zondag 23 augustus 2009

Hervorming

Herinner je je nog de euforie in de Verenigde Staten toen Barack Obama tot president werd gekozen? Vast wel, want buiten de VS werd hij zo mogelijk nog enthousiaster ontvangen dan in eigen land. Voor alle duidelijkheid: als ik aan die presidentsverkiezingen had mogen meedoen, had ik ook voor Obama gekozen. Had ik aan de Democratische voorverkiezingen mogen meedoen, dan zou ik voor Hillary Clinton gekozen hebben. Tijdens zijn campagne liet Obama een prachtig gekleurde zeepbel zien, maar het werd mij niet duidelijk wat er nou in die zeepbel zat. "Yes, we can!" was een mooie kreet, maar ik zat me steeds af te vragen: wat kunnen 'we' nou precies?

In Amerika doen ze intussen weer normaal, dat wil zeggen: inmiddels heeft minder dan 50 procent van de bevolking nog vertrouwen in de president. Toegegeven: het zat hem niet mee. Hij werd geconfronteerd met een financiële en economische crisis, die voor een groot deel te wijten waren aan het beleid van zijn Republikeinse voorganger. Het kan nog wel een tijdje duren, maar uit die crises krabbelen we wel weer op. Obama staat nu voor een door hem zelf gekozen uitdaging: de broodnodige hervorming van de veel te dure en voor velen onbereikbare gezondheidszorg en de financiering daarvan. Hier en daar wordt hij erom geprezen dat hij niet een (min of meer) uitgewerkt plan aan het Congres heeft voorgelegd, maar het Congres, waarin zijn eigen partij de absolute meerderheid heeft, heeft gevraagd met zo'n plan te komen. Ik vind dat niet zo sterk, maar dat kan aan mij liggen. In die zeepbel die ik hierboven noemde zat ook een plan voor hervorming van de gezondheidszorg, maar dat was nog redelijk vaag en wat ik er vooral in miste was de financiële onderbouwing. En daarmee staat of valt het hele plan natuurlijk.

De tegenstanders van Obama's plannen, las ik in de Volkskrant, halen de gekste argumenten uit de kast. In een toespraak beklaagde Obama zich over de 'verzinsels' van rechtse groepen, die vrezen dat een nieuwe zorgwet abortus en euthanasie praktisch verplicht zou stellen. Dat soort argumenten kun je nog als belachelijk afdoen, maar veel Amerikanen zijn gevoelig voor het argument dat wat Obama wil lijkt op staatsgezondheidszorg en zelfs socialistische trekjes heeft. 'Socialist' is een van de ergste scheldwoorden die ze in Amerika kennen en zo gauw ze vanuit Washington, D.C., dus op federaal niveau, iets gaan regelen, gaan bij veel Amerikanen de stekels meteen recht overeind staan. Op het internet kwam ik een artikel tegen van ene Clive Tidwell, die zich kandidaat stelt als lid van de Senaat voor Colorado. Wat Obama wil met zijn hervorming van de gezondheidszorg, beschrijft Tidwell als "een bedreiging van het welzijn van Amerikaanse families, een potentieel beletsel van kwaliteitszorg en een verstikking van Amerikaans individualisme door de steeds verder oprukkende bemoeienis van de federale overheid." Hij heeft het, denk ik, niet over het welzijn van de miljoenen Amerikaanse families die niet of onvoldoende tegen de kosten van de gezondheidszorg verzekerd zijn. Desondanks maken de kosten van de gezondheidszorg daar ruim 15% uit van het bruto nationaal product. In Nederland is dat nog altijd onder de 10%. Verhoudingsgewijs betalen de Amerikanen dus veel meer voor hun gezondheidszorg dan wij.

