dinsdag 31 maart 2009

IJsje

Gisteren was een drukke dag, want ik had - door dat vierdaagse bezoek aan Madrid - heel wat achterstallig onderhoud te plegen aan mijn website. Daarna had ik weinig puf meer in het nadenken over diepgravende teksten. Bovendien: als ik 'uit' ben, houd ik mij absoluut niet met nieuws bezig. Ik houd het dus simpel vandaag. Hieronder zie je een foto van enkele wat oudere heren (van links naar rechts: Jan, Jan, Jan en niet-Jan) die in de Jardines de Sabatini, grenzend aan het Palacio Real, genieten van een ijsje van het merk Häagen-Dazs. (Een der Jannen is verslaafd aan dit ijs.) De bedoeling was dat Palacio te bezoeken (waar overigens geen koninklijk paar woont), maar er stond een gigantische rij voor.



maandag 30 maart 2009

Terug

Als je iets schrijft dat anderen moeten lezen (of waarvan jij graag wilt dat ze het lezen), moet je altijd positief beginnen. Dat is mij ik weet niet hoe vaak verteld. Ik vind dat onzin. Mag ik even zelf uitmaken hoe ik mijn verhaal vertel?

Gistermiddag, direct na de eerste overstap in de metro op weg naar Barajos, de luchthaven van Madrid, bleek mijn portemonnee gestolen te zijn. In het metrostation heb ik meteen telefonisch mijn pinpas laten blokkeren. Er zat niet veel meer dan 50 euro in mijn portemonnee. De creditcard die er ook in zat zal de dieven hevig teleurstellen, want die is al meer dan een jaar verlopen. Verder zat er ook mijn identiteitskaart in. Bij het inchecken wilde de alleraardigste dame van KLM wel een officieel bewijs dat ik bij de politie aangifte had gedaan van de diefstal van die identiteitskaart. Dat kostte alles bij elkaar een uur, dus de Jannen (de drie vrienden met wie ik een paar dagen in Madrid doorbracht heten alle drie Jan) en ik hadden nog net tijd voor een kop koffie. Omdat Spanje ook een 'Schengenland' is, hoefde ik op Schiphol niet langs de douane.

Waar ik niet op gerekend had, is dat Madrid op nogal heuvelachtig terrein is gebouwd. Dat is allemaal heel mooi, maar ik ben intussen wel zeventig en dan loop je toch niet meer zo vlot tegen heuvels op die, in termen van de Tour de France, tot de buitencategorie gerekend mogen worden.

Einde negatieve berichten.

De Jannen en ik waren zeer te spreken over ons verblijf in Madrid, hoe kort het ook was: 26 maart 13.30 uur tot 29 maart 12.30 uur. Dat had zeker niet in de laatste plaats te maken met het weer. Tot zaterdag rond 16.00 uur konden wij redelijk luchtig gekleed op terrasjes genieten van de aangeboden consumpties en het is onze gewoonte bij zulke citytrips redelijk veel consumpties te gebruiken. Maar wij zijn geen cultuurbarbaren. Wij hebben ook het Prado uitgebreid bezocht en dus hebben wij voor het eerst de 'Tuin der lusten' van Jeroen Bosch in het echt gezien, naast uiteraard werken van Goya, Velasquez, Rubens, Cranach, Memlinc, Van Ostade en noem verder maar op. De Basiliek van Sint Fransiscus is ook een bezoek meer dan waard. De eerste bieren genoten wij overigens in de zonneschijn op het Plaza Mayor, dat tot de top van de pleinen in de wereld gerekend mag worden.

Los van alle cultuur is Madrid een stad naar mijn hart: de stad leeft! Tegen middernacht is het druk, er zijn mensen op straat. We hoeven geen driesterrensrestaurants. Zaterdagavond aten we in wat je een buurtrestaurant zou mogen noemen, waar Madrileense families komen eten. We kozen diverse dingen uit de de kaart met 'raciones'. Dat is hetzelfde als tapas, alleen de porties zijn wat groter. Gamba's, jamon serrano, gebakken aardappeltjes in een pittige tomatensaus, croquetas (een soort aardappel/kaaskroket), kaas en nog wat ander dingen. En wijn natuurlijk. Smullen!

