zaterdag 19 juni 2010

Ontslagen

Wanneer je vanmiddag naar het voetballen kijkt, denk dan ook even aan de stewards, die waren ingehuurd om alles in goede banen te lijnen. De inhuurder is een particulier veiligheidsbedrijf, Stallion Security. De stewards zouden volgens de Volkskrant zo'n 150 euro per wedstrijddag verdienen. Het door de FIFA aangestelde beveiligingsbedrijf zou de voor drie maanden aangestelde bewakers hebben afgescheept met een dagvergoeding van 190 rand, niet meer dan 19 euro. De stewards gingen in staking en demonstreerden. De politie schoot met rubberen kogels en nam de taken van de stewards over. Gaat het beveiligingsbedrijf nu de inzet van 1000 politiemensen extra betalen?

Voor het binnenhalen van mega-evenementen wordt altijd als 'excuus' gebruikt dat er wel veel geld in wordt geïnvesteerd, maar dat wordt uiteindelijk - met winst - wel terugverdiend. Ga dat maar aan die stewards vertellen, die inmiddels ontslagen zijn. Ga dat vertellen aan de inwoners van Durban die zich afvroegen waarom de gemeente Durban zonodig 300 miljoen euro in het rood wilde staan om een stadion te bouwen, terwijl de bevolking schreeuwt om betaalbare huizen met stromend water en elektriciteit.

De FIFA, de overheden en de tv zullen er alles aan doen om die rellende stewards zo veel mogelijk buiten beeld te houden, want het WK is toch ÉÉN GROOT FEEST voor ons allemaal? Zolang je geen Zuid-Afrikaan bent die in een township woont tenminste.
x

vrijdag 18 juni 2010

Jeugd (3)

Terugdenkend aan mijn jeugd, kan ik natuurlijk niet voorbijgaan aan het geloof en de kerk. Ik kom uit een orthodox gereformeerd gezin. Dat betekende in de eerste plaats, zodra ik oud genoeg was, tweemaal per zondag naar de kerk. Eerste Kerstdag werd als zondag beschouwd, dus ook twee maal naar de kerk; op Tweede Kerstdag was één keer genoeg. Het komt niet zo vaak voor, maar als Eerste en Tweede Kerstdag op vrijdag en zaterdag vielen, gingen we dus in drie dagen vijf keer naar de kerk.

Slechts weinig dominees waren goede sprekers en de inhoud van de preek ging hoe dan ook, zeker in de beginjaren, geheel aan mij voorbij. In Amsterdam had je dan nog het voordeel, dat je niet elke zondag dezelfde dominee op de preekstoel had. Een preek duurde al gauw drie kwartier en werd onderbroken door een 'tussenzang'. Wij kregen altijd drie pepermuntjes mee, die voor enige opvrolijking moesten zorgen. Er werd drie maal gecollecteerd: twee maal tijdens de dienst, onder het zingen van een psalm, en bij de uitgang. Daarna kwam dan nog het 'offerblok'. Het geld daarin was voor de evangelisatie. We kregen altijd drie dubbeltjes en een stuiver mee.

De rest van de zondag was ook niet altijd even boeiend. Wanneer het redelijk weer was mocht je de deur uit, maar veel meer dan wandelen kon er niet gedaan worden. De Here God scheen fietsen op zondag niet te kunnen waarderen. Een ijsje kopen als het warm was kon ook niet, want dan liet je een ander op de dag des Heren werken. Om dezelfde reden was gebruik van het openbaar vervoer op zondag verboden. (De kerk lag gelukkig op slechts een paar honderd meter afstand.)

Met film lag het in die tijd (in onze kring dan) wat merkwaardig. Naar de bioscoop mochten we niet, behalve naar de Cineac in de Reguliersbreestraat. Daar had je doorlopende voorstellingen van ongeveer een uur, bestaande uit nieuwsfilms, een documentaire en meestal een tekenfilm. Maar naar een speelfilm kijken was verkeerd. Dat was weer niet verkeerd als er, wat af en toe gebeurde, een speelfilm werd gedraaid in de aula van de kerk. Kennelijk had de omgeving een zuiverende werking. De allereerste speelfilm die ik met toestemming van mijn ouders in de bioscoop (Alhambra, die bestaat niet meer) heb gezien had Maarten Luther als hoofdpersoon. Dat onderwerp maakte het toch wat dubieuze karakter van medium en vertoningsplek weer helemaal goed. Rond die tijd (1953) ben ik met mijn oudste broer voor het eerst stiekem naar een bioscoop gegaan: de Cineac op het Damrak (nu al jaren een speelhal). Het was op een Koninginnedag en in de drukte konden we wel onopgemerkt blijven. Het was een avonturenfilm die in Alaska speelde, met veel wildwaterkanoën dus. Niet veel later ben ik nog eens met een vriend op zondag i.p.v. naar de kerk naar de bioscoop gegaan. Met kloppend hart, dat wel. Rond de tijd dat ik een jaar of zestien, zeventien was begon bioscoopbezoek (op weekdagen) langzamerhand geaccepteerd te worden.

