maandag 27 april 2009

Twitter

Twitter is, voor degenen die dat nog niet wisten, een relatief nieuw verschijnsel op het internet. Het is een programma waarmee je communiceert. Het heeft één, opzettelijke, beperking: de boodschap die je wereldkundig wilt maken kan niet langer zijn dan 140 tekens (= toetsaanslagen).

Omdat ik er wat meer van wilde weten, ben ik een tijdje geleden eens naar de Twittersite gegaan en heb me daar zelfs aangemeld met een gebruikersnaam: Bestevaer. (Dat is het oud-Nederlandse woord voor opa.) Daarna ben ik het feitelijk weer vergeten, totdat ik afgelopen vrijdag via een (automatisch gegenereerd) mailtje de mededeling ontving dat iemand - een regelmatige lezer van Beggartalk - een bericht op zijn Twitter had geplaatst.

Als je naar Twitter gaat, opent dat standaard met een vraag: "What are you doing?" Die vraag kun je letterlijk nemen: "Ik zit me af te vragen of ik eigenlijk wel iets wil met Twitter." Of: "Op het ogenblik niets, maar ik ga zo deur uit om boodschappen te doen." Het lijkt me niet waarschijnlijk dat daarin veel mensen geïnteresseerd zullen zijn. Maxime Verhagen, onze minister van buitenlandse zaken, is een enthousiast Twitteraar. Gisteren (zondag) bijvoorbeeld meldde hij rond half drie 's middags, dat hij op weg was naar Luxemburg voor een bijeenkomst van de Benelux met de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen. Je kan dus niet zeggen dat hij stil zit.

Ik ging me zitten afvragen: is er iets (min of meer) zinnigs dat ik persoonlijk zelf met Twitter kan doen? Als ik het bloggen moe wordt, kan ik dat vervangen door Twitteren. Het (oorspronkelijk aan mijn weblog ten grondslag liggende) effect is immers hetzelfde: degenen die dat willen weten, zijn er zeker van dat ik weer opgestaan ben die dag en een tekst van 140 tekens moet ik, zolang de heer Alzheimer nog niet bij me ingetrokken is, zelfs direct na het wakker worden nog bij elkaar kunnen schrijven.

Af en toe - Beggartalk is al weer geschreven - heb ik wel eens last van een inval. Twee Beggartalks op één dag vind ik wat overdreven en het is op zich natuurlijk een uitdaging met maximaal 140 tekens een afgeronde gedachte wereldkundig te maken. En dan niet vals spelen door 100 Twitters achter elkaar te plaatsen. Ik ga daar nog eens wat verder over nadenken. De trouwe lezers van Beggartalk zullen de eersten zijn die weten waar dit nadenken toe geleid heeft.
x

zondag 26 april 2009

Bloot

Je hebt haar natuurlijk herkend: Anita Witzier. Ik vind haar een aangenaam ogende vrouw, maar ik zie haar niet vaak, want de programma's die ze op tv presenteert, zoals 'Memories', zijn niet de mijne. Deze foto zou vroeger op zijn minst 'ondeugend', wellicht zelfs 'prikkelend' genoemd worden, want geef toe: Anita's bloesje is tot vrij laag en redelijk wijd geopend. Het perspectief van waaruit de foto gemaakt is, is welbewust gekozen. Ik heb daar geen overwegende bezwaren tegen en de foto past goed bij de omgeving. Die omgeving is namelijk de webpagina voor een nieuw programma van de KRO, dat Anita gaat presenteren: Blootgewoon.

Je kunt je met een groepje van minimaal 6, maximaal 10 personen (familieleden, vrienden, buren, kennissen, collega's) opgeven voor deelname aan het programma. Dat groepje laat dan "door een topfotograaf" naakt een "glamourvolle fotoshoot" van zich maken. Per aflevering (dat worden er vijf) worden steeds twee van die "smaakvolle" fotoshoots getoond en mogen die blote mensen iets over een goed doel vertellen. Een vakjury kiest de mooiste foto's uit en daarvan wordt een kalender gemaakt. De opbrengst van die kalenders wordt verdeeld onder de goede doelen. De KRO noemt dit programma dan ook: "naakt met een missie".

