woensdag 8 augustus 2012

2028

Het lijkt me niet waarschijnlijk dat ik in 2028 hier nog rondloop. Dus waarom zou ik me bezighouden met de vraag of  in dat jaar wel of niet de Olympische Spelen in Nederland - en dan waarschijnlijk in Amsterdam - zouden moeten plaatsvinden.  De voorbereidingen daarvan beginnen zo'n vier of vijf jaar eerder en ook dan zal ik waarschijnlijk niet meer zijn. Waar maak ik me druk over?

Ik heb niet het hele gesprek van Mart Smeets met Willem Alexander gezien, alleen het kleine stukje daarvan in het NOS-journaal, waarin de prins een warm voorstander bleek te zijn van het hierheen halen van de Spelen. Wat hij zegt valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid, dus onze huidige regering wil ook niets liever. Die vindt dus ook dat we ons momenteel te veel bezig houden met allerlei kortetermijnprobleempjes (Eurocrisis? Werkloosheid? Economische neergang?) We moeten ons oog richten op de toekomst. Kijk eens wat die Spelen kunnen betekenen voor onze infrastructuur! (Amsterdam een nog grotere bouwpunt dan het normaliter al is.) Kijk eens naar al die kindertjes die gaan sporten: de kleine Ranomi's en de kleine Epkes, die hun grote voorbeelden willen volgen. Dat zal heel wat schelen in de toename van het aantal diabetespatiënten.

We mogen ook niet vergeten dat gedurende een paar weken het volk aan niets anders denkt dan aan sport. De Schotten, de Welshmen en de Noord-Ieren voelen zich weer helemaal Brits, nu een stel landgenoten een reeks medailles bij elkaar fietst en loopt. We mogen nog blij zijn dat de meeste medaillewinnaars niet voortdurend zo'n show opvoeren als Usain Bolt. Die jongen kan bewonderenswaardig hard lopen, maar al die bijkomende gebaartjes komen mij zo langzamerhand de neus uit. Voor pantomime ga ik liever naar een theater. Wat de nummer 10 op de rekstok doet vind ik een stuk knapper dan 100 meter hardlopen. Waarom is dat eigenlijk het 'koningsnummer'?
x

dinsdag 7 augustus 2012

Zoek

Het NOS-journaal berichtte dat er een forse toename is van het aantal kinderen (de oude aanduiding voor 'kids') dat zoekraakt aan het strand. Er schijnt een correlatie te bestaan met het toenemende gebruik van de zogenaamde 'sociale' media. De ouders zijn zo druk met hun smart phone of tablet dat ze het zicht op hun kinderen kwijt raken. Ik neem aan dat het gaat om kinderen die we nog net te jong vinden om ze hun eigen mobieltje te geven. Voor je het weet immers ligt dat ding in de branding, of wordt het begraven onder het zandkasteel. Ik weet niet wat de 'normale' leeftijd voor het eerste mobieltje is, maar ik schat dat die ergens rond de zes jaar ligt.

Wat doen we aan dit probleem? De wielrenners in de Tour de France droegen allemaal een chipje (of zoiets) bij zich, waardoor via het gps-systeem voortdurend duidelijk was waar ze zich bevonden. Zo kon je snel zien hoe ver de koplopers voor lagen op het peloton. Verstandige ouders rusten hun kinderen uit met zo'n chipje en de strandwacht krijgt de beschikking over apparatuur die het chipje en dus het kind kan lokaliseren.

Ik ben in sommige opzichten nog wel eens ouderwets. Zo denk ik dat je eigen (kleine) kinderen net even belangrijker zijn dan je 'vrienden' van Facebook. Ik weet ook wel dat het zandkasteel dat ze bouwen geen artistiek wonder is, maar zij vinden het best wel fijn als paps of mams daar enige aandacht voor heeft en zegt dat het prachtig is. Het nieuwe kapsel waarover je vriendin zo enthousiast twittert kun je altijd nog wel een keer bewonderen. Het is natuurlijk mooi dat je zelfs aan het strand getuige kunt zijn van wat er in Londen en aanpalende slikken en zompen gebeurt, maar misschien is het wel leuker om je kind zijn/haar eerste stapjes in de zee te zien doen. Leuker dan via het NOS-journaal op je tablet te horen dat er een klein kind in zee verdronken is.
x

maandag 6 augustus 2012

Broeikas

"Wat een onzin!" Dat denk ik, als ik lees of hoor, dat er volgens bepaalde theorieën lang geleden buitenaardse wezens op aarde waren. Die zouden er dan bijvoorbeeld voor gezorgd hebben dat grote bouwwerken, zoals de piramiden van de Egyptenaren en de Maya's tot stand kwamen, want die hadden de kennis en de hulpmiddelen niet in huis om dat voor elkaar te krijgen.

Na het lezen van een artikel in Trouw begin ik toch te twijfelen. Want wat blijkt? 50 miljoen jaar geleden was er een hoge concentratie aan kooldioxide (een broeikasgas) in de atmosfeer. Die concentratie was zo hoog dat er op de zuidpool tropische regenwouden groeiden. Dat hebben Nederlandse onderzoekers vastgesteld. Die hebben stuifmeelkorrels en verkoolde resten gevonden van palmen, baobabs (apenbroodbomen) en tropische fruit- en notenbomen.