De traditie van deze reisjes is dat ik altijd ruim vóór de Jannen wakker ben en vervolgens ergens rokend en lezend de tijd doorbreng tot ik (om negen uur precies) de Jannen het bed uit, de badkamer in en naar het ontbijt jaag. In ons hotel mocht niet gerookt worden, maar in een belendend restaurant wel. In Madrid wordt bij horecagelegenheden duidelijk aangegeven of er wel of niet gerookt mag worden. Dat moet in Nederland ook kunnen.

Het meest opmerkelijke aan deze jaarlijkse reisjes is en blijft dat de Jannen en ik elkaar intussen ruim veertig jaar kennen. Tussen alle cultuur, eten en (aardig wat) drinken door wordt er nog altijd veel gepraat over van alles en nog wat, wordt er gediscussieerd. We zijn het politiek lang niet over alles eens. We hebben verschillende, gemeenschappelijke, overlappende interesses en verschillende ervaringen in relaties en werk. We nemen nooit een blad voor de mond en we hebben nooit ruzie, ook niet over waar we wel en niet heen gaan.

We hebben, kortom, weer een paar zeer aangename dagen in een boeiende stad doorgebracht.

donderdag 26 maart 2009

Geen

Van 26 t/m 30 maart verschijnt er geen 'BEGGARTALK'.

woensdag 25 maart 2009

Titel

(Voor de werkelijke titel van dit blog moet je even op zoek gaan naar de titel van een boek van Remco Campert. Niet bij mijn boeken kijken, want ik heb het niet.)

Gisteren, mijn verjaardag dus, las ik om 6:30 uur de eerste digitale felicitatie, van Zuster Klivia. Om 7.15 uur ging mijn telefoon: mijn kleine zusje
slaagde erin mij nog persoonlijk, zij het van een afstand, te feliciteren. Rond 8.00 uur stapte ik uit lijn 13 op de laatste halte vóór Amsterdam Centraal. In een horecagelegenheid op de hoek van de Martelaarsgracht en de Nieuwendijk nam ik in alle rust een stevig Engels ontbijt tot me, zodat ik het zou kunnen uithouden tot in ieder geval Zwolle. Ik had namelijk in de tussentijd bedacht dat het station Arnhem één grote bouwput is, dus geen gezellige ambiance. Vóór ik in de intercity naar Utrecht van 9.07 uur stapte, rookte ik bij de 'pafpaal' op spoor 5 nog een sigaret en hoorde dat de NS niet van plan was mijn reis zonder strubbelingen te laten verlopen. Vanwege een seinstoring zou de intercity via een omweg (Hilversum) naar Utrecht gaan. Dat betekende dat ik aldaar de aansluiting naar Tiel miste, dus kon ik meteen aan de koffie en weer een sigaret roken.

Tot mijn verbazing heeft Tiel, toch geen wereldstad, een station Tiel Centraal. Het heeft ook nog een halte Passewaaij. Daar had ik drie kwartier de tijd om over te stappen. Het station daar is ongebouwd tot horecagelegenheid, met zaalverhuur. Ik besloot dus daar nog maar een (boeren)boterham met biologische kaas te eten. Bij de cappuccino werd ongevraagd in een apart glaasje een portie slagroom met iets van een drankje geserveerd. Dat had niets met mijn verjaardag te maken, want andere klanten kregen dat ook. Van Tiel naar Arnhem rijd je in zo'n alleraardigst stoptreintje van Syntus via een leuke Betuwelijn langs dorpjes als Kesteren, Opheusden en Dodewaard. In laatsgenoemde plaats heb ik mij ooit door de ME op een forse dosis traangas laten trakteren.

Van Arnhem naar Zwolle en van Zwolle naar Leeuwarden reis je in zich intercity noemende treinen, maar ze stoppen bij zowat iedere dikke boom die ze passeren, al vond ik dat geen bezwaar, want echt haast had ik natuurlijk niet. Tussen Arnhem en Deventer reed deze intercity bovendien achter een vertraagde stoptrein aan. Zowel in Arnhem als in Zwolle had ik net even tijd voor een sigaret.

