zondag 31 januari 2010

Held

Kapitein Marco Kroon, die vorig jaar wegens zijn heldhaftig optreden in Afghanistan de Militaire Willems-Orde kreeg, wordt verdacht van overtreding van de opiumwet en de wet wapens en munitie. Dat meldt het Brabants Dagblad. (...) Het zou daarbij gaan om cocaïnegebruik door de onderscheiden militair en bezoekers van Café Vinny, de kroeg die Kroon in Den Bosch exploiteert. Dat stond gisteren te lezen in de Volkskrant. De politie bevestigt de verdenking, Kroon ontkent.

Op zo'n bericht kun je natuurlijk allerlei commentaar geven zoals: helden zijn uiteindelijk ook maar gewone mensen, maar daar gaat het me helemaal niet om. Het bericht doet me weer aan iets heel anders denken. Dat was trouwens al zo toen het verlenen van die Willemsorde voor de eerste keer in het nieuws kwam. Waarom kreeg Kroon die hoge onderscheiding? Kroon gaf in 2006 leiding aan een peloton dat meerdere gewaagde commandoacties uitvoerde in Afghanistan. Voor de wijze waarop hij dat deed, kreeg hij de onderscheiding. Ik twijfel er geen moment aan dat de onderscheiding terecht aan Kroon is verleend. Maar vervolgens denk ik: heeft de rest van het peloton zich bij die gewaagde acties minder heldhaftig gedragen? Toen ik in militaire dienst zat bestond een peloton uit een man of dertig. Onder die dertig man moet er toch minstens één geweest zijn die zich minstens zo heldhaftig gedroeg als zijn commandant. Waarom heeft die geen Militaire Willemsorde gekregen?
x

zaterdag 30 januari 2010

Richting

Omdat ik ook niet overal verstand heb, zijn er wel eens dingen die ik niet begrijp. Zo heb ik nooit begrepen dat probleemjongeren soms voor enige tijd naar het buitenland gestuurd worden. Uit een artikel in Trouw leer ik dat het gaat om jongeren tussen de 12 en 18 jaar oud. Zij hebben vaak zware problemen en worden naar het buitenland gestuurd om uit hun negatieve omgeving weg te zijn en aan hun gedrag te werken. Dat "uit hun negatieve omgeving weg" begrijp ik nog net. Zo'n jongere uit de Amsterdamse Diamantbuurt gaat dus voor een half jaar werken op een boerderij in Biddinghuizen. Het is me niet helemaal duidelijk waarom ze helemaal naar Polen of Schotland moeten. Dat twee weken onder begeleiding survivallen beter tot zijn recht komt rond de Matterhorn dan rond de Holterberg kan ik me nog voorstellen.

Het artikel in Trouw ging overigens over een rapport van de Inspectie Jeugdzorg. Dat artikel begint zo: Jongeren die door jeugdzorginstellingen naar het buitenland worden gestuurd, werken daar soms bijna de hele week, onbetaald, 14 uur per dag. Er zijn projecten die het principe hanteren 'als je niet werkt, krijg je geen eten', wat in strijd is met de rechten van het kind. Ook worden gastgezinnen niet altijd goed gescreend, waardoor de probleemjongeren te maken krijgen met gastouders die uit onmacht schreeuwen en schelden. Je zou kunnen zeggen: die jongeren zijn in feite ook aan het survivallen en daar worden ze flink van. Maar ja, het mag niet en de Inspectie Jeugdzorg heeft niet de bevoegdheid om buiten Nederland te controleren. Die mag ook niet controleren bij particuliere opvang in Nederland. Iedereen kan zo’n opvang beginnen – de Inspectie Jeugdzorg is niet bevoegd om er controles uit te voeren.

OK, er gaat wat mis, maar er is nu een rapport, dus er kan wat aan gedaan worden. We hebben zelfs voor vier jaar André Rouvoet ingehuurd die zich in het bijzonder met jeugd en gezin bezighoudt. Dat zou je denken, maar: Het rapport lag al een jaar op de plank. Volgens een inspectiewoordvoerder wilde de Inspectie Jeugdzorg minister Rouvoet (Jeugd) de tijd geven 'zijn richting te bepalen'. (Onderstreping toegevoegd.) Ik heb tijdens vakanties ook wel eens, aan de hand van kaart en kompas, mijn richting bepaald. Maar dan was ik er nog niet. De route van A naar B was nooit een rechte lijn. En pas als ik die route bepaald had begon het echte werk: van A naar B lopen. Als André al een jaar nodig heeft om de richting te bepalen, hoe lang duurt het dan nog voor hij echt op stap gaat?
x

