zondag 15 november 2015

BIJVERSCHIJNSELEN

Alle media hadden gisteren maar één onderwerp: de terrorristische aanslagen in Parijs. Waar zou ik het vandaag dan over moeten hebben? Als ik het over een willekeurig ander onderwerp zou hebben, zouden mijn lezers zich gaan afvragen in welke wereld ik leef.

Ik ga het niet over de aanslagen hebben. Ik zou het kunnen hebben over de berichtgeving over de aanslagen, maar dat zal ik ook niet doen. Ik vrees dat ik dan wat mensen voor het hoofd zou stoten. Ik zal het hebben over wat bijverschijnselen.

Ik doe niet aan sociale media, maar ik neem aan dat op Facebook en Twitter de berichten over de aanslagen niet van de lucht zijn. Op Youtube waren gistermiddag al de eerste zelfgemaakte beelden van (de omgeving van) de aanslagen te zien. Er zullen er nog vele volgen. Er kwamen mensen naar die concertzaal toe voor het maken van een selfie.

Op instagram deed dit beeld de ronde:


Dat doet natuurlijk sterk denken aan dit beeld uit de vorige eeuw:


Het heeft met terrorrisme niets te maken. Het is ontleend aan de seinen die je kunt geven met vlaggetjes, zoals ik dat nog bij de padvinderij geleerd heb. Twee vlaggetje schuin naar beneden staan voor de letter N, één vlaggetje  recht naar boven voor de D. ND stond voor 'nuclear disarmement'. Het symbool werd dus veel gebruikt bij demonstraties tegen kernwapens, ook bij de grote demonstraties in Amsterdam (1981) en Den Haag (1983).

Zo, hebben jullie toch nog wat bijgeleerd.


zaterdag 14 november 2015

BIJNA

Ik geloof in bijna-doodervaringen. D.w.z. dat ik de mensen geloof die zeggen dat zij op het randje van de dood een ervaring hadden die meestal als mooi of anderszins als heel bijzonder wordt omschrven. Daarmee houdt het wat mij betreft ook op. Ik geloof niet dat bijna-doodervaringen 'bewijzen' dat er een hemel of ander soort hiernamaals is.

Trouw schrijft over de neurochirurg Eben Alexander. Hij kende de verhalen over bijna-doodervaringen. En wist dat ze neurologisch heel plausibel te verklaren zijn: wie bijna het leven laat en 'terugkomt' met een wonderlijke getuigenis, heeft een prachtige hallucinatie beleefd. (...) Een infectie met de E. coli-bacterie zorgde er uiteindelijk voor dat hij zijn visie radicaal herzag. Terwijl de bacterie zijn hersenen aanvrat, lag Alexander lag zeven dagen lang in een coma. Tijdens die sluimerperiode overkwam hem het schijnbaar onmogelijke. Hoewel zijn hersenschors volgens metingen op stand-by zou hebben gestaan en iedere vorm van bewustzijn uitgesloten leek, beleefde hij een avontuur waarbij hij naar eigen zeggen klaarwakker was. (...) Nu verkondigt hij stellig: de hemel bestaat. (Onderstreping toegevoegd.)

Ik houd me niet vaak bezig met bijna-doodervaringen, maar er is me wel wat opgevallen in de verhalen daarover. Volgens mij zijn er nauwelijks of geen beschrijvingen vam grote aantallen mensen/zielen die zich daar bevinden. Die neurochirurg heeft het over glinsterende wezend die daar rondzweven. Vogels? Engelen? (...) Het uitendelijke verhaal is 'nog vreemder'. 'Het grootste gedeelte van de reis was er iemand bij me. Een vrouw. Ze was jong, ik herinner me haar tot in detail. Ze keek me aan met een blik die, als je hem vijf seconden zou gadeslaan, je hele leven de moeite waard maakte - wat je eerder ook beleefd zou hebben. Ja, dan wil je wel doodgaan.


vrijdag 13 november 2015

FLOORTJE

Ik kijk niet regelmatig naar 'Floortje Naar Het Einde Van De Wereld'. Eergisteren keek ik wel naar de aflevering waarin Floortje op bezoek gaat bij een Nedelands echtpaar dat met twee kinderen in de jungle van Peru woont, waar ze een opvangcentrum voor gewonde en verweesde dieren zijn begonnen. De bedoeling is dat die dieren zo mogelijk weer teruggeplaatst worden in hun natuurlijke omgeving.

