Als Jan Peter Balkenende over normen praat, wordt ik om te beginnen achterdochtig, omdat hij vindt dat zijn normen ook mijn normen moeten zijn. Zijn normen hebben geen algemene geldigheidswaarde. De mijne overigens ook niet. Die zijn voor privégebruik, maar ik ben niet bezitterig.
Behalve achterdochtig kan Jan Peter - en kunnen andere leden van zijn club - mij ook misselijk maken. Daar zijn ze afgelopen zaterdag, bij het CDA-congres, weer in geslaagd. De nieuwe morele norm van Jan Peter slaat, volgens de Volkskrant op die waanzinnig hoge salarissen, maar kent geen salarisplafond. Het is een norm waarbij bestuurders verantwoordelijkheid nemen voor hun taak of hun werk.
Ongezien ga ik er even vanuit dat Piet Hein Donner (zelfde kerk, zelfde politieke partij, zelfde kabinet) het in grote lijnen wel met die nieuwe morele norm van Jan Peter eens zal zijn. Ik denk dan: als bestuurders verantwoordelijkheid mogen nemen voor hun taak of hun werk, mogen gewone werknemers dat ook. Die mogen dus met die bestuurders onderhandelen over hun salaris, dat wat minder hoog is dan dat van de bestuurders. Maar dan geldt die nieuwe morele norm ineens niet meer. Dan wil Piet Hein doodleuk voor drie jaar de nullijn opleggen.
Ik kan Jan Peter en Piet Hein en al die andere bewogen CDA-leden het volgende vertellen. De vakbeweging weet dat er een economische crisis is en kent zijn verantwoordelijkheid bij het sluiten van cao's. De financiële 'elite' heeft één belangrijke norm: waar kan ik nóg meer bij elkaar graaien?
maandag 23 maart 2009
zondag 22 maart 2009
Vechten
In Trouw van gisteren werd ruim aandacht besteed aan de film die een (dienstplichtig) Israëlisch officier maakte tijdens de oorlog in Libanon in 2006, waaraan hij zelf actief deelnam. (Voor zijn verdiensten in die oorlog werd hij gepromoveerd.) Hij heeft die film aangevuld met de weergave van gesprekken die hij na de oorlog voerde met militairen die hij tijdens de oorlog filmde. Voordat de film openbaar werd, liet hij een ruwe versie aan het leger zien. "Er zaten daar officieren van de censuur, van de interne veiligheid, van de legervoorlichting. Ik toonde ze de film en ze waren volledig geschokt. Niet omdat ze niet wisten wat zich in die oorlog had afgespeeld, maar omdat ze begrepen dat het nu naar buiten gebracht zou worden. (...) De oorlog in Libanon was 24 uur per etmaal op de televisie te volgen. Toch zegt iedereen die mijn film ziet dat hij in niets lijkt op wat ze op tv hebben gezien."
Tijdens de oorlogen in Irak en Afghanistan zijn de verslaggevers 'embedded', d.w.z.: ze kunnen alleen maar laten zien wat de legerleiding wil laten zien. Dan lijkt het allemaal nog wel mee te vallen. Er zijn talloze speelfilms over allerlei oorlogen gemaakt, waarin meestal 'helden' worden afgebeeld. Een enkele keer komen de verschrikkingen van de oorlog in die speelfilms beter tot uiting dan in de journalistieke beelden. In "The Longest Day" en "A Bridge Too Far", die gebaseerd zijn op gesprekken met ooggetuigen en direct betrokkenen, wordt duidelijk welke kapitale blunders de legerleiding - aan beide kanten - maakte, waarvan de gewone manschappen het slachtoffer werden. Ooit heb ik tijdens een vakantie in Yorkshire een plaatselijk legermuseum bezocht. Daar was ook een lijst te zien van militairen uit de regio die wegens dapper optreden een onderscheiding hadden gekregen. Ik vond het zeer opvallend dat de hoogste in rang een luitenant was. (Luitenant is de laagste officiersrang. Al die speldjes die je op de uniformen van generaals ziet hebben niets met dapper optreden te maken. Ze geven niet meer aan dan dat ze, vanaf grote afstand, betrokken waren bij een operatie.)
Waar vechten de meeste soldaten voor als ze eenmaal in een oorlog verzeild geraakt zijn? Daar is lang geleden Amerikaans onderzoek naar gedaan. Ze vechten niet voor de vrijheid, niet voor de democratie, niet voor God en niet voor het vaderland. Ze vechten voor hun maatjes, die ze door de ellende heen willen helpen. In de meeste veldslagen staan dienstplichtigen tegenover andere dienstplichtigen. Ze hebben niets persoonlijks tegen elkaar. Ze doden en verwonden elkaar in opdracht van anderen, ter bevordering van de opvatting van anderen. Ik heb nog nooit een tv-programma gezien waarin een generaal geïnterviewd werd over zijn posttraumatische stressstoornis.