vrijdag 29 januari 2010

Gadget

Er werd allang naar uitgekeken. Het internet gonsde al van de geruchten. Maar over twee maanden is hij à raison vanaf 499 dollar (in Amerika) te verkrijgen: de iPad van Apple. Je kan ermee internetten, de krant lezen, een boek lezen en films bekijken. Je mobieltje hoef je dan alleen nog maar te gebruiken voor het bellen en af toe een foto nemen. De iPad is klein genoeg (kleiner dan een laptop) om overal mee naar toe te nemen. Trouw schrijft: De iPad beschikt over een scherm dat ongeveer even groot is als een A4'tje en is slechts 1,27 centimeter dik. Nu maar hopen dat iemand die in tram, bus of trein een film of YouTube wil bekijken eraan gedacht heeft oordopjes mee te nemen, want anders kan het behoorlijk storend zijn als ik net aan het bellen ben.

Pakweg tien jaar geleden was ik nog wel zo'n gadgetfreak die dat ding per direct zou willen aanschaffen en ook nog voortdurend en overal bij me zou hebben. Nu denk ik: allemaal ijdelheid en het najagen van wind (Prediker 1:14). Het zal wel met mijn leeftijd te maken hebben. Er is een tijd geweest dat ik wel drie keer in de week naar een bioscoop ging, of twee keer op één dag. Ik heb er nu al een jaar of drie geen een van binnen gezien. De films die ik wil zien komen wel een keer op tv, of ik haal de dvd uit de bibliotheek. Ik hoef niet al 's middags het 'breaking news' op mijn iPad te zien dat ik in het NOS-journaal van acht uur kan zien. Ik hoef niet meer bijna letterlijk de wereld en alles wat erin gebeurt overal en altijd onder mijn vingertoppen te hebben. (Alle functies op de iPad bewerk je via het touchscreen.)

Ben ik nou ouderwets of conservatief aan het worden? Ik geloof het niet, want ik wil die ontwikkeling echt niet tegenhouden en ik begrijp heel goed dat veel anderen het wel allemaal willen bijhouden. Ik heb zo langzamerhand een verzadigingspunt bereikt. Als mijn laptop het een keer begeeft, schaf ik een nieuwe aan, zonder al te veel toeters en bellen. De pc is inmiddels een gewoon huishoudelijk apparaat geworden, met de nadruk op 'huis'. Mijn magnetron of elektrische waterkoker neem ik ook niet mee als ik de deur uitga. Dan kijk ik liever om me heen dan weer naar een scherm. En als ik uitgekeken ben in trein, kroeg of wachtkamer, haal ik het boek uit mijn rugzakje.
x

donderdag 28 januari 2010

Vrienden

Mensen die zich bezighouden met 'Hyves' of 'Facebook' willen nog wel eens pronken met het feit dat zij enkele honderden 'vrienden' hebben. Als ik zo iets lees, denk ik hetzelfde als wanneer ik, bijvoorbeeld, een Amerikaanse president een Nederlandse premier 'mijn vriend' hoor noemen. Die Hyves- en/of Facebookverslaafden voegen iedereen met wie zij een keer enkele digitale woorden gewisseld hebben aan hun vriendenlijst toe.

In een blog van de Volkskrant (over die Facebookvrienden) lees ik dat de evolutionair antropoloog Robin Dunbar in de negentiger jaren van de vorige eeuw heeft vastgesteld dat het menselijk brein in staat is tot het onderhouden van maximaal 150 vriendschappen. Zo'n mooi afgerond getal maakt mij weer wantrouwig. Hoe weet Dunbar zo zeker dat het er geen 151 of 149 zijn? Het lijkt me niet iets wat je makkelijk kunt turven. Wat verstaat Dunbar trouwens precies onder 'vriend'? Dunbar definieert vriendschap als iemand om wie je geeft en met wie je minstens één keer per jaar contact hebt. Ja, als één contact per jaar al voldoende is om iemand vriend(in) te noemen, kun je die 150 wel halen. Maar als je werkelijk om iemand geeft vind ik één contact per jaar wat dunnetjes. Met 150 vrienden moet je elke vijf dagen met twee verschillende vrienden contact hebben. Je zou een administratie moeten bijhouden om na verloop van een jaar tevreden te kunnen vaststellen dat je met alle 150 minimaal één keer contact hebt gehad.