Floortje gaat op een dag met de dochter van tien ergens fruit plukken. Op een gegeven moment zegt ze: "Ik denk dat er niet veel meisjes van tien zijn die zo door de jungle lopen." Floortje zal dat niet zo bedoeld hebben, maar het is een opmerking die beter past in het oude koloniale tijdperk, toen het leven in die andere, vreemde wereld nog met westerse ogen bekeken werd. Je zou het een Eurocentrisch wereldbeeld kunnen noemen

Ik heb eens gegoogeld en ik las ergens dat in het Zuid-Amerikaanse regenwoud zo'n 800.000 indianen wonen. Dat is bijna gelijk aan het aantal inwoners van Amsterdam. Niemand zal zeggen: 'Ik denk niet dat er veel meisjes van tien door Amsterdam lopen.' Ook in Afrika en Azië zijn nog aardig wat jungles. Je mag dus aannemen dat er vrij veel meisjes van tien door een jungle lopen. Floortje had moeten zeggen: 'Ik denk dat er niet veel Nederlandse/westerse meisjes van tien door de jungle lopen.' Sommige oude gewoonten sterven slechts zeer langzaam uit.

donderdag 12 november 2015

11/11

Gisteren was het 'de elfde van de elfde'. Dat is, als je van carnaval houdt, een belangrijke datum. Dan immers beginnen, om 11 over 11 's ochtends, de voorbereidingen voor het carnaval van volgend jaar. Ik ben 'boven de grote rivieren' en ook nog eens orthodox calvinistisch opgegroeid. Ik heb dus helemaal niets met carnaval. Ruim 50 jaar geleden, in 1962, bevond ik mij tijdens het carnaval in Vught, waar ik net begonnen was aan het vervullen van mijn dienstplicht. Ik ben toen wel een avondje het nabije Den Bosch ingegaan. Ik werd in mijn (voor)oordeel bevestigd: carnaval was niets voor mij.

11 november is ook de dag van Sint Maarten. In Amsterdam-Zuid, waar ik mijn jeugd doorbracht, wisten we daar niets van en deden we daar niets aan. In 1964 woonde ik, 'op kamers', in Amsterdam-Noord. Ik kwam tot de ontdekking dat ze daar al sinds mensenheugenis wel aan Sint Maarten doen. Kinderen trekken met lampions langs de deuren, bellen overal aan, zingen een liedje en verwachten snoep als tegenprestatie.

Vier jaar geleden toen ik net twee maanden weer in Noord woonde, werd ik 's avonds verrast door de deurbel. Niet de bel die ik hoor als er beneden bij het portiek gebeld wordt, maar die bij de deur die toegang geeft tot mijn flat. De hal stond vol met kindertjes. Ik moest ze teleurstellen, want ik had niets te snoepen in huis.

Gisteravond werd er ook aangebeld, maar ik heb de deur niet open gedaan, want ik had de kindertjes weer niets te bieden.


woensdag 11 november 2015

LEUKER

Gisteren was ik met leukere dingen bezig dan nadenken over een leesbare blogtekst. Zo was ik gastheer voor drie vrienden, die wel wat wilden drinken en eten.

Vanochtend was ik beduidenld later wakkker dan normaal, dus ik had niet veel tijd om aan het schrijven te besteden.

Trouwe lezers kunnen hun tijd nu ook weer aan iets nuttigs besteden. Morgen weer een 'echte' Beggartalk.


dinsdag 10 november 2015

BEACH

Waar anders in Nederland, schrijft het AD, vind je een grote stad met 11 kilometer kust? Nergens. En dat wordt in binnen- en buitenland nog te weinig begrepen. Wethouder Karsten Klein (CDA) wil daarom vooral voor buitenlanders duidelijker maken dat de stad een strand heeft.(...) Om meer buitenlandse toeristen te lokken rept Den Haag in internationaal verband voortaan liever over The Hague Beach dan over Scheveningen.

