vrijdag 4 september 2009

Hooligans

Het is al weer wat jaren geleden dat een onderzoek werd gedaan onder de gewelddadige aanhangers van de Engelse voetbalclub Chelsea, die destijds als de ergste hooligans werden beschouwd. Uit dat onderzoek bleek dat het hier bepaald niet ging om kansarme, laagopgeleide jongeren. Integendeel: met name de leiders waren in het algemeen goed opgeleide personen uit de zgn. 'betere kringen'. De acties van deze hooligans werden vrijwel wekelijks met bijna militaire precisie voorbereid. Ik heb zo'n soort jongen, maar dan Nederlands, gekend. In 1980 werkte ik, tussen twee vaste banen in, gedurende een half jaar via een uitzendbureau bij een inmiddels opgeheven onderdeel van Philips. Die jongen was een collega. Hij liep tegen de twintig, kwam uit een doodnormaal gezin, had een voltooide mbo-opleiding, op zijn werk was niets aan te merken en hij was ook nog eens een plezierige collega. Het gebeurde nogal eens dat hij op maandagochtend niet op tijd op het werk verscheen. Dan wisten we het al: hij zat weer op het politiebureau. Hij was namelijk een fanatiek Feyenoordsupporter en was in het weekend weer eens compleet uit zijn dak gegaan en had bijvoorbeeld meegewerkt aan de 'verbouwing' van een treinstel. Hij had er zelf ook geen enkele andere verklaring voor dan dat hij zich ondanks goede voornemens en ouderlijke vermaningen liet meeslepen.

Onlangs liep het volledig uit de hand bij een dansfeest op het strand bij Hoek van Holland. Inmiddels is het duidelijk dat ruim van tevoren bekend was dat hooligans zich hadden voorgenomen politieoptreden uit te lokken en daar zijn ze dus volledig in geslaagd.

Ik ga het hier niet hebben over de inschattingsfouten die kennelijk door verantwoordelijke politiemensen en wellicht bestuurders zijn gemaakt. Ook die put zal wel weer te laat worden gedempt. Ik wil het hebben over een ander aspect. Omdat ik Geert Wilders of een van zijn adepten daar niet over gehoord heb, neem ik aan dat het hier niet, zeker niet in meerderheid, gaat om allochtone relschoppers. Dan immers zou er al gepleit zijn voor het terugsturen naar het land waarvan ze ook een paspoort hebben. De autochtone relschoppers (dat is nog een understatement) verdwijnen uit beeld omdat 'we' ons vooral bezighouden met foute organisatie en fout politieoptreden. Het is ook wat lastig om dat relschoppen 'typisch Nederlands' te noemen. Die relschoppers hebben helaas ook maar één paspoort en dan schijn je ze niet het land uit te kunnen schoppen. Hoe zou het nu komen, vraag ik me dan af, dat ik nergens hoor of lees dat 'al die autochtonen' relschoppers zijn?

donderdag 3 september 2009

Gloeilamp

Heb jij het noorderlicht wel eens gezien? Ik ook niet. Het is in Nederland ook maar zelden te zien. Je moet daarvoor echt in het hoge noorden zijn en je ziet het, als ik goed heb, alleen 's nachts, dus je moet er ook nog eens voor opblijven en natuurlijk moeten er geen wolken zijn. Maar het schijnt prachtig te zijn.

Willem Boevink (columnist) noemt het noorderlicht even in een artikel in Trouw. Het artikel gaat verder helemaal niet over het noorderlicht, maar over de gloeilamp. Boevink noemt de gloeilamp zo’n mooie lamp voor het noordwesten van Europa, landen van het noorderlicht, met Nederland als centrum, met zijn cultuur van open gordijnen: er is nauwelijks een mooier uur voor een stadswandeling dan het uur van de schemering, als in huiskamers de lampen aangaan, met prachtige schijnsels op tafels, vloeren en kleden. Boevink schrijft in zijn nostalgie dus over iets wat hij misschien een heel enkele keer gezien heeft, maar de meeste Nederlanders nog nooit. Laat staan dat ze weten wat het precies is. (Klik hier als je leergierig bent.)