Uit mijn hoofd kan ik zo een rijtje aardige mensen opnoemen die ik één keer per jaar ontmoet, omdat zij familie of vriend zijn van een een familielid of vriend van mij wiens verjaardag ik bezoek en zij daar ook jaarlijks zijn. Hoe aardig ik die mensen ook vind en hoe leuk ook om ze weer eens te ontmoeten, ik haal het niet in mijn hoofd die mensen dan ook maar meteen als vrienden te bestempelen. De rest van het jaar denk ik namelijk geen moment aan ze. Als ik zou horen dat er iets ergs of iets leuks met ze gebeurd zou zijn, zou ik daar heel even bij stil staan, maar al vrij snel doorgaan met waar ik mee bezig was. Ik zou het erg of leuk vinden voor die vriend(in) om wie ik wel iets of veel geef. Als ik vanuit dat aspect een lijstje met vriend(inn)en opmaak, haal ik met enige moeite de vijfentwintig. Daar kun je nog een aantal familieleden bij optellen. Ik vind dat ruim voldoende.
x

woensdag 27 januari 2010

Recreatie

Af en toe lees je toch ook wel iets in de krant dat - hoe onbedoeld ook - best grappig is. Recentelijk was het gemeentebestuur van Amsterdam in het nieuws omdat het het seksgebeuren op de Walletjes wat meer wil reguleren. Maar nu lees ik in Trouw dat je voor de betere seks-buiten-de-deur echt niet in Amsterdam moet zijn.

Wel eens van Nijetrijne gehoord? Ik ook niet. Dat blijkt een gehucht te zijn aan de N351 tussen Wolvega en Kuinre, niet ver van de Weerribben. Leuke omgeving dus. Bij de gemeente (Weststellingwerf) was informatie binnengekomen dat in het bedrijf 'Sauna Eldorado' illegale seksfeesten georganiseerd werden. Ik vraag me dan meteen af: wat zijn de typische kenmerken van een legaal seksfeest? Of is een seksfeest per definitie illegaal? Op welk moment moet je zeggen: dit gewone feest is ontaard in een seksfeest? Er zouden zich bij dat seksfeest in Nijetrijne ook criminelen ophouden. Nou, die zaten er: drie vermeende winkeldieven en een persoon die nog een boete van 600 euro te betalen had. De burgers in dat gebied kunnen weer opgelucht ademhalen.

"Er was daar een groot feest", zegt een woordvoerder van de gemeente Westellingwerf. "Iedereen moest zich eerst nog aankleden." Ja, wat dacht je anders? Ik ben ook wel eens in een sauna geweest en het eerste wat je daar opvalt is dat er weinig kleren gedragen worden. Er moeten geen misverstanden ontstaan, dus ik zeg er meteen maar bij dat destijds andere bezoekers en ik ons beperkten tot bezigheden die gebruikelijk zijn in sauna's.

De gemeente wil wel verdergaande maatregelen nemen, maar zit met een probleem: het pand heeft een recreatieve bestemming. Hier en daar wordt nog gedacht dat seks uitsluitend bedoeld is ter vermenigvuldiging, maar voor velen heeft seks nu eenmaal ook recreatieve facetten. Je kunt dus niet zeggen dat er tegen de bestemming van het pand in werd gehandeld. Wat zegt de gemeente nu? Zo recreatief als we daar aantroffen hadden we het in de vergunning niet bedoeld. Ze hebben bij de afdeling 'voorlichting' van de gemeente in ieder geval iemand in dienst die leuke teksten weet te bedenken.
x

dinsdag 26 januari 2010

Voorspellen

Wat kun je allemaal voorspellen als je verschillende landen vergelijkt op basis van o.a. het inkomen per hoofd van de bevolking, de bevolkingsomvang en de resultaten die een land behaalde bij wereldkampioenschappen?  Nou, bijvoorbeeld hoeveel medailles een land gaat halen bij de komende Olympische Winterspelen in Vancouver. De Groningse economen Gerard Kuper en Elmer Sterken voorspellen dat Nederland vier gouden medailles haalt en deden dat in het vakblad voor economen, Economisch Statistische Berichten. In Trouw worden niet de door deze economen verwachte zilveren en bronzen medailles gemeld. Op Nieuws.nl las ik dat dat er resp. vier en drie zullen worden.