Van dit programma word ik al bij voorbaat niet helemaal goed. Ik heb niets tegen publiek naakt. Iedereen die daar, om wat voor onduidelijke reden ook, prijs op stelt, mag mij naakt zien. In mijn 'Haagse tijd' heb ik mij diverse keren per jaar - altijd met Boukje, soms in gezelschap van vriend(inn)en - op het naaktstrand opgehouden. De keren dat ik in een sauna was, hield ik niet schroomvallig een handdoek om mij heen geslagen.

Wat stuit mij dan zo tegen de borst? De meeste mensen, ik dus ook, kijken met veel plezier via foto's, films, video's of gewoon live naar blote mensen die in hun ogen welgevormd zijn. Daar is helemaal niets mis mee. Maar het merendeel, denk ik, van die mensen peinst er niet over zichzelf even open en bloot op te stellen en/of beperkt dat tot een uiterst klein gezelschap en nauwomschreven situaties. Ik kan het ook niet helpen, maar zelf aangekleed naar geheel blote mensen kijken komt naar mijn oordeel heel dicht in de buurt van gluren en dat is geen als positief beoordeelde bezigheid.

De KRO gaat ook eens progressief doen en gaat dus een gluurprogamma maken met goede doelen als excuus. Het zal ongetwijfeld mooie kijkcijfers opleveren. In sommige kringen zal men gretig kijken om gefundeerd te kunnen zeggen dat het toch schandalig is dat een publieke omroep zo'n schunnig programma op de buis durft te brengen en kan de verspreiding van die kalender niet verboden worden? Die aangenaam ogende Anita zou een stuk in mijn waardering stijgen als zij het aandurft die vijf programma's geheel naakt te presenteren. De KRO zou in mijn ogen iets geloofwaardiger overkomen als t.z.t. de voorzitter, de programmadirecteur of een andere bobo geheel naakt bij 'De Wereld Draait Door' of 'Pauw & Witteman' komt uitleggen waarom ze met zo'n grensverleggend (voor de KRO dan) programma komen. In ieder geval staan er vijf programma's aan te komen die ik niet op mijn 'must see' lijstje zal hoeven te zetten.
x

zaterdag 25 april 2009

Tolerant

Een van de oorzaken van het succes van Geert Wilders en zijn PVV is, naar mijn idee, het benadrukken van onze 'typische Nederlandse' cultuur t.o.v. van - bijvoorbeeld - de Marokkaanse. Een niet-onbelangrijk kenmerk van die typisch Nederlandse cultuur wordt vaak genoemd onze tolerantie tegenover groepen mensen met gedrag of levenswijze die wat afwijken van wat 'wij' als 'normaal' beschouwen. Een van de duidelijkste voorbeelden daarvan is dat wij, als eerste land ter wereld, het huwelijk van stellen van gelijk geslacht mogelijk maakten. Wij maken ons er, niet geheel onterecht, bezorgd over dat Nederlanders met een islamitische achtergrond wat anders aankijken tegen homoseksualiteit.

Trouw had gisteren als 'kop': Lesbienne vaker ziek, zwak en misselijk. Die kop vind ik wat zwak gekozen, want met 'ziek, zwak en misselijk' duiden wij immers vaak mensen aan die zich wat aanstellen. Het artikel gaat over lesbiennes die wel degelijk vaker dan heterovrouwen lijden aan depressies en slapeloosheid. Uit een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam bleek dat meer dan één op de drie lesbiennes geregeld geconfronteerd wordt met geroddel en pesterijen in familiekringen en op de werkvloer. Het lijkt me verklaarbaar dat ze daar niet blij van worden.

