Het AD bood de mogelijkheid deel te nemen aan een poll: Ga jij weer naar de Ikea nu ze open zijn? o Ja, waarom niet? o Nee, absoluut niet
Ik heb de poll niet ingevuld, want ik was sowieso niet van plan IKEA te bezoeken. Ik heb ooit met Boukje de eerste Nederlandse IKEA (in Sliedrecht) bezocht. Ik weet niet meer waar we naar zochten, maar we hebben het in ieder geval niet gevonden. Een paar jaar later gingen we naar IKEA voor een bank in de woonkamer. Ze hadden weer niets wat bij onze smaak paste, dus die bank hebben we bij bij een meubelzaak in Den Haag gekocht.
Ik houd niet van IKEA. In de eerste plaats omdat ik het meeste van wat ze aanbieden niet mooi vind, in de tweede plaats omdat ik het er veel te druk vind. Toch heb ik wat meubeltjes en een linnenkast bij IKEA aangeschaft toen ik van Amsterdam-West naar -Noord verhuisde. Ik vind die spullen nog steeds niet bijzonder fraai, maar ze voldoen. Ik heb ze eigenlijk alleen maar bij IKEA aangeschaft, omdat ik daar niet met een wachttijd geconfronteerd werd.
Trouw schreef dat voor veel de gang naar IKEA een uitje is. Op naar Ikea, want we vervelen ons te pletter.Veel mensen bezoeken IKEA vooral vanwege het restaurant. Daar hebben ze diverse Zweedse gerechten. Ze noemen het zelf "delicatessen", maar dat valt tegen. De meeste van die delicatessen kun je bij de eerste de beste supermarkt krijgen. Het menu vermeldt o.a. "korv". Dat is de Zweedse variant van de hotdog die je in de grotere steden bij vele straatstalletje kunt kopen.
Ik heb eens bij het restaurant van IKEA in Haarlem gevraagd of ze Pyttipanna hadden. Dat hadden ze niet. Ik heb zestien vakanties in Zweden doorgebracht en heel vaak Pyttipanna gegeten. Je kunt het vrijwel overal krijgen, niet bij de betere restaurants, maar juist in de goedkopere, zoals stationsrestauratie en restaurants van warenhuizen. Het staat dan meestal op het menu als Pyttipanna med stekt ägg och rödbetor (met gebakken ei en rode biet). Het is een heel eenvoudig recept: aardappelblokjes, spekblokjes, ui, biet door elkaar en daar bovenop een spiegelei. Smullen! Ik maak het van tijd tot tijd thuis voor mezelf.
Op de website van IKEA kwam ik dit tegen:
Kyckling is Zweeds voor kip. In sommige dingen ben ik conservatief. Ik houd het bij (katen)spek.
Bij 'Tijd voor Max' werd een pleidooi gehouden om brieven te schrijven aan mensen die alleen en misschien zelfs eenzaam zijn. Die brief zou dan bij voorkeur met een typemachine geschreven moeten worden. Ik begreep dat niet helemaal. Wat is de meerwaarde van een getypte brief t.o.v. een e-mail of een digitaal geschreven en vervolgens geprinte brief? Bovendien, waar haal je tegenwoordig een typemachine vandaan? Als je het dan toch wat persoonlijker wil maken, pak dan je vulpen of ballpoint en een schrijfblok en schrijf een brief met de hand.
Ik heb al in geen jaren een met de hand geschreven persoonlijke brief verstuurd. Als ik me niet vergis heb ik mijn laatste brief geschreven, met een ballpoint overigens, in 1969 en ik schreef hem aan Boukje.
We kenden elkaar ongeveer een jaar en we zagen elkaar (vrijwel) iedere dag. We lunchten altijd samen in een broodjeszaak op het Rokin. (We waren er al snel achter gekomen dat we beiden in een boekhandel werkten. Allebei in een boekhandel op het Rokin, nog geen 300 meter van elkaar vandaan.)
In het voorjaar van 1968 moest ik 'op herhaling'. Ik 'lag' vier weken in Ossendrecht. In diezelfde tijd ging Boukje met enkele vriendinnen een paar weken naar Bergen aan Zee. Ik was de weekends vrij, dus het eerste weekend, een zaterdag, ging ik naar Bergen aan Zee. Boukje en haar vriendinnen verbleven in een woonhuis en ik trof haar aan liggend op bed.
Ze zei eerst niet veel, deed ook wat afstandelijk en al snel kwam het hoge woord eruit: ze wilde het uitmaken. Waarom? Ik liet, (vond zij, en daar had ze ook wel gelijk in) emotioneel veel te weinig van mezelf zien en in het café daar had ze iemand ontmoet die dat wel deed. Ik weet niet goed meer wat we verder nog gezegd hebben, maar ik ging wel naar huis en ik was er behoorlijk kapot van.
