woensdag 30 juni 2010

Druk

Gisteren was ik, overigens geheel naar eigen verkiezing, "druk, druk, druk" met heel andere zaken dan het schrijven voor dit blog. Geen reden dus bij je pc te blijven zitten. Zonde toch met dit mooie weer?
x

dinsdag 29 juni 2010

Jeugd (9)

Op de kweekschool moesten we vaak een opstel maken. Je moest altijd kiezen uit een aantal onderwerpen. Het enige dat ik mij nog steeds herinner was "Mijn eigen plekje". Ik vond mij zelf heel origineel door mijn fiets als mijn eigen plekje te betitelen. Dat was weer niet geheel ten onrechte, want ik fietste veel in mijn vrije tijd. Soms fietste ik door de stad, zonder duidelijk doel of richting. Ook wel eens heen en weer naar Ouderkerk, langs de ene kant van de Amstel heen, langs de andere kant terug. Vaak ook fietste ik naar en door het Amsterdamse Bos (dat ik in onbewaakte ogenblikken nog wel eens met zijn eerste naam 'Bosplan' aanduid). Het ging me niet zo zeer om het fietsen. Het was vooral een manier om me te onttrekken aan het dagelijkse gewoel om me heen, oftewel: om lekker alleen te zijn. Tijdens zo'n fietstocht kon ik bijvoorbeeld nadenken over de inhoud van een opstel, dat ik dan thuis vrijwel in één ruk kon opschrijven. Verder gaf het me gelegenheid om na te denken over van alles en nog wat en te dagdromen over mijn toekomst. Nee, ik weet echt niet meer wat daarbij allemaal door mijn hoofd ging, al zullen meisjes daarin ongetwijfeld een rol gespeeld hebben. Vrijwel zeker weet ik dat ik geen hooggestelde carrièredoelen had waarover ik fantaseerde.

De behoefte aan afzondering zat er dus al vroeg in. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het feit dat daar thuis weinig gelegenheid voor was: in een gezin met zeven kinderen en een inwonende grootmoeder had je niet vaak een kamer voor jezelf. Daar kwam nog bij dat één kamer alleen 's zondags gebruikt werd of als mijn ouders visite hadden. Dat had 's winters ook een praktische reden: dan hoefde er maar in één kamer een kachel gestookt te worden. Maar zo'n 'zondagse' of 'nette' kamer was toen bepaald niet ongebruikelijk. Bij ons werd die kamer van de huiskamer gescheiden door schuifdeuren die van glas in lood waren voorzien. Die schuifdeuren waren meestal dicht.

Op een bovenverdieping deelde ik een kamer met drie broers, mijn drie zussen deelden daar een andere kamer. Pas toen wij wat ouder werden en huiswerk moesten maken werden die kamer(tje)s van verwarming voorzien, aanvankelijk een oliekachel, later een gaskachel. Bij dit alles moet dan nog bedacht worden dat wij in de Rivierenbuurt woonden, die niet alleen als wijk ruim opgezet was, maar waarin ook de huizen redelijk ruim waren in vergelijking met oudere buurten. We beschikten zelfs, in die tijd zeker geen gemeengoed, over een badkamer met ligbad en douche. De meeste van mijn klasgenoten gingen in die tijd nog in de bekende 'tobbe' of naar het badhuis. Het buurtje waarin ik nu woon is later gebouwd dan de Rivierenbuurt (mijn woning is net zo oud als ik), maar deze huizen hadden nog geen badkamer, zelfs geen doucheruimte. Mijn huidige doucheruimte was vroeger een kast in de slaapkamer.

Dat 'eigen plekje' is er nog altijd. Het is niet meer mijn fiets en eigenlijk is die het ook nooit geweest. Het kan gewoon elke plek zijn waar ik op een willekeurig moment ben en waar ik me, als ik niet gewoon thuis ben, voor kortere of langere tijd afsluit van mijn omgeving. Die wens tot afsluiting is omgekeerd evenredig met de omvang van het gezelschap waarin ik me bevind. In wat grotere gezelschappen ben ik de niet degene die 'circuleert'. Het is op zich al leuk om de andere aanwezigen te bestuderen. In mijn blog van gisteren had ik het over weekbladen. Een weekblad dat ik ook bij de kapper las was 'De Uitkijk'. Het verscheen op krantenpapier op A4-formaat. De inhoud was vooral verstrooiend en op de achterpagina stonden striptekeningen en 'moppen'. Bovenaan die achterpagina stond een motto: "Wie lacht niet die de mens beziet." Waarom onthoud ik zoiets?