Obama heeft er nog een probleem bij. In het Nederlandse parlement is 'fractiediscipline' heel gewoon: vrijwel altijd stemt een fractie als één blok. Het komt niet vaak voor dat een fractielid anders stemt dan de fractie. Zhij moet dat dan ook uitvoerig beargumenteren. Een heel enkele keer komt het voor dat alle fracties gezamenlijk een onderwerp tot 'vrije kwestie' verklaren, waarbij iedereen naar eigen geweten mag stemmen. Als ik me goed herinner was dat het geval bij de euthanasiewetgeving. In Amerika is het heel gebruikelijk anders te stemmen dan de rest van de fractie. Dat heeft (ook) te maken met het kiessysteem. Nederlandse parlementariërs vertegenwoordigen een partij en daarmee een ideologie. Amerikaanse Congresleden vertegenwoordigen de bevolking van een staat (in de Senaat) of van een duidelijk omschreven district (in het Huis van Afgevaardigden). Kiezers kijken niet zozeer naar de ideologie van een partij, maar naar de opvattingen van 'hun' kandidaat. Een politicus die herkozen wil worden kan maar beter doen wat zijn/haar kiezers willen, anders kan zhij die herverkiezing wel vergeten. Simpel gezegd betekent dat: een Congreslid dat een 'rijke' staat of 'rijk' district vertegenwoordigt, of zhij nu Republikein of Democraat is, krijgt van zijn achterban te horen dat hij tegen die hervormingen moet zijn, want het gaat hun geld kosten. Zij moeten meebetalen voor anderen en dat is 'socialistisch'. Of los van alle financiële overwegingen: het vergroot de macht van Washington, D.C.

De hervorming van de gezondheidszorg is, ondanks de absolute meerderheid van zijn partij in het Congres, zeker geen gelopen race voor Obama. Sterker nog: ik vrees dat hij niet eens de eindstreep haalt. No, you can't!
x

zaterdag 22 augustus 2009

Afstand

Onze toekomstige koning heeft eigen geld geïnvesteerd in een vastgoedproject in Machangulo, een resort in, als ik het goed heb, Mozambique. Daar is, of komt, ook een optrekje voor hem zelf. Nu heeft onze toekomstige koning zijn financiële belangen in dat project ondergebracht in een stichting. Daarover bericht de Volkskrant: De Rijksvoorlichtingsdienst laat weten dat 'de minister-president en de prins hebben geconcludeerd dat het gezien de aard van het project verstandig zou zijn afstand te creëren tussen de prins van Oranje en de ontwikkeling'. (...) Zo waren er moeilijkheden met een architect, een sjoemelende projectontwikkelaar en met aannemers. Ook zou de Zuid-Afrikaanse fiscale politie onderzoek doen naar een van de initiatoren van het project. (...) 'Eventuele problemen rond het project zijn vanaf nu voor rekening van de stichting, en worden niet meer in verband gebracht met Willem-Alexander als aandeelhouder.'

Ik kan daar wel inkomen. We willen toch geen van allen dat onze Prins van Oranje en die lieve Máxima worden geassocieerd met sjoemelende projectontwikkelaars. Daarvan kunnen ze beter afstand houden. Maar ik lees nog iets in dat artikel: Dat geldt niet voor de eventuele verdiensten uit bonusaandelen, dividend en de exploitatie en verhuur van het vakantiehuis. Dat geld komt bij prins Willem-Alexander zelf terecht. Volgens Van der Smeede is de stichting hierin slechts 'een doorgeefluik'. De afstand moet kennelijk niet al te groot worden. Voor je het weet raakt dat leuke stel aan de bedelstaf.
x

