zaterdag 2 mei 2020

INVLOED

Australië, lees ik in Trouw, pleit al  enige tijd voor een internationaal onderzoek naar de oorzaak van de coronapandemie. Frankrijk en Groot-Brittannië lieten weten dat het voor zo’n initiatief nog te vroeg is. Een van de weinige staten die zich er wel duidelijk achter schaarde, is Australië’s buurland en oude bondgenoot Nieuw-Zeeland.

Voor Donald Trump hoeft zo'n onderzoek ook niet. Hij weet het al: het virus is afkomstig uit een laboratorium in Wuhan. Op de website van rtl nieuws  viel te lezen: Wel stelde Trump dat het virus door een opeenstapeling van fouten kan zijn ontsnapt of dat het virus zelfs met opzet is verspreid. Het virologisch instituut in Wuhan heeft alle aantijgingen van Trump ontkend. Trump wilde niet duidelijk maken waar hij zijn wijsheid vandaan haalde.

Je kunt, geloof ik, best je twijfelt hebben bij de vraag of China van meet af aan voldoende duidelijk is geweest over het ontstaan van de pandemie.

Ook weer in Trouw: En eerder deze week kwam naar buiten dat China hoge kringen in Duitsland en Frankrijk en de diplomatieke dienst van de Europese Unie onder druk zette om een kritisch rapport over Chinese desinformatie over het virus af te zwakken.

Nog los van de coronacrisis was het al enige tijd 'in' om China te beschuldigen/verdenken van pogingen (meer) invloed te krijgen in andere landen. Dat zou best eens kunnen, maar wat dan nog? Ik ken een land waarvan ik zeker weet dat het zich invloed wilde verschaffen in andere landen: onze grote vriend de USA. Natuurlijk waren we direct na de Tweede Wereldoorlog blij met het Marshallplan, maar dat was echt niet puur altruïsme van de Amerikanen. Hoe eerder Europa weer op de been was, hoe eerder het een belangrijke markt was voorde afzet van Amerikaanse producten.

Bij mijn weten heeft het moderne China nog niet geprobeerd zijn invloed met militaire middelen te vergroten, zelfs niet in Taiwan, al wordt dat als een deel van China gezien. Ga eens in Vietnam, Laos, Cambodja, Nicaragua  en Chili (om maar een paar voorbeelden te noemen) vragen hoe za daar de Amerikaanse 'invloed' hebben ervaren.

vrijdag 1 mei 2020

OCTROOI

Wereldwijd wordt onderzoek gedaan naar een vaccin tegen COVID-19. Je mag hopen dat niet een groot farmaceutisch bedrijf als eerste een echt goed werkend vaccin weet te ontwikkelen. We weten wat er dan kan gebeuren. Het bedrijf vraagt octrooi op het vaccin aan en als dat inderdaad verleend wordt,  mag het bedrijf gedurende 20 jaar (plus een mogelijke verlenging met nog eens vijf jaar) als enige dat vaccin maken en verkopen. Dat is een mooie monopoliepositie voor een product dat wereldwijd op grote schaal gebruikt zal gaan worden   De Correspondent had vandaag een artikel over de winstmarges van farmaceutische bedrijven. Farmabedrijven vragen exorbitante prijzen voor hun geneesmiddelen en zouden meer belang hechten a an hun winstmarges dan aan het genezen van mensen.

Farmabedrijven beweren vaak dat ze zo veel geld voor geneesmiddelen moeten vragen, omdat ze anders niet kunnen investeren in onderzoek naar nieuwe medicijnen.(...) Farmaceuten realiseerden een gemiddelde netto winstmarge van 13,8 procent. Per 100 dollar omzet, maakten ze dus 13 dollar en 80 cent winst. Andere grotere bedrijven waren heel wat minder winstgevend. Hun netto winstmarge was gemiddeld 7,7 procent.

Op basis van wetenschappelijk onderzoek, o.a. gepubliceerd in het gezaghebbende Journal of the American Medical Association wordt aangetoond dat de winst zeker niet alleen gebruikt wordt voor onderzoek. Het wordt ook besteed aan het opkopen van de eigen aandelen. Als dat massaal genoeg gebeurt, stijgen de aandelenkoersen, vooral leuk voor de aandeelhouders. En het levert een aardige bonus op voor de CEO's, bovenop hun toch al riante salaris. In 2012 verdiende je als CEO van een grote farmaceut gemiddeld 34,9 miljoen dollar per jaar. In 2015 was dat al gestegen naar 47,3 miljoen.

