vrijdag 20 februari 2009

Zonden

In het Vaticaan zitten ze echt niet stil. Daar wordt zelfs wetenschappelijk onderzoek bedreven. Broeder Roberto Busa, een 95-jarige jezuïtische wetenschapper, meldt de Volkskrant, heeft tijdens het jarenlang horen van de biecht zitten turven. Gewone mensen denken bij 'hoofdzonden' aan moord, diefstal, verkrachting en andere ernstige zaken, maar die heeft de eerwaarde broeder niet geturfd. De katholieke kerk kent ernstiger zaken (ik citeer uit Wikipedia):
1. Superbia (hoogmoed - hovaardigheid - ijdelheid - trots);
2. Avaritia (hebzucht - gierigheid);
3. Luxuria (onkuisheid - lust - wellust);
4. Invidia (nijd - gramschap - jaloezie - afgunst);
5. Gula (onmatigheid - gulzigheid - vraatzucht);
6. Ira (woede - toorn - wraak);
7. Acedia (gemakzucht - traagheid - luiheid - vadsigheid).

Broeder Roberto heeft niet alleen de zonden geturfd, maar ook of ze door een man of een vrouw werden bedreven. Dat leidt tot een buitengewoon interessante conclusie: mannen zondigen anders dan vrouwen.

Maak me midden in de nacht wakker en vraag me welke hoofdzonde mannen het meest begaan. Ik zeg meteen: "Seks, dat wil zeggen: onkuisheid, wellust, iets in die geest." Geloof het of niet, maar dat is precies wat die brave jezuïet in de loop der jaren heeft vastgesteld: Luxuaria staat bovenaan. Daarna vreten mannen zich te barsten: Gula op de tweede plaats. Ja, daarna hebben ze nergens meer zin in, dus Acedia is nummertje drie.

Bij Dove, l'Oreal en Garnier hadden ze je direct kunnen vertellen wat bij de vrouwen hoofdzonde nummer één is: Superbia; ze zijn zo ijdel als de pest. (Vind je 't gek als hun voortdurend wordt aangepraat dat ze het waard zijn.) Vervolgens is het een stel jaloerse krengen (Invidia) en als hun vent zich weer eens te buiten is gegaan aan Luxuria geven zij ongebreideld toe aan Ira: ze zijn echt woedend en die vent mag maar hopen dat ze niet ook nog eens wraak neemt.

Voor mij wat onverwacht komt Aviritia pas op de zevende en laatste plaats. Volgens mij hebben we die hele economische crisis te danken aan het feit dat nogal wat mensen steeds meer (geld) wilden hebben, met andere woorden: nogal hebzuchtig zijn, met alle kwalijke gevolgen van dien. Ik wil wellust en jaloezie absoluut niet goedpraten, maar die hebben toch niet zulke mondiale gevolgen.

Het onderzoek van de wetenschappelijke broeder heeft ook nog eens de pauselijke imprimatur gekregen. De persoonlijke theoloog van paus Benedictus XVI, Wojciech Giertych, onderschrijft de bevindingen in de Vaticaanse krant L'Osservatore Romano. Veel werknemers van het Vaticaan hebben de gelofte van armoe afgelegd, dus die kunnen niet zo zitten met die economische crisis. Die houden dus genoeg tijd over om zich met onnuttige zaken bezig te houden.

donderdag 19 februari 2009

Structuur

Vandaag begin ik eens met een voor deze tijden toch wel opmerkelijke mededeling: we zitten nog steeds in een tijd van economische groei! Sterker nog: we kennen uitsluitend economische groei. Waar maken we ons dan zo druk over? Daarvoor heeft, volgens Trouw, Wouter Bos een verklaring: we zitten momenteel in een periode van negatieve groei.