Dit is de laatste 'Jeugdblog".
X

maandag 28 juni 2010

Jeugd (8)

In aflevering 6 over mijn jeugd had ik het over het weekblad 'Belijden en beleven', waarop mijn ouders geabonneerd waren. Het was een blad op krantenformaat met artikelen over Bijbelse onderwerpen en over het calvinistische leven. Wat lazen wij nog meer, afgezien van boeken?

De krant die we lazen was uiteraard Trouw, toen nog een avondblad. Wie gereformeerd was en lid van de Anti-revolutionaire Partij las, bijna per definitie, Trouw. Gedurende een aantal jaren lazen wij, ik in ieder geval, ook Het Parool. Dat was eigenlijk in onze kringen 'not done' - het was immers een socialistische krant - maar gedurende enige tijd waren mijn oudste broer en ik bezorger ('krantenjongen') van die krant en de bezorgers kregen er een gratis. In die tijd had je nog weekabonnees. De bezorgers haalden het (week)abonnementsgeld op. De krant ging er vanuit dat je elke week al het abonnementsgeld ontving en verrekende dat met de vergoeding die je als krantenjongen kreeg. Pas als een abonnee een week of vier niet betaald had ging de krant er zelf achteraan en kreeg de bezorgers alsnog dat in feite voorgeschoten geld terug. Mijn broer had een wijk in een volksbuurt, waar 'iedereen' Het Parool las: zo'n tweehonderd klanten, waarvan ongeveer 80% weekabonnee. Mijn wijk lag in de Apollobuurt, waar vooral het Algemeen Handelsblad werd gelezen (de NRC was een Rotterdamse krant).

Ik had ongeveer 80 klanten, waarvan acht weekabonnee, waarvan er twee steeds per vier weken vooruit betaalden. Een van de weekabonnees was een damesmodezaak in de Beethovenstraat. Wanneer de eigenaresse (of hoofdverkoopster) het abonnementsgeld voldaan had, volgde steevast: "Hier jongen, wil jij een sigaretje?" Nou, dat wilde ik best. Omdat 'mijn' abonnees in die buurt dungezaaid waren, kreeg ik boven mijn normale vergoeding (zeven cent per abonnee per week) 1 gulden 75 'fietsgeld'. Ruim zeven gulden in de week was voor een puber best een aardig bedrag toen. Ik kon mijn eigen boeken kopen. Een pocket kostte toen 1,25.

Natuurlijk ontvingen wij ook wekelijks de 'Kerkbode', die onder alle gereformeerde Amsterdammers werd verspreid. Wij (mijn broers en zussen en ik) keken daar eigenlijk alleen in om te zien welke dominee in welke kerk preekte. Als er in onze Waalkerk een notoir slecht sprekende dominee aan de beurt was, konden we altijd nog uitwijken naar de Buitenamstelkerk op de Albert Cuyp, die op loopafstand lag. (Tegenwoordig is het een winkelhal. Voor niet-Amsterdammers: 'echte' Amsterdammers laten het 'straat' altijd weg als ze het hebben over bepaalde straten in de Pijp. Die zeggen dus Albert Cuyp, Ferdinand Bol, Gerard Dou, Van Wou, Govert Flinck etc. Amsterdammers zeggen ook het Singel i.p.v. de Singel en de Nieuwe Meer i.p.v het Nieuwe Meer. Op de ANWB-borden wordt het gelijknamige knooppunt - kruising van A4 en A9 - aangegeven met De.)