Die zondag ben ik de stad ingegaan. Ik heb wat pilsjes gedronken in mijn favoriete kroeg De Engelse Reeten heb de film Planet of the Apes gezien, die een jaar geleden in première ging. Ik weet ook nog dat een liedje voortdurend in mijn hoofd spookte, een popsong van al wat jaren daarvoor, 'I'll never find another you' van The Seekers.
Maar hoe moest ik verder? Internet en e-mail en mobiele telefoons behoorden toen nog tot het domein van de science fiction. Dus 's zondagsavonds in de kazerne begon ik, met pen en paper, aan een brief. Nog drie avonden schreef ik door. Ik was altijd al beter mijn gevoelens op papier dan face to face te uiten. Ik eindige de brief met dat ik vreselijk veel van haar hield en dat ik zaterdag naar haar toe zou komen. Als ze niet thuis zou zijn, ze woonde op kamers in de Watergraafsmeer, zou ik weten waar ik aan toe was.
Boukje was thuis en het werd een heel mooie avond. Er volgden nog 28 mooie jaren, waarin we het nog heel vaak hadden over het uiten van emoties. En "I'll never find another you" is nog steeds heel waar. Ik heb het hier al eerder geciteerd: "Death ends a life, not a relationship."
"Wat deze crisis duidelijk heeft gemaakt, is dat het Amerikaanse zorgstelsel zo’n beetje het slechtste systeem is dat we kennen in de ontwikkelde wereld." Dat zegt Jan Bakker, een Nederlandse ic-arts, die in twee ziekenhuizen in New York werkt. Het ene is verbonden aan de Columbia University. Bakker draait ook diensten in het openbare stadsziekenhuis Bellevue even verderop, en krijgt daar te maken met een heel andere groep Amerikanen – die met onbehandelde gezondheidsproblemen.
Het Amerikaanse zorgstelsel is het beste als je geld hebt en tot je laatste snik elke mogelijke behandeling wil krijgen. Maar als je niks hebt, ben je echt de pineut.
Het is natuurlijk niet nieuwe wat Bakker zegt. Het Amerikaanse zorgstelsel is niet alleen veel duurder dan het Nederlandse, er zijn ook nog eens miljoenen Amerikanen, die op geen enkele manier verzekerd zijn. Bakker neemt in her Bellevue ziekenhuis die maar twee keer per week insuline spuiten, omdat ze voor een dagelijkse dosis geen geld hebben. ,"Als je dan Covid krijgt, begin je natuurlijk met een achterstand."
Er zijn in Nederland mensen die doktersbezoek uitstellen, omdat ze het eigen risico niet willen of kunnen betalen. Mochten ze toch ziekenhuiszorg nodig hebben, dan hoeven ze zich in ieder geval. geen zorgen te maken over de kosten van specialistische hulp en ziekenhuiszorg. Nederlanders mogen zich in de handjes knijpen met hun zorgstelsel en ‘een van de meest geavanceerde ic-modellen ter wereld’, merkt hij (Bakker) op.
Vorige week donderdag schreef ik hier "Het wordt zo langzamerhand weer tijd voor 'Amsterdam voor de Amsterdammers'." Ik ga bijna denken dat het bestuur van het stadsdeel Centrum dit blog gelezen heeft. Want wat lees ik in Het Parool? Terwijl de strijd tegen het coronavirus nog volop woedt, voeren stadsdeel Centrum, de stadsmarketing, horeca en instellingen achter de schermen gesprekken over een nieuwe start voor de Amsterdamse binnenstad na de crisis. (...) De overlast van toeristen willen we niet meer terug,” zegt Geerte Udo, directeur van Amsterdam & partners, de organisatie die de stadsmarketing verzorgt. De gesprekken gaan over de kansen die de coronacrisis biedt om de binnenstad terug te geven aan Amsterdammers en te werken aan ‘duurzaam toerisme’. (...) Ik hoop echt dat het platte consumentisme uit het toerisme is verdwenen als dit achter de rug is.” Dus:
Amsterdam wil binnenstad teruggeven aan Amsterdammers
Ik ben al in geen jaren in de Kalverstraat geweest. Ook niet in de tijd dat k mij nog probleemloos te voet door de stad kon bewegen Er zijn daar sowieso weinig winkels waarin ik geïnteresseerd ben, maar al vóór het massatoerisme goed op gang kwam vond ik het er veel te druk.
