woensdag 20 mei 2020

VERTROUWEN

Veel mensen zijn er, denk ik, blij mee dat de coronamaatregelen versoepeld worden. Er zijn specifieke maatregelen voor specifieke bedrijven/instellingen, zoals horeca, openbaar vervoer, sportscholen, musea en bioscopen.

Er is één maatregel die voor iedereen geldt. Ik las hem  op de website van RTV-Noord:
- Buiten mogen mensen bij elkaar komen als zij 1,5 meter afstand tot elkaar bewaren. Rutte en De Jonge spreken niet langer van een maximum groepsgrootte van drie personen.

- Thuis blijft het dringende advies om voor bezoekers 1,5 meter afstand aan te houden, zowel binnen als in de tuin en op het balkon.

Ben ik blij met die versoepeling? Absoluut niet! Ik vertrouw mijn medemensen voor geen meter. Al onder de oude regeling zag je foto's van parken waar groepen mensen veel te dicht op elkaar zaten. Ik zag filmpjes, waarin boa's door groepen fysiek mishandeld werden, omdat zij op de regel wezen.

Nu het weer ook nog eens mooi is, zullen veel mensen de gelegenheid te baat nemen om 'eindelijk' weer eens naar hun favoriete park of stadsstrandje te gaan. Daar zou het wel eens druk kunnen worden. Maar jullie willen toch je eigen plekje. Nou ja, zal het net iets minder zijn dan anderhalve meter.

Ik gun iedereen zijn verzetje en iedereen mag van mij zelf bepalen hoeveel risico zhij wenst te nemen, maar zoals ik hier al eerder schreef, kan iemand die net in het park besmet is, even later bij AH te dicht in mijn buurt komen te staan. Hoe meer versoepeling, hoe meer mooi weer en hoe meer terras op het plein vlakbij AH, hoe meer kans op besmetting en ik doe echt wel voorzichtig. Het Parool schrijft dit vandaag: De meeste mensen die nu nog een coronabesmetting oplopen, doen dat in de grote stad, veelal in het westen van het land. Zeker de mensen daar moeten dan ook discipline tonen als de regels weer versoepeld worden, waarschuwen epidemiologen. ‘Het gaat er echt om spannen’. (Onderstreping toegevoegd.


dinsdag 19 mei 2020

SEKS

Ik vraag me wel eens af: Zitten ze bij de media nou voortdurend te zoeken naar onderwerpen die in verband gebracht kunnen worden met Corona? Natuurlijk de ouderen zijn een veelbeschreven/-besproken onderwerp. De horeca wordt ook vaak belicht en natuurlijk de economie in het algemeen.

Er zijn natuurlijk veel meer facetten van het dagelijks leven die beïnvloed worden door corona en de Volkskrant heeft er eentje uitgelicht.
Samen komen: over seks in een anderhalvemeterwereld
Bij de lessen psychologie die ik op de kweekschool kreeg is mij verteld dat de drang naar voeding vele malen sterker is dan de drang naar seks. Zonder seks kan je het wel een paar jaar uithouden, zonder voeding niet meer dan een paar weken en zonder water niet meer dan een paar dagen.

Waar hebben het nou over? De partner met wie je samenwoont hoef je niet op anderhalve meter afstand te houden, dus ik zou zeggen: 'seks as usual'. Een one night stand lijkt me in de deze tijd af te raden. Daten is ook wat moeilijk in deze tijd. Vind je iemand met wie het klikt, dan wordt de volgende stap, een ontmoeting, iets waarover je goed moet nadenken.

De Volkskrant sprak met een aantal stellen en singles. Ik ga hun ervaringen niet uitgebreid weergeven, maar ik kan vertellen dat telefoonseks is teruggekeerd. (Zo zijn ooit de eerste 06-nummers begonnen.) Ook leuk, geloof ik: bij het skypen je kleren uittrekken. Er zijn vast nog veel meer leuke dingen te bedenken. Zie maar.

