zaterdag 16 mei 2020

MAATREGELEN

Gisterochtend ging ik naar de kapper, met  de rollator en dus met de taxi van het Aanvullend Openbaar vervoer. (Ik ga nog steeds naar de kapper vlakbij mijn vorige woning.)

De aangepaste regels voor het AOV zijn simpel, niet meer dan één cliënt per auto/busje. Ook voor de chauffeurs zullen er (gedrags)regels zijn, mam ik aan. De chauffeur op de heenweg bevestigde die aanname. Mondkapje dragend en de handgrepen van mijn rollator werden schoongemaakt, voordat die werd opgepakt en in de auto werd gezet.
 
De chauffeur van de terugweg deed wat relaxter. Geen mondkapje en hij pakte zonder enig schoonmaken mijn rollator op.

Ik vond dat ongelijke gedrag wat vreemd, dus ik belde maar eens met de klantenservice van de RMC, het bedrijf dat in Amsterdam het Aanvullend Openbaar Vervoer uitvoert. Wat bleek? Ik had mazzel gehad dat mijn rollator in de taxi geladen werd. De chauffeurs mogen niets aanraken van spullen van de cliënt. Niet de rollator, niet de scootmobiel, niet de bagage.

Ik merk nog wel eens dat de chauffeurs niet zonder enige moeite de rollator in de achterbak plaatsen. Zij hebben er ervaring mee en ik ben de onhandigheid in persoon. Als autoloze heb ik überhaupt nog nooit iets in de achterbak van een auto geplaatst, dus ik ben benieuwd hoe dat een volgende keer gaat.

"Hoe gaat het dan met de scootmobiel?" vroeg ik. "U rijdt uw scootmobiel op de lift. Die gaat naar boven en u rijdt de taxi in." Simpel toch? Ja, alleen vóór de coronacrisis was het verboden op je scootmobiel te blijven zitten als die met de lift omhoog ging. Dat leverde teveel risico op, want daarbij had al eens een dodelijk ongeluk plaats gehad. Ik ben wel eens één of twee keer op de scootmobiel blijven zitten als die omhoog ging. Dat vond ik al redelijk eng. Achteruit die lift op rijden heb ik nog nooit gedaan. Ik weet wat voor brokkenmaker ik ben.

vrijdag 15 mei 2020

VAKANTIE

Boukje en ik hadden altijd 'actieve' vakanties. Veertien dagen aan een strand liggen was niet ons ding. We wandelden met rugzak van camping naar camping, we wandelden in Schotland en Wales, maar we wandelden vaak in Zweeds Lapland, vooral  in het nationale park Sarek, dat wel 'de laatste wildernis van Europa' genoemd wordt.

Er zijn in Noord-Zweden twee aangeven wandelroutes: Kungsleden (Koningsweg) en Padjelantaleden.(Padjelanta is een nationaal park grenzend aan Sarek). Langs de routes staan hutten, waarin allerlei keukenmateraai  is, hokken waarin je kleding kunt drogen en uiteraard bedden. Als de route je bij een rivier brengt, ligt daar vaak een brug.

In Sarek vind je al dat soort 'luxe' niet. Geen routes, geen hutten. Als je naar de andere kant van de rivier wil, dan loop je er maar doorheen. Geen sinecure, want het water is ijskoud en de ondergrond zijn losliggende stenen. Je route bepaal je aan de hand van kaart en kompas.

Het aantrekkelijke van Sarek is dat het door de totale afwezigheid van wat voor voorzieningen dan ook geen massa's toeristen aantrekt. Je kunt er dagen lopen zonder anderen tegen te komen. Je hebt alleen met elkaar te maken. Juist in vakanties worden nog wel eens ruzies uitgevochten, omdat je ineens hele dagen op elkaars lip zit. Daar hebben wij nooit las van gehad.

