zaterdag 19 september 2009

Bijdrage

Wat is een toelage? Volgens 'van Dale Online':
1 bijdrage in levensonderhoud, gift in geld;
2 toeslag die boven het normale salaris wordt uitgekeerd.
Onze majesteit, haar oudste zoon en zijn vrouw krijgen van ons een 'toelage'. Zij krijgen van ons geen toeslag op een normaal salaris, dus ze krijgen een bijdrage in hun levensonderhoud. Dat wil, ook volgens 'Van Dale', zeggen dat wij ze een aandeel geven in een doel dat wij gemeenschappelijk hebben. Ik weet niet precies hoeveel ze daarvan als inkomen kunnen beschouwen, maar ze hoeven er geen inkomstenbelasting over te betalen en volgens mij betalen ze ook geen huur. Alles bij elkaar zullen ze dus netto wel een aardig eind boven de Balkenendenorm zitten. Dat krijgen ze allemaal niet "omdat we anders niet zulke goede mensen voor die functie kunnen krijgen", maar gewoon omdat ze dezelfde voorouders hebben als Willem de Zwijger (Juliana van Stolberg en Willem de Rijke). Na 1813 hebben we geen moeite meer gedaan om te kijken of er wellicht een andere manier was om aan een staatshoofd te komen.

We (het Nederlandse volk) en die drie mensen hebben dus een gemeenschappelijk doel. In deze barre economische tijden zou je als doel kunnen noemen: het op orde brengen van de staatsfinanciën. Het schijnt dat we daarvoor allemaal iets moeten gaan inleveren. Hoewel: allemaal? Die drie hoeven niet in te leveren. Sterker nog: het kabinet laat ze er volgend jaar nog een stuk op vooruit gaan. Als ik even heel muggenzifterig ga doen zeg ik dat de regering de majesteit, haar zoon en schoondochter erop vooruit laat gaan. De majesteit geeft zichzelf, haar zoon en schoondochter dus een verhoging van de toelage.

Willem-Alexander wil zijn vermogen wat opkrikken en belegt een deel ervan in een vastgoedproject in Mozambique. Dat project komt in opspraak, dus die belegging wordt ondergebracht in een stichting. Dat maakt financieel voor Willem-Alexender niets uit, maar als er echt stront aan de knikker komt, kan hij er dus niets aan doen en is Jan-Peter niet verantwoordelijk.

Zuster/tante Christina, ook niet geheel onbemiddeld, liet via paleis Noordeinde haar inkomsten via een belastingparadijsje lopen, zodat ze netto nog wat meer overhoudt. Nu loopt het niet meer via paleis Noordeinde en kan Jan-Peter weer zijn handen in onschuld wassen, want onze majesteit weet nu officieel ook weer van niets. En voor Christina verandert er niets.

Een groot deel van onze bevolking loopt nog altijd weg met ons koningshuis en de rest van onze koninklijke familie en gunt ze een inkomen dat ver boven modaal ligt. Dat zij dan zo. Maar is het dan heel veel gevraagd qua inkomen een heel klein beetje solidariteit te betonen met de onderdanen die er mogelijk op achteruitgaan? Kan het geld niet belegd worden in een Nederlands project dat boven alle twijfel verheven is? Moet dat geld nou echt via een belastingparadijs gesluisd worden? Wie dat allemaal niet wil weten, of er zich niet druk om wil maken, of alles mooi en prachtig vindt wat de familie Oranje-Nassau doet, moet zich verder ook niet druk maken over bonussen van toch al overbetaalde bankmensen. Het is één soort mensen: ze hebben al veel, maar willen nog meer. Het Koninkrijk Holland was een vergissing van Napoleon. We hebben in 1813 een mooie kans voorbij laten gaan.
x

vrijdag 18 september 2009

Peanuts

Een week geleden had ik het hier al eens over bonnetjes die een lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland niet bij zijn declaraties deed. In de Volkskrant lees ik over Joop Binnenkamp, gedeputeerde van de provincie Utrecht. Joop deed wel bonnetjes bij zijn declaraties. Daardoor weten we dat Joop de afgelopen twee jaar voor bijna 8000 euro aan etentjes heeft gedeclareerd, meer dan alle andere leden van Gedeputeerde Staten samen.

