maandag 23 februari 2009

Broederliefde

"Schoenmaker, houd je bij je leest." Dit gezegde kennen we allemaal. Het betekent zoveel als: ga geen dingen doen waar je geen verstand van hebt.

Philadelphia (=broederliefde) is een al lang bestaande stichting die zich bezighoudt met de zorg voor 'mensen met een verstandelijke beperking'. (Lang geleden waren dat 'zwakzinnigen', maar we werden steeds politiek correcter, dus dat werden 'verstandelijk gehandicapten', vervolgens 'mensen met een verstandelijke handicap', nu dus 'mensen met een verstandelijke beperking'. Mij lijkt 'mensen met andere kwaliteiten' nog mooier.) Philadelphia heeft van oudsher een protestants-christelijke signatuur. Om met Cornelis Paradijs (pseudoniem van Frederik van Eeden) te spreken: "Godes hand rust buiten kijf zichtbaar op dit vroom bedrijf", althans tot voor kort.

Philadelphia ging mee met de veranderingen in de zorg, werd door fusies steeds groter en ontdekte 'de markt', met name de vastgoedmarkt. Volgens de Volkskrant had het management belangstelling voor 'panden met een grootse uitstraling'. Philadelphia verruimde zijn 'markt': niet meer alleen mensen met andere kwaliteiten, maar ook ouderen kwamen in het vizier: Vermogende vegetarische ouderen werden aangewezen als een veelbelovende doelgroep en groeimarkt voor het concern. Hoeveel vermogende vegetarische ouderen zijn er eigenlijk in Nederland die ook nog eens hun tijd willen doorbrengen in protestants-christelijke sfeer in een pand met een grootste uitstraling? Philadelphia kocht ook een hotel op Schiermonnikoog, waar die kwalitatief andere mensen hun vakantie zouden kunnen doorbrengen. Die mensen zijn echter niet helemaal achterlijk en zeker hun familie en/of geldbeheerders niet. Die hadden namelijk door dat een vakantie in Turkije een stuk goedkoper was (en meer kans op zon, natuurlijk).

Je begrijpt waar ik heen wil: alles bij elkaar ging er bij die vastgoedprojecten voor 24 miljoen euro de mist in. De inkomsten van Philadelphia komen voornamelijk uit de AWBZ. Die 24 miljoen hebben wij dus met ons allen opgebracht. Gelukkig is Ernst Hirsch Ballin, onze nijvere en christelijke minister van justitie, bezig een Wet maatschappelijk ondernemen in elkaar te sleutelen. Die regelt dat falende zorgtoezichthouders voortaan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Minister Klink van Volksgezondheid benadrukte onlangs de noodzaak van deze wet. Onze vriend Ernst is bij uitstek deskundig op dit terrein en niet alleen als jurist: van 1995 tot 2005 was hij zo'n toezichthouder bij Philadelphia, maar hij verzuimde bij vastgoedtransacties naar taxatierapporten en businessplannen te informeren, ook toen duidelijk werd dat er vertragingen en kostenoverschrijdingen waren. Ook greep hij niet in toen bleek dat de directie projecten doorzette tegen de wens van het personeel, de vastgoedafdeling van het concern en de ouders van de cliënten.

De Volkskrant noemt geen namen, maar meldt wel dat de directie bestond uit CDA-prominenten. Ernst is ook tamelijk prominent in CDA-kringen. Christenen onder elkaar vertrouwen elkaar natuurlijk volkomen. Een ex-werknemer van Philadelphia zegt: Weet je wat het is met gereformeerden? Ze bidden voor de vergadering, maar na afloop steken ze je net zo goed een mes in de rug.

zondag 22 februari 2009

Leuteren

Mensen die mij enigszins kennen zullen niet gauw zeggen dat ik bovenmatig geplaagd wordt door belangstelling voor het persoonlijk wel en wee van anderen, althans niet in het laten blijken van die belangstelling. Anderzijds ben ik ook weer niet compleet asociaal en toon ik dus die belangstelling van tijd tot tijd. Zo was het ook in de tijd dat ik nog werkte. Met een aantal collega's had ik een zeer goede band; ik wist aardig wat van hun privéleven en zij van het mijne, zonder dat wij buiten het werk veel met elkaar omgingen. Met andere collega's wisselde ik natuurlijk ook wel eens minder belangrijke klachtjes en pleziertjes uit. En veel werkenden deden dat en doen dat nog steeds.

