zondag 4 juli 2010

Voorbeeld

Een van de vele reacties op het artikel in NRC Handelsblad over die voetbalwedstrijd: Oranje, geweldig! Bij de bookmakers stonden jullie 40/60. Dat een land van 16 miljoen mensen een land van 200 miljoen mensen naar huis heeft gestuurd, dat zegt iets over dat land van 16 miljoen mensen. Haags-politieke mensen (zeg maar: de onderklasse van onze samenleving) zullen daar geen oog voor hebben, maar de bovenklasse van Nederland, zij vinden het fantastisch!

Wat voor denkraam heeft de schrijver van die reactie? Dat vraag ik mij dan af. Als ik mij goed herinner is het wel eens voorgekomen dat wij door kleinere landen (België, Denemarken, Noorwegen) naar huis gestuurd werden (niet in WK-verband, maar in andere wedstrijden). Zouden India of China erin geslaagd zich te kwalificeren voor het WK in Zuid-Afrika, dan zouden 'wij' daar ook van gewonnen kunnen hebben en die landen hebben ruim een miljard inwoners. Zou die schrijver dan nog vijf keer trotser, nationalistischer, chauvinistischer geweest zijn? 16 miljoen tegen 1 miljard: dat is één tegen 63! "De muis die brulde". Die man moet een warm gevoel hebben gekregen toen Jan Peter Balkenende het over de VOC-mentaliteit had.

Zou die schrijver enig idee hebben van de leefomstandigheden in Brazilië, vergeleken met die in Nederland? Zou hij weten wat een favela is? Zou hij weten welk deel van de Braziliaanse bevolking werkelijk deel kan nemen aan georganiseerde sportbeoefening? Welke conclusies zou hij trekken uit het feit dat Noord-Korea wel, maar Noorwegen niet tot de eindronde is doorgedrongen? Als Brazilië in de eerste helft nog een doelpunt had gemaakt, zaten 'onze jongens' inmiddels thuis hun wonden te likken. Zou die man dan nog steeds achter ze gestaan hebben?

Met mijn 'Beggartalk' van gisteren heb ik diverse mensen op het verkeerde been gezet. (Zie de reacties op dat blog.) Er zijn diverse sporten waar ik met plezier naar kijk, zelfs naar een goede voetbalwedstrijd. (Ik heb dus - thuis! - maar stukjes van Nederland - Brazilië gezien.) Mocht ik op deze plek ooit de prestaties van een Nederlands sportteam als DE representatie van onze nationale identiteit beschrijven, besluit dan meteen om verder nooit meer terug te keren naar dit blog. Dan ben ik geestelijk behoorlijk in verval geraakt. Onze tennissers hebben het in de Davis Cup behoorlijk laten liggen. Van onze handballers kan ik me geen prestatie van enig belang ooit op mondiaal niveau herinneren. Onze volleyballers hebben het ook wel eens beter gedaan. De laatste Champions Trophy is niet door onze hockeyers gewonnen. Minder dan drie miljoen Jamaicanen presteren bij de atletiek beter dan zestien miljoen Nederlanders. Elf miljoen Cubanen spelen beter honkbal.

Op mijn leeftijd zit je niet meer te springen om een rolmodel, maar welke sport(ers) moeten wij nu ten voorbeeld stellen aan onze jeugd? Ik houd het op onze korfballers: die hebben tot nu toe vrijwel alles gewonnen wat er te winnen viel.
X

zaterdag 3 juli 2010

Toch

Je kunt daar wat lacherig over doen, misschien zelfs een tikje denigrerend, maar ik ontkom er niet aan dat ik 1974 nog heb meegemaakt. Ik heb het natuurlijk niet over dat hele jaar, maar over die paar weken dat Nederland voetbalde. Ik heb toen gezien hoe Nederland Brazilië versloeg. En gisteren was het weer zo ver: Nederland, een beetje favoriet, tegen een van de grote favorieten.

In een van de kranten had ik gelezen dat er op het Museumplein een megascherm geplaatst zou worden, waar je gratis naar kon kijken. Er zou plaats zijn voor 10.000 kijkers. Ik ben niet spontaan naar lijn 12 gehold. Ik heb er echt over nagedacht, maar die wedstrijd op een kleine pc-monitor bekijken: nee, ik vond dat dat niet kon. Ik ben niet zo'n mens voor grote groepen, maar als het me teveel zou worden, zou ik altijd zo weer lijn 12 kunnen nemen. Ik zag er ook wel tegen op ruim anderhalf uur te moeten staan of ongemakkelijk op de grond te zitten. Ik besloot me aan te stellen. Uit de tijd dat ik mijn enkel gebroken heb, heb ik nog een wandelstok overgehouden. Die nam ik mee. In de tram kreeg ik al meteen een zitplaats aangeboden. En zelfs onder jonge voetbalfanaten heb je er nog die respect tonen voor een grijze enthousiasteling die niet wel ter been is. Ik kreeg al snel een zitplaats op een bank aangeboden.