Er is overigens een fraai stukje Amsterdam-Centrum waar je nauwelijks toeristen tegenkomt. Zelfs Amsterdammers uit andere stadsdelen komen er zelden of nooit. Ik heb het over de Westelijke Eilanden: Bickerseiland, Prinseneiland en Realeneiland.
Ze liggen op een kwartiertje lopen van het Centraal Station. Je vindt hier ook de Minnemoerstraat, met zijn ongeveer 20 meter de kortste straat van Amsterdam.
Ook de moeite van een bezoek waard.
Veel minder oud, begin vorige eeuw, is de buurt die hier met de rode lijn wordt aangegeven. Vanaf Amsterdam Centraal (of een andere halte tussen station en Munt) kom je er met tram 4 (uitstappen halte Lutmastraat). Het is een gedeelte van de zgn. 'Nieuwe Pijp'. Het merendeel van deze buurt is gebouwd in de stijl van de 'Amsterdamse School'. Het aardige is dat ik precies op de grens van deze buurt, in de Lutmastraat, geboren ben en na onze verhuizing in 1942 naar de Rivierenbuurt nog vele jaren daar dichtbij heb gewoond. Tijdens mijn schooltijd ging ik vaak naar de Coöperatiehof (rode stip), omdat daar het dichtstbijzijnde filiaal van de Openbare Bibliotheek was gevestigd. Wij woonden ten zuiden van de Amstelkade, maar ik hoefde niet om te lopen via een van de bruggen bij de Rijnstraat of de Maasstraat, omdat er bij de Waalstraat een houten voetgangersbrug was: het 'groene bruggetje', dat we ook nog zo noemden toen het niet meer groen was.
Met de blauwe lijn is de zgn. 'Diamantbuurt' aangegeven. Ook deze buurt is opgetrokken in de stijl van de 'Amsterdamse School'. Kort na de Tweede Wereldoorlog kwamen mijn oudere broer en zus en ik daar vaak, omdat in het in het midden van de buurt gelegen badhuis (toen niet als zodanig in gebruik) wekelijks gratis melk aan schoolkinderen werd gegeven. Wij kregen daarvoor van onze moeder ieder een lege jampot mee. Het badhuis is nu een muziekkoepel.
Op de hoek van de Tolstraat en de Amsteldijk (blauwe stip) vind je het voormalige gemeentehuis van de gemeente Nieuwer-Amstel (nu gemeente Amstelveen). Het stukje Diamantstraat daar vlakbij tussen Tolstraat en Lutmastraat (grijs gekleurd, zie ook de foto hieronder) heeft een bebouwing die sterk afwijkt van de omringende buurt. Het zou zo een dorpsstraatje kunnen zijn. Al in mijn jeugd vermoedde ik dat dit ook nog een een restje Nieuwer-Amstel was. Ik heb eens contact opgenomen met het Stadsarchief, dat jarenlang in dat voormalige gemeentehuis gevestigd was. Ik ontving de volgende e-mail: "De huisjes aan de Diamantstraat zijn inderdaad een Nieuwer-Amstels overblijfsel. Het bestuur van Nieuwer-Amstel zag de uitbreiding van buur Amsterdam met angst naderbij komen en besloot daarom een nieuw raadhuis te bouwen en ook het omliggend gebied vast enigszins te bebouwen. Dit heeft overigens niets geholpen."
Als je toch de voormalige Heineken Brouwerij (linksboven) en de Albert Cuypmarkt gaat bezoeken, zou ik deze buurten ook even 'meenemen'.
Omdat we morgen niet massaal naar buiten mogen, moeten we morgenochtend onze nationale verbondenheid vieren door om 10:00 uur de tuin in, of het balkon op te gaan om daar met begeleiding van het Concertgebouworkest het Wilhelmus te zingen.
Zowel aan de voorkant als aan de achterkant van mijn flat is een balkon. Als ik daar morgenochtend al zal staan, is dat vooral om te kijken/luisteren naar wie er allemaal meezingt. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst het Wilhelmus heb (mee)gezongen, maar dat is zeker enkele tientallen jaren geleden.
Het Wilhelmus is pas sinds 1932 ons officiële volkslied. Daarvoor zongen 'we' het nogal racistische Wien Neêrlandsch bloed door d'aderen vloeit, Van vreemde smetten vrij. Het Wilhelmus is niet als volkslied geschreven en dat is misschien maar goed ook. Vooral omdat doelgeschreven volksliederen nog wel eens ronkende teksten hebben als "Deutschland, Deutschland über alles" (dat overigens noot meer gezongen wordt; men zingt nu het derde couplet van het oorspronkelijke Deutschlandlied). of ons vorige volkslied. Spanje heeft dat handig opgelost. Dat land heeft een alleen muzikaal volkslied. Eigenlijk dus een volkdeuntje.