Als onderdeel van de totale uitgaven van de provincie Utrecht (448 miljoen euro in 2008) is die 8000 euro niet meer dan een minuscule peanut. Moet je je daar druk over maken? Ik vind van wel. De keuze van het restaurant en de keuze van de maaltijd die je daar, op kosten van de gemeenschap, gebruikt, duiden op een mentaliteit. Zo ging Joop wel eens, uiteraard met zakelijke relaties, een hapje eten bij 'Grand Restaurant Karel V'. Daar heb je al een voorgerecht van 37,50 euro. Neem dan als hoofdgerecht de 'Aubrac rund & snijbonen' voor 47,50 euro en als nagerecht de 'Passievrucht & kokos' voor 16,50 euro. Dan zit je voor één persoon pas op 101,50 euro. Daar komen natuurlijk nog wel een aperitiefje, een glaasje wijn en een kopje koffie bij. Zou Joop, denk ik dan, daar ook met familie of vrienden gaan eten als hij zelf moest betalen? Dat zou natuurlijk wel eens kunnen, maar voor een kleine 8000 euro in twee jaar? Ik ken de stad Utrecht niet zo goed, maar volgens mij kun je daar zeer respectabele horecagelegenheden vinden, waar je als gedeputeerde zonder enig gezichtsverlies je zakenrelatie een uitstekende maaltijd voor veel minder geld kunt aanbieden. Joops collega, Anneke Raven, at in dezelfde periode voor 40 euro 'op kosten van de zaak'.

De mogelijkheid om kosten te kunnen declareren maakt bij veel mensen iets 'hebberigs' wakker. Ik maakte daar voor het eerst kennis mee toen ik ruim dertig jaar geleden bij de Ziekenfondsraad werkte. Die had een accountantsdienst die de boeken van de ziekenfondsen controleerde. De medewerkers van die dienst kregen een vaste lunchvergoeding, omdat zij geacht werden buiten de deur te eten. Het opeten van zelf meegebrachte boterhammetjes samen met de medewerkers van de ziekenfondsen zou immers tot te veel familiariteit en daardoor verlies aan objectiviteit kunnen leiden. Op een gegeven moment werd besloten dat een flink aantal medewerkers van die accountantsdienst gewoon op het kantoor van de Ziekenfondsraad moest werken. Daar gingen zij niet mee akkoord, omdat daarmee hun inkomsten achteruit gingen. Ik begreep dat niet want hun salaris bleef gelijk. Als lid van de Dienstcommissie moest ik de leiding adviseren, dus ik ging mijn licht opsteken. Wat bleek? Geen van die medewerkers at buiten de deur. Ze namen gewoon hun bammetjes van huis mee. Die lunchkostenvergoeding zagen ze gewoon als extra inkomen, dat ze in het vervolg zouden moeten missen. Ik heb me toen behoorlijk impopulair gemaakt door de dienstleiding te adviseren het salaris van deze mensen te verhogen met de maandelijkse kosten van een gemiddelde lunch in het bedrijfsrestaurant, nog altijd meer dan de kosten van de inhoud van hun eigen lunchtrommeltje. Ik weet niet meer hoe het afgelopen is.

Ook in mijn latere ambtelijke leven heb ik declaratiegedrag gezien dat naar mijn oordeel stuitend was, hoe gering verhoudingsgewijs de bedragen ook waren. (In het bedrijfsleven kom je overigens hetzelfde gedrag tegen.) Vaste vergoedingen worden in werkelijkheid niet verbruikt. Wie bonnetjes moet inleveren 'ritselt' ergens een bonnenboekje en vult de bedragen en omschrijvingen zelf in. Ik heb eens een tijdje bij een bedrijf zulke bonnetjes moeten controleren. Een dinervergoeding ging toen per 1 januari omhoog van (maximaal) 15,00 gulden naar 17,50 gulden. Merkwaardigerwijs bleken veel restaurants per dezelfde datum de kosten van een 'maaltijd' of een 'diner' ook van 15,00 naar 17,50 gulden verhoogd te hebben.