Omdat ik nu al bijna negen jaar niet meer aan het arbeidsproces deelneem, ben ik het zicht daarop een beetje kwijt. Uit een bericht in Trouw is mij nu gebleken dat er op het terrein van intermenselijke contacten op het werk duidelijke veranderingen hebben plaatsgehad: Steeds meer werknemers hebben genoeg van de privésores van hun collega’s. Werk is werk, vinden ze. Geneuzel is voor thuis. Ene Luc Mutsaers is na enig onderzoek tot de conclusie gekomen dat 35 procent van de werkenden het tijd vindt voor een strikte scheiding van werk en privé. Twee jaar geleden was dit nog 22 procent. Een Duitse managementgoeroe, Judith Mair, windt er geen doekjes om: "Wie denkt dat werk alleen goed is als je er plezier aan beleeft, is bij ons aan het verkeerde adres." Ze wil haar medewerkers beschermen tegen de gevaren van een sterke vermenging van privé en werk. Daarin gaat ze ver. Vaste werktijden, vaste werkplekken, iedereen in uniform, werknemers die elkaar met 'u' aanspreken en privégesprekken die hooguit vijf minuten duren. Werk is werk, privé is privé. Duidelijke taal.

Ik heb genoeg werkervaring om te weten dat er werknemers zijn die elk kuchje van een kind en elk pijntje van een partner genoeg reden vinden om daarvoor te laat op het werk te verschijnen en daar vervolgens eindeloos en tot vervelens toe over uit weiden en die als excuus gebruiken voor mindere prestaties. De belangstelling voor zulke collega's was ik ook al gauw kwijt. Maar het ligt wel eens wat genuanceerder. Op 16 mei 1996 zat ik even na acht uur met een collega bij de eerste koffie te praten. Ik vertelde haar dat Boukje, mijn vrouw, en ik de vorige dag van een oncologe in het Academisch Ziekenhuis Leiden te horen hadden gekregen dat Boukje niet lang meer te leven had. Ik denk dat er weinig mensen in zo'n situatie na vijf minuten zullen zeggen: "OK, genoeg gekletst, aan het werk maar weer." Tijdens het gesprek ging in een belendende kamer, waar nog niemand was, de telefoon. Een telefoon in de nabijheid onbeantwoord laten gold als een doodzonde. Dat was niet klantvriendelijk. Onze afdelingschef kwam op hoge poten vragen waarom wij die telefoon niet opnamen. Ik vertelde het hem. Hij was helemaal niet onaardig. Hij maakte zijn excuses en bleef meepraten. In de daarop volgende weken is mij noch door collega's, noch door het management ooit verweten dat ik niet optimaal functioneerde. Er werd zelfs wel eens - zo mededeelzaam was ik nou ook weer niet - spontaan, ook door het bureauhoofd, het afdelingshoofd en de directeur gevraagd hoe het ging. Dat duurde ook wel eens wat langer dan vijf minuten.

De komende tijd zullen naar alle waarschijnlijkheid bij bosjes ontslagen vallen en kennelijk gaat het overal nog wat zakelijker toe dan vroeger. Geef ze geen excuus om ook jou te ontslaan. Neem als motto de kop van het artikel in Trouw:

Minder leuteren, meer werken.


zaterdag 21 februari 2009

Nikab

Als ik boodschappen doe, roepen ze ’flikker op naar je eigen land!' Ja, vind je het gek als je een nikab draagt die, samen met een hoofddoekje, alleen de ogen vrijlaat? Dan vraag je daar als het ware toch om?

Er is, dat is wel duidelijk, in Trouw een moslima aan het woord. Dat opflikkeren naar eigen land is een beetje moeilijk voor haar. Ze is namelijk al in haar eigen (geboorte)land, Nederland, en ze is nog hartstikke autochtoon ook. Ze is al lang niet meer getrouwd met een Marokkaan, die haar zou kunnen dwingen tot het dragen van een nikab of andere verhullende kleding. Ze is, na aanvankelijke weerzin tegen de islam, geheel uit vrije wil en eigen overtuiging tot het islamitische geloof bekeerd en wil zelf die nikab dragen. Haar zoons waren al eerder tot de islam overgegaan. Nog een andere Nederlandse moslima komt aan het woord: "Bij veel mensen heerst het idee dat het van de man moet", vertelt ze. "Maar ik heb met die van mij juist strijd moeten voeren om hem te dragen."