In 1854 schreef Alfred Lord Tennyson het gedicht "The Charge of the Light Brigade", n.a.v. een veldslag tijdens de Krimoorlog, waarbij ruim 600 soldaten door hun commandant tegen alle (militaire) logica in op pad werden gestuurd tegen een overmacht aan Russische soldaten en kanonnen. Bekend zijn deze regels uit het gedicht:
Into the valley of Death
Rode the six hundred.
Maar wellicht nog bekender is wat van de soldaten wordt gezegd:
Theirs not to reason why,
Theirs but to do and die, want:
Not tho' the soldiers knew
Some one had blunder'd.
Het was, geloof ik, tijdens de Vietnamoorlog dat de volgende spreuk in zwang kwam:
Tijdens de oorlogen in Irak en Afghanistan zijn de verslaggevers 'embedded', d.w.z.: ze kunnen alleen maar laten zien wat de legerleiding wil laten zien. Dan lijkt het allemaal nog wel mee te vallen. Er zijn talloze speelfilms over allerlei oorlogen gemaakt, waarin meestal 'helden' worden afgebeeld. Een enkele keer komen de verschrikkingen van de oorlog in die speelfilms beter tot uiting dan in de journalistieke beelden. In "The Longest Day" en "A Bridge Too Far", die gebaseerd zijn op gesprekken met ooggetuigen en direct betrokkenen, wordt duidelijk welke kapitale blunders de legerleiding - aan beide kanten - maakte, waarvan de gewone manschappen het slachtoffer werden. Ooit heb ik tijdens een vakantie in Yorkshire een plaatselijk legermuseum bezocht. Daar was ook een lijst te zien van militairen uit de regio die wegens dapper optreden een onderscheiding hadden gekregen. Ik vond het zeer opvallend dat de hoogste in rang een luitenant was. (Luitenant is de laagste officiersrang. Al die speldjes die je op de uniformen van generaals ziet hebben niets met dapper optreden te maken. Ze geven niet meer aan dan dat ze, vanaf grote afstand, betrokken waren bij een operatie.)
Waar vechten de meeste soldaten voor als ze eenmaal in een oorlog verzeild geraakt zijn? Daar is lang geleden Amerikaans onderzoek naar gedaan. Ze vechten niet voor de vrijheid, niet voor de democratie, niet voor God en niet voor het vaderland. Ze vechten voor hun maatjes, die ze door de ellende heen willen helpen. In de meeste veldslagen staan dienstplichtigen tegenover andere dienstplichtigen. Ze hebben niets persoonlijks tegen elkaar. Ze doden en verwonden elkaar in opdracht van anderen, ter bevordering van de opvatting van anderen. Ik heb nog nooit een tv-programma gezien waarin een generaal geïnterviewd werd over zijn posttraumatische stressstoornis.
In 1854 schreef Alfred Lord Tennyson het gedicht "The Charge of the Light Brigade", n.a.v. een veldslag tijdens de Krimoorlog, waarbij ruim 600 soldaten door hun commandant tegen alle (militaire) logica in op pad werden gestuurd tegen een overmacht aan Russische soldaten en kanonnen. Bekend zijn deze regels uit het gedicht:
Into the valley of Death
Rode the six hundred.
Maar wellicht nog bekender is wat van de soldaten wordt gezegd:
Theirs not to reason why,
Theirs but to do and die, want:
Not tho' the soldiers knew
Some one had blunder'd.
Het was, geloof ik, tijdens de Vietnamoorlog dat de volgende spreuk in zwang kwam:
"Fighting for peace is like fucking for virginity."
zaterdag 21 maart 2009
Stik
Het komt wel eens voor dat iemand in zijn werk iets heel goed doet, veel beter dan je redelijkerwijs van die persoon zou mogen verwachten. Zo'n persoon geef je dan een (financieel) extraatje, een gratificatie, of een bonus. Daar kan iedereen mee leven, zolang voor iedereen duidelijk is dat er echt een bijzondere prestatie is verricht.
Ik heb lang bij de overheid gewerkt en ook bij de overheid worden van tijd tot tijd gratificaties verstrekt. Daar werd vaak heel raar mee omgesprongen. Een reden kon zijn: "Hij of zij zit al zo lang op zijn/haar maximum. Laten we eens wat extra's doen." Of de betrokkene meer had gedaan dan gewoon normaal zijn/haar werk was niet van belang. Er werd ook wel geredeneerd: "Vorig jaar zijn de gratificaties vooral bij die afdeling of dat bureau terecht gekomen. Laten we eens kijken wie er nu 'aan de beurt' is." De redenen voor gratificaties werden er dan wel bij verzonnen. Ze hadden vaak weinig of niets met een bijzondere prestatie te maken.
