maandag 16 februari 2009

Reizen

Hoe zou het zijn als uw reis net zo inspirerend was als de bestemming? Reizen, zeker naar het buitenland, doe ik altijd voor mijn plezier. Het had/heeft altijd te maken met vakantie of 'een paar dagen erop uit'. Je zou kunnen zeggen dat mijn plezier begint op het moment dat ik de huisdeur achter mij dicht doe. De meeste lange vakanties was ik zelden op één plek: vrijwel dagelijks trok ik lopend of fietsend naar een volgende bestemming. Met enig recht zou ik kunnen beweren: ik was constant op reis, omdat de reis nog inspirerender was dan de bestemming. Ook nu nog zit ik een aantal dagen per jaar in de trein zonder ergens heen te gaan. Dan reis ik alleen maar.

De uitspraak waarmee ik dit blog begin heb ik niet zelf bedacht. Met die kreet probeert tegenwoordig KLM ons ertoe te verlokken met haar vliegtuigen naar buitenlandse bestemmingen te reizen. Ik heb aardig wat gevlogen: diverse keren binnen Europa, drie keer naar de Verenigde Staten en één maal naar Nieuw-Zeeland. Veel verder dan de laatste bestemming kun je niet gaan, want dan ben je al weer op de terugweg.

Over reizen met een vliegtuig kun je heel veel zeggen, maar ik heb nooit een seconde overwogen deze manier van reizen inspirerend te noemen. Het enige positieve wat je ervan kunt zeggen is dat je op die manier snel van A naar B gaat. Voor de rest is het barre ellende. Dat begint al aan het begin: vanaf het inchecken word je behandeld als een potentiële crimineel die niets liever wil dan het vliegtuig vanaf grote hoogte op niet-reguliere wijze naar het aardoppervlak te doen terugkeren. Daarvoor heb je al enige uren in niet of nauwelijks inspirerende ruimten doorgebracht, tenzij je tax free shoppen een inspirerende bezigheid vindt. De vertrekhal van een vliegveld is in het algemeen saaier dan de wachtruimte van een station in een middelgrote stad en kan de vergelijking met die van Amsterdam Centraal, Victoria Station en Paris Nord absoluut niet doorstaan.

Eenmaal in het vliegtuig word je gedurende enkele uren gedwongen te zitten in een ruimte die te beperkt is om je redelijk vrij te kunnen bewegen en dan heb ik nog het geluk niet zo heel erg lang te zijn. Als weer en turbulentie een beetje tegen zitten, zit je ook nog eens met een riem aan je zitplaats gekluisterd. Zelfs tijdens een vliegreis die beduidend korter duurt dan de reis met de trein van Amsterdam naar Groningen voelt de vervoerder zich geroepen je een hapje aan te bieden waar kraak noch smaak aan te ontdekken valt. Als je een warme hap krijgt doet die je verlangen naar een ziekenhuismaaltijd en die is maar zelden een culinair hoogstandje.

Over ruim een maand ga ik met het vliegtuig naar Madrid. Ik word pas geïnspireerd als ik de luchthaven Barajas achter me laat.

zondag 15 februari 2009

Zoen

Gisteren was het Valentijnsdag. Het oorspronkelijke idee achter Valentijnsdag was dat je anoniem je liefde of waardering - in ieder geval een positief gevoel - voor iemand aan die iemand liet blijken. Dat deed je met iets simpels: een kaartje, een briefje, een bloemetje. Het was vooral in Amerika een populair gebruik en uiteraard zag de commercie daar zijn kans. Maar niemand is natuurlijk zo gek om iemand anders anoniem met iets duurs - een sieraad, een prachtig verlucht boekwerk, het complete werk van Mozart op cd's - te verrassen. Dus werd Valentijnsdag de dag waarop je je geliefde, althans je partner ging 'verrassen'. Het heeft even geduurd, maar ergens in de negentiger jaren van de vorige eeuw begon het Amerikaanse commerciële succes van Valentijnsdag ook hier op te vallen en dus werd deze dag ook ons door de strot geduwd. (Het behoeft, denk ik, geen betoog dat ik mij daar niet mee heb beziggehouden.)