Karsten heeft met zijn plannen velen, vooal Scheveningers, op de ziel getrapt. Geboren Scheveninger (en minister van Binnenlandse Zaken) Ronald Plasterk (PvdA) is niet blij met de promonaam, blijkt zaterdag uit zijn tweets. De minister van Binnenlandse Zaken spreekt van een 'hellend vlak': "Ik ben geboren op Scheveningen. Niet op de Hague Beach."

Laat ons maar eens van de vooronderstelling uitgaan dat Den Haag een grote stad is, die voor buitenlanders de moeite van een bezoek waard is. Waarom bezoeken toeristen een (grote) stad. Ik denk vooral vanwege de cultuur: de historische bebouwing, musea, concertzalen, schouwburgen, van die dingen. Wie naar het strand wil zal eerder naar een badplaats gaan, waar Nederland er ook voldoende van heeft. Aan de The Hague Beach ligt overigens niet alleen Scheveningen, maar ook Kijkduin.

Die 'promotienaam' is vooral ingegeven door het feit dat Schevingen moeilijk is uit te spreken voor veel buitenlanders. De g-klank is sowieso al moeilijk uit te spreken voor de meeste niet-Nederlanders en helemaal na een s. De medewerkers van hostel Jorplace in de Keizerstraat vinden dat het praktisch is, zeker voor toeristen van andere continenten. "In China zullen ze niet snel googelen op Scheveningen,'' zegt Marion. Dat geloof ik direct. Ze zullen ook niet gauw googelen op Marken, maar het zou best kunnen dat ze daarheen vanuit Amsterdam een tochtje maken.

Overigens zal het het Haagse stadsbestuur volgens mij worst zijn of de toeristen naar het strand gaam. Ze moeten vooral de boulevard bezoeken en de Keizerstraat (een belangrijke winkelstraat) en daar zo veel mogelijk geld uitgeven. Amerikanen komen toch wel, al kunnen ze 'Scheveningen' niet uitspreken. Ze gaan ook wel naar China al kunnen ze daar de taal ook niet uitspreken, zelfs niet lezen. Voor de Chinezen geld mutatis mutandis hetzelfde. In de 23 jaar dat ik in Den Haag gewoond heb, kwam ik zelden op Scheveningen. Kijkduin is veel leuker.


maandag 9 november 2015

JIJ

Toen ik nog kind was, was het gebruikelijk iedere volwassene, om te beginnen je (groot)ouders en ooms en tantes , met 'u' aan te spreken. Volwassenen onder elkaar spraken iedereen die geen familie, vriend(in) of goede bekende was ook met 'u' aan. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw werd tutoyeren steeds meer gebruikelijk. In mijn toenmalige werkkring, de Ziekenfondsraad in Amsterdam, later in Amstelveen, was het al gemeengoed geworden je directe chef (en andere chefs) te tutoyeren. Maar toen ik bij de Haagse ziekenfondsen ging werken, sprak men daar zelfs directe collega's nog met 'u' aan. Bij de Provincie, waar ik later ging werken, was het uiteindelijk heel gewoon dat je als ambtenaar ook leden van Provinciale Staten, gedeputeerden en zelfs de commissaris van (toen nog) de koningin tutoyeerde.

Gisteren bleef ik na Buitenhof hangen bij NPO 1 en keek dus naar Studio Sport. Daar werd ruim aandacht besteed aan de komende 'klassieker' Feyenoord - Ajax. Joep Schreuder (49) sprak met allerlei mensen die ooit iets met een van de twee clubs te maken hadden of nog hebben, dus ook met ('IJzeren') Rinus Israel (73), die bij Feyenoord speelde in de tijd dat Nederlandse clubs nog wel eens (zeer) succesvol waren in het Europese voetbal. Joep begon met 'meneer Israel' en 'je' en vroeg toen "Mag ik jij zeggen?" Rinus vond het best. Vervolgens sprak Joep Rinus voortdurend met 'u' aan. Zoiets hoor je vaker in tv-programma's

Zo langzamerhand behoor ik echt wel tot de 'oudjes', maar het maakt me volstrekt niet uit of ik met 'je' of 'u' wordt aangesproken. Zelf gebruik ik ook vaker 'jij' dan 'u', ongeacht leeftijd, rang of stand van de aangesprokene. Is dat nu 'Amsterdams', of 'Randstads'? Het heeft volgens mij niets te maken met 'respect'. Hoe gaat dat op het platte land (= Nederland buiten Amsterdam)?