Goed, het vaccin komt op de markt en de prijs is 'traditioneel' veel te hoog. Durf je dan als overheid of zorgverzekeraar te zeggen dat je die prijs niet gaat betalen en te riskeren dat je dus dat vaccin niet krijgt? Wordt daar op (inter)nationaal) niveau al over nagedacht?


donderdag 30 april 2020

Ik kon vandaag geen geschikt onderwerp vinden.


IKEA

Het AD bood de mogelijkheid deel te nemen aan een poll:

Ga jij weer naar de Ikea nu ze open zijn?

o  Ja, waarom niet?
o  Nee, absoluut niet

Ik heb de poll niet ingevuld, want ik was sowieso niet van plan  IKEA te bezoeken. Ik heb ooit met Boukje de eerste Nederlandse IKEA (in Sliedrecht) bezocht. Ik weet niet meer waar we naar zochten, maar we hebben het in ieder geval niet gevonden. Een paar jaar later gingen we naar IKEA voor een bank in de woonkamer. Ze hadden weer niets wat bij onze smaak paste, dus die bank hebben we bij bij een meubelzaak in Den Haag gekocht.

Ik houd niet van IKEA. In de eerste plaats omdat ik het meeste van wat ze aanbieden niet mooi vind, in de tweede plaats omdat ik het er veel te druk vind. Toch heb ik wat meubeltjes en een linnenkast bij IKEA aangeschaft toen ik van Amsterdam-West naar -Noord verhuisde. Ik vind die spullen nog steeds niet bijzonder fraai, maar ze voldoen. Ik heb ze eigenlijk alleen maar bij IKEA aangeschaft, omdat  ik daar niet met een wachttijd geconfronteerd werd.

Trouw schreef dat voor veel de gang naar IKEA een uitje is. Op naar Ikea, want we vervelen ons te pletter.Veel mensen bezoeken IKEA vooral vanwege het restaurant. Daar hebben ze diverse Zweedse gerechten. Ze noemen het zelf  "delicatessen", maar dat valt tegen. De meeste van die delicatessen kun je bij de eerste de beste supermarkt krijgen. Het menu vermeldt o.a. "korv". Dat is de Zweedse variant van de hotdog die je in de grotere steden bij vele straatstalletje kunt kopen.

Ik heb eens bij het restaurant van IKEA in Haarlem gevraagd of ze Pyttipanna hadden. Dat hadden ze niet. Ik heb zestien vakanties in Zweden doorgebracht en heel vaak Pyttipanna gegeten. Je kunt het vrijwel overal krijgen, niet bij de betere restaurants, maar juist in de goedkopere, zoals stationsrestauratie en restaurants van warenhuizen. Het staat dan meestal op het menu als Pyttipanna med stekt ägg och rödbetor (met gebakken ei en rode biet). Het is een heel eenvoudig recept: aardappelblokjes, spekblokjes, ui, biet door elkaar en daar bovenop een spiegelei. Smullen! Ik maak het van tijd tot tijd thuis voor mezelf.

Op de website van IKEA kwam ik dit tegen:
Kyckling is Zweeds voor kip. In sommige dingen ben ik conservatief. Ik houd het bij (katen)spek.


woensdag 29 april 2020

BRIEF

Bij 'Tijd voor Max' werd een pleidooi gehouden om brieven te schrijven aan mensen die alleen en misschien zelfs eenzaam zijn.  Die brief zou dan bij voorkeur met een typemachine geschreven moeten worden. Ik begreep dat niet helemaal. Wat is de meerwaarde van een getypte brief t.o.v. een e-mail of een digitaal geschreven en vervolgens geprinte brief? Bovendien, waar haal je tegenwoordig een typemachine vandaan? Als je het dan toch wat persoonlijker wil maken, pak dan je vulpen of ballpoint en een schrijfblok en schrijf een brief met de hand.

Ik heb al in geen jaren een met de hand geschreven persoonlijke brief verstuurd. Als ik me niet vergis heb ik mijn laatste brief geschreven, met een ballpoint overigens, in 1969 en ik schreef hem aan Boukje.

We kenden elkaar ongeveer een jaar en we zagen elkaar (vrijwel) iedere dag. We lunchten altijd samen in een broodjeszaak op het Rokin. (We waren er al snel achter gekomen dat we beiden in een boekhandel werkten. Allebei in een boekhandel op het Rokin, nog geen 300 meter van elkaar vandaan.)