Dat glazen peertje dat we jaren gebruikt hebben gaat zeer onhandig met energie om: minder dan tien procent van de gebruikte elektriciteit levert licht op. De rest resulteert alleen maar in warmte. Dat is natuurlijk niet verstandig zo lang de meeste elektriciteit nog met behulp van fossiele brandstoffen wordt opgewekt. Dat resulteert immers in onnodige opwarming van onze atmosfeer. Binnen afzienbare tijd zijn dus deze energieslurpertjes binnen de hele EU niet meer te krijgen. Boevink heeft daar geen boodschap aan, want gezelligheid staat bij hem hoog in het vaandel. Acht telefoontjes, naar bouwmarkten, doe-het-zelfzaken, lampenwinkels in de stad, leverden precies twee gloeilampen van honderd watt op en toen vloog het me opeens aan: de tirannie van Brussel, de dictaten van Europa. Zo sla je twee vliegen in één klap: je belijdt je liefde voor een verouderd stukje techniek en kunt weer even lekker tegen 'Brussel' trappen.

Er is nog een reden waarom ik het stukje van Boevink wat stuitend vind. Hij zet er als kop boven: Dan dooft het licht. Het was ook allereerst die kop die mijn aandacht trok. Die tekst kwam me namelijk bekend voor. Als Amsterdammer heb ik die talloze malen gelezen. Het is de laatste regel van deze tekst:
een volk dat voor tirannen zwicht
zal meer dan lijf en goed verliezen
dan dooft het licht…

Dat zijn weer de slotregels van een gedicht van H.M. van Randwijk, verzetsheld en medewerker van het, tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergrondse, Vrij Nederland. Die drie regels zijn te lezen op een aan hem gewijd monument op het Weteringplantsoen, vlakbij de (voormalige) Heinekenbrouwerij. Het getuigt naar mijn oordeel van slechte smaak een regel uit die context te gebruiken voor een flutartikeltje over gloeilampnostalgie. Trouwens, als Boevink de spaarlamp, de ledlamp en de tl-buis maar niks vind, kan hij altijd nog teruggrijpen op een paar oergezellige kaarsen of een kneuterig olielampje.
x

woensdag 2 september 2009

Maatwerk

Er zijn niet zo veel mensen die meer dan twee perioden lid zijn van het Nederlandse kabinet. Je behoort zelfs al tot een vrij select clubje als je het maar één periode uithoudt. Ik kan me zo voorstellen dat als je tot dat selecte clubje hoort, je ook iets wilt 'achterlaten', iets waarmee je naam tot in lengte van jaren geassocieerd wordt. Ik heb het idee dat Ronald Plasterk zo'n type is. Nu al denk ik bij "Plasterk" meteen "hoed", maar dat zal hij niet voldoende vinden. Dus Ronald gaat ervoor.

In de Volkskrant lees ik: Minister Plasterk van Onderwijs wil het stelsel van hoger onderwijs ingrijpend herzien. (Onderstreping toegevoegd.) Ik kan me nog goed de invoering van de 'Mammoetwet' herinneren, waaraan de naam van Ronalds voorganger, Jo Cals, onlosmakelijk verbonden is. Terugkijkend op die Mammoetwet zijn er nogal wat mensen die zich afvragen of dat nou werkelijk zo'n goed idee was. Dat geldt trouwens ook voor onderwijsherzieningen die na die Mammoetwet zijn ingevoerd.

Maar goed, jongelui die na de middelbare school nog willen doorleren kunnen maar kiezen uit twee soorten onderwijs: aan de universiteit en aan de hogeschool. Dat is, vindt Ronald, niet genoeg: 'Dat blijkt steeds vaker te weinig te zijn', aldus Plasterk. Immers: voor sommige groepen blijkt het hoger onderwijs te hoge eisen te stellen, voor anderen biedt het te weinig uitdaging. Ook is niet altijd duidelijk waar de onderwijstypes voor staan. 'Waarom is de opleiding fysiotherapie hbo, en bedrijfskunde wetenschappelijk?' Dat mag je rustig een indringende vraag noemen, want laten we niet vergeten dat je met een universitaire opleiding ook al gauw wat meer verdient dan met een hbo-opleiding. Daar is het Ronald, sociaaldemocraat immers, uiteraard niet om te doen. Hij zal het helemaal eens zijn met Doekle Terpstra, de voorzitter van de HBO-raad: 'Het is niet reëel maar twee smaken te blijven aanbieden als de student maatwerk vraagt.' Nu hoor ik al jaren op andere terreinen, met name de zorg- en dienstverlening, over 'maatwerk' praten, maar volgens mij schiet dat nog altijd niet erg op. Er is vaak een tekort, er is vaak een wachtlijst en er wordt vaak langs elkaar heen gewerkt. Waarom zou in het onderwijs, waar ze toch al gek worden van de continu veranderende regeltjes, dat maatwerk ineens wel lukken?