Na het ontvangen van je 'verrassing' val je uiteraard de gulle gever (m/v) om de hals. Dat was voor Trouw de aanleiding ruim aandacht te besteden aan de hedendaagse 'zoenetiquette'. Zoenen levert verwarring op, en heel, heel veel mensen ergeren zich aan overmatig zoenen. Is dat niet merkwaardig? Waarom doen we allemaal mee met iets waar "heel, heel veel mensen" eigenlijk helemaal geen zin in hebben? Zoenen is, voor een ouwe zak als ik, een teken van affectie. Met het toenemen van de affectie neemt in het algemeen de intensiteit van het zoenen toe. Intussen zijn we erin geslaagd van het zoenen een inhoudsloos ritueel(tje) te maken. Maar je bent wel een ontzettende hork als je bij het arriveren in een gezelschap waarvan je iedereen kent volstaat met het roepen van "Hoi allemaal", of woorden van gelijke strekking. Dat doe ik wel eens en soms kom ik er nog mee weg ook. Een andere truc is zorgen dat je als eerste arriveert, dan hoef je in ieder geval niet in één keer alle aanwezigen te zoenen, maar komen al die zoenen nog redelijk gedoseerd op je af.

Het artikel in Trouw eindigt met een behartigenswaardige zin. U moet zich niet afvragen hoe vaak u iemand moet zoenen, maar welke speciale persoon u wilt zoenen. Eén keer. En dan goed, lang en lekker.

zaterdag 14 februari 2009

Beslissen

AbvaKabo-onderhandelaar Elise Merlijn, gelooft dat je werknemers meer kunt boeien en binden als je ze betrekt in je beleid. Dat schrijft de Volkskrant van 13 februari 2009. Zit ik nou echt vreselijk op te scheppen als ik zeg dat ik dat ruim veertig jaar geleden, toen ik begon te werken, al doorhad? De 'werkvloer' heeft altijd al beter geweten hoe het werkproces verloopt en altijd heeft het management veranderingen aangebracht zonder de werkvloer daar bij te betrekken.

De aanleiding voor de opmerking van Elise Merlijn en het bericht in de Volkskrant is het besluit van het Schiedamse Vlietland Ziekenhuis niet alleen naar de werkvloer te luisteren, maar de werkvloer, i.c. de verpleegkundigen, doktersassistenten en ander ondersteunend personeel te laten beslissen. Simpelweg komt het hierop neer: als de verpleegkundigen zeggen dat ze niet nog meer patiënten aan kunnen, worden er geen nieuwe patiënten meer opgenomen. Dit idee wordt al zo'n twintig jaar in Amerika in de praktijk gebracht en wat blijkt? 'Verpleegkundigen hebben veel meer zeggenschap over de inhoud van het werk en voelen zich dus ook verantwoordelijk over het resultaat', legt Lindenburg (afdelingshoofd in het Vlietland Ziekenhuis) uit. 'De sfeer in zo’n ziekenhuis is ongelooflijk positief. Werknemers zijn trots op wat ze doen en stralen veel plezier uit. In Amerika spreken ze van 'magneetziekenhuizen', omdat ze als een magneet personeel aantrekken. Men begon er ook mee in een tijd van personeelskrapte. Als ik het goed heb zit 'de zorg' hier ook al een tijdje met krapte. De zorg heeft niet het image van 'het is heel leuk werk'.

Wat voor een ziekenhuis geldt, geldt voor elk bedrijf: werknemers die iets op een bepaalde manier doen alleen "omdat de baas zegt dat het zo moet", zijn minder gemotiveerd dan werknemers die zelf mogen uitmaken hoe een klus klaren, als ze hem maar klaren. Een goede manager is geïnteresseerd in het resultaat, niet in de manier waarop het resultaat bereikt bereikt wordt. Als iemand tegen alle procedures in een beter resultaat bereikt, doet zhij het kennelijk goed. De klassieke fout die dan gemaakt wordt is dat de manager, zonder verder overleg met de werkvloer, verordonneert: "Voortaan gaan we het allemaal zo doen."

Tijdens de laatste jaren dat ik voor de overheid werkte begon het 'in' te worden mensen en organisaties 'af te rekenen' op resultaat. Vervolgens zorgde de bureaucratie ervoor dat elk origineel initiatief in de kiem werd gesmoord.


vrijdag 13 februari 2009

Oprotten

Het spijt me voor John Rishton, maar het lijkt me beter dat hij een baan in eigen land gaat zoeken. Ik hoef niemand te vertellen dat we in economisch zware tijden leveren. Links en rechts worden duizenden banen weggesaneerd. Dus de banen die overblijven moeten we behouden voor Nederlanders. "Eigen werknemer eerst", zeg ik maar. En daar ben ik echt niet alleen in volgens Trouw. Arbeidsmigranten zijn de zondebok van de crisis. In diverse EU-landen wordt tegen hen geprotesteerd en wordt de wetgeving aangescherpt. Logisch toch? Als jij er bij ING uitvliegt pak je alles aan wat je maar krijgen kan. Dan ga je desnoods tomaten plukken in het Westland. Laat die Polen, Bulgaren en Roemenen maar in hun eigen land iets gaat plukken, witten en behangen of schoonmaken. Het is onze werkgelegenheid en die reserveren we voor onze mensen.