Kaartspelen (met 'het prentenboek van de duivel') lag heel genuanceerd. Door de week kon het, maar op zondag kon je dan wel vier heren in de hand hebben, maar die vijfde Heer zag dat toch liever niet. Kwartetten kon en ook 'Stap op' was geen enkel probleem. Ganzenbord, Halma en 'Mens erger je niet' konden zonder meer door welke goddelijke beugel dan ook.

Aan één onderdeel van het toenmalige gereformeerde leven heb ik veel te danken: de 'Jongelingsvereniging op gereformeerde grondslag', kortweg JV op GG. Je was lid van je zestiende tot rondweg je vijfentwintigste. Het was een soort studie- en debatclubje, dat wekelijks in een van de kerkzaaltjes bij elkaar kwam. Voor de pauze werd een bijbels onderwerp, na een 'inleiding' door één van de leden, besproken en bediscussieerd, na de pauze een seculier onderwerp. Ik heb daar geleerd te discussiëren, standpunten in te nemen en te verdedigen en andere standpunten te ontkrachten. Diverse van mijn huidige vrienden waren lid van dezelfde club. Die was, voor die tijd en omgeving, behoorlijk progressief van aard: wij gingen na afloop, rond 22.00 uur, naar de kroeg. Daar werd om ons heen schande van gesproken. Niet door mijn ouders overigens: als we maar vóór middernacht (dan begon de zondag) de kroeg verlieten.

Voor de goede orde: ik kijk zonder enig gevoel van frustratie of wrok terug op mijn gereformeerde opvoeding. De belangrijkste oorzaak daarvan is dat ik noch thuis, noch op de christelijke scholen die ik bezocht, op mijn vragen en/of meningen werd afgescheept met: "Dat is zo. Mond dicht verder." Ik werd niet bestraft, men probeerde mij het nodige uit te leggen. Het was rechtlijnig (en dat ben ik ook nog steeds), maar niet fundamentalistisch. Over dat laatste heb ik elders wat geschreven.
x
x

donderdag 17 juni 2010

Negeren

De communis opinio schijnt te zijn dat de PVV na haar verkiezingsoverwinning niet meer te negeren is. Zij ging van 9 naar 24 zetels, niet niks. Volgens Trouw is de onvrede onder grote groepen kiezers nu inmiddels manifest en het wordt de hoogste tijd dat ook die groepen zich vertegenwoordigd weten in het landsbestuur. Wellicht mag ik er even op wijzen dat in 2006 de SP van 9 naar 25 zetels ging en vervolgens welbewust buiten de coalitie is gehouden.

Er wordt nu gezegd dat de PVV een democratische partij is. Dat behoeft enige nuancering. De PVV is om te beginnen geen partij: het is één man met een wat onduidelijke achterban. Die man en 23 medestanders zijn langs democratische weg lid van de Tweede Kamer geworden. Dat zegt mij nog niets. Voor alle duidelijkheid: ik zet Geert Wilders zeer nadrukkelijk niet op één lijn met Adolf Hitler; ik zet de PVV niet op één lijn met de NSDAP. Maar de NSDAP werd langs democratische weg in 1932 de grootste partij in de Duitse Bondsdag. Zij had daarin geen meerderheid, maar werd helaas niet genegeerd.

Er zijn in Nederland 1.859.315 niet-westerse allochtonen (volwassenen en kinderen; bron: CBS). Er waren op 9 juni 1.447.735 PVV-stemmers (uitsluitend volwassenen; bron: Kiesraad). Dat zijn getallen om leuke sommetjes mee te maken.

75% van de het aantal Tweede Kamerleden van de PVV komt uit de Randstad. De provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Gelderland, Zeeland en Noord-Brabant zijn in het geheel niet 'vertegenwoordigd' in de PVV-fractie. Die fractie is bepaald geen dwarsdoorsnede van de bevolking.

Die 15,45% van de bevolking heeft, bij mijn weten, op wat 'kreten' na geen al te duidelijk beeld van hoe de politiek er de komende jaren uit zou moeten zien. Van mij mag je die rustig negeren.
x

woensdag 16 juni 2010

Vrijgelaten

Gelukkig! De twee Nederlandse vrouwen die in Zuid-Afrika in het gevang zaten, omdat ze in een oranje jurk, verschaft door Bavaria, de voetbalwedstrijd Nederland - Denemarken bijwoonden (met nog een aantal Zuid-Afrikaanse vrouwen in zo'n jurk) zijn op borgtocht vrijgelaten.