vrijdag 21 augustus 2009

Dictaat

Precies een week geleden plaatste Het Financieele Dagblad een column van psycholoog Henk Noort – zelfbenoemd kenner van de hedendaagse zeden, en auteur van werken als 'Wat mannen echt willen...' en 'Vrouwen willen maar één ding...'. In genoemd stukje vertelt hij hoe een 'damesbladjournaliste' hem onlangs kwam interviewen. "Door haar decolleté", schrijft hij in knarsend bouquetreeksproza, "bleef over de vormen van haar boezem weinig te raden over." Gevolg: hij kon zich 'onmogelijk’ op de inhoud van het gesprek concentreren. Dit is een citaat uit de column van Elma Drayer in Trouw. Goed, ik zal dat "knarsend bouquetreeksproza" even 'vertalen' in hedendaags recht-voor-z'n-raap-Nederlands: "Ze bood mij ruim uitzicht op haar tieten." Henk Noort ken ik niet. Ik weet wel dat ik, de titels van zijn werken lezend, nog niet dood gevonden zou willen worden met die werken.

De afgelopen dagen was het redelijk warm weer. Ik ga dan de stad in en zit op terrasjes, met een cappuccino of tomatensap. Als ik niet lees, kijk ik naar mensen om mij heen. Zowel mannen als vrouwen zijn vanwege dat warme weer redelijk luchtig gekleed. Ik ben een man, hetero en - ik kan er ook niets aan doen - kijk liever naar vrouwen dan naar mannen. Nee, dat zeg ik niet goed. Vanwege die luchtige kledij werd mij de gelegenheid geboden de voor mannen aantrekkelijke facetten van vrouwen wat meer gedetailleerd dan gebruikelijk waar te nemen. Ik concentreerde mij dus minder dan gebruikelijk op het boek dat ik aan het lezen was. Als je dat seksistisch wil noemen: OK! Confiteor quia peccavi nimis cogitatione, mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.

Elma beschrijft eerst een gebeurtenis in (fundamentalistisch) Soedan, waar een aantal vrouwen gearresteerd en gegeseld werd vanwege het dragen van 'niet-decente' kledij. Natuurlijk, dit alles speelt zich af in verre buitenlanden, waar moslimfundi’s het voor het zeggen hebben. En dat die zo hun eigen opvattingen koesteren omtrent de seksen is genoegzaam bekend. Het vrouwelijk wezen moet zoveel mogelijk geweerd uit de openbare ruimte. Die is namelijk van het mannelijk wezen. En komt zij toch buitenshuis, dan dient ze de contouren van haar lichaam zoveel mogelijk te verhullen. Opdat het mannelijk wezen niet in verzoeking raakt. Die vrouwen droegen een broek.

Ik ga er even aan voorbij dat er ook in ons land van oudsher nog altijd religieuze groepjes zijn die het vrouwen verbieden een broek te dragen. Een beduidend groter aantal mensen in onze beschaafde, democratische, tolerante maatschappij, vooral mannen natuurlijk, vindt dat luchtig geklede vrouwen, of vrouwen die de contouren van hun lichaam liever benadrukken dan verbergen, of gewoon vrouwen die zich 's avonds laat alleen op straat begeven, "erom vragen". Zij kunnen immers weten dat zij de lusten van mannen opwekken en dienen zich te realiseren dat mannen die lusten wensen te bevredigen en wel meteen. "Zo zijn mannen nu eenmaal." Ik wil daarmee zeggen dat misvattingen over vrouwen en vrouwelijk gedrag in alle culturen voorkomen en zich alleen op verschillende, cultureel bepaalde manieren uiten.

Henk Noort heeft zich de gram van Elma Drayer op de hals gehaald omdat hij begrip toont voor het moslimse modedictaat. Hij vindt immers dat er redenen genoeg zijn "voor functionele preutsheid." Elma vermeldt ook nog wat situaties in België en Engeland, waaruit teveel begrip voor dat modedictaat blijkt.

Om één ding kunnen we niet heen: de mens zou spoedig uitsterven als mannen en vrouwen niet langer wederzijds lusten zouden opwekken en van tijd tot tijd die lusten in goed overleg zouden bevredigen. Voortplanten is niet alleen noodzakelijk, de voorbereidingen daartoe zijn nog aangenaam ook. Zelfs zo aangenaam dat we er ons mee bezighouden ook als voortplanten helemaal aan de orde is. Nochtans hebben eeuwen lang, tot op de dag van vandaag, mannen, in welke cultuur dan ook, de vrouwen veroordeeld voor het bij hen opwekken van lusten. En vervolgens die vrouwen op grote schaal en met groot enthousiasme misbruikt.