Mijn ouders zijn ook nog vrij lang abonnee gebleven van de Meppeler Courant, omdat daarin een humoristische feuilleton werd gepubliceerd over Garriet Jan en Annegien, die in het Drents geschreven was. Omdat mijn ouders onderling en met mijn grootmoeder altijd Drents spraken, konden mijn oudste broer en zus en ik dat ook lezen.

De weekbladen Panorama en de (nog niet Nieuwe) Revue bestonden toen al en gaven net als nu vooral verstrooiende informatie. Die kwamen bij ons de deur niet in, maar die konden we bij de kapper lezen als we op onze beurt moesten wachten. Voor roomse mensen had je toen de Katholieke Illustratie en voor ons calvinisten was er de Spiegel. Ik kan me niet herinneren dat daarin ooit een kleur werd gebruikt. Naast het serieuze werk stond daarin ook wat lichte(re) kost.

Mijn moeder las geen Margriet of Libelle. Ze was geabonneerd op Moeder, een maandblad voor de christelijke vrouw anno toen. Mijn vader was geabonneerd op Elseviers Weekblad, dat toen - en nog jaren daarna - op krantenformaat verscheen. Het zal geen verwondering wekken als ik vermeld dat ik beide bladen ook las. Ik had niet altijd een ongelezen boek bij de hand.

De Donald Duck kwam pas bij ons in huis toen ik mij zelf daar al te oud voor vond. Die was iets voor mijn jongere broers en zussen. Verzuild als we toen nog waren, verscheen er op een gegeven ogenblik een - jawel! - christelijk weekblad voor de jeugd, ook met strips, de Arend. Ik was er niet van onder de indruk. Het waren vooral brave verhalen, ook de strips.

Twee weekbladen, tenslotte, mag ik niet onvermeld laten. Die waren bepaald niet christelijk. Ze hadden een hoog 'O la la'-gehalte. We 'lazen' ze uitsluitend bij de kapper. Ik het hier over De Lach en de Piccolo. De geschreven inhoud stelde weinig voor en daar ging het ons ook niet om. Het ging ons om de foto's. Dat waren foto's van filmsterren, maar meestal -sterretjes.
Omdat wij geen films zagen en dus moeilijk fan konden zijn, was dat ook geen reden tot bestudering. Nee, die dames waren vrijwel zonder uitzondering in badpak op de foto gezet. Als alles een beetje meezat, waren er zelfs foto's van dames in bikini. Die bladen waren uitsluitend te koop bij AKO-kiosken, die allang niet meer bestaan.
AKO-kiosk (op de achtergrond
het Stedelijk Museum)
X

zondag 27 juni 2010

Verhuizen

Het Parool bericht over een organisatie die heeft zitten nadenken over haar toekomst. Ze wil een diverser publiek bereiken; daar is in Amsterdam met 180 nationaliteiten meer kans op. "Daarnaast profileren wij ons op kunst en cultuur. Ook daarvoor is Amsterdam een goede basis." Je zult mij niet horen zeggen dat je in Swifterbant een diverser publiek en meer nationaliteiten aantreft. Maar die organisatie is nu gevestigd in een plaats met ruim 80.000 inwoners, niet bepaald een gehucht dus, en is met de auto in ruim een half uur vanuit Amsterdam te bereiken en met de trein in 20 minuten. Je kunt kiezen uit drie stations. Die plaats is Hilversum, dus dat geeft al aan om welk soort organisatie het hier gaat: een (publieke) omroeporganisatie en wel de Avro.

Kennelijk is mijn opvatting achterhaald dat omroepen hun publiek bereiken door middel van uitzendingen via radio en tv, een programmablad en in toenemende mate het internet. Dat kun je in principe doen vanuit Doodstil in de gemeente Eemsmond. De kosten van een geschikt pand zijn daar ook een stuk lager dan van een pand in het centrum van Amsterdam. O.a. wordt gedacht aan het pand waarin nu nog het Filmmuseum verblijft. Dat pand ligt in het Vondelpark. Er is ook een restaurant in gevestigd - Vertigo - en het heeft een aangenaam terras, waar ik wel eens een uurtje doorbreng. Los daarvan heb ik aangename herinneringen aan dat gebouw vanuit mijn eerste jaren bij de Ziekenfondsraad, die toen vlakbij het Vondelpark was gevestigd. Het heette toen nog ICC, Internationaal Cultureel Centrum. Als de Avro het gebouw metterdaad betrekt gaat het 'Avro-huis' heten. 'Huis' moet denk ik iets van een gezellige uitstraling hebben, zoals 'Holland Huis' en 'Heineken Huis'.