Zelfs topmanagers in het bedrijfsleven kunnen boven zichzelf en de verwachtingen van aandeelhouders en alle medewerkers uitstijgen. In "Frank van Wezels Roemruchte Jaren" van A.M. de Jong, dat speelt in ons leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, zegt op een bepaald moment een beroepsluitenant (ik citeer uit mijn hoofd): "Als iemand per ongeluk een keer een pluim verdient, steek die dan ook in zijn reet." M.a.w.: het kán voorkomen dat een topmanager een bonus verdient en terecht ontvangt.
Bij de ING gaan ze volgens plan in april een nieuwe CFO (Chief Financial Officer) benoemen, ene Patrick Flynn. Patrick heeft dus nog helemaal niets voor de ING gedaan, maar hij is zo heel enorm goed dat hij een STARTbonus krijgt. (Voor de zoveelste keer zeg ik nog maar eens dat de crisis bij de banken is veroorzaakt door hoogbetaalde CEO's en CFO's die met bonussen werden oveladen omdat ze heel erg goed waren.) Het kan me niets schelen of die bonus voor Patrick één miljoen of één euro waard is. Het kan me niets schelen dat die bonus gegeven wordt door een bedrijf dat met een staatssteun van miljarden euro's op de been gehouden wordt. Ik verbaas me nergens meer over en alles went. Ik verbaas me ook niet meer over Lodewijk de Waal die, namens de overheid, commissaris moet gaan worden bij de ING. Die weet nog niet of hij zijn vetorecht zal gebruiken om die startbonus te blokkeren. Die heel goede Patrick krijgt een salaris van ruim 600.000 euro, maar hij loopt wel een bonus bij zijn vorige werkgever mis, omdat hij, denk ik dan, niets liever wil dan ING uit het slop halen. Ja, als commissaris kijk je wat anders tegen dingen aan dan als vakbondsman.
De komende tijd zullen mensen hun baan verliezen. Ze zullen misschien elders voor een lager salaris moeten gaan werken. Geen werkgever zal geïnteresseerd zijn in wat ze zijn misgelopen door verandering van baan. Patrick, die toch al niet op een houtje hoefde te bijten, verandert geheel vrijwillig van baan. Hij krijgt een niet onaardig salaris, maar dat extraatje wil hij niet mislopen. "Wil de ING dat alsjeblieft overnemen? Ik ben heel er goed en ik ga heel hard mijn best doen." Volgens mij is er (met dank aan Multatuli) maar één goed antwoord mogelijk op de wens van Patrick: "Stik in je bonus en verdwijn."
Ik heb lang bij de overheid gewerkt en ook bij de overheid worden van tijd tot tijd gratificaties verstrekt. Daar werd vaak heel raar mee omgesprongen. Een reden kon zijn: "Hij of zij zit al zo lang op zijn/haar maximum. Laten we eens wat extra's doen." Of de betrokkene meer had gedaan dan gewoon normaal zijn/haar werk was niet van belang. Er werd ook wel geredeneerd: "Vorig jaar zijn de gratificaties vooral bij die afdeling of dat bureau terecht gekomen. Laten we eens kijken wie er nu 'aan de beurt' is." De redenen voor gratificaties werden er dan wel bij verzonnen. Ze hadden vaak weinig of niets met een bijzondere prestatie te maken.
Zelfs topmanagers in het bedrijfsleven kunnen boven zichzelf en de verwachtingen van aandeelhouders en alle medewerkers uitstijgen. In "Frank van Wezels Roemruchte Jaren" van A.M. de Jong, dat speelt in ons leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, zegt op een bepaald moment een beroepsluitenant (ik citeer uit mijn hoofd): "Als iemand per ongeluk een keer een pluim verdient, steek die dan ook in zijn reet." M.a.w.: het kán voorkomen dat een topmanager een bonus verdient en terecht ontvangt.
Bij de ING gaan ze volgens plan in april een nieuwe CFO (Chief Financial Officer) benoemen, ene Patrick Flynn. Patrick heeft dus nog helemaal niets voor de ING gedaan, maar hij is zo heel enorm goed dat hij een STARTbonus krijgt. (Voor de zoveelste keer zeg ik nog maar eens dat de crisis bij de banken is veroorzaakt door hoogbetaalde CEO's en CFO's die met bonussen werden oveladen omdat ze heel erg goed waren.) Het kan me niets schelen of die bonus voor Patrick één miljoen of één euro waard is. Het kan me niets schelen dat die bonus gegeven wordt door een bedrijf dat met een staatssteun van miljarden euro's op de been gehouden wordt. Ik verbaas me nergens meer over en alles went. Ik verbaas me ook niet meer over Lodewijk de Waal die, namens de overheid, commissaris moet gaan worden bij de ING. Die weet nog niet of hij zijn vetorecht zal gebruiken om die startbonus te blokkeren. Die heel goede Patrick krijgt een salaris van ruim 600.000 euro, maar hij loopt wel een bonus bij zijn vorige werkgever mis, omdat hij, denk ik dan, niets liever wil dan ING uit het slop halen. Ja, als commissaris kijk je wat anders tegen dingen aan dan als vakbondsman.