Sinds mijn puberteit kijk ik graag naar vrouwen die voldoen aan mijn particuliere opvattingen van 'mooi' of 'aantrekkelijk', zonder daaraan direct consequenties te verbinden. Dat heeft niets met een verheven moraal te maken, ik ben gewoon niet zo snel in die dingen. Gistermiddag, op weg naar huis, zat ik in tram tegenover een moslima van een jaar of veertig, die zeer traditioneel gekleed was, incl. het hoofddoekje. Ze lachte heel even vriendelijk naar me toen ik ging zitten. Ik vond haar een mooie vrouw. De laatste tijd zie ik regelmatig een tv-commercial voor een of andere haargel voor mannen. Een biljartende man raakt de bal verkeerd, waardoor die belandt in de laag uitgesneden blouse en tussen de ruim in beeld gebrachte borsten van een vrouw die voorover op de biljarttafel leunt. Ik vind dat een walgelijke commercial. Hij wordt geacht 'leuk' te zijn, omdat we hier weliswaar tegen boerka's zijn, maar nog velen onder ons er niet tegen kunnen dat ontblote borsten zo maar op tv te zien zijn. Dat noemden we vroeger "épater les bourgeois". Over het tonen van overige delen van de vrouwelijke en mannelijke anatomie heb ik dan nog niet eens. Daarover heb ik hier genoeg geschreven.

Ik hoef hier, denk ik, niet te zeggen dat ik er faliekant tegen ben dat moslimmannen uitmaken hoe moslimvrouwen zich kleden. Maar laten we nou niet, in navolging van Elma Drayer, gaan doen alsof we hier zoveel verlichter en moderner zijn. We huichelen gewoon wat meer.
x

donderdag 20 augustus 2009

Kind

Waarom wil iemand vader of moeder worden? Het zal wel ergens in 'de natuur', in de genen van de mens zitten. En ik geef direct toe dat zonder nageslacht op ruime schaal de oude dag er wat problematisch uit zou komen te zien. Maar we moeten ook vaststellen dat de natuur ingewikkeld in elkaar zit. De een kan harder lopen dan de ander; de een krijgt kanker, de ander niet; de een kan kinderen krijgen, de ander niet. De wetenschap schrijdt ook voort, dus zo nodig gaan we de natuur een beetje helpen bij het voortbrengen van nageslacht. Toch blijven er mensen of stellen over die niet of niet samen kinderen kunnen krijgen. Maar de kinderwens blijft knagen. Dan is adoptie het laatste redmiddel.

Al jaren zijn in eigen land nauwelijks kinderen te vinden die geadopteerd kunnen worden, maar gelukkig zijn er elders op de wereld genoeg weesjes te vinden. Zelf op zoek gaan is niet voor iedereen weggelegd. Dus zijn er bureaus die daarin gespecialiseerd zijn, zoals 'Wereldkinderen'. In Trouw las ik dat Ina Hut, de directeur van 'Wereldkinderen', de pijp aan Maarten geeft. "De kinderwens en economische belangen wegen zwaarder dan het belang van het kind." Nu ben ik niet alleen onvrijwillig kinderloos, maar ook nog tamelijk realistisch en enigszins cynisch. Mijn reactie op dat bericht was dus: dat had ik, in ieder geval wat die kinderwens betreft, je enkele decennia geleden al kunnen vertellen.

Er komt geen kind naar eigen wens ter wereld. Er is geen weeskind in Azië, Zuid-Amerika of Afrika dat roept om westerse adoptieouders. Er zijn ongetwijfeld westerse mensen die om puur altruïstische redenen - een weeskind een betere toekomst geven - een niet-westers kind adopteren, maar ik denk dat dit soort mensen zeer dun gezaaid is. De meeste mensen willen een kind uit puur egoïstische motieven en het is een algemeen aanvaarde soort egoïsme.