Even gemakshalve aannemend dat radio en tv iets met cultuur te maken zou je als bezwaar kunnen maken dat er weer cultuur vanuit de regio naar Amsterdam verhuist, want: In het 'Avro-huis' in de binnenstad kunnen publiek en makers elkaar ontmoeten, worden programma's gemaakt en vinden voorstellingen, concerten en debatten plaats. De laatste keer dat ik keek waren er al aardig wat gelegenheden voor "voorstellingen, concerten en debatten" in Amsterdam. De directeur van de Avro vindt het voor ons van belang dat het een plek is waar automatisch een divers publiek langskomt. Nou, in het Vondelpark komt een uitgebreid publiek, zeer veel nationaliteiten ook, maar dat zijn toeristen. Die 180 nationaliteiten zijn zeker in de bevolking van Amsterdam vertegenwoordigd, maar ik zie al die Ghanezen, Kaapverdianen, Ruandezen, Somaliërs en Uruquayanen nog niet en masse naar een interessant debat in het Avro-huis hollen. De Amsterdammers die bij Vertigo en het Filmmuseum komen zijn, als ik het goed inschat, niet een dwarsdoorsnede van de bevolking, niet representatief voor 'het' Avro-publiek. Of zou de Avro juist dat soort publiek willen aantrekken?

Een andere mogelijk plek voor het Avro-huis is het gebied van 'De Hallen', een voormalige tramremise. Voor dat gebied zijn al diverse bestemmingen bedacht, maar er hapert voortdurend het een en ander bij de realisering. Het is een stukje Oud-West dat één voor de Avro belangrijke kenmerken mist: er komt niet automatisch een divers publiek langs. Je gaat naar de nabij gelegen Kinkerstraat en Ten Katemarkt om te winkelen. Aan toeristen heeft het deze buurt ook niet veel te bieden. Ook dagjesmensen van Nederlandse herkomst zullen veelal niet een bezoek aan deze wijk boven aan hun lijstje van te bezoeken plekken zetten.

De Avro zal, net als de andere publieke omroepen, met bezuinigingen te maken krijgen. Ze zal al veel kunnen besparen door gewoon in Hilversum te blijven zitten.
x

zaterdag 26 juni 2010

Jeugd (7)

Hoewel het overgrote deel van mijn voorgeslacht in Drenthe woonde, durf ik, Louis Couperus parafraserend, te zeggen: "Zo ik iets ben, ben ik een Amsterdammer." Het Amsterdam van mijn jeugd is ruwweg het Amsterdam binnen de huidige A10. Buitenveldert, Geuzenveld, Slotervaart, Slotermeer, Osdorp: het waren grotendeels weilanden, de Bijlmer was nog een gewone polder en geen deel van Amsterdam. Sloten en Sloterdijk waren voormalige dorpen aan de rand van Amsterdam. Er was al een NS-station Sloterdijk, een stationnetje met twee perrons, een paar honderd meter ten oosten van het huidige station.

We fietsten wel eens naar Zandvoort, maar we gingen ook dikwijls naar de Waterleidingduinen met de 'Haarlemse Tram', ook wel 'Blauwe Tram' genoemd. Die liep vanaf Sloterdijk gelijk aan het spoor, maar had als voordeel boven de trein, dat hij de centra van Amsterdam (het Spui) en Haarlem verbond. Binnen Amsterdam maakte hij gebruik van de tramrails, maar omdat hij een smaller spoor had, was er binnen die tramrails een extra rail aangebracht. Het laatste overblijfsel daarvan is nog altijd te zien op de brug bij de Nassaukade tussen de Rozengracht en de De Clerqstraat. De 'Haarlemse Tram' reed door tot Zandvoort, maar wij stapten uit in Bentveld, van waaruit we zo de Waterleidingduinen in liepen.