De komende tijd zullen mensen hun baan verliezen. Ze zullen misschien elders voor een lager salaris moeten gaan werken. Geen werkgever zal geïnteresseerd zijn in wat ze zijn misgelopen door verandering van baan. Patrick, die toch al niet op een houtje hoefde te bijten, verandert geheel vrijwillig van baan. Hij krijgt een niet onaardig salaris, maar dat extraatje wil hij niet mislopen. "Wil de ING dat alsjeblieft overnemen? Ik ben heel er goed en ik ga heel hard mijn best doen." Volgens mij is er (met dank aan Multatuli) maar één goed antwoord mogelijk op de wens van Patrick: "Stik in je bonus en verdwijn."
vrijdag 20 maart 2009
Bestel
Wij Nederlanders nemen ons omroepbestel zeer serieus. In 1965 was onenigheid over dit bestel zelfs de reden voor de val van het kabinet-Marijnen. De 'zuilen' waren toen nog de normaalste zaak van de wereld: je luisterde en keek naar protestantse, protestants-vrijzinnige, katholieke, sociaal-democratische of algemene/liberale omroepen. Een wat strenge protestant luisterde/keek alleen naar de NCRV, een behoudend katholiek alleen naar de KRO. Toen wist je gewoon op welke avond jouw favoriete omroepvereniging aan bod was, nog even los van de vraag wat die dan wel te bieden had. Iedere omroep had toen zijn eigen actualiteitenrubriek: Hier en NU (NCRV), Televizier (AVRO), Achter het Nieuws (VARA) en Brandpunt (KRO). De parodie op de zin waarmee ieder Brandpuntuitzending eindigde staat nog altijd in mijn geheugen gegrift: "Dit was brandhout. Goedenavond."
Tijden veranderen. Eerst kwam de TROS (de grootste familie van Nederland) erbij, wat later de EO, weer later BNN. Maar de echte veranderingen kwamen pas met de commerciële zenders. "Kijkcijfers" was geen onbekend begrip, maar ging met de komst van de commerciële omroepen een belangrijke rol spelen. Tegenwoordig staat of valt een programma, commercieel of publiek, met de kijkcijfers, want: hoe meer kijkers, hoe meer reclame-inkomsten.
Elitair als ik ben, kijk ik zelden of nooit naar een commerciële zender. Alleen voor een film wil ik van tijd tot tijd een uitzondering maken. De publieke netten zijn op een of andere thematische manier ingericht. Actualiteitenrubrieken zijn samengevoegd. Ik begin zo langzamerhand te vergeten welk programma nou "typisch NCRV", "typisch VPRO" of "typisch wat dan ook" is. Het schijnt alleen zo te zijn dat de actualiteitenrubrieken veel te "links" zijn. Rechtse mensen vinden, volgens mij, elke mening die niet de hunne is (te) links en ze hebben de tv nodig om te weten wat ze van iets moeten vinden.
Gisteren heeft de Tweede Kamer weer eens gedebatteerd over een nieuwe wet die het omroepbestel moet regelen. Vandaar al die nieuwe kandidaatzendgemachtigden. Ik betrapte mij erop dat het me eigenlijk geen moer kan schelen wat de uitkomsten van het debat zijn en welke nieuwe omroepen erbij komen. Eén passage in een artikel in Trouw viel me op: CDA-Kamerlid Atsma zal in het debat speciale aandacht vragen voor de status van actualiteitenrubrieken. Hij wil dat omroepen weer in de gelegenheid worden gesteld om die afzonderlijk, en dus niet gezamenlijk, te maken. Op deze manier hoopt hij dat omroepen weer meer ruimte krijgen om eigen duiding te geven aan het nieuws. Het maakte me bijna wat weemoedig of nostalgisch. Ik zou het best interessant vinden te weten hoe de NCRV de economische crisis 'duidt'. Hoe zou de KRO het proces-Fritzl 'duiden'? Wat zou de 'duiding' van de EO zijn van de (tot nu toe) laatste opmerking van Benedictus XVI over condoomgebruik? Pauw en Witteman worden af en toe afgelost door Knevel en hoe heet hij ook weer? De andere publieke omroepen kunnen toch ook wel twee van die jongens (of meisjes) bij elkaar scharrelen? Waarom zou de EO niet beginnen met "De Kerk Draaft Door"? Waarom laten alleen AVRO en EO ieder werkdag van 19.30 tot 20.00 uur een dorpsdokter, een IC-afdeling of een huisartsenpost zien? Kan BNN niet iets leuks doen met een ambulance of de TROS met een traumahelicopter?