BOFFEN

Dit beeld van corona kennen we intussen allemaal




Maar er zijn meer corona's.

Deze corona zie je bij een totale zonsverduistering , als de maan precies tussen de zon en de aarde staat.

Deze is inmiddels ruim bekend.
  
Het zou me niet verbazen als dit bier, wanneer de cafés  en terrassen weer (mondjesmaat0 opengaan vaker gedronken zal worden dan voorheen.
En dan is er ook nog een heilige Corona.


Je kunt haar niet uitroepen om te vragen of ze je wil bijstaan bij de genezing van COVID-17. In de katholieke kerk, schrijft Trouw, behoorde zij lange tijd tot de categorie ‘obscure’ heiligen. Maar sinds het virus dat haar naam draagt ons leven heeft lam gelegd, staat de heilige Corona weer volop in de belangstelling. Ze is nu in alle haast uit de krochten van de Dom van Aken. Zij is  de patrones van grafdelvers, schatgravers, slagers en houthakkers. Boffen die even.


maandag 18 mei 2020

RUIMTE

Opeens ­waren de Wallen leeg, geen auto’s meer in de straten. Door dat nieuwe gebruik van de openbare ruimte gaan mensen zeggen: verdorie, dat wil ik altijd. Dat zei Maarten ­Hajer, hoogleraar  Urban Futures aan de Universiteit van Utrecht tegen Het Parool.

Je mag aannemen dat komende zomer beduidend minder buitenlandse toeristen naar Amsterdam komen dan voorheen. Dat is fijn voor alle Amsterdammers die niet hun dagelijks brood in de toeristenindustrie verdienen.

Wordt het dus lekker rustig in de (binnen)stad. Misschien wel, maar belangrijk is de vraag: hoe gebruiken/verdelen we de publieke ruimte. De druk komt terug op de publieke ruimte. Dat zorgt onherroepelijk voor verdringing, maar biedt ook kansen. Wethouder Ivens roept op: blijf in je stadsdeel, maak een voortuin van je eigen straat.

Waardoor ontstaat dan die druk op de publieke ruimte? Ondernemers nemen ook steeds meer ruimte in. Cafés met hun terras, winkels met hun wachtrijen voor de deur, sportschoolhouders die kettlebells dan maar op een plein leggen – dat is allemaal stoep. En die is nu al te krap. Wil je elkaar coronaproof passeren, dan moet die 3 meter breed zijn, minstens. Op een fietspad zelfs nog meer. Dat gaat onherroepelijk knellen.

Ga niet met z'n allen naar het Vondelpark of Sarphatipark, maar naar een park in de buurt, het Baanakkerspark in Amsterdam-Noord is volgens Ivens ook "prachtig". Echt? Het is bepaald geen groot park en ik kar daar met mijn scootmobiel doorheen als ik naar mijn huisarts moet. De enige mensen die ik daar zie zijn net als ik op 'doorreis'. Als het echt zo prachtig is zou het er op zomerdagen een stuk drukker zijn. Quod non.

Van de Nieuwmarkt wil men één groot terras maken met 500 tafels die geëxploiteerd worden door aanliggende horecagelegenheden.
Ik zie me daar niet naartoe gaan.

Aan dit plein ligt overigens het (eet)Café Bern, waar ik graag eet, al is het al weer te lang geleden. Het menu biedt niet veel keuze, maar dat hoeft ook niet, want ik neem er altijd de Entrecote Café Bern. Voorgebakken reepjes entrecote op een schaal waaronder een spiritusverwarmeer. Het vlees ligt in een saus die stijf staat van de knoflook. Smullen!

zondag 17 mei 2020

HARTJE

Veel mensen zijn van mening dat voetbal de belangrijkste bijzaak in het leven is.  Er wordt dan ook veel gepraat over alle voetbalwedstrijden die niet doorgingen. Afgaande op de tijd die er in diverse programma's aan besteed is, kom ik tot de conclusie dat  er een grotere, gelijke, misschien iets kleinere bijzaak is: het Eurovisie Songfestival. Voor de hard core liefhebbers waren er afgelopen week al twee TV-avonden verpest. Dinsdag ging de eerste halve finale van het Eurovisie Songfestival niet door en donderdag de tweede. En gisteren ging de grote finale niet door.