Ik had het niet verwacht, maar toen Brazilië na een minuut of tien scoorde, kon ik die golf van teleurstelling die over het Museumplein ging meevoelen. Brazilië speelde beter, veel beter, maar daar ging het niet om. Ik begon te begrijpen dat je je alleen thuis voor de buis geen Nederlander kunt voelen. Dan kijk je naar 'een' voetbalwedstrijd. Je hebt die duizenden anderen nodig om je één te voelen met die elf mannen die, vergeefs zo leek het, probeerden ons nationale voetbalverleden  te doen herleven.

Tijdens de rust hoorde ik om me heen roepen om wissels. In ieder geval Van Persie zou vervangen moeten worden. Niemand doorzag de meesterzet van Van Marwijk. De Brazilianen zouden zich in de rust voorbereiden op de komst van Huntelaar en Elia. Prompt sloeg bij hen de verwarring toe, toen ze een ongewijzigd Nederlands elftal tussen de lijnen zagen verschijnen. Ze waren als het ware hun positie kwijt. Moesten zij nu toch weer die Van Persie in de gaten blijven houden, of ... Ja, of wat? De eigen goal was een bijna logisch gevolg.

De man voor me heeft waarschijnlijk niet eens gemerkt dat hij een gevoelige tik van mijn wandelstok kreeg toen ik opsprong bij de doeltreffende kopbal van de kleinste man van het veld. Die man wist, net als ik, dat het toch nog kon. En dan die ontlading toen de scheidsrechter voor het laatst gefloten had. Dat gevoel van eenheid met al die mensen om me heen heb ik voor 't laatst gevoeld toen ik als puber in de kerk op Hervormingsdag 'Een vast burcht is onze God' zong. Als iemand op dat moment het Wilhelmus was gaan zingen had ik waarschijnlijk meegezongen. Maar 'We are the champions' doet te me teveel aan Lee Towers denken. Dat Wilhelmus komt nog wel.
x

vrijdag 2 juli 2010

Uitspraak

Omdat ik al heel lang heel veel Engels lees en vrij veel in Engels sprekende landen (Engeland, Ierland, Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland) vakanties heb doorgebracht is mijn kennis van het Engels aardig op peil. Diverse keren is mij gebleken dat ook mijn uitspraak bepaal niet slecht is. Men hoort uiteraard wel dat ik geen autochtoon ben, maar denkt, zo is mij diverse keren gezegd, dat ik uit een ander Engels sprekend land kom.

Toen wij jaren geleden in Ierland met vakantie waren, bleven wij enkele dagen in Dublin. Dat heeft een dierentuin en ik bezoek graag dierentuinen. Bij een busstation in het centrum vroegen wij aan een daar rondlopende busbeambte welke bus wij naar de 'zoo' moesten nemen. Hij kijk niet-begrijpend. Misschien had ik op zijn Amsterdams 'soe' gezegd, dus ik zei nog eens zorgvuldig 'zoe'. Nog steeds geen begrip. Ik herhaalde het nog eens en hield ook het 'oe' naar mijn idee lang genoeg aan. Nadat ik het op diverse manieren herhaald had, riep de man uiteindelijk: "Oh, you mean the zoo." En hij wees ons de juiste bus aan. Ik ben er nooit achter gekomen wat ik precies fout deed.