In het voorjaar van 1968 moest ik 'op herhaling'. Ik 'lag' vier weken in Ossendrecht. In diezelfde tijd ging Boukje met enkele vriendinnen een paar weken naar Bergen aan Zee. Ik was de weekends vrij, dus het eerste weekend, een zaterdag, ging ik naar Bergen aan Zee. Boukje en haar vriendinnen verbleven in een woonhuis en ik trof haar aan liggend op bed.

Ze zei eerst niet veel, deed ook wat afstandelijk en al snel kwam het hoge woord eruit: ze wilde het uitmaken. Waarom? Ik liet, (vond zij, en daar had ze ook wel gelijk in) emotioneel veel te weinig van mezelf zien en in het café daar had ze iemand ontmoet die dat wel deed.  Ik weet niet goed meer wat we verder nog gezegd hebben, maar ik ging wel naar huis en ik was er behoorlijk kapot van.

Die zondag ben ik de stad ingegaan. Ik heb wat pilsjes gedronken in mijn favoriete kroeg De Engelse Reet en heb de film Planet of the Apes gezien, die een jaar geleden in première ging. Ik weet ook nog dat een liedje voortdurend in mijn hoofd spookte, een popsong van al wat jaren daarvoor, 'I'll never find another you' van The Seekers.

Maar hoe moest ik verder? Internet en e-mail en mobiele telefoons behoorden toen nog tot  het domein van de science fiction. Dus 's zondagsavonds in de kazerne begon ik, met pen en paper, aan een brief. Nog drie avonden schreef ik door. Ik was altijd al beter mijn gevoelens op papier dan face to face te uiten. Ik eindige de brief met dat ik vreselijk veel van haar hield en dat ik zaterdag naar haar toe zou komen. Als ze niet thuis zou zijn, ze woonde op kamers in de Watergraafsmeer, zou ik weten waar ik aan toe was.

Boukje was thuis en het werd een heel mooie avond. Er volgden nog 28 mooie jaren, waarin we het nog heel vaak hadden over het uiten van emoties. En "I'll never find another you" is nog steeds heel waar. Ik heb het hier al eerder geciteerd: "Death ends a life, not a relationship."


dinsdag 28 april 2020

ZORGSTELSEL

"Wat deze crisis duidelijk heeft gemaakt, is dat het Amerikaanse zorgstelsel zo’n beetje het slechtste systeem is dat we kennen in de ontwikkelde wereld." Dat zegt Jan Bakker, een Nederlandse ic-arts, die in twee ziekenhuizen in New York werkt. Het ene is verbonden aan de Columbia University. Bakker draait ook diensten in het openbare stadsziekenhuis Bellevue even verderop, en krijgt daar te maken met een heel andere groep Amerikanen – die met onbehandelde gezondheidsproblemen.

Het Amerikaanse zorgstelsel is het beste als je geld hebt en tot je laatste snik elke mogelijke behandeling wil krijgen. Maar als je niks hebt, ben je echt de pineut.

Het is natuurlijk niet nieuwe wat Bakker zegt.  Het Amerikaanse zorgstelsel is niet alleen veel duurder dan het Nederlandse, er zijn ook nog eens miljoenen Amerikanen, die op geen enkele manier verzekerd zijn. Bakker neemt in her Bellevue ziekenhuis die maar twee keer per week insuline spuiten, omdat ze voor een dagelijkse dosis geen geld hebben. ,"Als je dan Covid krijgt, begin je natuurlijk met een achterstand."

Er zijn in Nederland mensen die doktersbezoek uitstellen, omdat ze het eigen risico  niet willen of kunnen betalen. Mochten ze toch ziekenhuiszorg nodig hebben, dan hoeven ze zich in ieder geval. geen zorgen te maken over de kosten van specialistische hulp en ziekenhuiszorg. Nederlanders mogen zich in de handjes knijpen met hun zorgstelsel en ‘een van de meest geavanceerde ic-modellen ter wereld’, merkt hij (Bakker) op.