Het Wilhelmus is wel vaak populair geweest, maar nooit als volkslied bedoeld geweest. De tekst wordt toegeschreven aan Marnix van St.Aldegonde, als eerbetoon aan Willem van Oranje, de muziek is gebaseerd op een oud soldatenlied.
Natuurlijk ken ik de tekst van het eerste en zesde couplet van het Wilhelmus uit mijn hoofd. Die is er op de lagere school al ingeramd. Waarom zing ik toch niet mee?.
Ik ben niet Willem van Nassauwe en ik ben ook niet van Duitsein bloed. Ik durf echt niet te zeggen dat ik "tot in den doet" "den vaderland getrouwe" zal zijn.
Ik ben geen Prins van Oranje. Dat kan in Nederland uitsluitend de vermoedelijke mannelijke troonopvolger zijn. We hebben nu een Prinses van Oranje. Amalia is daarmee de eerste.
Vrij ben ik wel, maar ik durf van mezelf niet te zeggen dat ik "onverveert" (onbevreesd) ben en de koning van Spanje heb ik van ze lang zal hij leven nog niet geëerd. Ik eer onze eigen koning niet eens, althans niet in die functie en privé ken ik hem nu eenmaal niet.
Het zesde couplet, dat met name gezongen wordt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam tijdens de bijeenkomst op 4 mei voorafgaande aan de kranslegging, is voor mij als atheïst veel te christelijk.
Op deze kaart zie je hoe COVID-19 per gemeente heeft toegeslagen. Het Noorden komt er redelijk goed af, met name de 'witte' gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Groningen, Midden-Groningen, Noordenveld, Veendam, Stadskanaal zijn behoorlijk gezond. In het AD lees ik: Met een opvallend lage infectiegraad en zonder overbelaste ziekenhuizen kan het noorden mogelijk eerder uit de ‘lockdown’ dan de rest van het land, stellen experts. (...) Zo noemt hoogleraar infectieziektemodellering Sake de Vlas (Erasmus Universiteit Rotterdam) het desgevraagd een ‘heel logische optie’ om eerst naar de noordelijke provincies te kijken
Ik zie het al voor me: in Groningen, Friesland en Drenthe mag je, om maar een maatregel te noemen, weer naar de kapper. Nu woon je in Hardenberg (Overijssel) en je vindt dat je hoognodig iets aan je haar moet laten doen. Nou, dan zoek je toch de dichtstbijzijnde kapper in Drenthe.
Als alle horeca in Hardenberg nog gesloten is, maar je wilt toch wel weer eens op een terrasje zitten, dan kijk je toch ook even naar Drenthe. Een gedeeltelijke opheffing van de lockdown zou volgens mij tot aardig wat (ongewenst) reisgedrag kunnen leiden. Daar sta ik niet alleen in. Er zijn volgens het OMT – het adviesteam met virologen, medici en epidemiologen - zowel argumenten ‘voor als tegen’ regionale versoepeling. Potentieel probleem is bijvoorbeeld het horeca-toerisme uit gebieden waar nog restricties gelden. Dat is een goede manier om het coronavirus te verspreiden.
De website van EenVandaag heeft ook een aardig bericht: Lockdown kan 'slim' opgeheven worden voor iedereen jonger dan 50, toont onderzoek van de UvA aan. (...) De kans dat zij overlijden door corona is namelijk extreem klein, zeggen onderzoekers van de UvA. "Maar je moet niet ineens alles loslaten." (...) "Onder deze groep is het sterftecijfer 0,014 procent, wat betekent dat als deze groep in een keer besmet wordt er maximaal 1.400 mensen zouden overlijden. Ik heb ook de uitzending van EenVandaag gezien waarin over de slimme opheffing van de lockdown werd gesproken. Als ik me goed herinner werd daarin o.a. gezegd dat het sociaal afstand houden voor deze groep wel wat minder zou kunnen. Dat lijkt voor die ongeveer 10 miljoen Nederlanders wel aardig, maar houd ze dan wel apart. Moeten ze een herkenningsteken dragen en moet dat gehandhaafd worden? Immers, voor je het weet gaat iemand van 52 zo'n herkenningsteken dragen.
Amsterdam heeft 58,7 coronapatiënten per 100.000 inwoners. Dat zijn er in totaal dus 512. Ik vind dat nogal meevallen. In New York City ligt het aantal patiënten op ongeveer 120 per 100.000 inwoners.