Er wordt in Zuid-Afrika niet gevoetbald om 'de eer', of omdat het leuk kan zijn om naar te kijken, maar om (o.a.) meer Budweiser (Amerikaans bier) te verkopen. Zuid-Afrika voerde in de aanloop naar het WK speciale wetgeving in op last van de wereldvoetbalbond FIFA. (Onderstreping toegevoegd.) Aldus de Volkskrant. De dames overtraden de wet door voor een ander biermerk reclame te maken.

Hoe ver zijn we afgezakt als we een sportbond om puur commerciële redenen wetgeving laten afdwingen? Blogvriend Gerbie schreef afgelopen zondag dit: "De dames die nu naast het stadion kip zitten te bakken in een olieton worden weggejaagd omdat er officiële sponsors zijn die hun fastfood moeten verkopen. De minibusjes die ladingen voetbalfans van stad naar stadion en andersom vervoeren, worden vervangen door officiële bussen en formele transfertijden. De souvenirverkopers worden in het stadion geweigerd, omdat er een fanshop is gebouwd in de catacomben van het stadion zelf." De inkomsten van Coca-Cola en McDonald zijn belangrijker dan de inkomsten van de bewoners van Soweto. Leuk hè, zo'n WK-voetbal?
x

Jeugd (2)

Tegenwoordig heet het 'scouting', vroeger heette het gewoon padvinderij. Die werd uitgevonden door Lord Baden Powell, die ook het concentratiekamp heeft uitgevonden en tijdens de Boerenoorlog in Zuid-Afrika heeft geïntroduceerd. Net als mijn oudste broer ging ik bij de padvinderij. We waren lid van een christelijke padvindersgroep, de Impeesa's. (Dat was een bijnaam die Baden Powell in Afrika kreeg en die iets van hyena betekent.) Bij de padvinderij heb ik zulke belangrijke zaken geleerd als het leggen van de platte knoop, de schootsteek en de mastworp.  Tot mijn niet geringe verbazing heb ik ooit het insigne 'handige jongen' weten te behalen. Mijn leiderscapaciteiten kwamen tot uitdrukking in mijn benoeming tot helper en later gids bij de welpen en assistent-patrouilleleider en patrouilleleider bij de verkenners, waar je ook zo'n leipe hoed mocht dragen.

Nog bij de welpen heb ik mijn eerste vakantie beleefd zonder mijn ouders. Wij verbleven op een boerderij in Den Ham, een gehucht in de buurt van Ommen. De boerin was nog nooit verder van huis geweest dan Ommen, de boer was wel eens in het verre Zwolle geweest. Het water kwam uit een put of uit een pomp, want de waterleiding had Den Ham nog niet bereikt. Het water uit de put was wat bruinig (vanwege het in de grond aanwezige ijzeroer), maar drinkbaar, tot een van mijn medewelpen een stuk zeep in de put liet vallen. Wij sliepen op een houten verhoging in de deel, waarop een laag stro was aangebracht. Voor het slapen gaan las de akela voor uit 'Peerke en zijn kameraden' van W.G. van de Hulst, een veelgelezen auteur in calvinistische kringen. Het was een heel zielig verhaal want Peerke gaat dood aan de tering.

Bij de verkenners heb ik leren kamperen, In Hoenderloo. Dat was nog echt kamperen. Haringen waren van hout en moesten met een hamer de grond in geslagen worden. Tenten hadden toen nog geen vast grondzeil. De gevolgen daarvan werden reeds de eerste nacht duidelijk: het regende en het water stroomde aan de ene kant van de tent naar binnen en aan de andere kant naar buiten. Ik heb toen een wijze les geleerd voor mijn vele kampeertochten daarna: zet - in geaccidenteerd terrein - je tent altijd op op een plek die  iets hoger is dan de onmiddellijke omgeving. Een andere wijze les: als er ook maar iets van een helling is waar je staat, dat is soms onvermijdelijk, ga dan met je hoofd aan de hoogste kant liggen, want anders kan je de slaap wel vergeten.

Koken deden we op houtvuur. Het hout moesten we zelf bij elkaar scharrelen. We waren er al gauw achter dat het houtvuur meer hitte gaf dan gas, want het water was verkookt voordat de aardappelen gaar waren. We hebben ook een keer stokbrood gemaakt, letterlijk. Het deeg ging om een stok heen, die boven de gloeiende houtskool werd rondgedraaid. Helaas was iemand vergeten dat er een beetje zout door het deeg gedaan had moeten worden. Het smaakte naar niks.