Voor zover ik het me goed herinner hen ik één volledig songfestival uitgezeten, dat van 1959, waar Teddy Scholten won met 'Een beetje'. Niet dat ik toen bijzonder geïnteresseerd was, maar in een gezin met twee ouders, zeven kinderen en een grootmoeder en één (zwart-wit) TV, kan je wel vragen of er naar iets anders gekeken kan worden, maar dat zit er niet in. Het alternatief was toen geen TV, want er was nog maar één net. (Overigen leidde het liedje tot protesten bij delen van de christelijke bevolking, want daarin was sprake van een "eedje van trouw. Zo mocht je de huwelijksbelofte toch niet aanduiden.)

De finale ging gisteren dus niet door, maar omdat 'we' echt  niet zonder kunnen, werd dus een coronavrij festival georganiseerd. Zo'n veertig zangers, geloof ik, traden in eigen land/woonplaats op, na eerst een vrolijk praatje te hebben gehouden. Ik vermoed dat veel zangers gebruik hebben gemaakt van dat vreselijk populaire gebaar (en met vreselijk bedoel ik ook echt vreselijk).


zaterdag 16 mei 2020

MAATREGELEN

Gisterochtend ging ik naar de kapper, met  de rollator en dus met de taxi van het Aanvullend Openbaar vervoer. (Ik ga nog steeds naar de kapper vlakbij mijn vorige woning.)

De aangepaste regels voor het AOV zijn simpel, niet meer dan één cliënt per auto/busje. Ook voor de chauffeurs zullen er (gedrags)regels zijn, mam ik aan. De chauffeur op de heenweg bevestigde die aanname. Mondkapje dragend en de handgrepen van mijn rollator werden schoongemaakt, voordat die werd opgepakt en in de auto werd gezet.
 
De chauffeur van de terugweg deed wat relaxter. Geen mondkapje en hij pakte zonder enig schoonmaken mijn rollator op.

Ik vond dat ongelijke gedrag wat vreemd, dus ik belde maar eens met de klantenservice van de RMC, het bedrijf dat in Amsterdam het Aanvullend Openbaar Vervoer uitvoert. Wat bleek? Ik had mazzel gehad dat mijn rollator in de taxi geladen werd. De chauffeurs mogen niets aanraken van spullen van de cliënt. Niet de rollator, niet de scootmobiel, niet de bagage.

Ik merk nog wel eens dat de chauffeurs niet zonder enige moeite de rollator in de achterbak plaatsen. Zij hebben er ervaring mee en ik ben de onhandigheid in persoon. Als autoloze heb ik überhaupt nog nooit iets in de achterbak van een auto geplaatst, dus ik ben benieuwd hoe dat een volgende keer gaat.

"Hoe gaat het dan met de scootmobiel?" vroeg ik. "U rijdt uw scootmobiel op de lift. Die gaat naar boven en u rijdt de taxi in." Simpel toch? Ja, alleen vóór de coronacrisis was het verboden op je scootmobiel te blijven zitten als die met de lift omhoog ging. Dat leverde teveel risico op, want daarbij had al eens een dodelijk ongeluk plaats gehad. Ik ben wel eens één of twee keer op de scootmobiel blijven zitten als die omhoog ging. Dat vond ik al redelijk eng. Achteruit die lift op rijden heb ik nog nooit gedaan. Ik weet wat voor brokkenmaker ik ben.

vrijdag 15 mei 2020

VAKANTIE

Boukje en ik hadden altijd 'actieve' vakanties. Veertien dagen aan een strand liggen was niet ons ding. We wandelden met rugzak van camping naar camping, we wandelden in Schotland en Wales, maar we wandelden vaak in Zweeds Lapland, vooral  in het nationale park Sarek, dat wel 'de laatste wildernis van Europa' genoemd wordt.