Waar gaat het in het onderwijs, van basisschool tot en met universiteit, in wezen nu om? Dat iedereen de bij hem/haar passende kennis wordt bijgebracht die hem/haar in staat stelt na afronding van de studie in een passend levensonderhoud te voorzien en dat, als het even kan, nog leuk te vinden ook. Hoeveel soorten onderwijs heb je daarvoor nodig? We hebben, het buitengewoon onderwijs buiten beschouwing latend: basisonderwijs, vmbo, havo, vwo, mbo, hbo en universiteit. Afgezien van het basisonderwijs hebben ze allemaal nog een aantal subcategorieën of studierichtingen.

Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat ze er zelfs bij het basisonderwijs al vaak niet in slagen 'maatwerk' te leveren, d.w.z. het aan ieder kind passend onderwijs te leveren. In het onderwijs daarna leer je idealiter iets wat je later, bij het zoeken naar werk, kunt gebruiken. Probleem is natuurlijk dat het onderwijs altijd een paar jaar hijgend achter de ontwikkelingen in de maatschappij na-ijlt. Ik heb het wel eens zo gezegd: "De jeugd van vandaag wordt opgeleid voor morgen door de volwassenen van gisteren."

Als Roland Plasterk zo nodig iets wil vernieuwen, kan hij beter, in goed overleg met zijn twee staatssecretarissen, ervoor zorgen dat onderwijs en maatschappij wat beter bij elkaar aansluiten. Er zal toch wel een of ander planbureau zijn waar ze zo ongeveer kunnen uitrekenen wat voor opleidingen we over 5, 10 of 15 jaar nodig hebben? Ze zouden ook eens kunnen (laten) nagaan hoeveel overbodige ballast er bij allerlei opleidingen wordt ingestampt omdat dat zo goed is voor de 'algemene vorming'. Toevallig ben ik gek op algemene vorming, maar ik weet ook dat er heel wat jongeren zijn die best een goed vak willen leren, maar een pesthekel hebben aan het lezen van boeken 'voor een lijst'. Ik vind het jammer dat ze zich liever ontspannen met hun Nintendo, maar het zij zo. Hoeveel volwassenen met een mooie opleiding lezen regelmatig een boek, gaan wel eens naar het Concertgebouw, bezoeken wel eens een museum en kunnen er daarna ook nog eens een goedgefundeerde beschouwing aan wijden? Ik niet, met al mijn algemene vorming. Soaps en reality-tv worden echt niet alleen bekeken door mensen die met de hakken over de sloot een vmbo-diploma hebben gehaald.
x

dinsdag 1 september 2009

Vasten

Omdat ik gereformeerd ben opgevoed, heb ik geen enkele ervaring met vasten. Ik kende het als kind alleen uit verhalen over rooms-katholieken die op vrijdag geen vlees, maar wel vis, mochten eten en die tijdens de vastentijd wat minder luxe of minder extra tot zich namen. Echt vasten vond ik dat niet.

Inmiddels hebben we ook hier kennisgemaakt met de ramadan, de islamitische vastentijd. Dan mag er tussen zonsopgang en zonsondergang echt niet gegeten en gedronken worden. Uitzonderingen zijn mogelijk. Iemand met diabetes bijvoorbeeld mag echt wel wat eten, want Allah wil niet dat Zijn gelovigen in een hypo terechtkomen. Mensen die het weten kunnen en/of ervaring met vasten hebben zeggen dat het fysiek best te doen valt en dat het spiritueel heel positief kan zijn. Ik neem dat zonder meer aan. Wat ik weet is dat een mens behoorlijk lang, enkele weken, helemaal zonder voedsel kan, maar slechts zeer korte tijd zonder water. In dat laatste ligt een probleem: omdat de ramadan geregeld wordt aan de hand van de maanstanden, schuift die periode steeds een eindje terug in het jaar. In Egypte zijn rond deze tijd temperaturen van 40 graden geen uitzondering en dan valt het niet mogen drinken bepaald niet mee. De Egyptische overheid heeft wel oog voor dit probleem en voerde dus vast de wintertijd in, waardoor de warmste periode van de dag iets verschoven wordt.