Die buitenaardse wezens waren natuurlijk niet gek. Die kwamen hier niet zomaar. Die hadden waarschijnlijk hun eigen leefomgeving al verpest met hun zware industrie, want om zo'n piramide te bouwen had je aardig wat gereedschap nodig. En dat gereedschap had brandstof nodig en dat was hier toen nog ruim voldoende aanwezig. Hun vliegende schotels waren, denk ik, ook een stuk vervuilender dan onze Airbussen en Boeings. Zo of en toe komen ze met zo'n vliegende schotel, die we nu UFO noemen, nog eens kijken of het nog steeds dezelfde rotzooi is die ze hier achterlieten. Het kan ook zijn dat ze willen weten of wij een oplossing hebben gevonden. Als ze ook Trouw van vandaag even hebben doorgeneusd weten dat we nog niet zo ver zijn. Sterker nog, het is nu zelfs gebleken dat er in het water voor de westkust van de VS hoge  concentraties cafeïne voorkomen. Ik weet wel hoe dat komt. De Amerikanen vinden hun eigen koffie niet meer te zuipen (waar ze helemaal gelijk in hebben) en spoelen die rechtstreeks door het toilet.
x

zondag 5 augustus 2012

Bedenksel

Gisteren heb ik een stukje van de triatlon voor vrouwen gezien. De commentator van dienst sprak van een "bedenksel" van het IOC. Het ging immers om een korte variant van de 'echte'n triatlon, die bestaat uit 3,9 km zwemmen, 180 km fietsen en het lopen van een marathon, 42,195 km lopen. De sport in Londen is er niet voor de sporters, maar voor de kijkers en het IOC vond dat je de kijkers niet zo lang mag laten op een winnaar. Als dat te lang duurt haken de kijkers af en dat vinden de sponsors niet leuk. Daar betalen ze hun goeie geld niet voor.

Als we zo doorgaan wordt de marathon ook nog wel eens afgeschaft. De mannen doen daar nog altijd twee uur en een paar minuten over. 'Wij' kijken liever naar de zogenaamde konimgsnummers: de 100 m hardlopen. De mannen zijn daar binnen 10 seconden mee klaar. In vergelijking daarmee duurt de 100 m zwemmen nog vrij lang. Onze eigen Ranomi doet daar bijna een hele  minuut over.

Merkwaardigerwijs worden er tijdens de Olympische Spelen toch nog altijd sporten bedreven, die je in de tussenliggende jaren nooit ziet. Ik kan me tenminste niet herinneren in Studio Sport op zondagavond ooit iets gezien te hebben over kleiduiven schieten. Nu bleek ineens dat er een Nederlander is die aardig bedreven is in het boogschieten. Hij won zelfs bijna een medaille. Het zal wel aan mij liggen, maar bij deze bezigheden denk ik niet aan sport. Ik vind het meer een kunstje. Natuurlijk moet je daarvoor ook flink oefenen, maar ik heb geen totaal uitgeputte boogschutters gezien. Ik vind snelwandelen ook niet zo boeiend, maar daarbij zag ik tenminste een deelnemer totaal uitgeput aan de rand van de weg in elkaar zakken. Dat is sport! Ik herinner me nog altijd de (vertraagde) filmbeelden van de marathon in Rome (1960), die gewonnen werd door Abebe Bikila, op zijn blote voeten. Daar kan geen koningsnummer tegenop.
x

zaterdag 4 augustus 2012

Winstmarge

Het was gisteren een item in een nieuwsprogramma. Een apotheker in Den Haag maakt op verzoek van een ziekenhuis in zijn eigen apotheek een medicijn voor een jongetje met een zeldzame ziekte. Dat jongetje zal dit medicijn zijn leven lang moeten slikken. De kosten bedragen 3000 euro per jaar. Een farmaceutisch bedrijf gaat het medicijn ook produceren. De kosten bedragen dan, per patiënt, 150.000 euro per jaar. Een woordvoerder van het bedrijf legt uit waarom dat zo veel duurder wordt. Er zijn maar veertig patiënten op de hele wereld die het medicijn nodig hebben en het bedrijf moet aan allerlei (overheids)voorwaarden voldoen. Die voorwaarden veroorzaken allerlei werkzaamheden die kosten veroorzaken.

We waren net lekker aan het discussiëren over dure geneesmiddelen voor zeldzame ziekten. Daarbij gaar het ook om tonnen per patiënt per jaar en dat gedurende het hele leven van die patiënt. Wat mij opviel is dat een van die dure geneesmiddelen in de Verenigde Staten de helft kost van wat het hier kost. Hoe zit dat nou? De Amerikaanse overheid is echt niet lakser dan hier met het toezicht op de geneesmiddelen. Daar moeten de farmaceutische bedrijven ook aan allerlei regeltjes voldoen en daar willen ze ook graag (veel) aan die medicijnen verdienen. De farmaceutische industrie beweert altijd dat er heel veel geld gaat zitten in de research. Dat gaat volgens mij niet op voor dat medicijn dat die Haagse apotheker maakte. Die kwam erachter dat het hoofdbestanddeel al jaren gebruikt werd in de verfindustrie en dus gewoon beschikbaar was. Daar hoefde de industrie geen duur wetenschappelijk onderzoek naar te doen.

