant van het shirt en de broek loopt een witte streep.

Wat ik maar zeggen wil: laat de selectie van RKC Waalwijk zich in dat tenue hijsen en ze worden ook wereldkampioen, terwijl bondscoach Van Marwijk tijdens de wedstrijd, genietend van een pilsje, rustig een goed boek ('Soldaat van Oranje') zit te lezen. Die jongens hebben geen advies van de zijlijn nodig. Onze geïnspireerde aanvallers schieten door de defensie van de tegenstanders als een heet mes door de boter. De oranjezwarte defensie staat als een muur van gewapend beton. Het begrip 'zwarte dag' krijgt een heel andere betekenis. (Voor ons, niet voor de tegenstanders.)

O, wacht even. Het artikel in Trouw heeft nog een laatste alinea: Bij wedstrijden in Zuid-Afrika waarbij Nederland als het uitspelende land op het programma staat, dragen de mannen van bondscoach Bert van Marwijk een wit shirt met blauwe broek en witte sokken. Wit, OK! Blauw, OK! En dan? WAAR IS HET ROOD? WAAR IS HET SUBTIELE ORANJE STREEPJE LANGS SHIRT EN BROEK? Zo wordt het toch weer pet. De helft van de wedstrijden gaat verloren in sportkleding die qua kleurstelling tot geen enkele inspiratie en zeker niet tot de wil om te winnen leiden. Is er dan geen enkele andere sponsor te vinden?
x

woensdag 28 april 2010

Kundigheid

In het AD van vandaag lees ik dat een Gelderse recherchekundige een verhoormethode heeft opgezet die succesvol is gebleken bij verdachten met een allochtone (lees: Marokkaanse) achtergrond. Marokkanen zijn moeilijk te ondervragen en ontkennen veel vaker een delict dan Nederlanders, zo concludeerde de Universiteit Groningen eerder. Wat heeft zij bedacht: de ondervrager moet een autoritaire uitstraling hebben. Strak in het pak, niet zelf de verdachte ophalen maar dat laten doen door iemand in vrijetijdskleding en ook koffie laten bezorgen i.p.v. zelf halen. Dat is mooi, dacht ik. Zo gaan deze criminelen toch ook voor de bijl. Handig, dacht ik vervolgens, om dat op de voorpagina van de krant te zetten. Dan weten ze dat ook weer en laten ze zich niet meer in de luren leggen. Of is het de bedoeling van genoemde recherchekundige om aan het werk te blijven. Er moet natuurlijk wel genoeg aanleiding blijven om je kundigheid te demonstreren.

Thriller

Heb je 'Mannen die vrouwen haten' van Stieg Larsson (hierna: het boek) niet gelezen? Dan kun je dit blog verder ongelezen laten, want ik ga er vanuit dat de lezer het kent. (Anders moet ik eerst het hele verhaal uitleggen.)

Ik heb het boek, zoals dat heet, in één adem uitgelezen. Vanuit dat aspect bezien kun je dus zeggen dat het goed geschreven is. Ik ben bovendien de enige niet die deze ervaring met het boek had en het wordt dan ook allerwegen de hemel in geprezen. Ik vond het bovendien aardig omdat ik (ik ben nu eenmaal veel in Zweden geweest) af en toe momenten van herkenning had. Er zijn, denk ik, weinig Nederlanders die bij 'Bastuträsk' (een plaatsje van niks in de binnenlanden van Zweden) denken: goh, daar ben ik een keer van de ene trein op de andere overgestapt. En bij 'Slussen', 'Gamla Stan' en 'Södermalm' kan ik me plaatsen in Stockholm voor de geest halen. Maar een paar dagen geleden gaf ik al te kennen dat er ook wat kritiekpuntjes bij mij leefden. Daar ga ik nu op in.

Het boek heeft twee verhaallijnen (het onderzoek dat Mikael voor Henrik verricht en het conflict Mikael - Wennerström) en twee hoofdpersonen: Mikael en Lisbeth. Mikael is een persoon die je overal zou kunnen tegenkomen, Lisbeth is eigenlijk zeer ongeloofwaardig. Op de lagere school presteerde ze slecht en een vervolgopleiding heeft ze niet of nauwelijks gehad. Nochtans slaagt ze erin voor Dragan rapporten te schrijven die ook taalkundig zeer goed in elkaar zitten. Waar en hoe heeft ze dat schrijven geleerd? Ze wordt min of meer als 'idiot savant' beschreven, al is ze niet verstandelijk gehandicapt. Mikael vermoedt dat ze aan het Syndroom van Asperger lijdt (een lichte vorm van autisme). Ze is contactgestoord (of heeft minimaal bindingsangst) zonder dat daarvoor een duidelijke verklaring wordt gegeven. Het is van daaruit wel weer verklaarbaar dat ze alles weet van computers en internet en zichzelf de beste hacker in Zweden noemt. Dicht tegen het eind van het boek blijkt ze ook over een fotografisch geheugen te beschikken. De wetenschappelijke meningen daarover zijn verdeeld, maar Lisbeths gave wordt in het boek wel heel sterk aangedikt.