Nog maar kort geleden was de nationale verontwaardiging groot toen een transseksuele vrouw uit een Utrechtse buurt was weggepest door jongens van Marokkaanse afkomst. Dat is schandalig, maar het wil er bij mij niet in dat "geroddel en pesterijen in familiekringen en op de werkvloer" uitsluitend uitgeoefend worden door mensen met een Marokkaanse en/of islamitische achtergrond.

Tolerantie is volgens mij geen eigenschap die in onze genen verankerd ligt. Het is een keuze die wij maken als wij omgaan met mensen die, op wat voor manier ook, anders zijn dan 'wij' of 'ik'. Ik ga niemand mijn keuzes opleggen. Maar probeer me niet wijs te maken dat 'wij' tolerant zijn.
x

vrijdag 24 april 2009

Cirkel

Hij is een van de meest belachelijke uitvindingen sinds 1492, het jaar waarin de Spanjaarden niet alleen de Nieuwe Wereld ontdekten, maar ook een aldaar groeiende plant, nicotiana tabacum, die door de autochtone bevolking na droging en verdere verwerking als genotmiddel werd gebruikt. Ik heb het over de 'pafpaal' die je op de overdekte perrons van alle spoorwegstations aantreft. Deze paal geeft niet alleen de 'rookzone' aan, hij is tevens asbak. Wie wat vaker op stations komt zal het wel eens opgemerkt hebben: een overvloedig walmende pafpaal, waarin de gezamenlijk smeulende peuken tot as worden.

Laat me meteen een bekentenis doen. Ik ben altijd ruim vóór de vertrektijd van een trein op het aangewezen perron en ga daar staan roken. Ik gooi altijd zeer bewust een nog brandende peuk in die oversized asbak. Ik geef het grif toe: het is een kinderachtige handeling van een zeventiger, maar ik weet vooralsnog geen vreedzamer manier om mijn agressie naar aanleiding van allerlei rookverboden bot te vieren.

Er zijn ongetwjfeld treinreizigers geweest die hun ongenoegen over walmende pafpalen hebben geuit, want ProRail, lees ik in Trouw, gaat op de stations Groningen, Leeuwarden en Zwolle een proef nemen met de vervanger van de pafpaal, het 'pafputje', dat door ProRail de 'asbaktegel' wordt genoemd. Het is natuurlijk geen tegel, maar juist de afwezigheid van een tegel, die immers vervangen is door een rooster, waaronder zich de ruimte voor peuken bevindt. Dat rooster is het middelpunt van een gele cirkel met een straal van zes meter, waarbinnen de zich aan hun verslaving overgevende reizigers zich mogen bevinden.

We kunnen nu gaan zitten wachten op de protesten van de anti-rokers, want de ruimte waarbinnen de rokers zich mogen bevinden wordt, als de proef slaagt en in beleid wordt omgezet, in één klap VERDUBBELD! Immers, het roken is nu toegestaan binnen een afstand van drie meter van de pafpaal.

Kinderachtig als ik ben, heb ik een visioen. Ik vermoed dat er in het pafputje meer ruimte voor peuken is dan in de pafpaal. Daar ligt dus een veel grotere hoeveelheid materiaal dat kan blijven smeulen en voor rookontwikkeling kan zorgen. Daar gooi ik ook nog brandende peuken in.

donderdag 23 april 2009

Kamperen

Kamperen is de geperverteerde bevrediging van een verlangen naar open hemelen en een opgaan in de natuur, een vals hunkeren naar primitieve eenvoud zonder ballast, waarvan het discomfort moet worden opgevangen door een vracht aan hulpmiddelen, een vracht die zijn hoogtepunt bereikt in de verrolbare barbecue enerzijds en het chemisch toilet anderzijds. Dat las ik in Trouw.