Ik heb de tijd nog meegemaakt dat de tv uitsluitend in grijstinten werd aangeboden. Over een tijdje hebben we allemaal HDTV. Waar heb je die eigenlijk voor nodig bij een steeds grijzer wordend aanbod?
Tijden veranderen. Eerst kwam de TROS (de grootste familie van Nederland) erbij, wat later de EO, weer later BNN. Maar de echte veranderingen kwamen pas met de commerciële zenders. "Kijkcijfers" was geen onbekend begrip, maar ging met de komst van de commerciële omroepen een belangrijke rol spelen. Tegenwoordig staat of valt een programma, commercieel of publiek, met de kijkcijfers, want: hoe meer kijkers, hoe meer reclame-inkomsten.
Elitair als ik ben, kijk ik zelden of nooit naar een commerciële zender. Alleen voor een film wil ik van tijd tot tijd een uitzondering maken. De publieke netten zijn op een of andere thematische manier ingericht. Actualiteitenrubrieken zijn samengevoegd. Ik begin zo langzamerhand te vergeten welk programma nou "typisch NCRV", "typisch VPRO" of "typisch wat dan ook" is. Het schijnt alleen zo te zijn dat de actualiteitenrubrieken veel te "links" zijn. Rechtse mensen vinden, volgens mij, elke mening die niet de hunne is (te) links en ze hebben de tv nodig om te weten wat ze van iets moeten vinden.
Gisteren heeft de Tweede Kamer weer eens gedebatteerd over een nieuwe wet die het omroepbestel moet regelen. Vandaar al die nieuwe kandidaatzendgemachtigden. Ik betrapte mij erop dat het me eigenlijk geen moer kan schelen wat de uitkomsten van het debat zijn en welke nieuwe omroepen erbij komen. Eén passage in een artikel in Trouw viel me op: CDA-Kamerlid Atsma zal in het debat speciale aandacht vragen voor de status van actualiteitenrubrieken. Hij wil dat omroepen weer in de gelegenheid worden gesteld om die afzonderlijk, en dus niet gezamenlijk, te maken. Op deze manier hoopt hij dat omroepen weer meer ruimte krijgen om eigen duiding te geven aan het nieuws. Het maakte me bijna wat weemoedig of nostalgisch. Ik zou het best interessant vinden te weten hoe de NCRV de economische crisis 'duidt'. Hoe zou de KRO het proces-Fritzl 'duiden'? Wat zou de 'duiding' van de EO zijn van de (tot nu toe) laatste opmerking van Benedictus XVI over condoomgebruik? Pauw en Witteman worden af en toe afgelost door Knevel en hoe heet hij ook weer? De andere publieke omroepen kunnen toch ook wel twee van die jongens (of meisjes) bij elkaar scharrelen? Waarom zou de EO niet beginnen met "De Kerk Draaft Door"? Waarom laten alleen AVRO en EO ieder werkdag van 19.30 tot 20.00 uur een dorpsdokter, een IC-afdeling of een huisartsenpost zien? Kan BNN niet iets leuks doen met een ambulance of de TROS met een traumahelicopter?
Ik heb de tijd nog meegemaakt dat de tv uitsluitend in grijstinten werd aangeboden. Over een tijdje hebben we allemaal HDTV. Waar heb je die eigenlijk voor nodig bij een steeds grijzer wordend aanbod?
donderdag 19 maart 2009
Down
De reactie van Zuster Klivia op mijn blog van gisteren herinnerde mij eraan dat ik een vooraankondiging gezien had van het tv-programma 'Down met Johnny' bij Veronica. De eerste van een serie vond afgelopen zondag om 22.20 uur plaats. Ik heb het niet gemist, want ik was helemaal niet van plan ernaar te kijken. Aan de promobeelden had ik al weer genoeg.
Tot nu toe had Paul de Leeuw zo'n beetje het alleenrecht op die leuke mongolen. De Jostiband is, geloof ik, voor de EO. Maar nu doet Veronica dus ook mee, niet op prime time, maar toch. In de 'Mediacourant.nl' las ik dat Johnny in de eerste aflevering kennis maakte met Marika. Ze woont nu nog thuis bij haar ouders, maar ze hoopt ooit min of meer zelfstandig te kunnen gaan wonen. Johnny is erbij als Marika haar eerste voorzichtige stap richting zelfstandigheid zet; ze gaat werken bij koffiehuis en restaurant 'Downey's' in Amersfoort. Wat ik meteen al vermoedde, is dat 'Downey's' de zoveelste horecagelegenheid is waar mongolen het werk doen. Ze moeten meestal, deze ook, met het geld van sponsors en donaties op de been gehouden worden, want naar leuke mongolen op de tv kijken is wat anders dan er bij gaan koffiedrinken en eten. Er is in Amersfoort weer een nieuw klein 'getto voor mensen met een verstandelijke beperking' bijgekomen.