Ik wil geen brave Hendrik zijn. Ik vind wel dat je voor het geld van je werkgever moet werken, niet dat je er wat bij moet ritselen. Een werkgever moet redelijke onkosten vergoeden. Zeker een overheidsdienaar dient haarscherp te weten wat redelijk is. Wie met geld sjoemelt, is bereid met alles te sjoemelen. Die vertrouw ik voor geen cent.
x

donderdag 17 september 2009

Kunst

Nog nooit had ik van 'Royalsteez' gehoord, maar dankzij Het PAROOL van vandaag weet ik nu dat ene Brian Kersbergens dat als alias gebruikt voor hemzelf als 'kunstenaar'. Ik weet nooit zo goed wat ik moet met de aanduiding 'kunstenaar' en het artikel geeft ook geen meer expliciete aanduiding. Ik vermoed dat we hier met een beeldend kunstenaar te maken hebben, want voor 'De Wereld van Witte de With', festival over grenzen, had hij iets gemaákt wat kennelijk een 'kunstwerk' was: van 81 van die blauwe AH-winkelmandjes had hij het woord "Sorry" gevormd.

Brian kwam niet in de krant vanwege de artistieke merites van zijn kunstwerk, maar omdat hij gearresteerd was wegens diefstal van die 81 winkelmandjes. Iedere keer dat hij boodschappen bij AH deed nam hij zo'n mandje mee en hij kwam er maar niet toe ze terug te brengen. Schuldgevoelens bekropen hem, maar als waarachtig kunstenaar drukte hij die gevoelens uit in 'kunst', dat woord "Sorry".

Het gaat mij er niet om Brian als misdadiger te beschouwen; een niet al te zware boete lijkt me een passende straf. Maar stel nou eens dat ik die 81 mandjes in huis had gehaald en - geprangd door schuldgevoelens - daarmee in het grasveld voor mijn deur het woord "Sorry" had gevormd. Was de hele kunstwereld toegestroomd om dat 'kunstwerk' te komen bewonderen? Natuurlijk niet. Op zijn best zou ik gekenschetst worden als een lichtjes, maar niet gevaarlijk, gestoorde zeventiger. "Nooit meer doen, opa! Volgende keer gewoon een boodschappentas meenemen naar AH." Waar ik geen bal van begrijp is dat als Brian, met zijn diploma van de kunstacademie (neem ik aan), het doet, er ineens sprake is van 'kunst'. En dan bedenk ik weer dat er gigantische kelders zijn die al vol liggen met 'kunst' waar verder geen hond naar omkijkt.
x

Rouwen

Er is nu een leidraad voor de eerste drie jaar. Het is niet meer dan een indruk, laat ik dat voorop stellen. Volgens mij wordt de laatste tijd in de media, met name de tv uiteraard, meer aandacht besteed aan doodgaan, ziekte en ander emotioneel ongerief dan vroeger. De ene sporter die een boek geschreven heeft over zijn overwinning op kanker is nog niet weg bij 'De Wereld Draait Door' of de volgende zit al weer bij 'Pauw & Witteman'. Familieruzies worden bij de EO weggegeten. Dagelijks komen de zieken en gewonden voorbij in eerstehulpposten en poliklinieken. Uit de hand gelopen verbouwingen worden hersteld. Is er meer aandacht dan vroeger voor het leed van anderen? Of is 'emotie van een afstand' gewoon de trend? In Trouw las ik over weer iets nieuws: de rouwkalender. De scheurkalender van Leoniek van der Maarel en Hans Breekveldt heeft geen datums en houdt niet op na 365 dagen. Het is een kalender speciaal voor mensen die een geliefde hebben verloren en rouw stopt tenslotte ook niet na een jaar. Er staan geen data op de kalenderblaadjes en hij gaat drie jaar mee. Hij komt gewoon op de wc te hangen.

Ik heb enige ervaring met rouwen en mijn ervaringen zijn niet de maat van alle dingen. Dat realiseer ik mij terdege. Ruim dertien jaar geleden heb ik een geliefde verloren, net als Leoniek van der Maarel, die tien jaar geleden haar man verloor. En inderdaad: na 365 dagen is het rouwproces nog niet afgesloten. Sterker nog: ook na drie jaar hoeft een rouwproces niet te zijn afgesloten, zelfs niet na dertien jaar. Leoniek ziet het zo:
- jaar één: overleven;
- jaar twee: pijn erkennen die erbij hoort;
- jaar drie: je hebt ervaring.
Dan is de scheurkalender op en red je het kennelijk verder wel zonder tips, en uitspraken die bij verschillende perioden horen.