Mij padvinderscarrière heeft niet lang geduurd, tot 1953. In dat jaar hebben we ook nog iets nuttigs gedaan. Na de Watersnoodramp gingen we, met een vrachtwagen, de huizen langs om kleren in te zamelen voor degenen die alles waren kwijtgeraakt. Wij zamelden in vlakbij waar ik nu woon, op de Admiraal de Ruyterweg. Het kwam echt voor dat mensen ter plekke kleren van de kapstok haalden en die aan ons gaven. Een paar dagen later gingen we naar een loods in Amsterdam-Noord waar alles bij elkaar gebracht werd om te sorteren, jassen bij jassen en zo en op vrouwen-, mannen- en kinderkleding. Later bleek dat er veel meer kleren waren opgebracht dan er nodig waren. Ons is nooit verteld wat er met het overschot gebeurd is.

Mijn afscheid van de padvinderij en dat van mijn broer was niet geheel vrijwillig: mijn vader vond onze schoolresultaten beneden de maat. Wij moesten meer tijd aan huiswerk besteden. Daar hadden we tijd genoeg voor, zo dom waren we niet, maar de motivatie ontbrak nogal eens, vooral als ik weer aan een nieuw boek begonnen was. Ik kan me overigens niet herinneren dat ik lang over de vaderlijke beslissing heb getreurd.
x

dinsdag 15 juni 2010

Plannetje

A.s. zaterdag ga ik om een uur of één de stad in. Tegen die tijd zit iedereen al naar de voorbeschouwing van Nederland - Japan te kijken, dus ik zal wel een zitplaats in de tram vinden. Het wordt geloof ik geen geweldig weer, maar hier of daar weet ik nog wel een terras waaraan de voetbalgekte grotendeels voorbij zal gaan en waar ik waarschijnlijk ook nog uit de wind en droog kan zitten. Om drie uur ga ik richting Albert Heijn, waar ik nog net de enige klant ben.

Nederland verliest met 1 - 0, door een doelpunt van ex-VVV'er Keisuke Honda.
x

Mineralen

De conflictueuze situatie in het Midden-Oosten heeft twee belangrijke oorzaken: 1. de verhouding tussen Israël en Palestina; 2. de aanwezigheid van grote voorraden aardolie. De tweede oorzaak heeft ervoor gezorgd dat met name de westerse landen altijd gestreefd hebben naar een zo groot mogelijke invloed in deze regio. Wat de daar aan de macht zijnde regeringen voor binnenlands beleid voerden (hoe abject ook) mochten ze zelf weten, zolang ze maar tegen schappelijke prijs de onontbeerlijke olie bleven leveren. Wanneer dat nodig werd geoordeeld,  werd er openlijk (via militair geweld) of clandestien (via de geheime diensten) ingegrepen.

Onlangs trad de Duitse president af, omdat hij in een onbewaakt ogenblik had gezegd dat Duitsland militair geweld mocht gebruiken om economische belangen veilig te stellen. Als de Amerikaanse president of Engelse premier zoiets zou zeggen, zou dat voor kennisgeving worden aangenomen. Ze hebben nooit anders gedaan. Maar in Duitsland ligt dat wat gevoeliger.

Ik begin hierover omdat Trouw de volgende kop had:
'1 biljoen aan mineralen Afghanistan ontdekt'
Dit is veel meer dan eerder werd aangenomen. Hierdoor kunnen de Afghaanse economie en de oorlog fundamenteel veranderen, aldus Amerikaanse overheidsfunctionarissen. (...) Een team van Amerikaanse geologen en medewerkers van het Pentagon hebben de enorme hoeveelheid aan mineralen ontdekt.

Dat geologen naar mineralen zoeken, daar kan ik me nog iets bij voorstellen. Het lijkt me echter tekenend dat ook medewerkers van het Pentagon, het ministerie van defensie, zich daarmee onledig houden. Dat geeft al aan dat strategische belangen een rol spelen. In een memo van - al weer - het Pentagon wordt Afghanistan al het 'Saudi-Arabië van het lithium' genoemd. (Onderstreping toegevoegd.) Lithium is, naast goud, ijzer, koper en kobalt, een van de mineralen die gevonden is. Het is een essentiële grondstof voor de fabricage van onder meer laptops.

Het tot nu toe straatarme Afghanistan, dat niet veel meer exporteerde dan heroïne, kan dus een steenrijk land worden.Dan moeten we er wel voor zorgen dat die rijkdom niet in de verkeerde handen - Talibanhanden bijvoorbeeld - valt. We moeten er ook voor zorgen dat geen investeerders uit China, India of Brazilië daar concessies krijgen om die mineralen uit de grond te halen. Daar moeten 'wij' aan verdienen. 'Wij' moeten onze strategische en economische belangen veilig stellen. Het zal nog wel even duren voordat 'wij' uit Afghanistan vertrekken.
x