Ik heb zeven jaar in het bestuur gezeten van een stichting die zorg verleende aan mensen met een verstandelijke beperking, die toen nog vaak zwakzinnigen genoemd werden. Ik ging vrij vaak de bestuurskamer uit en 'het veld' in en heb dus met aardig wat mongolen en andere zwakzinnigen contact gehad. Sommige zijn net zo leuk als die bij de Paul de Leeuw, sommige zijn niet te harden en de overgrote meerderheid is net zo boeiend als de grote meerderheid van alle andere mensen. Dat hang een beetje van je persoonlijke belangstelling af.
Als mongolen in een getto kunnen werken, kunnen ze ook buiten dat getto werken. De eventueel noodzakelijke begeleiding die ze in dat getto krijgen, kunnen ze ook in een normaal bedrijf krijgen. Er is niets tegen van tijd tot stil te staan bij de (on)mogelijkheden en eigenaardigheden van bepaalde groepen mensen, zoals vrouwelijke, brildragende, op zandgrond wonende diabetici tussen 45 en 50 jaar. Als Johnny dat programma zou maken zegt hij misschien ook: "Er is niks ergs aan. Dat wil ik laten zien. (...) Ze kunnen heel veel." Ik betwijfel of ze ook, net als die leuke mongolen, alle liedjes van Johnny's moeder (Willeke Alberti, dat wist ik ook niet) uit hun hoofd kennen. Ik betwijfel zelfs of er mongolen zijn die echt alle liedjes van Willeke uit het hoofd kennen. Maar dat soort uitspraken hoort nu eenmaal bij zo'n programma. In ieder geval is er één, volgens eigen zeggen, beter geworden van die programmaserie: Johnny zelf. Ze zijn zo puur. Ik merk hoeveel goeds de omgang met hen mij doet in mijn persoonlijke leven. Misschien kan hij ervoor zorgen dat een paar van hen een baan bij Veronica krijgen, bijvoorbeeld in het bedrijfsrestaurant.
Tot nu toe had Paul de Leeuw zo'n beetje het alleenrecht op die leuke mongolen. De Jostiband is, geloof ik, voor de EO. Maar nu doet Veronica dus ook mee, niet op prime time, maar toch. In de 'Mediacourant.nl' las ik dat Johnny in de eerste aflevering kennis maakte met Marika. Ze woont nu nog thuis bij haar ouders, maar ze hoopt ooit min of meer zelfstandig te kunnen gaan wonen. Johnny is erbij als Marika haar eerste voorzichtige stap richting zelfstandigheid zet; ze gaat werken bij koffiehuis en restaurant 'Downey's' in Amersfoort. Wat ik meteen al vermoedde, is dat 'Downey's' de zoveelste horecagelegenheid is waar mongolen het werk doen. Ze moeten meestal, deze ook, met het geld van sponsors en donaties op de been gehouden worden, want naar leuke mongolen op de tv kijken is wat anders dan er bij gaan koffiedrinken en eten. Er is in Amersfoort weer een nieuw klein 'getto voor mensen met een verstandelijke beperking' bijgekomen.
Ik heb zeven jaar in het bestuur gezeten van een stichting die zorg verleende aan mensen met een verstandelijke beperking, die toen nog vaak zwakzinnigen genoemd werden. Ik ging vrij vaak de bestuurskamer uit en 'het veld' in en heb dus met aardig wat mongolen en andere zwakzinnigen contact gehad. Sommige zijn net zo leuk als die bij de Paul de Leeuw, sommige zijn niet te harden en de overgrote meerderheid is net zo boeiend als de grote meerderheid van alle andere mensen. Dat hang een beetje van je persoonlijke belangstelling af.
Als mongolen in een getto kunnen werken, kunnen ze ook buiten dat getto werken. De eventueel noodzakelijke begeleiding die ze in dat getto krijgen, kunnen ze ook in een normaal bedrijf krijgen. Er is niets tegen van tijd tot stil te staan bij de (on)mogelijkheden en eigenaardigheden van bepaalde groepen mensen, zoals vrouwelijke, brildragende, op zandgrond wonende diabetici tussen 45 en 50 jaar. Als Johnny dat programma zou maken zegt hij misschien ook: "Er is niks ergs aan. Dat wil ik laten zien. (...) Ze kunnen heel veel." Ik betwijfel of ze ook, net als die leuke mongolen, alle liedjes van Johnny's moeder (Willeke Alberti, dat wist ik ook niet) uit hun hoofd kennen. Ik betwijfel zelfs of er mongolen zijn die echt alle liedjes van Willeke uit het hoofd kennen. Maar dat soort uitspraken hoort nu eenmaal bij zo'n programma. In ieder geval is er één, volgens eigen zeggen, beter geworden van die programmaserie: Johnny zelf. Ze zijn zo puur. Ik merk hoeveel goeds de omgang met hen mij doet in mijn persoonlijke leven. Misschien kan hij ervoor zorgen dat een paar van hen een baan bij Veronica krijgen, bijvoorbeeld in het bedrijfsrestaurant.