Omdat Boukje het doorwaden van rivieren steeds enger ging  vinden, besloten we in onze vakanties te gaan fietsen. We fietsten in Yorkshire,  Surrey, Kent en Cornwall. We fietsten in Ierland en Midden-Zweden en uiteindelijk in de Rocky Mountains.

Het waren allemaal geweldige vakanties, maar de mooiste vakantie was twee weken op het Griekse eiland Karpathos in 1994. In juni dat jaar was bij Boukje een oogmelanoom vastgesteld. Bij melanoom wordt vaak gedacht aan huidmelanoom, een oogmelanoom komt niet veel voor, in Nederland bij ongeveer 220 mensen per jaar. De enig mogelijke therapie bij Boukje was het verwijderen van het hele oog. Na een aantal weken kreeg ze een kunstoog. Boukje zelf deed daar nooit moeilijk over, "want", zei ze, "ik heb nog een oog." Er was ons overigens verteld dat de kans op uitzaaiingen gering was. Tot 14 mei 1996 hebben we ons daarom nooit zorgen gemaakt.

We verbleven in een appartement met uitzicht over de stad. We deden niets bijzonders en elke dag hetzelfde. Voor het ontbijt daalden wij af naar een terrasje bij de haven. Daarna liepen we naar en strandje, waar we een strandstoel in beslag namen en gingen lezen. Af en toe gingen we even het water in.

We lunchten altijd op een terras vlak bij het strand: een niet te groot hapje, een glaasje retsina,een cappuccino. Er werd contant muziek gedraaid van  Maria Farantouri, de  'huiszangeres' van Mikis Theodorakis.



(Los Libertadoras is een deel van Canto General, muziek van Theodorakis op teksten van Pablo Neruda.)

Na de lunch gingen we weer even naar het strandje om verder te lezen. In de loop van de middag gingen we terug naar het appartement. Rond zes uur gingen we naar een restaurant bij de haven. Elke avond hetzelfde restaurant. Het eten was daar goed en betaalbaar. Waarom zou je dan elke dag weer naar een ander restaurant zoeken? Na een paar dagen kregen we een handje als we binnenkwamen. Ook daar besproeiden we de maaltijd met retsina.

Dat lijkt zeker meer op een nogal saaie vakantie dan op de mooiste vakantie van ons leven. Dat was het, omdat meer nog dan in het stille Sarek, we ons door de gebeurtenissen van de voorafgaande zomer meer nog dan voorheen met elkaar verbonden voelden. Als ik daar aan terugdenk voel ik dat nog altijd.


donderdag 14 mei 2020

NABESTAANDE

De afgelopen dagen werden twee rampen in herinnering gebracht'. Twintig jaar geleden was  er de vuurwerkramp in Enschede. Tien jaar gelden stortte een vliegtuig neer in Libië, waar bij ook een aantal Nederlanders omkwam. Er vinden herdenkingen plaats en er  wordt met nabestaanden gesproken.

Ik kan me heel goed voorstellen dat het een verschrikkelijke ervaring is van het ene op het andere moment een geliefde te moeten missen. Ik begrijp ook wel dat contact met andere nabestaanden van dezelfde ramp een belangrijke steun kan zijn. Maar ik begrijp nooit helemaal goed waarom ik daar  via de media ook bij betrokken wordt.

Het is vandaag 14 mei, een datum die in mijn geheugen gegrift staat. Het is vandaag precies 24 jaar geleden dat Boukje, volkomen onverwacht te horen kreeg niet alleen dat ze kanker had, maar dat het terminaal was. Ze had niet lang meer te leven. Ze moest niet in jaren denken, maar hooguit in maanden.

Ik was niet met haar meegegaan naar  het ziekenhuis, omdat we helemaal niet zo'n uitslag verwachten van een, naar wij dachten, eenvoudig bloedonderzoek in her AZL (nu LUMC) in Leiden. Achteraf heb ik me bedacht dat het vreselijk voor haar geweest moet zijn alleen met trein en tram naar huis te gaan, waar ze mij moest vertellen, dat we niet veel langer samen zouden zijn.