Ik heb er hier al eens op gewezen dat je als moslim beter niet in het hoge noorden kunt wonen: tijdens de periode van de middernachtzon immers gaat de zon een tijd lang helemaal niet onder. Hoe ga je daar als praktiserend moslim mee om? Door islamitische organisaties is er al op gewezen dat de Olympische Spelen in 2012, die in Londen worden gehouden, grotendeels samenvallen met de ramadan, juist in een periode dat de dagen het langste zijn. Hoeveel kans heb je dan als islamitisch sporter op een topprestatie?

Het besluit van de Egyptische regering heeft al aangetoond, dat je religieus geïnspireerd en pragmatisch tegelijk kan zijn. Omdat ik nou eenmaal zo in elkaar zit, heb ik de neiging dan te denken aan sjoemelen met je principes. (Dat kan ook iets te maken hebben met mijn rechtlijnige, calvinistische achtergrond.) Dat heb ik, eerlijk gezegd, al als ik hoor dat moslims direct na zonsondergang of vlak voor zonsopgang behoorlijk wat voedsel en vocht tot zich nemen. Naar mijn gevoel wringt dit toch enigszins met de onthoudingsgedachte die de basis voor het vasten is. Maar goed, ik ga niet over één nacht ijs en weet dus dat de ramadan meer inhoudt dan vasten: het is een periode waarin men, meer dan anders, optrekt met familie, vrienden en buren; je deelt je voedsel en minder materiële zaken met anderen. Zelfs een ongelovige, las ik in Trouw, kan in de moskee meedelen in het daar gratis uitgereikte voedsel. Niemand kan tegen dat soort alleraardigste gebruiken zijn. OK, een 'grumpy old man' als ik zou na een paar dagen ramadan denken: mag ik nou weer een paar dagen in beperkter kring, of alleen, doorbrengen?

Het probleem van veel religieuze ideologieën is dat vaak van een op zich helemaal niet zo'n slecht idee een keiharde regel is gemaakt. De stichter van de islam (vrede zij met hem) kon niet vermoeden dat eeuwen later zijn volgelingen zouden wonen in een deel van de wereld waar tijdens de zomer de tijd tussen zonsop- en ondergang langer duurt dan hij gewend was. Had hij het geweten, dan zou hij wellicht verordonneerd hebben dat vasten verplicht was van het moment dat de zon precies in het oosten staat tot het moment dat hij precies in het westen staat. Dat zou ook nog eens, waar dan ook ter wereld, precies een halve dag zijn. Dat is nog een hele tijd als het zo warm is. Maar zoals zo vaak was en is voor de volgelingen 'de letter' weer belangrijker dan 'de geest'. Jan Blokker schreef het al in 1972: "En als altijd gaat die ene regel op: leve de pioniers, maar god zal je bewaren voor hun volgelingen."
x

maandag 31 augustus 2009

Opletten!

Dat wordt, in ieder geval voor de trouwe lezers, opletten geblazen. Je kunt er van nu af aan niet zonder meer van uitgaan dat wat je leest ook door mij (Evert dus) geschreven is. Immers, mijn oproep heeft ertoe geleid dat twee personen zich hebben aangemeld als 'gastschrijver'. Kijk dus altijd even onderaan het blog wie het geschreven heeft.

Intussen heeft nummer één zijn eerste, zij het wat korte, bijdrage al geleverd (zie hieronder). Zijn/haar laatste regel klopt. Ik heb geen idee wie het is. Zo blijft het voor mij ook nog een beetje spannend.