Recentelijk maakte ik iets soortgelijks mee in mijn eigen Amsterdam. Sinds enige tijd eet ik al vrij vroeg op de dag iets. Meestal is dat iets in de crackersfeer. Voor het eerst sinds mijn jeugd vond ik dat ik dat wel weer eens met iets zoets zou kunnen beleggen- of -smeren, jam dus. In mijn jeugd kregen wij vrijwel uitsluitend frambozenbessenjam, want die was de goedkoopste. Een heel enkele keer hadden we echte kersen- of aardbeienjam. Ik deed mijn boodschappen bij een ander AH-filiaal dan het gebruikelijke, dus de indeling was mij niet bekend en uiteraard kon ik de jam niet vinden. Ik stapte op een vakkenvuller toe, een zeer zwarte jongeman, en vroeg waar de jam was te vinden. Ik zei op zijn Amsterdams "sjem". Toen de jongeman niet-begrijpend iets terugzei, begreep ik dat hij het Nederlands nog niet geheel onder de knie had. Wat hij zei klonk me enigszins Engels in de oren.  Ik probeerde hem uit te leggen dat ik iets wilde dat je op brood kunt smeren. Hij ging mij voor en bracht mij naar de juiste plek. Ik pakte een pot jam en hield die triomfantelijk omhoog. De jongeman was ook blij en zei: "Oh, dsjèèm." Dat werd op correct Britse wijze uitgesproken. Maar als me dat weer eens overkomt in een ander filiaal en de vakkenvuller is een goed Nederlands sprekende man of vrouw, ga ik toch geen 'dsjèèm' zeggen, want dan vinden ze mij weer een bekakt type.
x

donderdag 1 juli 2010

Beste

Paraguay behoort voor het eerst in de geschiedenis tot de beste acht voetballanden van de wereld. Dat staat in een ANP-bericht in de Volkskrant. Dat is vast niet door een voetbaljournalist geschreven. Ik ben niet de beste voetbalkundige die er  rondloopt, maar ik weet wel hoe het systeem werkt. De voorronden worden gespeeld in regionaal bepaalde groepen. Het zou dus zomaar kunnen dat de nummer drie van groep A in feite beter is dan de nummer één van groep B, maar die nummer drie komt niet aan de eindronde toe.

Het WK is inmiddels in de knock-out fase beland. Ook daarin is het lang niet altijd de beste die wint. Een ploeg kan zelfs uitgeschakeld worden door een arbitrale miskleun, zoals het niet toekennen van een overduidelijk doelpunt aan Engeland in de wedstrijd tegen Duitsland. Hier doet zich dan nog eens het merkwaardige feit voor dat een speler geschorst kan worden op basis van tv-beelden (al heeft de scheidsrechter tijdens de wedstrijd niets gezien), maar dat die beelden niet, zoals bij tennis en hockey, gebruikt mogen worden om een arbitrale fout te herstellen. FIFA-baas Blatter schijnt die foutmogelijkheid om een of andere reden wel 'romantisch' te vinden. Ik kan me voorstellen dat er doorgewinterde fans zijn die inderdaad romantische kanten aan het voetbal zien. Ik vond het jaren geleden leuk om de Spanjaard Gomez te zien schaatsen, al kon hij er weinig van. Er heeft wel eens een Jamaicaans team aan het bobsleeën meegedaan. Ook leuk, maar niemand verwachtte ze bij de beste zestien.

Er zijn een paar Nederlanders die verwachten of hopen dat Nederland wereldkampioen wordt. Dat zou best kunnen. Niemand had er vóór de competitie op gerekend dat FC Twente kampioen zou worden en dat ging nog over een hele competitie. Ik weet in ieder geval één ding zeker: als  Nederland kampioen wordt, betekent dat niet dat we hier het beste voetbal spelen.
x

woensdag 30 juni 2010

Druk

Gisteren was ik, overigens geheel naar eigen verkiezing, "druk, druk, druk" met heel andere zaken dan het schrijven voor dit blog. Geen reden dus bij je pc te blijven zitten. Zonde toch met dit mooie weer?
x

dinsdag 29 juni 2010

Jeugd (9)

Op de kweekschool moesten we vaak een opstel maken. Je moest altijd kiezen uit een aantal onderwerpen. Het enige dat ik mij nog steeds herinner was "Mijn eigen plekje". Ik vond mij zelf heel origineel door mijn fiets als mijn eigen plekje te betitelen. Dat was weer niet geheel ten onrechte, want ik fietste veel in mijn vrije tijd. Soms fietste ik door de stad, zonder duidelijk doel of richting. Ook wel eens heen en weer naar Ouderkerk, langs de ene kant van de Amstel heen, langs de andere kant terug. Vaak ook fietste ik naar en door het Amsterdamse Bos (dat ik in onbewaakte ogenblikken nog wel eens met zijn eerste naam 'Bosplan' aanduid). Het ging me niet zo zeer om het fietsen. Het was vooral een manier om me te onttrekken aan het dagelijkse gewoel om me heen, oftewel: om lekker alleen te zijn. Tijdens zo'n fietstocht kon ik bijvoorbeeld nadenken over de inhoud van een opstel, dat ik dan thuis vrijwel in één ruk kon opschrijven. Verder gaf het me gelegenheid om na te denken over van alles en nog wat en te dagdromen over mijn toekomst. Nee, ik weet echt niet meer wat daarbij allemaal door mijn hoofd ging, al zullen meisjes daarin ongetwijfeld een rol gespeeld hebben. Vrijwel zeker weet ik dat ik geen hooggestelde carrièredoelen had waarover ik fantaseerde.