Van der Maarel: "Voor mij werkt een kalender beter dan een boek, omdat je er iedere dag iets aan hebt."
Ja, een boek over rouwverwerking lees je in één adem uit en daarna gaat het op de plank. Je kan uiteraard weer een andere boek aanschaffen waarin rouwverwerking vanuit een andere optiek bekeken wordt en waarin andere tips staan. "Voor mij werkt kijken naar een spaghettiwestern beter dan luisteren naar cantates van Bach, omdat je aandacht veel meer wordt afgeleid. Bij het luisteren naar Bach ga je maar zitten denken en piekeren." (Uit: Denk er niet voortdurend aan van Evan Wyk.)

Heb ik, als ervaringsdeskundige, tips voor lotgenoten? Het spijt me: geen enkele. Een vakantie in mijn eentje in Nieuw-Zeeland heeft me een eind op weg geholpen, maar ik vind het - bijna letterlijk - wat ver gaan dat anderen te adviseren. Als ik me weer eens lekker verdrietig wil voelen luister ik naar de 'Rapsodia Cubana' van Ernesto Lecuona; als ik me wat opstandiger voel naar het 'Dies irae' uit het Requiem van Verdi; en ik krijg nog altijd de tranen in mijn ogen bij 'Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen' en 'Wir setzen uns mit Tränen nieder' van Bach. Als ik een tijdje nadenk, kom ik op nog wel een paar dingen die mij er, min of meer, doorheen geholpen hebben. Daar kan ik een boekje van maken. Maar dat is al zo vaak gedaan, dus er moest weer eens iets nieuws komen.

Probeer ik die rouwkalender belachelijk te maken? Een beetje. Er zullen ongetwijfeld mensen mee geholpen worden. Wat mij tegen staat is het meedoen met de trend van 'hapklare brokjes' volgens de 'nieuwe formule'. Met het overlijden van een geliefde omgaan is een hard proces. De begrafenismaatschappijen buitelen tegenwoordig over elkaar heen met adviezen om ons 'afscheid' zo mooi mogelijk te maken. We hebben zelf de voorpret en onze nabestaanden worden vast op weg geholpen bij de verwerking. Ik heb al heel wat begrafenissen en crematies bijgewoond van mensen die mij in hoge of iets mindere mate dierbaar waren. Dat het merendeel van hen jonger was dan ik zou het nog wat schrijnender moeten maken. Het zal wel aan mij liggen, maar het komt wel eens voor dat de muziek of de rituelen die de overledene zelf of de nabestaanden zorgvuldig hebben uitgezocht mij totaal niets doen, geen enkele ontroering teweeg brengen. Ik kan er zelfs door geïrriteerd raken. Ze zullen passen bij hun emoties, dus ze moeten het vooral zo doen, maar ik laat de mijne niet sturen. Ik laat ze over me heen komen en stuur zo nodig wat bij. Soms lukt het, soms lukt het niet. "There won't always be someone to pull you out."

x

woensdag 16 september 2009

Enquête

In 2003 ging de eerste schop de grond in. Dat wil zeggen: toen begon de bouw van de Noord-Zuidlijn. Naar de huidige inzichten zal hij na 15 jaar, in 2018, gereed zijn. De lijn wordt zo'n 10 km lang en zal dan, heeft de Volkskrant uitgerekend, per strekkende meter 310.000 euro gekost hebben, i.p.v. de oorspronkelijk begrote 140.000 euro. Het wordt echter bepaald niet uitgesloten dat het nog wat langer gaat duren en nog iets meer gaat kosten. In hetzelfde artikel lees ik dat ze in India een metrolijn van 120 km in drie jaar hebben aangelegd. Ik wil best aannemen dat de bouwomstandigheden in India iets makkelijker waren, maar toch.

Een enquêtecommissie van de Amsterdamse gemeenteraad is inmiddels begonnen met een onderzoek naar hoe het allemaal zo slecht heeft kunnen lopen. Dat de ene fout op de andere is gestapeld, dat de organisatie van geen kanten deugde, dat er sprake was van op niets gefundeerd optimisme is inmiddels allang bekend. Uit de verhoren onder ede moet nu alleen nog blijken aan wie de zwarte piet kan worden toegespeeld.