Ik zat thuis op haar te wachten, ik vermoed met een pilsje bij de hand. Het werd later dan ik verwachtte. Toen ik haar hoorde in de hal, hoorde ik, voelde ik, dat er iets mis was. Ik ging naar haar toe. Ze stond te huilen. "Ik ga dood", zei ze. Ze zal nog wel wat meer gezegd hebben, maar dat herinner ik me niet meer. We stonden een tijdje samen te huilen en we huilden verder op de bank waar ze het hele verhaal vertelde.

Zoals ik hierboven al schreef, ik kan me heel goed voorstellen dat het een verschrikkelijke ervaring is van het ene op het andere moment een geliefde te moeten missen. Maar is dat erger dan volkomen onverwacht te horen krijgen dat je grote liefde op korte termijn uit je leven zal verdwijnen? Ik wens het niemand toe naar een aangekondigde dood te moeten toeleven.

Uiteindelijk had Boukje nog 11 weken te leven. Ik heb haar nooit meer bewonderd dan toen. Van nature kon ze zich vaak zorgen maken over dingen die naar mijn oordeel niet zo vreselijk belangrijk waren. Gedurende die 11 weken heeft ze nooit geklaagd in de zin van 'Waarom moet mij dit overkomen?' Ze accepteerde wat niet te veranderen was. Ze had geen bucketlist, nog even gauw dingen  doen waar ze nooit aan toegekomen was. Bij haar crematie heb ik o.a.gezegd: "Het klopt niet helemaal wat ik zeg, maar ik zeg het toch maar: de laatste twee maanden van haar leven waren, ondanks haar ziekte, voor Boukje onvergetelijk. Niet eens zo zeer om de dingen die ze deed: een dagje naar de Efteling, een middagje in een tuin, een wandeling hier vlakbij, een dagje op de boot, iets drinken op een terras in Kijkduin, een bezoekje aan een museum of galerie, een telefoongesprek of gewoon thuis of bij anderen wat praten. Voor Boukje werden al die dingen pas echt waardevol, als ze die kon doen samen met iemand van wie ze hield of die ze gewoon aardig vond. Ze wilde niet in haar eentje genieten of verdriet hebben, maar haar ervaringen, positieve en negatieve, met anderen delen. Ze vond het altijd jammer als ik niet toe kwam aan het lezen van een boek dat zij mooi vond. Dat was ook weer geen ramp, want er was altijd wel iemand anders die het gelezen had, of die graag met haar dezelfde film wilde zien, of naar hetzelfde museum wilde, of ook gewoon wilde winkelen.

Dit is Boukje ongeveer drie jaar voor haar overlijden.

Er is nog veel meer naar boven gekomen vandaag. Daarover schrijf ik morgen.


woensdag 13 mei 2020

PANIEK

Ieder land heeft zo zijn eigen problemen t.g.v. COVID-19. Kop in het AD:
Paniek in de VS: de hamburgers raken op
Amerikaanse fastfoodketens en supermarkten kampen met een tekort aan hamburgers en steaks. Gedurende het hele barbecueseizoen dreigt er te weinig vlees te zijn. (...) Geen volk ter wereld eet zo veel vlees als de Amerikanen, die elk gemiddeld 120 kilo per jaar verorberen. Wij gebruiken zo'n 77 kilo per jaar, maar dat is inclusie been, vet en zwoerd.

Zijn er ineens minder koeien in de VS? Die zijn toch geen slachtoffers van corona? Nee hoor. Trump wil dan wel een muur bouwen om immigranten tegen ter houden, maar zonder die immigranten is er lang niet genoeg vlees voor de barbecue. De tekorten zijn ontstaan vanwege het grote aantal coronabesmettingen onder het personeel van slachterijen. Meer dan twintig grote vleesverwerkingsfabrieken moesten in de afgelopen maanden sluiten vanwege zieken. De veelal laagbetaalde immigranten die aan de lopende band staan, werken schouder aan schouder, en klagen over gebrek aan bescherming. Ze blijven vaak komen als ze zich niet goed voelen, omdat ze vrezen inkomen te verliezen. (Onderstreping toegevoegd.)