Politici houden er niet van slechte boodschappen naar buiten te brengen. Ze proberen de scherpste kanten van de boodschap af te slijpen door verhullend woordgebruik. Ze zeggen dus niet: "Voorlopig gaat het zeer beroerd met onze economie." Dat wordt dus: "We hebben te maken met negatieve groei." In die boodschap immers zit nog altijd het hoopgevende 'groei'. Anderzijds, bedenk ik, zit daar wel het woord 'negatief' in en dat klinkt weer niet zo mooi. Had Wouter niet beter kunnen zeggen: "We kunnen spreken van een periode van positieve krimp." Dat is volgens mij hetzelfde als negatieve groei, maar het klinkt net even mooier: zelfs uit nare dingen kun je iets positiefs halen. Bijvoorbeeld dat 'we' er samen tegenaan gaan, of dat je flink en sterk wordt van het strijden tegen en overwinnen van moeilijkheden. Van die dingen.

Het valt me trouwens ook nu weer op dat in deze moeilijke tijden een beroep gedaan wordt onze saamhorigheid. We staan er met ons allen voor, toch? Nu ben ik gek op saamhorigheid en solidariteit, maar waarom beginnen we daar nu pas over? Nog niet zo lang geleden ging het elk jaar economisch beter dan in het voorgaande jaar. Maar ik heb noch Jan Peter, noch Wouter, noch André horen roepen: "Beste mensen, in deze tijden van negatieve krimp moeten we solidair zijn en de toegenomen welvaart eerlijk verdelen over alle mensen die daaraan hebben bijgedragen. We mogen daarbij de AOW-ers, die hiervoor het fundament gelegd hebben, zeker niet vergeten."

Wouter is ook een realist: Nederland moet structureel met minder welvaart toe, zegt minister Bos van financiën. Als iemand zo'n moeilijk woord gebruikt, kijk ik voor alle zekerheid even in een woordenboek. 'Structureel' betekent: de structuur betreffend of daaruit voortkomend. Over welke structuur heeft Wouter het hier eigenlijk? Van de economie? Van de maatschappij? Van de markt? Bedoelt hij nou dat onze welvaart nooit meer op het vorige peil komt, of gaat dat wel gebeuren als we iets aan de structuur (van wat dan ook) doen?

Gisteren schreef ik al over nieuwe eigen bijdragen in de kosten van de gezondheidszorg en jawel, hoor: in het NOS-journaal van gisteravond werd al weer gesproken over het opnieuw invoeren van de 'medicijnknaak'. Er zijn maar weinig mensen die puur voor de grap medicijnen slikken. Ik kan me niet voorstellen dat er een duidelijke samenhang is tussen een economische crisis en verantwoord medicijngebruik. Wat ik wel weet is dat de vorige medicijnknaak tot geen enkele verlaging van de kosten van het medicijngebruik geleid heeft.

Ik ga niet beweren dat de huidige coalitie verantwoordelijk is voor de economische crisis, maar als ze wil dat ik mijn eigen, zeer bescheiden, bijdrage aan het oplossen daarvan lever, zullen ze toch echt met betere ideeën moeten komen.

woensdag 18 februari 2009

Ombuigen

Het CPB is eruit. Het PAROOL had een duidelijke kop: Economie klapt in elkaar. Het voordeel van een wat gevorderde leeftijd is dat je bij het lezen van zo'n kop niet meteen in paniek raakt, omdat je zoiets als eens eerder hebt meegemaakt. Dan heb je dus ook meegemaakt dat na zekere tijd the sky weer the limit was. Na regen komt zonneschijn. Na het zure komt het zoet. En zo.

De vraag waar we voor we staan is: wie zullen er het meest te lijden krijgen van deze crisis. Over het antwoord op die vraag hoef ik, vanuit historisch perspectief, ook niet gek lang na te denken. Hoe lager je staat op de 'inkomensladder' hoe meer je zult merken dat er een crisis is. Uitkeringen worden bevroren of gaan omlaag. Eigen bijdragen in de gezondheidszorg gaan omhoog. Daar hebben ook lagere inkomens relatief meer onder te lijden dan de hogere. Werknemers zonder vast arbeidscontract vliegen er als eerste uit. Lager betaalde werknemers vliegen er eerder uit dan hoger betaalde. Anders gezegd: mensen die de minste verantwoordelijkheid voor de crisis hebben, hebben er het meeste onder te lijden.