Ik herinner mij nog de RSV-enquête uit 1983/1984. Daarbij ging het om overheidssteun van 2,2 miljard gulden aan het RSV-concern, dat ondanks die steun failliet ging: 2,2 miljard en 18.000 banen naar de filistijnen. Wat mij het meeste is bijgebleven is dat diverse topfunctionarissen van het concern zich tijdens de verhoren maar heel weinig bleken te kunnen herinneren; dat zeiden ze tenminste. Ik kreeg toen grote bewondering voor de voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad die op alle vragen een zeer duidelijk - en vaak voor de topfunctionarissen vernietigend - antwoord had.

Wat de gemiddelde burger zich te weinig realiseert is dat er tot nu toe alleen maar aan stations is en wordt gebouwd. Rond deze tijd zou een begin gemaakt worden met het boren en aanleggen van de buizen waardoor t.z.t. de metro moet gaan rijden. Dat begin is inmiddels al weer uitgesteld tot begin volgend jaar. Hoe veel te optimistisch is men over dat boorproces geweest? Voor welke verrassingen komt men daarbij weer te staan?

De Noord-Zuidlijn gaat van het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord via Amsterdam Centraal naar NS-station Amsterdam-Zuid. Nu doe je daar 31 minuten over. (Bus naar Centraal, verder met de metro via Amsterdam Amstel.) Met de Noord-Zuidlijn doe je daar 16 minuten over. Van Amsterdam Centraal naar Amsterdam-Zuid kun je nu ook rechtstreeks met tramlijn 5, die zeer frequent rijdt. Ik vermoed dat de tijdwinst als belangrijk zal worden aangemerkt door en voor het bedrijfsleven. Iedere minuut telt immers en tijd is geld, niet waar? Er worden wel vaker onzinnige dingen uitgerekend, dus ik zou wel eens willen laten uitrekenen hoeveel meer winst het bedrijfsleven gaat maken als zijn met het openbaar vervoer reizende medewerkers en bezoekers een tijdwinst van (maximaal) 15 minuten per rit naar het bedrijf gaan maken.

Natuurlijk, mensen van boven het IJ die gewoon voor boodschappen, de film of zomaar naar het centrum komen zijn er een paar minuten eerder. Ze zullen misschien wat vaker de auto aan hun kant van het IJ laten staan. De straten boven de metro zullen wat rustiger worden. Nu rijden langs een deel van de route van de Noord-Zuidlijn vanaf Amsterdam Centraal nog diverse trams: de lijnen 4, 9, 14, 16, 24 en 25. In het schema hieronder zie je hoever ze de route van de Noord-Zuidlijn volgen. Voor de lijnen 24 en 25 heb ik de oorspronkelijke routes aangehouden, want al jaren rijden die om vanwege de aanleg van het station Ceintuurbaan.


Bij de gemeente weten ze nog niet welke tramlijnen er verdwijnen, maar dat er enkele gaan verdwijnen is wel zeker. (De gemeente gaat daar trouwens niet eens over, maar de stadsregio, waarin Amsterdam samenwerkt met 15 omringende gemeenten.) Voor veel reizigers zal het waarschijnlijk betekenen: verder van een halte of vaker overstappen. (Lijn 25 had van Centraal tot de Churchilllaan 10 haltes.) Ik vrees dat deze lijn er in ieder geval aan gaat geloven, die rijdt nu al van Centraal tot dichtbij het Europaplein. Lijn 25 rijdt al sinds ik als klein jongetje voor het eerst met de tram ging dezelfde route. Wij woonden op hooguit twee minuten lopen van de halte. Daar gaat weer een stukje jeugdsentiment.

Mocht ik de 80 halen dan kan ik misschien nog net de feestelijke ingebruikname van de Noord-Zuidlijn meemaken. Als ik tegen die tijd niet verhuisd ben zal ik toch nauwelijks van die Noord-Zuidlijn gebruik maken. Hij ligt gewoon niet op mijn weg. Nu neem ik in een luie bui nog wel eens de tram van Centraal naar de voordeur van de Bijenkorf. Met die Noord-Zuidlijn rijd ik er al weer een eind voorbij.