Met een beroep op een oude oorlogswet heeft president Trump de vleesverwerkers opgedragen te blijven draaien. Dat beperkt de mogelijkheden om de bedrijven aansprakelijk te houden als werknemers ziek worden of overlijden. Maar om afstand te kunnen houden tijdens het werk, draaien veel slachters nu op halve kracht. Trump wil dat de vleesfabrikanten hun productie opschroeven. In een gezamenlijke persconferentie met zijn minister van Landbouw zei hij vorige week: ,,Je moet ze pushen, push ze nog meer."

Ik hoor Joe Biden tijdens een TV-debat zeggen 'Je was niet eens in staat voldoende vlees op de barbecues te krijgen.' Het slaat natuurlijk nergens op, maar alle wat slecht gaat in het land is nu eenmaal de schuld van de tegenstander.


dinsdag 12 mei 2020

CORONAVRIJ

Ja, velen zullen dit jaar niet naar een vakantie in het buitenland gaan. Maar voor wie per se toch naar zonniger oorden wil vertrekken is er toch nog een kans. Corendon, lees ik in het liveblog van de Volkskrant, biedt Coronavrije reizen aan.

Klanten van Corendon worden vanaf die datum vlak voor hun vlucht getest op het coronavirus, op een testlocatie vlakbij Schiphol, voor 50 euro per persoon. Hiernaast voert de touroperator extra maatregelen in voor de transfer naar de luchthaven, het inchecken, de vlucht en de transfer naar het all-inclusive hotel om het besmettingsgevaar te minimaliseren. Zo hoopt Corendon een veilige vakantie te organiseren zonder verplichte mondkapjes of 1,5 meter afstand. ‘Dat is voor ons geen vakantie,’ aldus topman Steven van der Heijden van de reisorganisatie. ‘Wij willen dat onze klanten zich vrij en zorgeloos kunnen bewegen.’

De voorwaarde: gasten mogen het hotel niet verlaten. Anders kan Corendon niet meer garant staan voor hun veiligheid. De touroperator hoopt dat klanten dat accepteren in ruil voor een ‘onbezorgde’ vakantie. De eerste Coronavrije vakantie gaat naar Anrtalya.

Een reis met mondkapjes en op anderhalve meter afstand is dus volgens Corendon geen vakantie.
Nu zou ik, zelfs onder de beste omstandigheden, niet doodgevonden  willen worden in Antalya, maar los daarvan: hoe veel vakantie is het eigenlijk om een week of tien dagen opgesloten te zitten in een hotel?

In de komende weken overlegt de organisatie met de autoriteiten op andere bestemmingen om ook daar vakanties te kunnen aanbieden, waaronder Ibiza en Curaçao, Sardinië en Sicilië. Live it up!

maandag 11 mei 2020

POSITIEF

COVID-19 heeft ook wel wat positieve kanten, althans kanten die ik positief vind. 'We' hebben geleerd dat thuiswerken een optie is ook voor het post-coronatokdperk. We hoeven onze vakantie niet per se aan een warme kust door te brengen. Nederland heeft ook heel mooie gebieden, misschien wel vlak bij waar je woont en per fiets te bereiken en doorkruisen. (Amsterdammers raad ik het Waterland aan, het groene Amsterdam-Noord. Vanuit Buitenveldert aan de zuidkant ben je er op de fiets in een uur.)

Dat ik het ook over fietsen heb is niet helemaal toevallig. Als alles doorgaat krijgen fietsers veel meer ruimte in Amsterdam. Het Parool schrijft schrijft daarover. Fietsers naar de rijbaan, voetgangers naar de fietspaden én de maximumsnelheid wordt teruggebracht van 50 naar 30 kilometer. Rustige straten worden wellicht zelfs afgesloten voor ál het autoverkeer.