In Leeuwarden had ik 10 minuten de tijd om het boemeltje van Arriva naar Groningen te halen. Het feit dat ik
jarig was meende ik als excuus te mogen gebruiken om reeds vóór 16.30 uur aan de drank te gaan. Ik ging dus naar de 'Kiosk' om daar een (klein) blikje bier aan te schaffen. Een klant voor mij schafte een blikje Red Bull aan ( kennelijk wilde hij zijn reis vliegend vervolgen) en wilde dit via zijn pinpas betalen. Na een een keer of tien zijn pasje door de gleuf halen en het na gepiep bestuderen van het apparaat door de verkoper, verliet de klant zijn plek lopend, want zonder Red Bull. Ik kon mijn transactie nog net op tijd voltooien. Ik houd van berglandschappen, maar dat vlakke land tussen Leeuwarden en Groningen kan ik ook zeer waarderen.

In Groningen begaf ik mij spoorslags naar Schuitendiep 62. Ken ik daar iemand? Is daar iets artistieks te beleven? Geen van beide: ik wilde mij weer eens, zij het niet geheel onbaatzuchtig, met een wetsovertreder solidariseren. Op dat adres bevindt zich namelijk café 'De Kachel'. Wie het nieuws een beetje intensief volgt, weet dat recentelijk de uitbater van dit café voor de rechter stond, omdat hij weigert de asbakken te verwijderen en roken toestaat. Hij werd veroordeeld en ging in hoger beroep. Daar kon ik dus, voor het eerst sinds 1 juni vorig jaar, weer kroegbezoek en roken combineren. Dacht ik. 'De Kachel' was gesloten. Een meter of vijftig verderop is 't Zwarte Schaap. Dat heeft een verwarmd terras, waar ook nog eens de zon recht op scheen. Daar kon ik dus rustig verder lezen. Het diner heb ik simpel gehouden: bij d'Oude Brandweerkazerne heb ik een struisvogelsaté genomen. Niks mis mee.

De intercity van Groningen kwam om onduidelijke en niet verklaarde redenen met vertraging in Amersfoort aan. Meestal wachten intercity's op elkaar, maar gisteren dus niet en mocht ik dus met de stoptrein verder. Daarin werd een excuus omgeroepen voor het niet wachten van de intercity. Dat gebeurde vlak vóór Amsterdam Centraal waar we met drie minuten vertraging aankwamen.

Was het een leuke verjaardag? Het was in ieder geval een aangename, goed bestede dag.

NB
Van 26 t/m 29 maart verschijnt er, wegens bbhh, GEEN 'BEGGARTALK'.


dinsdag 24 maart 2009

Numerologie

De tekst die je vandaag kunt lezen had je al een jaar geleden en alle dagen daarna kunnen lezen, als je op de juiste link op mijn website geklikt had. Voor de gelegenheid heb ik de tekst hier en daar een klein beetje geactualiseerd en heb ik titel aangepast. Klik HIER.

maandag 23 maart 2009

Misselijk

Als Jan Peter Balkenende over normen praat, wordt ik om te beginnen achterdochtig, omdat hij vindt dat zijn normen ook mijn normen moeten zijn. Zijn normen hebben geen algemene geldigheidswaarde. De mijne overigens ook niet. Die zijn voor privégebruik, maar ik ben niet bezitterig.

Behalve achterdochtig kan Jan Peter - en kunnen andere leden van zijn club - mij ook misselijk maken. Daar zijn ze afgelopen zaterdag, bij het CDA-congres, weer in geslaagd. De nieuwe morele norm van Jan Peter slaat, volgens de Volkskrant op die waanzinnig hoge salarissen, maar kent geen salarisplafond. Het is een norm waarbij bestuurders verantwoordelijkheid nemen voor hun taak of hun werk.

Ongezien ga ik er even vanuit dat Piet Hein Donner (zelfde kerk, zelfde politieke partij, zelfde kabinet) het in grote lijnen wel met die nieuwe morele norm van Jan Peter eens zal zijn. Ik denk dan: als bestuurders verantwoordelijkheid mogen nemen voor hun taak of hun werk, mogen gewone werknemers dat ook. Die mogen dus met die bestuurders onderhandelen over hun salaris, dat wat minder hoog is dan dat van de bestuurders. Maar dan geldt die nieuwe morele norm ineens niet meer. Dan wil Piet Hein doodleuk voor drie jaar de nullijn opleggen.