Ik kan me best voorstellen dat een bedrijf wat meer kosten moet maken dan een gewone apotheker en heb er geen bezwaar tegen dat die kosten worden doorberekend. Ik kan me voorstellen dat die apotheker ook nog iets wilde verdienen aan de levering van dat medicijn en niet alleen de kosten in rekening bracht. De farmaceutische industrie mag van mij ook verdienen aan de producten die ze leveren, net als de voedingsindustrie. De zorgverzekeraars hebben gezegd dat ze die dure geneesmiddelen best wil vergoeden. Als ik hun was, zou ik wel even willen weten wat de winstmarge precies is.
x

vrijdag 3 augustus 2012

Pet

Toen het IJzeren Gordijn er nog hing en er alleen amateurs aan de Olympische Spelen mochten meedoen, kwamen er uit het Oostblok opvallend veel sporters die bij de overheid, bijvoorbeeld in het leger, in dienst waren. We noemden die sporters "staatsamateurs". Intussen verdienen veel deelnemers aan de Olympische Spelen, zeker die uit de westerse landen, een dik betaalde boterham met hun sport. Die zijn dan niet bij de overheid in dienst, maar worden gewoon betaald uit het reclamebudget van een groot bedrijf. Maar ook de overheid doet zijn best. De Nederlandse politie gaat zelfs meer topsporters in dienst nemen. Die hoeven niet voortdurend boeven te vangen. Ze moeten vooral hun collega's het belang van sport bijbrengen.

Ik vraag me af of dat plan van de politie wel werkt. Stel nou even dat Bas Verwijlen, die schermer die bij de politie in dienst is en zichzelf al min of meer tot Olympisch kampioen had uitgeroepen, een klas met aankomende politiemensen tot (meer) sporten wil bewegen. Er is een dikke kans dat een wat kritische toehoorder roept: "Moet ik me eigen de kolere werken om al in de tweede ronde te worden uitgeschakeld?" Volgens mij heb je geen medaillewinnaars nodig om het belang van regelmatig bewegen uit te leggen. De medewerkers van de Rabobank zijn, bij mijn weten, niet gezonder dan die bij Van Lanschot, vanwege het lichtend voorbeeld van Marianne Vos. Marianne wordt betaald om zo veel  mogelijk de naam van de bank in beeld te krijgen. Zo kan de bank meer verdienen. Maar ik vrees dat een gouden medaille voor Bas Verwijlen over vier jaar in Rio de Janeiro niet zal kunnen worden  gerelateerd aan een lager misdaadcijfer in Nederland.

Die pet past ons allemaal, maar we zullen er niet allemaal in slagen een medaille om onze nek te krijgen. Zelfs niet als we financieel gesteund worden door een groot bedrijf.
x

donderdag 2 augustus 2012

Knuffel

Als er bij het voetballen een  doelpunt valt, zie je de spelers vaak over elkaar heen duikelen. De maker van het doelpunt knuffelt degene die de voorzet gaf en de medespelers doen daar hartstochtelijk aan mee. Je ziet dat ook wel bij de hockeyers en bij de winnaars van de estafette bij het hardlopen of bij de wisselslag bij het zwemmen. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Je levert als team een prestatie en dat wil je als team vieren.

Volleyballen is ook een teamsport, waar ik graag naar kijk. Het Olympische volleyballen moet, geloof ik, nog beginnen, maar het beachvolleyballen is al een eind op weg. Ik vind die variant van het volleyballen niet geweldig interessant, maar ik heb er wel stukjes van gezien. Ook bij het volleyballen worden knuffels en high fives  uitgewisseld en dat vergalt mijn plezier in het kijken naar die sport aanzienlijk. Kijk, als er bij een voetbalwedstrijd vijf doelpunten vallen is dat al aardig veel en zo vaak zie je nou ook weer niet een estafette lopen of zwemmen. Maar de winnende partij bij het volleyballen, maakt minimaal 63 punten en het kunnen er, bij een vijfsetter, ook 96 worden. En na elk punt zie je die volleyballers (m/v) weer aan elkaar klitten en high fives uitdelen, alsof ze zojuist een wereldkampioenschap of een gouden Olympische medaille uit het vuur hebben gesleept. Het zal wel aan mij liggen, maar ik vind dat niet alleen zeer storend, maar ook nogal overdreven. Niet elk punt is het gevolg van een briljante actie van een medespeler. De tegenstander kan ook een stomme fout maken. Als dat nou net het winnende punt is lijkt enig gejuich me op zijn plaats, maar kan het de rest van de wedstrijd wat rustiger? Die estafettelopers omhelzen elkaar ook niet bij ieders succesvolle wissel. Die wachten gewoon tot de laatste over de streep is.