Het zijn maar enkele van de maatregelen die Amsterdam neemt om de stad aan te passen aan de 1,5 metersamenleving: voetgangers en fietsers krijgen ineens enorm veel meer vierkante meters ter beschikking.

Ik ben bang dat heel veel autobezitters nogal negatief zullen reageren op deze maatregelen. Met een snelheid van 30 km/u door de stad kruipen en ze pakken ook nog een deel van 'onze' weg af. De term 'automobilistje pesten' zal weer luid klinken. Ik ivnd het niet zo'n slecht idee de stad terug te geven aan de bewoners die zich er niet zo snel doorheen behoeven te geven.

O ja, we zijn allemaal reuzeblij dat de regels versoepeld worden. Dat waren ze in Korea ook, maar intussen zijn de regels al weer verscherpt. Wat mij betreft mag die versoepeling nog wel wat later.



zondag 10 mei 2020

WETGEVING

Afgelopen vrijdag schreef ik hier: Binnenkort zijn we verplicht in het openbaar vervoer te doen wat tot nu toe verboden is, gezichtsbedekking dragen. Daar voegde ik de vraag aan toe of een niqab ook zou mogen.

Ik had het niet als een serieuze vraag beschouwd, maar uit een artikel in Trouw blijkt dat ik toch wel een serieus onderwerp had aangesneden. De neus is niet te zien, sproeten en snorren zijn verholen en een glimlach is onmerkbaar. Wie een mondkapje op heeft, is lastig te herkennen. Enkel een paar ogen verraadt de identiteit van de drager, kenmerkende gelaatstrekken zitten verstopt achter een stuk stof. Net als bij nikabs eigenlijk, die sinds augustus niet meer gedragen mogen worden op verschillende publieke plekken. Botst het nieuwe gebod op mondkapjes in het openbaar vervoer met het ‘boerkaverbod’?  Die vraag leggen we voor aan Herman Bröring, hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Die vindt het een interessante vergelijking. En hij erkent dat de beslissing om mondkapjes per 1 juni te verplichten in trein, tram en metro op gespannen voet staat met de ‘wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’.

Dat is bepaald niet niks. De regering stelt een regeling in werking die op gespannen voet staat met de wet. Bröring ziet wel raad. “In de wet is een voorziening opgenomen, een uitzondering. Als de gezichtsbedekkende kleding noodzakelijk is ter bescherming van het lichaam in verband met de gezondheid of de veiligheid, dan mag die wel gedragen worden op die plekken. De mondkapjes vallen daar natuurlijk onder.” Maar beschermt het mondkapje wel? RIVM-directeur Jaap van Dissel zal die vraag niet met een hartgrondig 'ja' beantwoorden.

We halen er nog een hoogleraar bij, Jerfi Uzman, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Utrecht. “Als Rutte had aangekondigd dat we verplicht pindakaas moesten eten, lag dat anders. Dat draagt overduidelijk geen jota bij aan de bestrijding van corona. Maar het nut van mondkapjes is schimmiger. Veel landen verplichten het dragen van maskers, het RIVM is kritisch maar sluit het niet uit, sommige wetenschappers denken dat ze helpen.” (...) De opgeworpen vraag toont juist aan dat het boerkaverbod juridisch onhoudbaar is, voorkomt uit symboolpolitiek.”

Dan hebben we ook nog de Familie Arslan, die een advocatenkantoor heeft in Den Haag  'Die hield zich jarenlang bezig met het boerkaverbod. “Het is natuurlijk een barre tijd, maar dit vind ik toch wel hilarisch. Járen en járen heeft het geduurd voor de wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding werd aangenomen. Nu is-ie nog geen jaar van kracht en snijdt de overheid zichzelf in de vingers door de verplichting van mondkapjes. Ik denk namelijk wel dat het gebod in strijd is met de wetgeving.”

Ik heb nog geen mondkapje en voorlopig zal ik dat ook niet aanschaffen