Ik vind het altijd wat jammer als op zich verstandige mensen menen zich te moeten houden aan de regeltjes die een 'hogere macht' lang geleden aan deze of gene geopenbaard heeft. Maar als ze mij daar niet mee lastig vallen en ook overigens zich als brave burgers gedragen, hebben ze (ook) mijn zegen. De twee Nederlandse moslima's hebben alleen al vanwege de hoofddoek problemen om aan een passende baan te komen. Ze dragen die nikab ook op beperkte schaal, want hoofddoekjes zijn noch oorzaak, noch gevolg van beperkte geestelijke vermogens.

Belangrijk bezwaar tegen bedeksels die alleen de ogen vrij laten is dat het zo moeilijk communiceren is met deze vrouwen. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam is gebleken dat er nauwelijks verschil is in het herkennen van emoties bij vrouwen die wel en geen nikab dragen. Mij schiet dan weer een oud Nederlands gezegde te binnen: "De ogen zijn de spiegels van de ziel." Inderdaad, en met de mond, al of niet bedekt, kun je er lustig op los liegen, beledigen en haat zaaien. Een van de moslima's zegt ook: Bovendien wil ik best mijn nikab even omhoog doen als dat nodig is, op het vliegveld, of in de trein. Ik ken geen moslima die daartoe niet bereid zou zijn.

Misschien moeten we eens gaan denken over een verbod op het dragen van oogkleppen.

vrijdag 20 februari 2009

Zonden

In het Vaticaan zitten ze echt niet stil. Daar wordt zelfs wetenschappelijk onderzoek bedreven. Broeder Roberto Busa, een 95-jarige jezuïtische wetenschapper, meldt de Volkskrant, heeft tijdens het jarenlang horen van de biecht zitten turven. Gewone mensen denken bij 'hoofdzonden' aan moord, diefstal, verkrachting en andere ernstige zaken, maar die heeft de eerwaarde broeder niet geturfd. De katholieke kerk kent ernstiger zaken (ik citeer uit Wikipedia):
1. Superbia (hoogmoed - hovaardigheid - ijdelheid - trots);
2. Avaritia (hebzucht - gierigheid);
3. Luxuria (onkuisheid - lust - wellust);
4. Invidia (nijd - gramschap - jaloezie - afgunst);
5. Gula (onmatigheid - gulzigheid - vraatzucht);
6. Ira (woede - toorn - wraak);
7. Acedia (gemakzucht - traagheid - luiheid - vadsigheid).

Broeder Roberto heeft niet alleen de zonden geturfd, maar ook of ze door een man of een vrouw werden bedreven. Dat leidt tot een buitengewoon interessante conclusie: mannen zondigen anders dan vrouwen.

Maak me midden in de nacht wakker en vraag me welke hoofdzonde mannen het meest begaan. Ik zeg meteen: "Seks, dat wil zeggen: onkuisheid, wellust, iets in die geest." Geloof het of niet, maar dat is precies wat die brave jezuïet in de loop der jaren heeft vastgesteld: Luxuaria staat bovenaan. Daarna vreten mannen zich te barsten: Gula op de tweede plaats. Ja, daarna hebben ze nergens meer zin in, dus Acedia is nummertje drie.

Bij Dove, l'Oreal en Garnier hadden ze je direct kunnen vertellen wat bij de vrouwen hoofdzonde nummer één is: Superbia; ze zijn zo ijdel als de pest. (Vind je 't gek als hun voortdurend wordt aangepraat dat ze het waard zijn.) Vervolgens is het een stel jaloerse krengen (Invidia) en als hun vent zich weer eens te buiten is gegaan aan Luxuria geven zij ongebreideld toe aan Ira: ze zijn echt woedend en die vent mag maar hopen dat ze niet ook nog eens wraak neemt.

Voor mij wat onverwacht komt Aviritia pas op de zevende en laatste plaats. Volgens mij hebben we die hele economische crisis te danken aan het feit dat nogal wat mensen steeds meer (geld) wilden hebben, met andere woorden: nogal hebzuchtig zijn, met alle kwalijke gevolgen van dien. Ik wil wellust en jaloezie absoluut niet goedpraten, maar die hebben toch niet zulke mondiale gevolgen.