Natuurlijk heb ik geen 'gastschrijvers' uitgenodigd om het mezelf wat makkelijker te maken. Ik blijf gewoon elke dag bloggen, tenzij ik van huis ben, maar dat kondig ik altijd van tevoren aan. Het zou dus zomaar kunnen dat als ik inderdaad van huis ben, je toch iets te lezen hebt. Is dat geen aardige service?
x

Mystery guest

Dat lijkt me wel leuk. Zo af en toe lees ik Beggartalk, sinds ik daar een keer via Google op terecht kwam. Die Evert heeft af en toe wel aardige ideeën. Ik heb er wel eens over gedacht zelf een blog te beginnen, maar in de eerste plaats ontbreekt me de tijd om dat frequent te doen en in de tweede plaats denk ik niet dat ik heel vaak iets boeiends heb op te merken. Maar als ik een keer niets anders te doen heb en een aardige inval heb, maak ik graak gebruik van de mogelijkheid die Evert biedt.

Ik denk niet dat Evert weet wie ik ben en het lijkt me wel aardig dat zo te houden. We zien wel.

Meedoen?

Nu al enkele jaren schrijf ik vrijwel dagelijks een nieuw blog. Een heel enkele keer ben ik te weinig geïnspireerd en een paar dagen per jaar ben ik het land, of alleen maar het huis uit. Dan ga ik niet op zoek naar een pc. Ik kan nog steeds zonder. Maar als ik thuis ben schrijf ik, vooropgesteld dat ik daar ook fysiek toe in staat ben. Dat laatste was ook, ik vertel het nog maar eens, de oorspronkelijke motivatie voor het schrijven van dit blog. Ik woon alleen en ergens over struikelen en ongelukkig terecht komen is niet een geheel theoretische mogelijkheid. Of een essentieel onderdeel van mijn lichaam disfunctioneert plotseling. Nu komt het regelmatig voor dat ik een week of langer geen enkel contact heb met familieleden of vrienden. Mijn buren zullen me ook niet meteen missen. Het zou dus zomaar kunnen dat ik een keer in de krant vermeld zou worden als iemand die al geruime tijd levenloos thuis lag. Bij mijn weten zijn er geen mensen die dat een opwekkend bericht vinden. Wanneer echter rond negen uur 's ochtends nog steeds geen 'Beggartalk' van die dag verschenen is, gaan er hier daar, in ieder geval bij mijn zus in Weesp, alarmbellen rinkelen. Niet veel later gaat bij mij de telefoon over. Vandaar ook het motto van 'Beggartalk': "Ik blog, dus ik besta nog!"

Het begon dus als niet meer dan een teken van leven. Maar ja, hoe gaat zoiets? Als ik eenmaal aan het schrijven sla, wil ik er ook wel iets aardigs van maken, of iets interessants, iets prikkelends, of (ergens deep down ben ik nog altijd een schoolmeester) iets leerzaams (denk ik dan). Het is ook een manier om ergernissen en irritaties te verwerken. Tenslotte is het leuk te merken dat wat ik schrijf ook nog eens gelezen wordt.

Van tijd tot tijd heb ik van die zelfkritische, tot bescheidenheid nopende momenten. Dan vind ik achteraf een 'Beggartalk' niet erg geslaagd. Ik kan me ook voorstellen dat trouwe lezers af en toe denken: daar zit hij weer op een van zijn stokpaardjes. Daarvan heb ik er genoeg om een gemiddelde manege rendabel te maken. Hoe het ook zij, ik kan me voorstellen dat met name de trouwe lezers hier wel eens wat anders willen lezen dan mijn mijn dagelijkse gedachtespinsels of geneuzel en dan iets meer dan een enkel zinnetje als reactie op mijn blog. Kortom, ik nodig jullie uit af en toe eens als 'gastschrijver' op te treden. Geloof me: een 'stukkie' schrijven is niet zo moeilijk en best leuk. Je bent helemaal vrij in de keuze van je onderwerp. Je mag onder eigen- of pseudoniem schrijven. (Ooit heb ik eens gelezen: "Een pseudoniem is een niem die geen echte niem is.") Heb je toevallig een prachtige foto van een baltsende korhoen gemaakt? Laat hem hier zien! Voel je ervoor? Stuur me dan even een mailtje en ik leg je het weinige uit dat je ervoor moet weten en doen.
x