Ik kan Jan Peter en Piet Hein en al die andere bewogen CDA-leden het volgende vertellen. De vakbeweging weet dat er een economische crisis is en kent zijn verantwoordelijkheid bij het sluiten van cao's. De financiële 'elite' heeft één belangrijke norm: waar kan ik nóg meer bij elkaar graaien?

zondag 22 maart 2009

Vechten

In Trouw van gisteren werd ruim aandacht besteed aan de film die een (dienstplichtig) Israëlisch officier maakte tijdens de oorlog in Libanon in 2006, waaraan hij zelf actief deelnam. (Voor zijn verdiensten in die oorlog werd hij gepromoveerd.) Hij heeft die film aangevuld met de weergave van gesprekken die hij na de oorlog voerde met militairen die hij tijdens de oorlog filmde. Voordat de film openbaar werd, liet hij een ruwe versie aan het leger zien. "Er zaten daar officieren van de censuur, van de interne veiligheid, van de legervoorlichting. Ik toonde ze de film en ze waren volledig geschokt. Niet omdat ze niet wisten wat zich in die oorlog had afgespeeld, maar omdat ze begrepen dat het nu naar buiten gebracht zou worden. (...) De oorlog in Libanon was 24 uur per etmaal op de televisie te volgen. Toch zegt iedereen die mijn film ziet dat hij in niets lijkt op wat ze op tv hebben gezien."

Tijdens de oorlogen in Irak en Afghanistan zijn de verslaggevers 'embedded', d.w.z.: ze kunnen alleen maar laten zien wat de legerleiding wil laten zien. Dan lijkt het allemaal nog wel mee te vallen. Er zijn talloze speelfilms over allerlei oorlogen gemaakt, waarin meestal 'helden' worden afgebeeld. Een enkele keer komen de verschrikkingen van de oorlog in die speelfilms beter tot uiting dan in de journalistieke beelden. In "The Longest Day" en "A Bridge Too Far", die gebaseerd zijn op gesprekken met ooggetuigen en direct betrokkenen, wordt duidelijk welke kapitale blunders de legerleiding - aan beide kanten - maakte, waarvan de gewone manschappen het slachtoffer werden. Ooit heb ik tijdens een vakantie in Yorkshire een plaatselijk legermuseum bezocht. Daar was ook een lijst te zien van militairen uit de regio die wegens dapper optreden een onderscheiding hadden gekregen. Ik vond het zeer opvallend dat de hoogste in rang een luitenant was. (Luitenant is de laagste officiersrang. Al die speldjes die je op de uniformen van generaals ziet hebben niets met dapper optreden te maken. Ze geven niet meer aan dan dat ze, vanaf grote afstand, betrokken waren bij een operatie.)

Waar vechten de meeste soldaten voor als ze eenmaal in een oorlog verzeild geraakt zijn? Daar is lang geleden Amerikaans onderzoek naar gedaan. Ze vechten niet voor de vrijheid, niet voor de democratie, niet voor God en niet voor het vaderland. Ze vechten voor hun maatjes, die ze door de ellende heen willen helpen. In de meeste veldslagen staan dienstplichtigen tegenover andere dienstplichtigen. Ze hebben niets persoonlijks tegen elkaar. Ze doden en verwonden elkaar in opdracht van anderen, ter bevordering van de opvatting van anderen. Ik heb nog nooit een tv-programma gezien waarin een generaal geïnterviewd werd over zijn posttraumatische stressstoornis.

In 1854 schreef Alfred Lord Tennyson het gedicht "The Charge of the Light Brigade", n.a.v. een veldslag tijdens de Krimoorlog, waarbij ruim 600 soldaten door hun commandant tegen alle (militaire) logica in op pad werden gestuurd tegen een overmacht aan Russische soldaten en kanonnen. Bekend zijn deze regels uit het gedicht:
Into the valley of Death
Rode the six hundred.
Maar wellicht nog bekender is wat van de soldaten wordt gezegd:
Theirs not to reason why,
Theirs but to do and die, want:
Not tho' the soldiers knew
Some one had blunder'd.

Het was, geloof ik, tijdens de Vietnamoorlog dat de volgende spreuk in zwang kwam:

"Fighting for peace is like fucking for virginity."