In 'adoptielanden' zijn ze ook niet achterlijk. Daar hebben ze al lang door dat westerlingen veel geld over hebben voor het verkrijgen van een kind. Dus daar worden kinderen ontvoerd en verhandeld. Ina Hut wilde daar zelf onderzoek naar doen in China, maar dat mocht niet van Ernst Hirsch Ballin die zelfs dreigde de vergunning van 'Wereldkinderen' in te trekken. Dat onderzoek zou onbedoelde en ongewenste gevolgen kunnen hebben voor de samenwerking met China, in de eerste plaats op het terrein van adoptie, maar ook ten aanzien van andere betrekkingen. Wat is er nou belangrijker: de belangen van een paar ontvoerde en te koop aangeboden kinderen of onze economische betrekkingen met China? Het antwoord op die vraag lijkt me voor de hand te liggen.

En laten we ons gezellige tv-avondje niet vergeten. Er zijn altijd weer adoptiekinderen die, eenmaal volwassen geworden, op zoek gaan naar hun 'roots'. Dat levert toch steeds weer hartverscheurende en -verwarmende beelden op van mensen die elkaar wenend in de armen vallen en het is toch heerlijk om daar zelf ook een traantje bij weg te pinken? Dat is toch emo-tv van de bovenste plank? Bij mij is er een steekje los, dus ik kijk liever naar 'The Good, the Bad and the Ugly', of 'The Untouchables', waarin ze elkaar routinematig doodschieten. Dan weet ik tenminste zeker dat bepaalde scènes diverse malen opnieuw gespeeld en gefilmd worden voor maximaal effect. En ik hoef niet bang te zijn gestoord te worden door onverhoeds bellende kinderen of kleinkinderen.
x

woensdag 19 augustus 2009

Graaien

Je kunt als mens heel wat kwalen en ziektes oplopen. Sommige genezen gewoon, andere leiden tot chronisch lijden en beperkingen. Daar moet je mee om leren gaan. Daar heb je weer deskundigen voor, maar je kunt ook veel leren van lotgenoten die je zijn voorgegaan. Zo zijn patiëntenverenigingen ontstaan. Vrijwel alle patiëntenverenigingen lijden zelf ook aan een chronische kwaal: geldgebrek. Van patiëntenverenigingen wordt meer verwacht dan alleen lotgenotencontact. Zij zijn 'de stem' van de patiënten in contacten met zorgverleners, verzekeraars en, niet in de laatste plaats, de overheid. Die andere partijen hebben in het algemeen weinig te klagen over beschikbare tijd, kennis, menskracht en geld. Een aantal grote patiëntenverenigingen (diabetes, kanker, hartziekten) kunnen zich redelijk redden, al zijn ook zij nog altijd de zwakste partij. Veel patiëntenverenigingen moeten roeien met de (subsidie)riemen die ze hebben en erg hard komen ze in het algemeen niet vooruit. Ik spreek hier met enige ervaring, want gedurende een flink aantal jaren was ik tamelijk actief in dat wereldje.

Bij de farmaceutische industrie zijn ze ook niet op hun achterhoofd gevallen. Chronische patiënten gebruiken hun producten immers continu en enige naamsbekendheid is nooit weg. Het komt dus nog wel eens voor dat ook de farmaceutische industrie patiëntenverenigingen financieel ondersteunt. Daar is in principe niets tegen, mits heel duidelijk vastligt dat hier niet het spreekwoord opgaat "Wiens brood men eet, diens woord men spreekt."