Jan Peter roept: "We staan voor een grote beproeving. Een hele generatie heeft dit nog nooit meegemaakt." Met zijn collega's gaat hij zich buigen over een 'samenspel van intensiveringen, ombuigingen en hervormingen'. Laat je niets wijsmaken: 'ombuigingen' en 'hervormingen' zijn in de politiek pseudoniemen voor 'bezuinigingen'; bezuinigingen die ertoe leiden dat jij en ik minder te besteden te hebben, vooral als je toch al niet zo veel te besteden hebt.

Bij het boodschappen doen zag ik in het voorbijgaan de voorpagina van NRC Next. Die kwam erop neer dat we een kwart van alle bezuigingen al halen als we de F16 niet vervangen door de Joint Strike Fighter. Ik durf er vergif op in te nemen dat we dat wapentuig gewoon gaan vervangen. Er wordt al weer gepleit voor het terugschroeven van de ontwikkelingshulp. In die landen zijn ze er immers aan gewend dat ze nauwelijks iets te eten hebben en wat kost het wonen in een krottenwijk nou helemaal? Nederland behoort tot de rijkste landen van de wereld. Dat willen we vooral graag zo houden.

dinsdag 17 februari 2009

Beslissen

Je zult mij niet horen beweren dat in onze regering en parlement het puikje van onze samenleving is samengebald aan wie we met een gerust hart het besturen van deze samenleving kunnen overlaten. Het zijn allemaal gewone mensen aan wie niets menselijks vreemd is. Minimaal één keer in de vier jaar kunnen we - in principe - beslissen dat we een aantal van hen beter kunnen vervangen, omdat ze er niet zoveel van gebakken hebben.

Er zijn mensen die het af en toe kiezen van nieuwe volksvertegenwoordigers wat dunnetjes vinden als we het hebben over de invloed van 'het volk' op wat 'ze' in Den Haag allemaal bedisselen. Die invloed willen ze vergroten door het invoeren van het raadgevend, correctief, bindend referendum. Trouw wijdde daar weer eens een uitgebreid artikel aan. Via zo'n referendum zou een reeds aangenomen wet teruggedraaid kunnen worden. PvdA, SP, GroenLinks en D66 zijn vóór en zo links als ik ben, ben ik daar compleet tegen.

Ik heb geen overdreven vertrouwen in ons parlement, maar heb eerlijk gezegd nog minder vertrouwen in 'het volk'. Een niet gering deel van dat volk zou als er 'nu' verkiezingen zouden worden gehouden op Geert Wilders stemmen. Dat mag natuurlijk, maar ik heb buitengewoon weinig vertrouwen in het oordeelsvermogen van mensen die wel iets zien in het gedachtegoed van Wilders. Ik zou trouwens iedereen afraden bij een eventueel referendum mijn advies te vragen. Mijn keuze zou immers bepaald worden niet alleen door puur objectieve overwegingen, maar zeker ook door mijn politieke en maatschappelijke visie.

Je mag aannemen dat een referendum niet over iets simpels gaat. Hoeveel tijd, gelegenheid en zin hebben alle stemmers om zich echt te gaan verdiepen in de voors en tegens? In 2005 wezen 'we' de Europese Grondwet af. Hoeveel 'nee-stemmers' hebben toen de moeite genomen zich af te vragen welke bevoegdheden 'Brussel' zou krijgen? 'We' wisten toch allang dat we helemaal geen bevoegdheden aan 'Brussel' willen geven? Hoeveel Nederlanders wisten toen, om maar een voorbeeld te noemen, wat er in Brusselse termen met 'de Raad' wordt bedoeld en wat de bevoegdheden van die Raad zijn? (In andere EU-staten weten net zo weinig mensen dat.)