Er zijn in Noord-Zweden twee aangeven wandelroutes: Kungsleden (Koningsweg) en Padjelantaleden.(Padjelanta is een nationaal park grenzend aan Sarek). Langs de routes staan hutten, waarin allerlei keukenmateraai  is, hokken waarin je kleding kunt drogen en uiteraard bedden. Als de route je bij een rivier brengt, ligt daar vaak een brug.

In Sarek vind je al dat soort 'luxe' niet. Geen routes, geen hutten. Als je naar de andere kant van de rivier wil, dan loop je er maar doorheen. Geen sinecure, want het water is ijskoud en de ondergrond zijn losliggende stenen. Je route bepaal je aan de hand van kaart en kompas.

Het aantrekkelijke van Sarek is dat het door de totale afwezigheid van wat voor voorzieningen dan ook geen massa's toeristen aantrekt. Je kunt er dagen lopen zonder anderen tegen te komen. Je hebt alleen met elkaar te maken. Juist in vakanties worden nog wel eens ruzies uitgevochten, omdat je ineens hele dagen op elkaars lip zit. Daar hebben wij nooit las van gehad.

Omdat Boukje het doorwaden van rivieren steeds enger ging  vinden, besloten we in onze vakanties te gaan fietsen. We fietsten in Yorkshire,  Surrey, Kent en Cornwall. We fietsten in Ierland en Midden-Zweden en uiteindelijk in de Rocky Mountains.

Het waren allemaal geweldige vakanties, maar de mooiste vakantie was twee weken op het Griekse eiland Karpathos in 1994. In juni dat jaar was bij Boukje een oogmelanoom vastgesteld. Bij melanoom wordt vaak gedacht aan huidmelanoom, een oogmelanoom komt niet veel voor, in Nederland bij ongeveer 220 mensen per jaar. De enig mogelijke therapie bij Boukje was het verwijderen van het hele oog. Na een aantal weken kreeg ze een kunstoog. Boukje zelf deed daar nooit moeilijk over, "want", zei ze, "ik heb nog een oog." Er was ons overigens verteld dat de kans op uitzaaiingen gering was. Tot 14 mei 1996 hebben we ons daarom nooit zorgen gemaakt.

We verbleven in een appartement met uitzicht over de stad. We deden niets bijzonders en elke dag hetzelfde. Voor het ontbijt daalden wij af naar een terrasje bij de haven. Daarna liepen we naar en strandje, waar we een strandstoel in beslag namen en gingen lezen. Af en toe gingen we even het water in.

We lunchten altijd op een terras vlak bij het strand: een niet te groot hapje, een glaasje retsina,een cappuccino. Er werd contant muziek gedraaid van  Maria Farantouri, de  'huiszangeres' van Mikis Theodorakis.



(Los Libertadoras is een deel van Canto General, muziek van Theodorakis op teksten van Pablo Neruda.)

Na de lunch gingen we weer even naar het strandje om verder te lezen. In de loop van de middag gingen we terug naar het appartement. Rond zes uur gingen we naar een restaurant bij de haven. Elke avond hetzelfde restaurant. Het eten was daar goed en betaalbaar. Waarom zou je dan elke dag weer naar een ander restaurant zoeken? Na een paar dagen kregen we een handje als we binnenkwamen. Ook daar besproeiden we de maaltijd met retsina.

Dat lijkt zeker meer op een nogal saaie vakantie dan op de mooiste vakantie van ons leven. Dat was het, omdat meer nog dan in het stille Sarek, we ons door de gebeurtenissen van de voorafgaande zomer meer nog dan voorheen met elkaar verbonden voelden. Als ik daar aan terugdenk voel ik dat nog altijd.