Ik kom hierop, omdat ik een kop zag in Trouw:
Stichting laat patiëntenclub opeens vallen
Eisen ministerie aanleiding breuk
Daar spring ik op als de bok op de haverkist. Het gaat hier om de 'Osteoperose Stichting', die de 'Osteoperose Vereniging' heeft laten vallen. Aanleiding voor de breuk zijn eisen die het ministerie van VWS stelt aan de patiëntenorganisatie. Stichting en vereniging kwamen in 2007 in opspraak door het uitbundige declaratiegedrag van twee directeuren en door de sterke banden met fabrikanten van middelen tegen botontkalking. Beide organisaties hebben jarenlang marketingbelangen behartigd van deze fabrikanten. Goed, daar was de scheiding tussen 'brood' en 'woord' dus niet zo duidelijk afgeperkt, maar daar gaat het me hier niet eens zo zeer om: Het sponsorgeld van de industrie ging voor een belangrijk deel op aan hun onkostennota’s. 'Hun' zijn de twee directeuren. Die onkostennota's bedroegen jarenlang ongeveer 10.000 euro per maand, per directeur. Een van die directeuren deed haar werk grotendeels vanuit de VS.

De laatste tijd maken we ons - naar mijn mening terecht - nogal druk over de 'graaicultuur' bij de banken en met publiek geld gefinancierde bedrijven en instellingen, zoals de publieke omroepen. Laten we niet vergeten dat ook op lager niveau en naar kleinere bedragen net zo hard gegraaid wordt. Geld doet nog altijd rare dingen met veel mensen. Het was ooit niet meer dan betaalmiddel dat in de plaats van simpele ruilhandel kwam. Het werd een statussymbool dat nodig was om nog meer statussymbolen aan te schaffen. Misschien had Karl Marx toch ongelijk: niet godsdienst, maar geld is de opium van het volk. Als je er eenmaal aan verslaafd bent, wil je steeds meer.
x

dinsdag 18 augustus 2009

Cultuur

In mijn jeugd ben ik door mijn ouders niet doodgegooid met 'cultuur'. Ze waren bepaald niet dom, maar hun ouders hadden gewoon te weinig inkomen om ze veel vervolgopleiding te laten volgen. Ze woonden bovendien, voor ze naar Amsterdam kwamen, in Meppel, dat niet tot de belangrijkste cultuurcentra van Nederland gerekend kon worden. Toch hadden wij een harmonium, later een piano, in huis, waarop mijn drie zussen en een jongere broer hebben leren spelen van een leraar die aan huis les gaf. Waarschijnlijk had ik ook les kunnen krijgen, maar kennelijk had ik die ambitie niet. Ik deed cultureel door van jongs af aan veel te lezen. Op de kweekschool heb ik nog leren blokfluiten. Dat vond ik eigenlijk best leuk, maar daarna heb ik er niets mee gedaan.

Is het zelf (kunnen) beoefenen van muziek belangrijk in het leven? Tja, wat moet je daar nu weer van zeggen? Renée Braams vindt van wel. Zij is dan ook muzieklerares en schrijft daarover een opiniestuk in de Volkskrant. Zij schetst daarbij een probleem: muzieklessen zijn duur; ze kosten al gauw 475 euro (groepsles) tot 700 euro (privéles) per kind per jaar. Arme kinderen krijgen dus niet zo veel muziekles als rijke kinderen. Gelukkig zijn er wel weer allerlei potjes waaruit de muziekles voor arme kindere gesubsidieerd kan worden.

Renée schets nog een ander, specifiek Nederlands, probleem: Nederlandse ouders vinden dat muziek maken vooral leuk moet zijn. Een moeder vertelde mij vol afgrijzen dat zij zelf vroeger op pianoles toonladders had moeten studeren. Toonladders! Ik herinner me nog goed dat mijn broer en zussen dat ook moesten en daar niet vrolijk van werden. (Ik ook niet trouwens, als ze weer eens, tegen hun zin, aan het oefenen waren.)