Ja, en dan moet ook John Rishton maar in eigen land - het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland - een baan gaan zoeken. Hij is nu nog bestuursvoorzitter van Ahold, maar onder al die topmanagers die er de komende tijd links en rechts uit zullen vliegen, zal er best eentje zijn die moeiteloos Johns baan bij Ahold kan overnemen. Die willen best een basissalaris van 945.000 euro per jaar, plus constante bonus, plus eventueel een extra bonus, plus aandelen, plus opties. Dat geld stroomt allemaal via John naar het 'perfide Albion'. Wat mij betreft is John de enige niet. Volgens de Volkskrant van 8 april 2008 zijn 12 van de 24 topmanagers in Nederland buitenlanders, werkmigranten dus. Laten we die beslissen hoeveel Nederlandse arbeidsplaatsen bij Nederlandse bedrijven moeten verdwijnen? Dat zal toch wel niet? Laat ze mooi oprotten.


donderdag 12 februari 2009

Fietsen

We slagen er met ons allen altijd weer in goede ideeën om zeep te helpen. Als je oud genoeg bent herinner je je misschien nog het 'witte-fietsenplan' in Amsterdam. Die kon je gratis (geloof ik) op vaste plekken in de stad oppikken en je kon ze op een andere vaste plek weer achterlaten. Maar ja, het was natuurlijk veel makkelijker om die fiets gewoon achter te laten op de plek waar je moest zijn. Om die en andere redenen is dat plan mislukt.

In 2007 is men in Parijs van start gegaan met een soortgelijk plan. Er waren 15.000 fietsen beschikbaar. De ontwikkelingen op andere terreinen hadden niet stilgestaan, zoals betalen via een creditcard of ander 'plastic'. De kosten waren overigens zeer bescheiden: één euro voor een dag gebruik. Dat is goedkoper dan het openbaar vervoer. Inmiddels is zo'n beetje de helft van die fietsen verdwenen: ze zijn vernield of in de Seine geflikkerd, las ik in Trouw. Ook (...) zijn de grijze fietsen tot in Oost-Europa en Afrika gesignaleerd. Het is ook heel leuk om met zo'n fiets de trappen bij Montmartre af te denderen. Daar maak je dan een filmpje van en dat laat je op YouTube zien. Is dat geinig of is dat cool?

Op diverse plaatsen in Nederland denkt men erover ook zo'n fietsenplan te introduceren. De TU in Delft is druk aan het studeren op betaal- en registratiesystemen. Ik zou zeggen: houd er maar mee op, jongens. Je kunt bedenken wat je wilt, maar ook hier in Nederland, het fietsland bij uitstek, zullen we er in slagen het systeem binnen de kortste keren te verzieken. Ook hier heb je mensen die het reuze leuk vinden publiek eigendom te vernielen. Ook hier zijn mensen die het toch wel lastig vinden de gehuurde fiets op een goede plek achter te laten. En fietsen stelen is een van de oudste en meest verbreide 'typisch Nederlandse' bezigheden.

woensdag 11 februari 2009

Uitzicht

Het zal in de vierde of vijfde klas van de lagere school geweest zijn, dat ik vanaf half mei één ochtend in de week, voor de school begon, naar het De Mirandabad ging. Daar kregen we klassikaal zwemles in het zogenaamde 'schoolbad'. Wat ik mij vooral herinner is dat de temperatuur van het water die tijd van het jaar en dat tijdstip van de dag niet hoger was dan 15 graden. Tot de dag van vandaag heb ik daar een hekel aan zwemmen aan overgehouden. Het De Mirandabad was namelijk een open bad en aan verwarming deden ze toen nog niet. Het was een vrij groot complex: 2 ondiepe 25-meterbaden en en twee diepe 25-meterbaden en dan nog dat wat kleinere 'schoolbad'. Van die andere waren er dus twee paar: één paar voor de jongens, één paar voor de meisjes. Wat wij jongens erg onrechtvaardig vonden was dat de meisjes wel in het 'jongensbad' mochten komen, maat de jongens niet in het 'meisjesbad'. Er waren ook nog twee zonnenvelden, waar die scheiding niet streng was doorgevoerd. Uiteraard maakten wij, puberjongetjes, daar gebruik van. Ik weet nog dat wij daar een tijdverdrijf hadden: billetje tikken. Je holde daarbij over het veld en als daar een meisje op haar buik lag probeerde je bij het over haar heen springen met een voet lichtjes haar billen te raken. Reuze spannend allemaal. Vermelding verdient ook nog dat je in die tijd voor de billijke prijs van een 'duppie' (een dubbeltje, 10 cent) een hele dag in het zwembad kon doorbrengen met meegebrachte boterhammen en door mams gemaakte ranja in een afsluitbare fles. Dat waren nog eens tijden!