Het onderzoek van de wetenschappelijke broeder heeft ook nog eens de pauselijke imprimatur gekregen. De persoonlijke theoloog van paus Benedictus XVI, Wojciech Giertych, onderschrijft de bevindingen in de Vaticaanse krant L'Osservatore Romano. Veel werknemers van het Vaticaan hebben de gelofte van armoe afgelegd, dus die kunnen niet zo zitten met die economische crisis. Die houden dus genoeg tijd over om zich met onnuttige zaken bezig te houden.

donderdag 19 februari 2009

Structuur

Vandaag begin ik eens met een voor deze tijden toch wel opmerkelijke mededeling: we zitten nog steeds in een tijd van economische groei! Sterker nog: we kennen uitsluitend economische groei. Waar maken we ons dan zo druk over? Daarvoor heeft, volgens Trouw, Wouter Bos een verklaring: we zitten momenteel in een periode van negatieve groei.

Politici houden er niet van slechte boodschappen naar buiten te brengen. Ze proberen de scherpste kanten van de boodschap af te slijpen door verhullend woordgebruik. Ze zeggen dus niet: "Voorlopig gaat het zeer beroerd met onze economie." Dat wordt dus: "We hebben te maken met negatieve groei." In die boodschap immers zit nog altijd het hoopgevende 'groei'. Anderzijds, bedenk ik, zit daar wel het woord 'negatief' in en dat klinkt weer niet zo mooi. Had Wouter niet beter kunnen zeggen: "We kunnen spreken van een periode van positieve krimp." Dat is volgens mij hetzelfde als negatieve groei, maar het klinkt net even mooier: zelfs uit nare dingen kun je iets positiefs halen. Bijvoorbeeld dat 'we' er samen tegenaan gaan, of dat je flink en sterk wordt van het strijden tegen en overwinnen van moeilijkheden. Van die dingen.

Het valt me trouwens ook nu weer op dat in deze moeilijke tijden een beroep gedaan wordt onze saamhorigheid. We staan er met ons allen voor, toch? Nu ben ik gek op saamhorigheid en solidariteit, maar waarom beginnen we daar nu pas over? Nog niet zo lang geleden ging het elk jaar economisch beter dan in het voorgaande jaar. Maar ik heb noch Jan Peter, noch Wouter, noch André horen roepen: "Beste mensen, in deze tijden van negatieve krimp moeten we solidair zijn en de toegenomen welvaart eerlijk verdelen over alle mensen die daaraan hebben bijgedragen. We mogen daarbij de AOW-ers, die hiervoor het fundament gelegd hebben, zeker niet vergeten."

Wouter is ook een realist: Nederland moet structureel met minder welvaart toe, zegt minister Bos van financiën. Als iemand zo'n moeilijk woord gebruikt, kijk ik voor alle zekerheid even in een woordenboek. 'Structureel' betekent: de structuur betreffend of daaruit voortkomend. Over welke structuur heeft Wouter het hier eigenlijk? Van de economie? Van de maatschappij? Van de markt? Bedoelt hij nou dat onze welvaart nooit meer op het vorige peil komt, of gaat dat wel gebeuren als we iets aan de structuur (van wat dan ook) doen?

Gisteren schreef ik al over nieuwe eigen bijdragen in de kosten van de gezondheidszorg en jawel, hoor: in het NOS-journaal van gisteravond werd al weer gesproken over het opnieuw invoeren van de 'medicijnknaak'. Er zijn maar weinig mensen die puur voor de grap medicijnen slikken. Ik kan me niet voorstellen dat er een duidelijke samenhang is tussen een economische crisis en verantwoord medicijngebruik. Wat ik wel weet is dat de vorige medicijnknaak tot geen enkele verlaging van de kosten van het medicijngebruik geleid heeft.

Ik ga niet beweren dat de huidige coalitie verantwoordelijk is voor de economische crisis, maar als ze wil dat ik mijn eigen, zeer bescheiden, bijdrage aan het oplossen daarvan lever, zullen ze toch echt met betere ideeën moeten komen.

woensdag 18 februari 2009

Ombuigen

Het CPB is eruit. Het PAROOL had een duidelijke kop: Economie klapt in elkaar. Het voordeel van een wat gevorderde leeftijd is dat je bij het lezen van zo'n kop niet meteen in paniek raakt, omdat je zoiets als eens eerder hebt meegemaakt. Dan heb je dus ook meegemaakt dat na zekere tijd the sky weer the limit was. Na regen komt zonneschijn. Na het zure komt het zoet. En zo.