In het historische centrum van Amsterdam is sinds mijn jeugd weinig veranderd. Dat centrum ligt binnen de Singelgracht, die niet verward moet worden met het Singel, waaraan de bloemenmarkt ligt. De Singelgracht is de gracht waaraan o.a. de (voormalige) Heinekenbrouwerij en het Rijksmuseum liggen. Een deel van de vroegere 'Jodenbuurt', is opgeofferd aan de aanleg van de metro naar de Bijlmer. Een ander stukje oud Amsterdam moest plaats maken voor de Stopera. Wat ik ook nog altijd mis is 'De Galerij' bij het Frederiksplein. Die was het overblijfsel van het 'Paleis voor de Volksvlijt', dat in 1929 door brand verwoest werd. Die Galerij, waarin zich wat onduidelijke winkelpanden bevonden, had voor ons jongetjes altijd iets geheimzinnigs. De Galerij werd in 1961 afgebroken om plaats te maken voor de nieuwbouw van De Nederlandsche Bank, op die plek een afschuwelijk lelijk gebouw.

Ongeveer op de plaats waar nu de Utrechtsebrug over de Amstel ligt, die toegang geeft tot de A2, was in mijn jeugd een gemeentepont. Aan de overkant lagen een gasfabriek en de Watertoren. De pont was gratis, net als nog steeds de IJponten, en had een kajuit. Er waren dagen dat wij gedurende enige tijd heen en weer voeren. Het hing een beetje van (het humeur van) de schipper af hoe lang we getolereerd werden.

Zwemmen deden we in het De Mirandabad, een kwartiertje lopen van huis. Het was een (onverwarmd) openluchtzwembad, met een mannen- en een vrouwenafdeling. Beide hadden een diepe, een ondiepe en een schoolbad, waar groepsgewijs zwemles werd gegeven. Als jongens mochten wij niet in de meisjesafdeling komen, de meisjes wel bij 'ons'. Dat vonden wij zeer oneerlijk, naast andere bezwaren. We konden onze visuele schade inhalen op de zonnevelden: die waren beide 'gemengd'. Een populaire bezigheid, voor de jongens, was 'billetjetikken': hollend sprong je over meisjes heen die op hun buik lagen en tijdens de sprong gaf je met een voet een licht tikje op de billen van het meisje. Wij brachten hele dagen in het zwembad door, brood en limonade mee. Als ik mij goed herinner was de toegangsprijs een kwartje. Via school kon je, voor een luttel bedrag, een kaart aanschaffen, waarmee je op de vrije woensdag- en zaterdagmiddagen en in de vakanties, reeds voor een dubbeltje een hele dag daar kon doorbrengen. Een deel van het openluchtbad is nog steeds in gebruik, maar al jaren geleden is er zo'n tropisch zwemparadijs naast gebouwd. Er zijn plannen om dat nog 'mooier' te maken.

Bijzonder was het stuk tramroute op de Noorder Amstellaan, die later Chuchilllaan werd. Dat was - en is nog - een brede laan met twee rijstroken, gescheiden door een plantsoen. Lijn 25 reed daar en rijdt daar nog steeds, ook aan weerszijden van het plantsoen. Het merkwaardige was echter dat hij aan beide zijden tegen het overige verkeer in reed. Volgens mij is pas ergens eind vijftiger jaren de rijrichting van de tram in overeenstemming met het overige verkeer gebracht.

"De Amsterdammers zijn humoristen", zeiden ze. Het prototype van de Amsterdamse humorist was in mijn jeugd de tramconducteur. Ik ben Amsterdammer, maar geen chauvinistisch Amsterdammer. Reeds in mijn jeugd, toen ik ook al vaak in de tram zat, vroeg ik mij af, waarom ik zelden of nooit zo'n humoristische conducteur aantrof. In een rijmbundel die ik heb komt een rijm voor dat begint met "Geen rotter dam dan Amsterdam". In een bundel uit 1953 ('Pierement') met stukjes van diverse schrijvers staat een stukje van Eric van der Steen, dat als volgt begint: "De provinciaal in mij (met andere woorden: ik) had kortgeleden een aardig ogenblik, toen een geboren en getogen Amsterdammer zei, dat er maar één Amsterdam was, en toen een inwoner van Hengelo (O.) daarop antwoordde: "Ja, gelukkig dat er niet twee zijn ..." Je bent Amsterdammer als je dat ook leuk vindt.
x