De behoefte aan afzondering zat er dus al vroeg in. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het feit dat daar thuis weinig gelegenheid voor was: in een gezin met zeven kinderen en een inwonende grootmoeder had je niet vaak een kamer voor jezelf. Daar kwam nog bij dat één kamer alleen 's zondags gebruikt werd of als mijn ouders visite hadden. Dat had 's winters ook een praktische reden: dan hoefde er maar in één kamer een kachel gestookt te worden. Maar zo'n 'zondagse' of 'nette' kamer was toen bepaald niet ongebruikelijk. Bij ons werd die kamer van de huiskamer gescheiden door schuifdeuren die van glas in lood waren voorzien. Die schuifdeuren waren meestal dicht.

Op een bovenverdieping deelde ik een kamer met drie broers, mijn drie zussen deelden daar een andere kamer. Pas toen wij wat ouder werden en huiswerk moesten maken werden die kamer(tje)s van verwarming voorzien, aanvankelijk een oliekachel, later een gaskachel. Bij dit alles moet dan nog bedacht worden dat wij in de Rivierenbuurt woonden, die niet alleen als wijk ruim opgezet was, maar waarin ook de huizen redelijk ruim waren in vergelijking met oudere buurten. We beschikten zelfs, in die tijd zeker geen gemeengoed, over een badkamer met ligbad en douche. De meeste van mijn klasgenoten gingen in die tijd nog in de bekende 'tobbe' of naar het badhuis. Het buurtje waarin ik nu woon is later gebouwd dan de Rivierenbuurt (mijn woning is net zo oud als ik), maar deze huizen hadden nog geen badkamer, zelfs geen doucheruimte. Mijn huidige doucheruimte was vroeger een kast in de slaapkamer.

Dat 'eigen plekje' is er nog altijd. Het is niet meer mijn fiets en eigenlijk is die het ook nooit geweest. Het kan gewoon elke plek zijn waar ik op een willekeurig moment ben en waar ik me, als ik niet gewoon thuis ben, voor kortere of langere tijd afsluit van mijn omgeving. Die wens tot afsluiting is omgekeerd evenredig met de omvang van het gezelschap waarin ik me bevind. In wat grotere gezelschappen ben ik de niet degene die 'circuleert'. Het is op zich al leuk om de andere aanwezigen te bestuderen. In mijn blog van gisteren had ik het over weekbladen. Een weekblad dat ik ook bij de kapper las was 'De Uitkijk'. Het verscheen op krantenpapier op A4-formaat. De inhoud was vooral verstrooiend en op de achterpagina stonden striptekeningen en 'moppen'. Bovenaan die achterpagina stond een motto: "Wie lacht niet die de mens beziet." Waarom onthoud ik zoiets?

Dit is de laatste 'Jeugdblog".
X

maandag 28 juni 2010

Jeugd (8)

In aflevering 6 over mijn jeugd had ik het over het weekblad 'Belijden en beleven', waarop mijn ouders geabonneerd waren. Het was een blad op krantenformaat met artikelen over Bijbelse onderwerpen en over het calvinistische leven. Wat lazen wij nog meer, afgezien van boeken?

De krant die we lazen was uiteraard Trouw, toen nog een avondblad. Wie gereformeerd was en lid van de Anti-revolutionaire Partij las, bijna per definitie, Trouw. Gedurende een aantal jaren lazen wij, ik in ieder geval, ook Het Parool. Dat was eigenlijk in onze kringen 'not done' - het was immers een socialistische krant - maar gedurende enige tijd waren mijn oudste broer en ik bezorger ('krantenjongen') van die krant en de bezorgers kregen er een gratis. In die tijd had je nog weekabonnees. De bezorgers haalden het (week)abonnementsgeld op. De krant ging er vanuit dat je elke week al het abonnementsgeld ontving en verrekende dat met de vergoeding die je als krantenjongen kreeg. Pas als een abonnee een week of vier niet betaald had ging de krant er zelf achteraan en kreeg de bezorgers alsnog dat in feite voorgeschoten geld terug. Mijn broer had een wijk in een volksbuurt, waar 'iedereen' Het Parool las: zo'n tweehonderd klanten, waarvan ongeveer 80% weekabonnee. Mijn wijk lag in de Apollobuurt, waar vooral het Algemeen Handelsblad werd gelezen (de NRC was een Rotterdamse krant).