woensdag 18 maart 2009
Sociaal
Het oorspronkelijke idee achter de sociale werkvoorziening (sw) was mensen met een verworven of aangeboren handicap zinvolle arbeid te laten verrichten en zo mogelijk te laten terugkeren of doorstromen naar een 'normale' baan. Los daarvan: heel veel functies in het 'normale' bedrijfsleven of bij de overheid kunnen probleemloos door mensen met een handicap uitgevoerd worden. Een aardig voorbeeld daarvan is Jette Klijnsma, de staatssecetaris van sociale zaken en werkgelegenheid, die als ze in een talkshow optreedt altijd eerst weer even mag zeggen dat ze 'spastische benen' heeft en met een diensttandem naar haar werk gaat. Echt heel schattig.
Tijden veranderen. Op de sw is al lang geen plaats meer voor mensen met een 'te grote handicap', want de werkvoorzieningen moeten productie maken. Er zijn lange wachtlijsten. Trouw schrijft dat het ministerie van sociale zaken een drempel wil gaan opwerpen voor de sw zodat deze vanaf 2010 niet meer toegankelijk is voor jonggehandicapten. Op die manier wil minister Donner van sociale zaken volgens hen kosten besparen en de toeloop op sw-bedrijven verminderen. (...) Ongeveer 30.000 jongeren met een verstandelijke handicap kunnen de dupe worden.
Een voorloper van de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) was de WAGW (de Wet Arbeid Gehandicapte Werknemers). Die verplichtte werknemers 5% van het aantal werknemers uit gehandicapten te doen bestaan. Er was geen sanctie tegen werknemers die zich daaraan niet hielden. De werkgever die op dit terrein het slechtst presteerde was merkwaardigerwijs de overheid zelf.
De overheid wil graag dat mensen met een handicap een plaats in het 'normale' arbeidsproces krijgen. Dat is volkomen terecht en heel vaak goed mogelijk. Met name in de Verenigde Staten zijn ze daar veel verder mee. Tijdens mijn laatste vakantie in de VS heb ik tweemaal in verschillende horecagelegenheden mannen zien werken met resp. één hand en één arm. Zij werkten in de bediening. De een stond achter de bar, de ander bracht (volle) borden rond. De meeste werkgevers in Nederland verdommen het nog steeds mensen met een handicap in dienst te nemen. De huidige economische crisis maakt het hun alleen maar makkelijker om mensen zonder handicap aan te trekken. Ja, waarom zou je dan een (overigens imaginair) risico gaan lopen? Nu wil de overheid daar nog een schepje bovenop gooien door ervoor te zorgen dat nog meer jonggehandicapten dan maar gewoon thuis blijven zitten.
Wat was ook al weer het motto waar Jan Peter, Wouter en André mee van start gingen? "Samen werken, samen leven." 3,57% van de regering heeft een lichamelijke handicap. De rest heeft een sociale handicap, maar daar kun je kennelijk een aardige carrière mee maken.
Tijden veranderen. Op de sw is al lang geen plaats meer voor mensen met een 'te grote handicap', want de werkvoorzieningen moeten productie maken. Er zijn lange wachtlijsten. Trouw schrijft dat het ministerie van sociale zaken een drempel wil gaan opwerpen voor de sw zodat deze vanaf 2010 niet meer toegankelijk is voor jonggehandicapten. Op die manier wil minister Donner van sociale zaken volgens hen kosten besparen en de toeloop op sw-bedrijven verminderen. (...) Ongeveer 30.000 jongeren met een verstandelijke handicap kunnen de dupe worden.
Een voorloper van de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) was de WAGW (de Wet Arbeid Gehandicapte Werknemers). Die verplichtte werknemers 5% van het aantal werknemers uit gehandicapten te doen bestaan. Er was geen sanctie tegen werknemers die zich daaraan niet hielden. De werkgever die op dit terrein het slechtst presteerde was merkwaardigerwijs de overheid zelf.
De overheid wil graag dat mensen met een handicap een plaats in het 'normale' arbeidsproces krijgen. Dat is volkomen terecht en heel vaak goed mogelijk. Met name in de Verenigde Staten zijn ze daar veel verder mee. Tijdens mijn laatste vakantie in de VS heb ik tweemaal in verschillende horecagelegenheden mannen zien werken met resp. één hand en één arm. Zij werkten in de bediening. De een stond achter de bar, de ander bracht (volle) borden rond. De meeste werkgevers in Nederland verdommen het nog steeds mensen met een handicap in dienst te nemen. De huidige economische crisis maakt het hun alleen maar makkelijker om mensen zonder handicap aan te trekken. Ja, waarom zou je dan een (overigens imaginair) risico gaan lopen? Nu wil de overheid daar nog een schepje bovenop gooien door ervoor te zorgen dat nog meer jonggehandicapten dan maar gewoon thuis blijven zitten.