Je mag er niet vanuit gaan dat Nederland hoge ogen gooit bij het schansspringen, de reuzenslalom en curling (als we daar al meedoen). We schijnen kansen/kansjes te maken bij het bobsleeën, snowboarden en shorttrack schaatsen, sporten waar ik weinig vanaf weet.

De meeste kansen hebben 'we' natuurlijk bij het langebaanschaatsen. Daar heb ik wel enige kijk op. Zonder te kijken naar het inkomen en de bevolkingsomvang durf ik daarover zelfs wel een voorspelling te doen. Op de 10000 m voor mannen halen we goud en zilver (Sven Kramer en Bob de Jong). Op de 5000 mannen zie ik hetzelfde gebeuren. Dan hebben we de door de economen op een ingewikkelde manier voorspelde gouden en zilveren medailles al binnen.  Nu is het bepaald niet uitgesloten dat we ook bij de ploegenachtervolging mannen goud halen, maar 'een' medaille is vrijwel zeker. Op de drie kortste afstanden hebben we in de totale Olympische geschiedenis maar vier keer goud gewonnen, maar op die korte afstanden is alles mogelijk: één misslag kan van een torenhoge favoriet een loser maken. Een voordeel voor de Nederlanders is ook dat er op een laaglandbaan geschaatst wordt, dus enig brons acht ik niet bij voorbaat uitgesloten.

Bij de vrouwen zie ik hooguit goud op de ploegenachtervolging, maar ik zou er zeker niet veel geld op zetten. Op de 5000 en 3000 m gaan het goud en zilver naar Tsjechië en Duitsland, brons is mogelijk voor Nederland. Ook op de korte afstanden zie ik weinig eremetaal voor de vrouwen liggen en zeker geen goud. Maar hier en daar is brons, wellicht zilver, niet uitgesloten. Hoe dan ook, ik ga er vanuit dat die economen met hun modellen op een te laag aantal medailles uitkomen. Alleen met het langebaanschaatsen krijgen we er al meer en voor je het weet gaat Nicolien Sauerbreij als een gek op haar snowboard naar beneden en verrassen onze bobsleeërs vriend en vijand met hun gloednieuwe hi-tech bobslee.

PS
Ben je al aan mijn nieuwe vervolgverhaal begonnen?
x

maandag 25 januari 2010

Peiling

Rita Verdonk zal het vast helemaal met Camiel Eurlings eens zijn: bij zo'n ingrijpend besluit als (eventuele) invoering van de kilometerheffing/rekeningrijden moet je naar 'de burgers' luisteren, in dit geval naar de autorijdende burgers die lid zijn van de ANWB, die de meningen van haar leden gaat peilen.

Nog even los van de wat merkwaardige opstelling van Camiel was mijn eerste reactie: die peiling deugt van geen kanten, want je mag er hoe dan ook van uitgaan dat vooral tegenstanders zullen reageren. En waarom wordt alleen de mening van autorijders gevraagd? Wat er uiteindelijk ook besloten wordt, het besluit heeft ook consequenties voor mensen als ik die zelden of nooit gebruik maken van een auto. Zo zal ik provinciale belasting gaan betalen die in de plaats van 'opcenten' komt. Bovendien is de ANWB niet de enige belangenorganisatie van automobilisten.

Tot mijn genoegen las ik in de Volkskrant dat twee opinieonderzoekers het met mij eens zijn: Maurice de Hond en Willem Koetsenruijter, docent journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden. Maurice de Hond noemt de onderzoeksmethode 'een heel ongelukkige manier om steun in de samenleving te peilen'. Volgens Koetsenruijter is het een ver van evenwichtige steekproef, met een systematische fout. 'Het is zeer onwaarschijnlijk dat er evenveel voor- als tegenstanders zullen meedoen'.

De Hond merkt ook op: Door de lading die Camiel Eurlings er zelf aan heeft gegeven, weet je bijna zeker dat nee-stemmers harder hun best gaan doen. Er staat namelijk een premie op: je kunt de kilometerheffing tegenhouden.

Camiel was in 1994 het jongste gemeenteraadslid ooit. Hij is op twee na de jongste minister sinds 1815. Hij is de jongste minister van Balkenende IV. Hij heeft volgens mij een brandende ambitie: Jan Peter opvolgen als leider van het CDA en als premier. De manier waarop hij omgaat met de kilometerheffing zou wel eens een behoorlijk obstakel kunnen worden.
x