Ik had ongeveer 80 klanten, waarvan acht weekabonnee, waarvan er twee steeds per vier weken vooruit betaalden. Een van de weekabonnees was een damesmodezaak in de Beethovenstraat. Wanneer de eigenaresse (of hoofdverkoopster) het abonnementsgeld voldaan had, volgde steevast: "Hier jongen, wil jij een sigaretje?" Nou, dat wilde ik best. Omdat 'mijn' abonnees in die buurt dungezaaid waren, kreeg ik boven mijn normale vergoeding (zeven cent per abonnee per week) 1 gulden 75 'fietsgeld'. Ruim zeven gulden in de week was voor een puber best een aardig bedrag toen. Ik kon mijn eigen boeken kopen. Een pocket kostte toen 1,25.

Natuurlijk ontvingen wij ook wekelijks de 'Kerkbode', die onder alle gereformeerde Amsterdammers werd verspreid. Wij (mijn broers en zussen en ik) keken daar eigenlijk alleen in om te zien welke dominee in welke kerk preekte. Als er in onze Waalkerk een notoir slecht sprekende dominee aan de beurt was, konden we altijd nog uitwijken naar de Buitenamstelkerk op de Albert Cuyp, die op loopafstand lag. (Tegenwoordig is het een winkelhal. Voor niet-Amsterdammers: 'echte' Amsterdammers laten het 'straat' altijd weg als ze het hebben over bepaalde straten in de Pijp. Die zeggen dus Albert Cuyp, Ferdinand Bol, Gerard Dou, Van Wou, Govert Flinck etc. Amsterdammers zeggen ook het Singel i.p.v. de Singel en de Nieuwe Meer i.p.v het Nieuwe Meer. Op de ANWB-borden wordt het gelijknamige knooppunt - kruising van A4 en A9 - aangegeven met De.)

Mijn ouders zijn ook nog vrij lang abonnee gebleven van de Meppeler Courant, omdat daarin een humoristische feuilleton werd gepubliceerd over Garriet Jan en Annegien, die in het Drents geschreven was. Omdat mijn ouders onderling en met mijn grootmoeder altijd Drents spraken, konden mijn oudste broer en zus en ik dat ook lezen.

De weekbladen Panorama en de (nog niet Nieuwe) Revue bestonden toen al en gaven net als nu vooral verstrooiende informatie. Die kwamen bij ons de deur niet in, maar die konden we bij de kapper lezen als we op onze beurt moesten wachten. Voor roomse mensen had je toen de Katholieke Illustratie en voor ons calvinisten was er de Spiegel. Ik kan me niet herinneren dat daarin ooit een kleur werd gebruikt. Naast het serieuze werk stond daarin ook wat lichte(re) kost.

Mijn moeder las geen Margriet of Libelle. Ze was geabonneerd op Moeder, een maandblad voor de christelijke vrouw anno toen. Mijn vader was geabonneerd op Elseviers Weekblad, dat toen - en nog jaren daarna - op krantenformaat verscheen. Het zal geen verwondering wekken als ik vermeld dat ik beide bladen ook las. Ik had niet altijd een ongelezen boek bij de hand.

De Donald Duck kwam pas bij ons in huis toen ik mij zelf daar al te oud voor vond. Die was iets voor mijn jongere broers en zussen. Verzuild als we toen nog waren, verscheen er op een gegeven ogenblik een - jawel! - christelijk weekblad voor de jeugd, ook met strips, de Arend. Ik was er niet van onder de indruk. Het waren vooral brave verhalen, ook de strips.

Twee weekbladen, tenslotte, mag ik niet onvermeld laten. Die waren bepaald niet christelijk. Ze hadden een hoog 'O la la'-gehalte. We 'lazen' ze uitsluitend bij de kapper. Ik het hier over De Lach en de Piccolo. De geschreven inhoud stelde weinig voor en daar ging het ons ook niet om. Het ging ons om de foto's. Dat waren foto's van filmsterren, maar meestal -sterretjes.
Omdat wij geen films zagen en dus moeilijk fan konden zijn, was dat ook geen reden tot bestudering. Nee, die dames waren vrijwel zonder uitzondering in badpak op de foto gezet. Als alles een beetje meezat, waren er zelfs foto's van dames in bikini. Die bladen waren uitsluitend te koop bij AKO-kiosken, die allang niet meer bestaan.
AKO-kiosk (op de achtergrond
het Stedelijk Museum)
X