Tel uw zegeningen, ook in coronatijd.


maandag 27 april 2020

KANSEN

Vorige week donderdag schreef ik hier "Het wordt zo langzamerhand weer tijd voor 'Amsterdam voor de Amsterdammers'." Ik ga bijna denken dat het bestuur van het stadsdeel Centrum dit blog gelezen heeft. Want wat lees ik in Het Parool? Terwijl de strijd tegen het coronavirus nog volop woedt, voeren stadsdeel Centrum, de stadsmarketing, horeca en instellingen achter de schermen gesprekken over een nieuwe start voor de Amsterdamse binnenstad na de crisis. (...) De overlast van toeristen willen we niet meer terug,” zegt Geerte Udo, directeur van Amsterdam & partners, de organisatie die de stadsmarketing verzorgt. De gesprekken gaan over de kansen die de coronacrisis biedt om de binnenstad terug te geven aan Amsterdammers en te werken aan ‘duurzaam toerisme’. (...) Ik hoop echt dat het platte consumentisme uit het toerisme is verdwenen als dit achter de rug is.” Dus:
Amsterdam wil binnenstad teruggeven aan Amsterdammers
Ik ben al in geen jaren in de Kalverstraat geweest. Ook niet in de tijd dat k mij nog probleemloos te voet door de stad kon bewegen Er zijn daar sowieso weinig winkels waarin ik geïnteresseerd ben, maar al vóór het massatoerisme goed op gang kwam vond ik het er veel te druk.

Er is overigens een fraai stukje Amsterdam-Centrum waar je nauwelijks toeristen tegenkomt. Zelfs Amsterdammers uit andere stadsdelen komen er zelden of nooit. Ik heb het over de Westelijke Eilanden: Bickerseiland, Prinseneiland en Realeneiland.
Ze liggen op een kwartiertje lopen van het Centraal Station. Je vindt hier ook de Minnemoerstraat, met zijn ongeveer 20 meter de kortste straat van Amsterdam.

Ook de moeite van een bezoek waard.
Veel minder oud, begin vorige eeuw, is de buurt die hier met de rode lijn wordt aangegeven. Vanaf Amsterdam Centraal (of een andere halte tussen station en Munt) kom je er met tram 4 (uitstappen halte Lutmastraat). Het is een gedeelte van de zgn. 'Nieuwe Pijp'. Het merendeel van deze buurt is gebouwd in de stijl van de 'Amsterdamse School'. Het aardige is dat ik precies op de grens van deze buurt, in de Lutmastraat, geboren ben en na onze verhuizing in 1942 naar de Rivierenbuurt nog vele jaren daar dichtbij heb gewoond. Tijdens mijn schooltijd ging ik vaak naar de Coöperatiehof (rode stip), omdat daar het dichtstbijzijnde filiaal van de Openbare Bibliotheek was gevestigd. Wij woonden ten zuiden van de Amstelkade, maar ik hoefde niet om te lopen via een van de bruggen bij de Rijnstraat of de Maasstraat, omdat er bij de Waalstraat een houten voetgangersbrug was: het 'groene bruggetje', dat we ook nog zo noemden toen het niet meer groen was.

Met de blauwe lijn is de zgn. 'Diamantbuurt' aangegeven. Ook deze buurt is opgetrokken in de stijl van de 'Amsterdamse School'. Kort na de Tweede Wereldoorlog kwamen mijn oudere broer en zus en ik daar vaak, omdat in het in het midden van de buurt gelegen badhuis (toen niet als zodanig in gebruik) wekelijks gratis melk aan schoolkinderen werd gegeven. Wij kregen daarvoor van onze moeder ieder een lege jampot mee. Het badhuis is nu een muziekkoepel.

Op de hoek van de Tolstraat en de Amsteldijk (blauwe stip) vind je het voormalige gemeentehuis van de gemeente Nieuwer-Amstel (nu gemeente Amstelveen). Het stukje Diamantstraat daar vlakbij tussen Tolstraat en Lutmastraat (grijs gekleurd, zie ook de foto hieronder) heeft een bebouwing die sterk afwijkt van de omringende buurt. Het zou zo een dorpsstraatje kunnen zijn. Al in mijn jeugd vermoedde ik dat dit ook nog een een restje Nieuwer-Amstel was. Ik heb eens contact opgenomen met het Stadsarchief, dat jarenlang in dat voormalige gemeentehuis gevestigd was. Ik ontving de volgende e-mail: "De huisjes aan de Diamantstraat zijn inderdaad een Nieuwer-Amstels overblijfsel. Het bestuur van Nieuwer-Amstel zag de uitbreiding van buur Amsterdam met angst naderbij komen en besloot daarom een nieuw raadhuis te bouwen en ook het omliggend gebied vast enigszins te bebouwen. Dit heeft overigens niets geholpen."

Als je toch de voormalige Heineken Brouwerij (linksboven) en de Albert Cuypmarkt gaat bezoeken, zou ik deze buurten ook even 'meenemen'.