Wat was ook al weer het motto waar Jan Peter, Wouter en André mee van start gingen? "Samen werken, samen leven." 3,57% van de regering heeft een lichamelijke handicap. De rest heeft een sociale handicap, maar daar kun je kennelijk een aardige carrière mee maken.
dinsdag 17 maart 2009
Plastic
Al zo'n kleine twintig jaar geleden, toen ik nog in Den Haag woonde, werd de burgerij opgeroepen plastic afval apart te verzamelen en gescheiden aan de vuilopruiming aan te bieden. Ik geloof dat dat één keer per week kon. Daar heb ik, trouwhartig en milieubewust als ik ben, aan meegedaan tot ik hoorde dat de gemeentereiniging het plastic weer gewoon bij het andere afval deed.
Op billboards en in tv-spotjes worden we de laatste tijd weer opgeroepen plastic van het andere afval te scheiden. Daar wil ik best weer aan meedoen, al gebruik ik weinig plastic, maar in Amsterdam bestaat die mogelijkheid nog niet. Slechts in een kwart van de Nederlandse gemeenten staan de daarvoor benodigde oranje bakken, schrijft Trouw.
Plastic afval kom je veel tegen als 'zwerfafval'. Dat zijn dan vaak de bekende petflesjes waarin frisdrank heeft gezeten, patatbakjes en plastic zakken. Eind jaren negentig werd een zogenaamde Convenant Verpakkingen afgesloten, waarbij o.a. met de verpakkende industrie werd afgesproken dat die hoeveelheid zwerfafval met 80% zou worden teruggebracht. Een convenant sluit de overheid als ze niet weer nieuwe regeltjes wil maken en het aan de goedwillende particulieren wil overlaten zelf maatregelen te nemen. De meeste convenanten geven de betrokkenen partijen een warm gevoel ("We gaan er samen tegenaan!"), maar stellen in de praktijk geen hout voor. Uit onderzoek van het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden bleek achteraf dat zwerfafval juist was toegenomen.
Patat werd vroeger gewoon in een papieren zak gedaan. Dat kan nog steeds. Dat levert ook zwerfafval op, maar wel afbreekbaar afval. Voor de meeste mensen is het totaal onnodig om voortdurend een flesje water binnen handbereik te hebben, maar op een gegeven moment is het mode geworden, dus loopt 'iedereen' ermee. Het zomaar ergens wegflikkeren van lege flesjes kun je voorkomen door er statiegeld voor te vragen, want een beetje Nederlander gooit niet iets weg wat een zekere waarde vertegenwoordigt. Maar ja, het bedrijfsleven ziet meer in een convenant waar het niets mee hoeft te doen, dan in statiegeld. Dat maakt alles maar lastig.
Op billboards en in tv-spotjes worden we de laatste tijd weer opgeroepen plastic van het andere afval te scheiden. Daar wil ik best weer aan meedoen, al gebruik ik weinig plastic, maar in Amsterdam bestaat die mogelijkheid nog niet. Slechts in een kwart van de Nederlandse gemeenten staan de daarvoor benodigde oranje bakken, schrijft Trouw.
Plastic afval kom je veel tegen als 'zwerfafval'. Dat zijn dan vaak de bekende petflesjes waarin frisdrank heeft gezeten, patatbakjes en plastic zakken. Eind jaren negentig werd een zogenaamde Convenant Verpakkingen afgesloten, waarbij o.a. met de verpakkende industrie werd afgesproken dat die hoeveelheid zwerfafval met 80% zou worden teruggebracht. Een convenant sluit de overheid als ze niet weer nieuwe regeltjes wil maken en het aan de goedwillende particulieren wil overlaten zelf maatregelen te nemen. De meeste convenanten geven de betrokkenen partijen een warm gevoel ("We gaan er samen tegenaan!"), maar stellen in de praktijk geen hout voor. Uit onderzoek van het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden bleek achteraf dat zwerfafval juist was toegenomen.
Patat werd vroeger gewoon in een papieren zak gedaan. Dat kan nog steeds. Dat levert ook zwerfafval op, maar wel afbreekbaar afval. Voor de meeste mensen is het totaal onnodig om voortdurend een flesje water binnen handbereik te hebben, maar op een gegeven moment is het mode geworden, dus loopt 'iedereen' ermee. Het zomaar ergens wegflikkeren van lege flesjes kun je voorkomen door er statiegeld voor te vragen, want een beetje Nederlander gooit niet iets weg wat een zekere waarde vertegenwoordigt. Maar ja, het bedrijfsleven ziet meer in een convenant waar het niets mee hoeft te doen, dan in statiegeld. Dat maakt alles maar lastig.
Abonneren op:
Posts (Atom)