De uitgebreide familie Vanger kent maar weinig normale personen en normale onderlinge relaties. In iedere familie heb je wel eens wat, maar deze familie heeft heel wat: diverse non-valeurs, nazisympathisanten en maar liefst twee seriemoordenaars (vader die zijn zoon 'opleidt'), die ook nog eens een incestueuze relatie met elkaar en hun dochter/zuster hebben. 

De 'ontknoping' van de eerste verhaallijn is, binnen de verhaallijn, niet onlogisch, maar toch wat 'gezocht'. Martin wordt van het ene moment op het andere van een niet-onsympathieke man een geperverteerde seriemoordenaar. Lisbeth verschijnt als deus ex machina om te voorkomen dat ook Mikael door Martin vermoord wordt. Harriët blijkt haar vader (om overigens begrijpelijke redenen) vermoord te hebben en een gelukkig en succesvol bestaan in Australië te hebben opgebouwd.

De tweede verhaallijn wordt wel heel snel afgewikkeld, om niet te zeggen: afgeraffeld. Lisbeth ontwart het malafide concern van Wennerström, blijkt over acteer- en vermommingskunsten te beschikken  en richt, dankzij haar hackerscapaciteiten, het concern en daarmee de reputatie van Wennerström in enkele weken te gronde. Het enige wat nog ontbreekt is dat Mikael en Lisbeth elkaar op de laatste bladzijde met betraande ogen in de armen sluiten.

Die tweede verhaallijn is compleet overbodig. Hij wordt gebruikt om Mikael een tijdje als journalist op 'non-actief' te stellen, zodat hij de opdracht van Henrik kan aanvaarden. Hij had ook een sabbatical kunnen opnemen. Misschien dat in de delen II en III een en ander duidelijk wordt, maar dat is dan een zwaktebod.

Kortom: een spannend geschreven verhaal, met evenveel onwaarschijnlijkheden als het eerste het beste verhaal van Robert Ludlum. Het zou aan kracht gewonnen hebben als de grootste onwaarschijnlijkheden en overbodige elementen eruit gehaald zouden zijn.
X

dinsdag 27 april 2010

Slank

Hoeveel succesformules hebben we intussen al gehad? Ik heb het over (boeken over) afslanken, althans over gewichtsverlies, want teveel is niet goed. Bij 'Radar' zag ik gisteren het nieuwste boek: "Gezond slank met dr. Frank". Dr. Frank (van Berkum) was er zelf ook. Bij de (voor)aankondiging dacht ik dat dat "dr." een soort grap was, maar Frank is een echte dokter, internist zelfs. En er zijn inmiddels 200.000 exemplaren van zijn boek verkocht. Zoals altijd ligt er een eenvoudig principe aan zijn idee ten grondslag: geen koolhydraten, wel eiwitten. En zoals altijd gaan mensen het uitproberen. Ze vallen af. Joepie! Maar na de zoveelste keer 'courgette met hüttenkäse uit de oven' als ontbijt denk je toch: een bruine boterham is toch wel weer eens lekker. Een reep chocola ook. En een patatje met. Dat hele dieet van Frank komt er op neer dat je veel minder calorieën naar binnen werkt dan je gewend was en ondertussen denkt dat je verantwoord eet.

Kijk, dat iemand een extra centje wil verdienen door het zoveelste boek over afslanken te schrijven, Sonja Bakker bijvoorbeeld, dat begrijp ik nog wel. Succes is bijna gegarandeerd. Ik twijfel echter als een toch al riant verdienende internist zich met zoiets inlaat en dan ook nog eens misbruik maakt van zijn status als arts. "Die man moet het toch weten?" Als ik in Twente zou wonen, waar Frank praktiseert, en ik zou een verwijskaart krijgen voor een internist, zou ik alles doen om een consult bij Frank te vermijden. Ik vertrouw die man voor geen cent.
X