Ik denk dat Renée een denkfout maakt. Het merendeel van de mensheid luistert graag naar muziek, maar slechts een kleine minderheid neemt de moeite voor eigen plezier zelf een instrument te leren bespelen. Een nog veel kleinere minderheid bekwaamt zich nog verder en maakt, voor het plezier van anderen, van muziek maken zijn of haar beroep. Dat heb je met meer vaardigheden: brood bakken, bloembollen kweken, boekhouden, fietsen, fotograferen en zo kan ik nog uren doorgaan. Toevallig vind ik schrijven leuk, ben ik daar redelijk bekwaam in en kon ik die vaardigheid in mijn werk goed gebruiken. Nu doe ik dat nog steeds als hobby, met 'Beggartalk' als gevolg. Zo hebben we allemaal onze voorkeuren en prioriteiten. Renée heeft dat met muziek en trekt daaruit de conclusie dat we dus allemaal muziek moeten kunnen (leren) maken. Waarom eigenlijk?

Het succes bij het leren muziek maken is, volgens Renée, mede afhankelijk van de betrokkenheid van de ouders. Klopt als een zwerende vinger. Zo was de vader van Richard Krajicek zeer betrokken bij de tenniskwaliteiten van zijn zoon. Vraag Richard nog eens hoe hij over die betrokkenheid denkt. Mijn ouders riepen ook wel eens: "Moet je geen toonladders oefenen?" Daar bleef het gelukkig ook bij.

De basisvaardigheden voor mijn hobby is iedereen verplicht aan te leren. Ook hierbij worden lang niet alle kinderen door paps en mams gestimuleerd. Er zijn aardig wat mensen die schrijven een noodzakelijk kwaad vinden en dat vaak maar gebrekkig doen. Dat leidt wel eens tot politieke oprispingen en daarna gaan we gewoon weer door. Dat vind ik jammer, maar het zij zo. Er is vast wel ergens een tekenleraar die het hoogst noodzakelijk vindt dat iedereen leert zich picturaal te uiten. Ook op dat terrein heb ik nauwelijks iets bijgeleerd. Heb ik nou, cultureel gezien, een wat schraal leven geleid? Misschien wel, maar ik heb er geen last van.
x

maandag 17 augustus 2009

Complimentje

Volgend jaar hebben we weer gemeenteraadsverkiezingen. Geert Wilders was al op pad gegaan in diverse gemeenten waar zijn aanhang groot is om voor elkaar te krijgen dat in die gemeenten zijn PVV aan die verkiezingen zou meedoen, maar - voor Wilders - helaas: behalve in Den Haag en Almere krijgt hij nergens voldoende mensen op de been die op - volgens Wilders - capabele wijze het gedachtegoed van de PVV in die gemeenten zouden kunnen uitdragen.

Ik doe het niet graag, maar ik zou Wilders een complimentje willen geven: als je voor een bepaalde klus geen geschikte mensen kunt vinden, moet je er niet aan beginnen. De wederwaardigheden van de LPF in de Tweede Kamer waren daar een treffend voorbeeld van.

Uit het besluit van Wilders kun je ook een andere conclusie trekken: de ideeën van Wilders spreken veel mensen aan, maar óf die mensen zijn te beroerd om daar verder een poot voor uit te steken, óf ze zijn echt totaal ongeschikt voor het bedrijven van politiek. Nu is het geen schande om ongeschikt voor het politieke handwerk te zijn. Ik vind mezelf daar ook niet geschikt voor. Maar een van de kenmerken van PVV-aanhangers is dat ze vinden dat 'de politiek' niet genoeg luistert naar 'het volk'. Nu krijgen ze de kans om hun eigen stem te laten horen, Wilders wil ze graag een cursus geven om dat op de juiste wijze te doen, maar nee hoor. Dat kost tijd. Daar moet je voor nadenken. Nadenken is nou precies het laatste wat PVV-stemmers willen doen. Die vinden dat ze genoeg gedaan gedaan hebben als ze tot in den treure een paar simpele kreten herhalen.
x