vrijdag 25 juni 2010

Acceptatie

Toen ik nog een jongetje was werden wij gewaarschuwd voor 'kinderdieven'. (Het woord komt niet voor in de 'Woordenlijst Nederlandse Taal', wel in mijn oude 'dikke van Dale': "die kinderen steelt".) Nu waren mijn ouders, denk ik, niet bang dat wij gestolen zouden worden, maar voor contact zoekende pedofielen. Dat woord werd uiteraard niet genoemd, noch de acties die zulke personen zouden kunnen ondernemen. Het bleef allemaal wat vaag. Wat later hoorden wij ook wel eens van jongens/mannen die niets van meisjes/vrouwen wilden weten, omdat ze het eigen geslacht leuker vonden. (Lesbo's 'bestonden toen nog helemaal niet' en ook van transgender had toen nog nooit iemand gehoord.) Dat vonden wij maar raar en dat noemden wij dus ook 'flikkers', of we zeiden dat zulke jongens 'van dattum' waren. Dat ging vaak gepaard met een tikje van de ene hand op de rug van de andere hand.

Ik heb de homo-emancipatie (vanuit mijn heterokant dan) helemaal meegemaakt, zoals collega's die 'uit de kast' kwamen. In onze wetgeving is geen sprake meer van homodiscriminatie. Geen redelijk mens kijkt er meer van op dat publieke figuren - tv-persoonlijkheden, ministers, Kamerleden, burgemeesters, bankdirecteuren - homo of lesbo zijn. 'Amsterdam Gay-Pride' is een jaarlijks terugkerend en drukbezocht evenement. Misschien is het - deels - een laatste overblijfsel van wat mij in mijn jeugd is aangeleerd, dat ik dat evenement hier en daar wat al te exhibitionistisch vind.

Hoewel er dus veel ten goede veranderd lijkt te zijn, begint een ANP-bericht in Trouw als volgt: Het gebrek aan acceptatie van homoseksuelen onder jongeren, orthodox godsdienstige Nederlanders, laagopgeleiden en Turkse en Marokkaanse Nederlanders is reden tot zorg. Dat blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Met "niet accepteren" valt meestal nog wel te leven, erger is dat homo's en lesbo's vaak nog worden (weg)gepest of fysiek mishandeld.

Dat orthodox religieuze mensen homofoob zijn is verklaarbaar (meer ook niet): hun heilige boek veroordeelt homo's, dus zij ook. Dat mensen van Turkse of Marokkaanse afkomst homofoob zijn is cultureel verklaarbaar. Laagopgeleiden hebben op meer zaken niet zo'n duidelijk zicht. (Overigens zou ik niet graag de hoger opgeleiden de kost willen geven die ook wel eens last hebben van vooroordelen.) Maar waarom jongeren? Is een deel van de jongeren 'van nature' tegen homofilie? Ik kan me dat niet zo goed voorstellen. Zou het kunnen zijn dat het hier niet om een aparte groep gaat, maar om de kinderen van "orthodox godsdienstige Nederlanders, laagopgeleiden en Turkse en Marokkaanse Nederlanders"?
x

donderdag 24 juni 2010

Jeugd (6)