PS
Een record gisteren: 32(!) mensen lazen 'Beggartalk'.
x

dinsdag 15 september 2009

Privacy

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door verzetsmensen gemeentelijke bevolkingsregisters in brand gestoken of op andere manier onbruikbaar gemaakt. In die registers immers kon de Duitse bezetter zien wie jood was en wie niet. De overheid, vinden veel mensen nog steeds, moet niet teveel van ons (willen) weten. Het probleem is alleen dat de overheid, door de technologische ontwikkelingen, steeds meer van ons weet. Gegevens die ze niet zelf verzamelt moeten andere organisaties haar ter beschikking stellen. Internetproviders moeten haar vertellen welke websites we bezocht hebben en met wie we gemaild hebben. Telefoonproviders moeten haar vertellen met wie en van waar we gebeld hebben. Binnen afzienbare termijn kunnen vervoersondernemingen vertellen waar en wanneer we gereisd hebben. Camera's op de snelwegen kunnen vertellen wanneer we daar met de auto voorbij gereden zijn. Verzekeringsmaatschappijen kunnen vertellen welke ziekte of handicap we (gehad) hebben. Vanaf 21 september a.s. krijg je geen paspoort of identiteitskaart meer, als je niet bereid bent ook je vingerafdruk af te staan. Het is een kwestie van tijd voor ons volledige dna-profiel ergens wordt opgeslagen. Al die databanken kunnen aan elkaar gekoppeld worden. Maar is dat allemaal nou zo erg? 'We' hebben toch niets te verbergen? En wie wel wat te verbergen heeft of, erger nog, een misdaad begaan heeft, kan des te sneller en makkelijker worden opgespoord.

We hebben nu een nette overheid die niet al te snel misbruik zal maken van de persoonsgegevens waarover ze beschikt of kan beschikken, al weet ik vrijwel zeker dat er beambten van opsporings- en inlichtingendiensten zijn die wel eens over de schreef gaan. Ga er maar rustig vanuit dat al je telefoon- en e-mailverkeer constant gemonitord wordt en gecheckt op verdachte 'trefwoorden': een mailtje waarin de woorden 'vakantie' en 'Somalië' voorkomen wordt er direct tussenuit gehaald.

Zo langzamerhand begin ik wat laks te worden: "Het zal mijn tijd wel duren." Maar als ik veertig jaar jonger was, zou ik best eens deelgenomen kunnen hebben aan een demonstratie waarover ik in de Volkskrant las. Een manifestatie tegen de gevaren die de privacy bedreigen trekt zaterdag niet meer dan enkele tientallen demonstranten.*) De krant vraagt enkele voorbijgangers naar hun reactie. Laura Bos heeft vertrouwen in 'de leiders' van tegenwoordig. 'Maar je weet natuurlijk niet wie het over tien jaar voor het zeggen heeft.' Edwin Commandeur, student informatica, krijgt de ov-chipkaart als onderdeel van zijn studiefinanciering. 'Maar ik gebruik hem nooit. Justitie heeft al eens de gegevens van de ov-chipkaart opgevraagd en gekregen. Dat kan zo weer gebeuren. Ik mijd de metro, waarin je met de chipkaart moet betalen. Het duurt wat langer, maar ik neem gewoon de bus.' Paranoia? Of het 'Cassandrasyndroom'? De mythische Cassandra ontving van de god Apollo de gave de toekomst te kunnen voorspellen, maar omdat ze hem bedroog, plakte Apollo eraan vast dat niemand ooit haar voorspellingen zou geloven. Zo geloofden de Trojanen niet dat ze dat houten paard beter niet binnen de muren konden halen. Stel je nou eens voor dat Geert Wilders aan de macht komt. Wat voor persoonsgegevens wil hij verzamelen? Wat gaat hij met die gegevens doen? Wat vindt hij van de autochtone schoonouders van een allochtone man of vrouw? Hoe zit het met de autochtone partner van een allochtoon? Moeten we weer opgeven van welke kerk of ander religieus genootschap we lid zijn?

Al die databanken en informatienetwerken hebben hun voordelen. We kunnen al lang niet meer zonder. Maar ze kunnen ook verkeerd gebruikt worden. De overheid kan mij beschermen tegen machtsmisbruik door anderen. Maar wie beschermt mij tegen machtsmisbruik door de overheid die daar haar eigen regels voor maakt?