"Twee weten meer dan één." Zeggen ze. Dat zal wel, maar of ze het beter weten is weer wat anders. Ik ben er ook niet overtuigd dat zestien miljoen het beter weten dan 225.

maandag 16 februari 2009

Reizen

Hoe zou het zijn als uw reis net zo inspirerend was als de bestemming? Reizen, zeker naar het buitenland, doe ik altijd voor mijn plezier. Het had/heeft altijd te maken met vakantie of 'een paar dagen erop uit'. Je zou kunnen zeggen dat mijn plezier begint op het moment dat ik de huisdeur achter mij dicht doe. De meeste lange vakanties was ik zelden op één plek: vrijwel dagelijks trok ik lopend of fietsend naar een volgende bestemming. Met enig recht zou ik kunnen beweren: ik was constant op reis, omdat de reis nog inspirerender was dan de bestemming. Ook nu nog zit ik een aantal dagen per jaar in de trein zonder ergens heen te gaan. Dan reis ik alleen maar.

De uitspraak waarmee ik dit blog begin heb ik niet zelf bedacht. Met die kreet probeert tegenwoordig KLM ons ertoe te verlokken met haar vliegtuigen naar buitenlandse bestemmingen te reizen. Ik heb aardig wat gevlogen: diverse keren binnen Europa, drie keer naar de Verenigde Staten en één maal naar Nieuw-Zeeland. Veel verder dan de laatste bestemming kun je niet gaan, want dan ben je al weer op de terugweg.

Over reizen met een vliegtuig kun je heel veel zeggen, maar ik heb nooit een seconde overwogen deze manier van reizen inspirerend te noemen. Het enige positieve wat je ervan kunt zeggen is dat je op die manier snel van A naar B gaat. Voor de rest is het barre ellende. Dat begint al aan het begin: vanaf het inchecken word je behandeld als een potentiële crimineel die niets liever wil dan het vliegtuig vanaf grote hoogte op niet-reguliere wijze naar het aardoppervlak te doen terugkeren. Daarvoor heb je al enige uren in niet of nauwelijks inspirerende ruimten doorgebracht, tenzij je tax free shoppen een inspirerende bezigheid vindt. De vertrekhal van een vliegveld is in het algemeen saaier dan de wachtruimte van een station in een middelgrote stad en kan de vergelijking met die van Amsterdam Centraal, Victoria Station en Paris Nord absoluut niet doorstaan.

Eenmaal in het vliegtuig word je gedurende enkele uren gedwongen te zitten in een ruimte die te beperkt is om je redelijk vrij te kunnen bewegen en dan heb ik nog het geluk niet zo heel erg lang te zijn. Als weer en turbulentie een beetje tegen zitten, zit je ook nog eens met een riem aan je zitplaats gekluisterd. Zelfs tijdens een vliegreis die beduidend korter duurt dan de reis met de trein van Amsterdam naar Groningen voelt de vervoerder zich geroepen je een hapje aan te bieden waar kraak noch smaak aan te ontdekken valt. Als je een warme hap krijgt doet die je verlangen naar een ziekenhuismaaltijd en die is maar zelden een culinair hoogstandje.

Over ruim een maand ga ik met het vliegtuig naar Madrid. Ik word pas geïnspireerd als ik de luchthaven Barajas achter me laat.

zondag 15 februari 2009

Zoen

Gisteren was het Valentijnsdag. Het oorspronkelijke idee achter Valentijnsdag was dat je anoniem je liefde of waardering - in ieder geval een positief gevoel - voor iemand aan die iemand liet blijken. Dat deed je met iets simpels: een kaartje, een briefje, een bloemetje. Het was vooral in Amerika een populair gebruik en uiteraard zag de commercie daar zijn kans. Maar niemand is natuurlijk zo gek om iemand anders anoniem met iets duurs - een sieraad, een prachtig verlucht boekwerk, het complete werk van Mozart op cd's - te verrassen. Dus werd Valentijnsdag de dag waarop je je geliefde, althans je partner ging 'verrassen'. Het heeft even geduurd, maar ergens in de negentiger jaren van de vorige eeuw begon het Amerikaanse commerciële succes van Valentijnsdag ook hier op te vallen en dus werd deze dag ook ons door de strot geduwd. (Het behoeft, denk ik, geen betoog dat ik mij daar niet mee heb beziggehouden.)