Het merendeel van mijn vakanties, nadat ik niet meer met mijn ouders meehoefde, heb ik kamperend doorgebracht. Ik heb er dus enig verstand van, denk ik dan. Dat had niet veel te maken met verlangen naar open hemelen en/of valse hunkering naar primitieve eenvoud. Ik wilde niet mijn hele vakantie op één plek doorbrengen en had geen auto. Je kunt van hotel naar hotel lopen of fietsen, maar dat was nogal duur en bovendien moest je maar afwachten of op de plaats van bestemming logies beschikbaar was. Dan heb ik ook nog eens veel vakanties doorgebracht in streken waar hoe dan ook geen logiesmogelijkheden, geen wegen en geen richtingaanwijzers aanwezig waren. Dan moet je dus wel kamperen in zo'n klein tentje dat licht genoeg is om op de rug te worden meegedragen. Dat leverde wel eens, maar relatief weinig, 'discomfort' op, maar die had ik er graag voor over.

Bij veel mensen bestaat er een misverstand: met een bungalowtent, strechtchers en andere meubilair, een koelkast, chemisch toilet, barbecue, schotelantenne en tv op een camping verblijven is kamperen. Dat heeft niets met kamperen te maken. Je zit een paar weken in een te kleine, niet zo windvaste, af en toe lekkende bungalow, op een paar meter afstand van je wellicht luidruchtige buren. Het is alleen goedkoper dan een bungalow van CenterParcs of Landal.

De schrijver van het artikel heeft de ANWB Kampeerdagen bezocht en zag daar diverse typen tent o.a. ongeveer het kleinste model: een kruiptunneltje van nylon dat vierhonderd euro moest kosten. Dat vond hij duur. Zo'n veertig jaar geleden kocht ik een tweepersoons tentje voor rond de duizend gulden. Dat was toen veel geld. Maar het ding is wel ruim twintig jaar meegegaan. Mijn vakantieverblijfskosten bedroegen dus minder dan 50 gulden per jaar. Daar huurde je ook toen al geen bungalow voor drie weken van.

Ik neem direct aan dat er hele volksstammen zijn die in hun bungalowtent, met of zonder kinderen, van een zeer bevredigende vakantie genieten, zelfs als het weer niet echt meewerkt. Maar noem het geen kamperen.
x

woensdag 22 april 2009

Smaak

Smaken verschillen, zegt men. Gelukkig maar, want anders werd het een saaie boel. Je hoort ook vaak zeggen dat over smaak niet te twisten valt. Ik zou niet weten waarom niet. In mijn jonge jaren heb ik veel met mijn moeder getwist over de smaak van (met name griesmeel)pudding. Het heeft er uiteindelijk toe geleid dat deze van het menu verdween.

Smaken veranderen ook. De mode is daar een goed voorbeeld van. Voor veel mensen kan een kledingstuk in de kleur van vorig jaar misschien nog net, maar de kleur van twee jaar geleden is echt ondraagbaar geworden. Gelukkig heb ik op dat gebied helemaal geen smaak. Met een variatie op een bekende uitspraak van Henry Ford: ik vind elke kleur van kleding goed, zolang het maar blauw is.

Gisteren las ik in Trouw een kort artikeltje over de acer saccharinum, die we in gewoon Nederlands zilveresdoorn noemen. Esdoorns zijn ingevoerde exoten en niet geliefd bij natuurbeheerders. Ze groeien snel, dijen uit en verspreiden duizenden helikopterzaden. Zo leer je elke dag weer iets nieuws.

Nu vraag je je misschien af: waar wil hij het nou over hebben vandaag? Over smaak? Over bomen? Over allebei eigenlijk. De schrijver van het artikel heeft een tijdje in Den Bosch gewoond en heeft mooie herinneringen aan de kastanjebomen op de Parade. Als hij van de Parade naar de Bossche Broek, een natuurgebied, fietste kwam hij langs zo'n zilveresdoorn op de stadswal.