*)Aan de (laatste) volkstelling in 1971 heb ik bewust niet deelgenomen.

maandag 14 september 2009

Survival

Op de Afrikaanse savannen kun je prachtige natuurfilms maken. Maar ja, hoeveel van die films heb je in de loop der jaren al niet gezien? Een kudde hollende zebra's, een jachtluipaard die achter een gazelle aanrent, wie kent die boeiende beelden niet? Het wordt dus tijd dat soort films eens vanuit een iets andere optiek te maken. Bijvoorbeeld: onervaren stadsjongetje gaat een maand op stap door Kenia met een survivalexpert.

Via 'Uitzending gemist' heb ik gekeken naar de eerste aflevering van 'Marc-Marie' in het wild'. Marc-Marie Huijbregts is 43, maar een tent heeft hij volgens eigen zeggen nog nooit opgezet. Hij heeft geen conditie die nodig is voor een lange voettocht door een gebied zonder gebaande wegen. In die eerste aflevering gaan hij en Bart (de survivalexpert, type 'ruwe bolster, blanke pit') een kudde gnoes besluipen. Marc-Marie vindt het spannend, zegt hij fluisterend. (In mijn militaire-diensttijd is mij proefondervindelijk aangetoond dat fluisteren op grotere afstand te horen is dan gedempt praten. Weet die survivalexpert dat niet?)

Zal ik eens wat vertellen? Die tocht is helemaal niet spannend en wordt dat ook niet in de volgende afleveringen. Bart en Marc-Marie zijn daar helemaal niet met hun tweeën. Iemand moet de microfoon vasthouden waarin Marc-Marie af en toe wat fluistert. Iemand moet de camera vasthouden die al die boeiende beelden opneemt. Er moet ook nog een regisseur rondlopen. ("Kunnen we dat naar die krokodillen toe kruipen nog een keer overdoen, jongens?") Ze zijn dus minimaal met hun vijven, maar er zal nog wel wat volk rondlopen. Als Bart en Marc-Marie 's avonds bij het kampvuur voor hun tentje zitten na te babbelen, worden de andere tenten en de materiaalwagen zorgvuldig buiten beeld gehouden. Daarin hebben ze vast wel een satelliettelefoon waarmee ze in noodgevallen om hulp kunnen roepen.

Je maakt mij niet wijs dat Marc-Marie, cabarettier van professie, op een gegeven moment dacht: ik zou wel eens een voettocht door de savannen in Kenia willen maken en misschien wil iemand daar wel een film van maken. Een producer kreeg het idee en is daarbij de, voor deze omstandigheden, grootste kluns gaan zoeken die ook nog eens BN'er is en af en toe leuk, of wat filosofisch getint, uit de hoek kan komen. Toen ik wat jonger was en nog een behoorlijke conditie had, heb ik diverse voettochten gemaakt door 'de laatste wildernis van Europa', het nationale park Sarek in Zweeds Lapland. Voor wilde dieren hoefde je daar niet bang te zijn, maar je kon wat breken of gewoon ziek worden en dan kon het wel dagen duren voor je in de buurt van medische hulp was, want mobiele telefoons had je toen nog niet. Je kon honderden meters langs een sneeuwhelling naar beneden vallen of door een ijskoude rivier meegesleurd worden. En er was geen filmploeg in de buurt. Pas later gingen ze dat soort vakanties 'survivaltochten' noemen, wat een stuk stoerder klinkt dan 'voettocht'. Tegenwoordig gaan ze op het eerste de beste 'dagje uit met de zaak' al 'survivallen'. Dan moet je hangend aan een touw van de ene kant van de Geul naar de andere, of zoiets. En lachen natuurlijk als je baas erin lazert. Vervolgens begeeft de groep zich via een voettocht van wel 2 km door de woeste Limburgse weilanden naar het altijd avontuurlijke Schin op Geul, waar het nog wemelt van de Limbo's en waar dan eindelijk van het welverdiende, door de altijd gastvrije en goedlachse inheemse bevolking gebrouwen, biertje genoten mag worden.

Ik ken Marc-Marie alleen maar van de tv en daarop afgaande lijkt hij me helemaal geen onsympathiek type. Maar de savanne is niet zijn habitat. Die kan hij beter overlaten aan olifanten, giraffen en hun katachtige belagers. De NCRV kan zich beter beperken tot de al bekende weilanden, bietenvelden en wuivend koren, waartussen boeren driftig op zoek zijn naar een vrouw. Discovery Channel 'doet' de savannen wel.
x