De vraag waar we voor we staan is: wie zullen er het meest te lijden krijgen van deze crisis. Over het antwoord op die vraag hoef ik, vanuit historisch perspectief, ook niet gek lang na te denken. Hoe lager je staat op de 'inkomensladder' hoe meer je zult merken dat er een crisis is. Uitkeringen worden bevroren of gaan omlaag. Eigen bijdragen in de gezondheidszorg gaan omhoog. Daar hebben ook lagere inkomens relatief meer onder te lijden dan de hogere. Werknemers zonder vast arbeidscontract vliegen er als eerste uit. Lager betaalde werknemers vliegen er eerder uit dan hoger betaalde. Anders gezegd: mensen die de minste verantwoordelijkheid voor de crisis hebben, hebben er het meeste onder te lijden.

Jan Peter roept: "We staan voor een grote beproeving. Een hele generatie heeft dit nog nooit meegemaakt." Met zijn collega's gaat hij zich buigen over een 'samenspel van intensiveringen, ombuigingen en hervormingen'. Laat je niets wijsmaken: 'ombuigingen' en 'hervormingen' zijn in de politiek pseudoniemen voor 'bezuinigingen'; bezuinigingen die ertoe leiden dat jij en ik minder te besteden te hebben, vooral als je toch al niet zo veel te besteden hebt.

Bij het boodschappen doen zag ik in het voorbijgaan de voorpagina van NRC Next. Die kwam erop neer dat we een kwart van alle bezuigingen al halen als we de F16 niet vervangen door de Joint Strike Fighter. Ik durf er vergif op in te nemen dat we dat wapentuig gewoon gaan vervangen. Er wordt al weer gepleit voor het terugschroeven van de ontwikkelingshulp. In die landen zijn ze er immers aan gewend dat ze nauwelijks iets te eten hebben en wat kost het wonen in een krottenwijk nou helemaal? Nederland behoort tot de rijkste landen van de wereld. Dat willen we vooral graag zo houden.

dinsdag 17 februari 2009

Beslissen

Je zult mij niet horen beweren dat in onze regering en parlement het puikje van onze samenleving is samengebald aan wie we met een gerust hart het besturen van deze samenleving kunnen overlaten. Het zijn allemaal gewone mensen aan wie niets menselijks vreemd is. Minimaal één keer in de vier jaar kunnen we - in principe - beslissen dat we een aantal van hen beter kunnen vervangen, omdat ze er niet zoveel van gebakken hebben.

Er zijn mensen die het af en toe kiezen van nieuwe volksvertegenwoordigers wat dunnetjes vinden als we het hebben over de invloed van 'het volk' op wat 'ze' in Den Haag allemaal bedisselen. Die invloed willen ze vergroten door het invoeren van het raadgevend, correctief, bindend referendum. Trouw wijdde daar weer eens een uitgebreid artikel aan. Via zo'n referendum zou een reeds aangenomen wet teruggedraaid kunnen worden. PvdA, SP, GroenLinks en D66 zijn vóór en zo links als ik ben, ben ik daar compleet tegen.

Ik heb geen overdreven vertrouwen in ons parlement, maar heb eerlijk gezegd nog minder vertrouwen in 'het volk'. Een niet gering deel van dat volk zou als er 'nu' verkiezingen zouden worden gehouden op Geert Wilders stemmen. Dat mag natuurlijk, maar ik heb buitengewoon weinig vertrouwen in het oordeelsvermogen van mensen die wel iets zien in het gedachtegoed van Wilders. Ik zou trouwens iedereen afraden bij een eventueel referendum mijn advies te vragen. Mijn keuze zou immers bepaald worden niet alleen door puur objectieve overwegingen, maar zeker ook door mijn politieke en maatschappelijke visie.

Je mag aannemen dat een referendum niet over iets simpels gaat. Hoeveel tijd, gelegenheid en zin hebben alle stemmers om zich echt te gaan verdiepen in de voors en tegens? In 2005 wezen 'we' de Europese Grondwet af. Hoeveel 'nee-stemmers' hebben toen de moeite genomen zich af te vragen welke bevoegdheden 'Brussel' zou krijgen? 'We' wisten toch allang dat we helemaal geen bevoegdheden aan 'Brussel' willen geven? Hoeveel Nederlanders wisten toen, om maar een voorbeeld te noemen, wat er in Brusselse termen met 'de Raad' wordt bedoeld en wat de bevoegdheden van die Raad zijn? (In andere EU-staten weten net zo weinig mensen dat.)

"Twee weten meer dan één." Zeggen ze. Dat zal wel, maar of ze het beter weten is weer wat anders. Ik ben er ook niet overtuigd dat zestien miljoen het beter weten dan 225.