Veel later is naast dat open bad een overdekt bad gekomen, dat voldeed aan alle eisen waaraan de kindertjes inmiddels gewend geraakt waren in de parken van 'Sporthuis Centrum' (nu: Centerparcs), dus golfslagen, een gigaglijbaan, palmen enzovoort. Het open bad raakte in onbruik, maar is weer later opnieuw in gebruik genomen, al is er nog maar één bad.

Ik kom op dit nostalgische verhaal omdat ik in Het PAROOL las dat het stadsdeel dat overdekte bad wil afbreken en vlak daarnaast een geheel nieuw bad wil bouwen. Dat schijnt goedkoper te zijn dan het dure onderhoud aan het huidige gebouw. Daar komt dan ook woningbouw bij, zeven etages hoog en dat brengt de bewoners van de President Kennedylaan (die in mijn jeugd gewoon Rivierenlaan heette) in beroering, want daar gaat hun uitzicht. Ze hebben nu uitzicht op dat overdekte zwembad en dat nieuwe wordt nog wat hoger, want het open bad komt daar bovenop. Over welk uitzicht hebben die mensen het eigenlijk?

dinsdag 10 februari 2009

Kolenkit

Probleemwijken kenmerken zich door extreem veel sociale woningbouw; soms is wel 90 procent van de woningen een goedkope huurwoning. Er wonen relatief veel mensen met een laag inkomen. De werkloosheid is hoog met percentages rond de 10 procent. Dat laat de Volkskrant weten. De meest problematische wijk in Nederland is de Kolenkitbuurt in Amsterdam. (Voor niet-Amsterdammers: op het plaatje zie je de karakteristieke kerktoren waaraan de buurt zijn naam, die 'in de volksmond' ontstaan is, ontleent. In die tijd, de vijftiger jaren, was een kolenkit nog een vast bestanddeel van vrijwel ieder huishouden.)

De bevolking van de Kolenkitbuurt bestaat voor 80% uit allochtonen en daarmee heeft de buurt het hoogste percentage allochtonen in Amsterdam. Dat is niet zo verwonderlijk. De allochtonen behoren niet tot hoogst opgeleiden in ons land en dus niet tot de hoogst betaalden en dus wonen zij in een buurt met de laagste huren en dus is de werkloosheid daar hoog (in deze buurt 20%).

De 'Kolenkit' is inmiddels een Rijksmonument, maar de omgeving daarvan kun je, qua architectuur, slopen zonder dat er enig cultuurgoed verloren gaat. Het zijn van die troosteloze blokken die kort na de Tweede Wereldoorlog 'even snel' gebouwd werden om aan de ergste woningnood tegemoet te komen. Deze Vogelaarwijk krijgt drie miljoen euro om er wat van te maken. Volgens de stadsdeelvoorzitter kun je daarmee nog geen deuk in een pakje boter slaan. Er zijn hangjongeren, ja, maar één van die hangjongeren vraagt zich af waar ze mogen gaan zitten als ze wat moe zijn. De buurt heeft niets te bieden aan speelplaatsen of iets dergelijks. Is het overigens niet merkwaardig dat, bij mijn weten, deze buurt nog nooit in het nieuws geweest is met 'problemen met allochtone jongeren'?

Een van de oplossingen voor Vogelaarwijken schijnt te zijn dat je er voor moet gaan zorgen dat er ook weer woningen voor de beter betaalden komen. Dan heb je er niet meer zo'n eenzijdig samengestelde bevolking. Waarom hoor ik nooit dat er in de Appolobuurt, de 'duurste' wijk van Amsterdam, woningen voor de wat minder betaalden moeten komen?