Voor ons stadskinderen was ook heel bijzonder de smederij in de straat tegenover het huis van kleine oma. Dat had niets met 'oude ambachten' te maken. Dat was nog een alledaags bedrijf, waar paarden beslagen werden. Er zal wel meer gesmeed zijn, maar dat paarden beslaan vonden we wel het spannendst.
Reizen kort na de oorlog was geen sinecure, want de treinenloop was nog lang niet geheel op orde. Het zal in '46 of '47 geweest zijn dat we, tegen betaling, met een verhuiswagen mee konden rijden, achterin, tussen de meubels. Ergens in de buurt van Zwolle hield de verhuiswagen het voor gezien. Na enig wachten konden we de reis vervolgen in een (lege) veewagen. De terugweg werd toen afgelegd met de boot van Kampen naar Amsterdam. Dat was geen bootdienst. De eigenaar/schipper was een broer van een oom. Het enige dat ik mij nog van die bootreis herinner was dat ik zeeziek was. Sindsdien ben ik nooit een enthousiast watersporter geworden.
In 1949 gingen wij voor het eerst 'echt' op vakantie, naar Wapenveld op de oostelijke rand van de Veluwe, tussen Heerde en Hattem. Bungalowparken waren toen nog dun gezaaid, dus je huurde een deel van het huis van mensen die daar woonden. De reis erheen was een belevenis op zich. De Flevopolder bestond nog niet en er was een geregelde bootdienst tussen Amsterdam en Harderwijk, waarbij je de fiets kon meenemen. Wij gingen altijd met de 'Kasteel Staverden', want die had ook een filmkabine, waar tekenfilms en films van 'de dikke en de dunne' en Chaplin vertoond werden, een aangename onderbreking van de drie uur durende tocht. Van Harderwijk naar Wapenveld fietsten we. Alle bagage was al van tevoren in een hutkoffer naar Wapenveld verstuurd. Die vakanties waren de enige gelegenheden waarbij mijn moeder ook fietste. Toen ze medio dertiger jaren naar Amsterdam kwam vond ze het daar al te druk en gevaarlijk om te fietsen. Dat zegt ook iets over de toenmalige 'drukte' in Meppel.
Fietsen was de meest voorkomende dagbesteding gedurende die vakanties. Boterhammen en flessen limonade gingen mee. Pas jaren later heb ik me gerealiseerd dat het voor mijn moeder nauwelijks vakanties waren. Voor haar was het enige verschil met thuis dat ze twee weken lang niet de was deed. Voor de rest was voor haar ongeveer alles hetzelfde. We hebben ons één keer nuttig gemaakt door een naburige boer te assisteren bij het verwijderen van (larven van) coloradokevers, die in korte tijd een heel aardappelveld naar de filistijnen konden helpen.
x