Nu gaat het mij niet om de esdoorn, maar om de laatste drie zinnen van het artikel: Op de Bossche stadswal zal de zilveresdoorn nog wel staan. Maar de kastanjebomen op de Parade dreigen te worden gekapt. Ze zijn niet ziek, men vindt ze ouderwets. Kennelijk is daar in Den Bosch een ambtenaar, een wethouder, misschien wel een complete welstandscommissie, die zich ergert aan het feit dat de natuur niet met haar tijd meegaat. Al in geen eeuwen is er iets wezenlijks veranderd aan het uiterlijk van de kastanjeboom. Daar zijn de bewoners en de passanten van de Parade al lang op uitgekeken. Die boom past toch niet meer bij de postmoderne tijdgeest? Op zijn minst had er toch voor een ander type blad gekozen kunnen worden? En waarom zijn kastjanjes altijd bruin? Dus: als die kastanjeboom niet heel gauw verandert, wordt hij ingeruild voor een knotwilg. Die is ook al eeuwen hetzelfde, maar stond altijd langs een buitenweggetje en zal op de Parade waarschijnlijke een vefrissend nieuwe ambiance scheppen. "Nee, meneer de voorzitter, dat is weer zo'n halve maatregel. Die knotwilg is al over vijf jaar volledig passé. Haalt u nog een echte spar in huis voor de kerstdagen? Nee, u koopt zo'n lekker strak ding bij Gamma of Karwei, dat je na de kerstdagen opvouwt, of inklapt en dat je na twee jaar kunt vervangen door een eigentijds model. Moet ik nog meer zeggen?"
x

dinsdag 21 april 2009

Screening

Al weer een tijdje geleden was Geert Wilders ineens de kampioen van het recht op vrije meningsuiting. Ik zag dat wat anders, maar daar ga ik het nu niet over hebben. Geert gaat een aantal gemeenten bezoeken waar de PVV volgend jaar aan de gemeenteraadsverkiezingen wil meedoen. Gisteravond was hij in Den Helder. Bij het recht op vrije meningsuiting behoort naar Geerts mening kennelijk niet het recht op vrije nieuwsgaring, want bij de bijeenkomst wordt de pers niet toegelaten. De reden daarvoor is, volgens Trouw, de privacy van de bezoekers (...) Mensen die naar een PVV-bijeenkomst willen, worden eerst uitgebreid gescreend en komen alleen binnen met een van tevoren opgestuurd toegangsbewijs.

Mijn grootmoeder heeft ooit verteld dat mijn grootvader in de dertiger jaren eens in Meppel, daar woonden ze nu eenmaal, naar een bijeenkomst met Anton Mussert, de NSB-leider, was gegaan. Hij was gewoon nieuwsgierig en zijn commentaar na afloop was: "Het is maar een zielig mannetje."

Geert Wilders gaat ook Amsterdam aandoen. Net als mijn grootvader zou ik die bijeenkomst uit nieuwsgierigheid best willen bijwonen. De vraag is natuurlijk of ik door de uitgebreide screening kom. Ook op deze plek heb ik nogal vaak laten blijken het gedachtegoed van Geert Wilders bepaald niet te delen. Hoe vaak zitten Geert c.s. te googelen op anti-PVV- en anti-Geertschrijfsels? Sta ik inmiddels op de zwarte lijst van Geert?

En waarom moet eigenlijk de privacy van de bezoekers aan de bijeenkomsten beschermd worden? Worden ze meteen doelwit van islamitische of extreemlinkse terreurgroepen? Komen ze allemaal vermomd naar de bijeenkomst? Stel je nou eens voor dat vooruitgeschoven posten van die terreurgroepen, de camera in de aanlag, bij de toegangsdeuren van de zaal hebben postgevat. Of is de plaats van de bijeenkomst geheim en wordt die alleen bekend gemaakt aan personen die door de uitgebreide screening heen gekomen zijn? Of zou het zo zijn dat veel bezoekers eigenlijk liever niet openlijk voor hun xenofobie, islamofobie of sinistrofobie uitkomen?
X