Na het ontvangen van je 'verrassing' val je uiteraard de gulle gever (m/v) om de hals. Dat was voor Trouw de aanleiding ruim aandacht te besteden aan de hedendaagse 'zoenetiquette'. Zoenen levert verwarring op, en heel, heel veel mensen ergeren zich aan overmatig zoenen. Is dat niet merkwaardig? Waarom doen we allemaal mee met iets waar "heel, heel veel mensen" eigenlijk helemaal geen zin in hebben? Zoenen is, voor een ouwe zak als ik, een teken van affectie. Met het toenemen van de affectie neemt in het algemeen de intensiteit van het zoenen toe. Intussen zijn we erin geslaagd van het zoenen een inhoudsloos ritueel(tje) te maken. Maar je bent wel een ontzettende hork als je bij het arriveren in een gezelschap waarvan je iedereen kent volstaat met het roepen van "Hoi allemaal", of woorden van gelijke strekking. Dat doe ik wel eens en soms kom ik er nog mee weg ook. Een andere truc is zorgen dat je als eerste arriveert, dan hoef je in ieder geval niet in één keer alle aanwezigen te zoenen, maar komen al die zoenen nog redelijk gedoseerd op je af.

Het artikel in Trouw eindigt met een behartigenswaardige zin. U moet zich niet afvragen hoe vaak u iemand moet zoenen, maar welke speciale persoon u wilt zoenen. Eén keer. En dan goed, lang en lekker.

zaterdag 14 februari 2009

Beslissen

AbvaKabo-onderhandelaar Elise Merlijn, gelooft dat je werknemers meer kunt boeien en binden als je ze betrekt in je beleid. Dat schrijft de Volkskrant van 13 februari 2009. Zit ik nou echt vreselijk op te scheppen als ik zeg dat ik dat ruim veertig jaar geleden, toen ik begon te werken, al doorhad? De 'werkvloer' heeft altijd al beter geweten hoe het werkproces verloopt en altijd heeft het management veranderingen aangebracht zonder de werkvloer daar bij te betrekken.

De aanleiding voor de opmerking van Elise Merlijn en het bericht in de Volkskrant is het besluit van het Schiedamse Vlietland Ziekenhuis niet alleen naar de werkvloer te luisteren, maar de werkvloer, i.c. de verpleegkundigen, doktersassistenten en ander ondersteunend personeel te laten beslissen. Simpelweg komt het hierop neer: als de verpleegkundigen zeggen dat ze niet nog meer patiënten aan kunnen, worden er geen nieuwe patiënten meer opgenomen. Dit idee wordt al zo'n twintig jaar in Amerika in de praktijk gebracht en wat blijkt? 'Verpleegkundigen hebben veel meer zeggenschap over de inhoud van het werk en voelen zich dus ook verantwoordelijk over het resultaat', legt Lindenburg (afdelingshoofd in het Vlietland Ziekenhuis) uit. 'De sfeer in zo’n ziekenhuis is ongelooflijk positief. Werknemers zijn trots op wat ze doen en stralen veel plezier uit. In Amerika spreken ze van 'magneetziekenhuizen', omdat ze als een magneet personeel aantrekken. Men begon er ook mee in een tijd van personeelskrapte. Als ik het goed heb zit 'de zorg' hier ook al een tijdje met krapte. De zorg heeft niet het image van 'het is heel leuk werk'.

Wat voor een ziekenhuis geldt, geldt voor elk bedrijf: werknemers die iets op een bepaalde manier doen alleen "omdat de baas zegt dat het zo moet", zijn minder gemotiveerd dan werknemers die zelf mogen uitmaken hoe een klus klaren, als ze hem maar klaren. Een goede manager is geïnteresseerd in het resultaat, niet in de manier waarop het resultaat bereikt bereikt wordt. Als iemand tegen alle procedures in een beter resultaat bereikt, doet zhij het kennelijk goed. De klassieke fout die dan gemaakt wordt is dat de manager, zonder verder overleg met de werkvloer, verordonneert: "Voortaan gaan we het allemaal zo doen."

Tijdens de laatste jaren dat ik voor de overheid werkte begon het 'in' te worden mensen en organisaties 'af te rekenen' op resultaat. Vervolgens zorgde de bureaucratie ervoor dat elk origineel initiatief in de kiem werd gesmoord.