Lezen heb ik gedaan vanaf het moment dat ik dat redelijk kon. Aanvankelijk waren dat vooral boeken van W.G. van de Hulst, de christelijke kinderboekenschrijver bij uitstek. Ik heb nog steeds ('geërfd' van mijn moeder) 'Jaap Holm en zijn vrienden'. Ik weet nog goed dat ik mij er toen al over verbaasde dat als Jaap iets 'stouts' had gedaan, hij 's avonds niet in slaap kon komen, omdat hij wist dat God het gezien had, maar hij niets aan zijn ouders verteld had. Zijn moeder kwam dan vragen wat er was en Jaap bekende alles en vroeg vergiffenis aan de Heer. Alles kwam weer op zijn pootjes terecht. Uiteraard deed ik ook wel eens iets wat niet mocht, waarvan ik niet wilde dat mijn ouders erachter kwamen, maar ik heb er nooit over in gezeten dat God het allemaal gezien had. Ik vermoed dat ik toen al doorhad dat er geen directe communicatielijn tussen Hem en mijn ouders was en dat ik het idee van ooit voor Hem te moeten verschijnen redelijk ver van mijn bed vond.

Ook van W.G. van de Hulst waren de boeken voor de iets oudere jongens als 'Ouwe Bram' en 'Willem Wijcherts'. Het laatste speelde tijdens de 80-jarige oorlog, waarin Willem zich zeer heldhaftig gedroeg. Ik heb nog veel meer boeken over de 80-jarige oorlog gelezen, waaronder 'Hotse Hiddes' en twee vervolgen daarop en uiteraard over de Tweede Wereldoorlog, waaronder 'Engelandvaarders' van K. Norel. Zeer populair was in die tijd ook een serie van L. Penning over de Boerenoorlog, met als hoofdpersoon Louis Wessels, de Boer die de Engelsen steeds weer te slim af was, o.a. in 'De held van Spionkop'.

Ik las alles wat los en vast zat, dus ook de boeken van mijn oudste zus. Ik wist alles van 'Goud-Elsje' en ook 'n Zomerzotheid' en andere werken van Cissy van Marxveldt heb ik verslonden. Toen mijn zus een keer een tijdje ziek te bed lag, kreeg ze van een vriendin een grote stapel verpleegsterromans. Ik heb ze allemaal gelezen. Uiteraard heb ik ook alle verhalen over die snaakse deugniet Pietje Bell tot mij genomen.

Strips waren in mij lagereschooltijd nog verboden. Daar leerde je niet van lezen. In die tijd had je 'Dick Bos', een serie pocketjes, niet veel groter dan een pakje sigaretten, met veel tekeningen en weinig tekst. Dick was een soort privé-detective. Volwassenen vonden dat er teveel geweld in die verhaaltjes voorkwam, hoewel Dick niet veel meer deed dan wat jiujitsugrepen toepassen. Natuurlijk lazen wij al die boekjes, evenals 'Kapitein Rob', 'Erik de Noorman' en niet te vergeten 'Tom Poes', maar die hadden wel meer tekst dan uitsluitend tekstballonnetjes.

Al op vrij jonge leeftijd stapte ik over naar de boeken voor volwassenen. Mijn vader was geabonneerd op de 'Spiegelserie'. Vier keer per jaar kwam er een boek per post, dat - gebonden! - 2 gulden vijftig kostte. Het waren allemaal 'christelijke' boeken, dus ook daarin was veel sprake van schuld, boete en vergiffenis. Mijn ouders kwamen zelden of nooit aan die boeken toe. Volgens mij was ik de enige die ze las. Mijn broers en zussen lazen ook wel, maar toch minder dan ik. Jaren later, mijn vader had toen ter gelegenheid van een (zaken)jubileum vrij veel boeken gekregen, was er ruimte nodig in de boekenkast. Op mijn voorstel zijn toen al die christelijke boeken (via een advertentie in het gereformeerde weekblad 'Belijden en beleven') geschonken aan een of andere plattelandsbibliotheek.

Ook al op jonge leeftijd was mijn standaardantwoord op de vraag wat ik voor mijn verjaardag of van Sinterklaas wilde hebben: "Een boek."
"Wil je niet wat leuks?"
"Ja, een boek."
Later vroeg ik niet om 'een boek', maar gaf ik met schrijver en titel aan welk boek. Nog steeds heb ik liever niet dat mensen mij spontaan boeken cadeau geven, vanuit de gedachte dat ik dat wel leuk zou vinden. Vrijwel altijd zijn dat boeken die ik zelf nooit aangeschaft zou hebben. Doe mij maar een boekenbon.
x